Zijn meerwaarden op aandelen die worden verwezenlijkt in het kader van een Leveraged Buyout (LBO) belastbaar?

Geschreven door Denis-Emmanuel Philippe, Bloom, http://www.bloom-law.be

In beginsel zijn meerwaarden op aandelen in hoofde van natuurlijke personen niet belastbaar voor zover zij worden verwezenlijkt binnen het kader van het normaal beheer van het privévermogen. De vraag of er al dan niet sprake is van een normaal beheer van het privévermogen is niet altijd vanzelfsprekend, zoals bijvoorbeeld in het geval van meerwaarden op aandelen die door de managers worden verwezenlijkt in het kader van een LBO.

Vele private equity fondsen zijn op zoek naar interessante investeringen.  Een ideaal doelwit : een beloftevolle familiale KMO die beschikt over een aanzienlijk groeipotentieel. Om de aandelen van het doelwit te verkrijgen, richt het fonds over het algemeen een overnameholding op die wordt gefinancierd door leningen bij de bank en eigen kapitaal, aangebracht door de investeerders. Binnen het kader van een LBO is de betrokkenheid van de managers van het doelwit vaak cruciaal. Hun opdracht bestaat erin de rentabiliteit van de doelvennootschap te verbeteren door ze grondig te reorganiseren (door een verkoop van de niet-strategische activa, een inkrimping van de personeelskosten,...).  Het fonds zorgt ervoor dat de managers zelf baat hebben bij het succes van de verrichting door hen te laten inschrijven op de aandelen van de holding. Vaak biedt men hen aandelen aan waarmee ze een belangrijk aandeel in de winst kunnen opstrijken in geval van uitzonderlijke groei (zogenaamde "Ratchet" aandelen). Indien de managers op het ogenblik van het vertrek van de investeerders (exit) hun aandelen verkopen, rijst de vraag of de gerealiseerde meerwaarden kunnen worden vrijgesteld van belasting, dan wel of zij belastbaar zijn als een divers inkomen (aan 33%), of zelfs als beroepsinkomen (aan de progressieve tarieven gaande tot 50%).

Een voorafgaande beslissing van 12 september 2017 over een klassiek geval van een Management Buy Out (MBO) werpt een interessant licht op deze vraag. In casu hadden investeerders een groep opgekocht met een omzetcijfer van 800 miljoen euro uit de productie en handel in harsproducten. Aan de managers van de groep werd voorgesteld om in te schrijven op de aandelen van de overnameholding. 

De Dienst Voorafgaande Beslissingen was van oordeel dat de verkrijging en de latere verkoop van deze aandelen door een manager niet kadert binnen zijn beroepsactiviteit, mits aan meerdere voorwaarden voldaan is.

Ander interessant artikel: Aftrek innovatie-inkomsten - FAQ FOD Financiën

Vooreerst mag de manager niet op een "gestructureerde en herhaaldelijke wijze een activiteit uitoefenen op het gebied van aan- en verkoop van aandelen van vennootschappen". Deze voorwaarde is een duidelijke waarschuwing voor managers die regelmatig ten persoonlijke titel investeren in aandelen van niet-beursgenoteerde vennootschappen en deze enkele jaren later met een aanzienlijke meerwaarde opnieuw verkopen (na de betrokken vennootschappen te hebben gereorganiseerd). Om een taxatie als beroepsinkomen alsnog te vermijden kunnen dergelijke managers er belang bij hebben om hun aandelen aan te houden middels een vennootschapsvehikel ad hoc, bijvoorbeeld een private privak. In dit verband wijzen wij er op dat (i) de wet betreffende de versterking van de economische groei van 26 maart 2008 de regelgeving van toepassing op de private privaks op vele vlakken heeft versoepeld (opheffing van het verbod van het uitoefenen van controle van de privak op haar dochtervennootschappen, verlaging van de minimale investeringsdrempel in de private privak naar 25.000 EUR, etc.) en dat (ii) de private privak geniet van een gunstig belastingstelsel (belasting in de vennootschapsbelasting op verminderde grondslagen, vrijstelling van de roerende voorheffing op dividenden afkomstig van meerwaarden op aandelen,...).

Daarnaast is vereist dat de manager de aandelen in de holding heeft verkregen aan marktwaarde (en dus niet aan een ondergewaardeerde prijs).

Tot slot werd door de DVB rekening gehouden met de volgende elementen in zijn oordeel dat de meerwaarde werd gerealiseerd binnen het kader van het normaal beheer van het privévermogen :

  • de manager aan wie de financiële investeerders hadden voorgesteld om te investeren in de aandelen van de holdingvennootschap had geen enkele beslissingsmacht aangaande de (des)investeringsmodaliteiten ;
  • de investering was niet op korte termijn (5 jaar) ;
  • de gedane investering was « redelijk gelet op de spaarcapaciteit » van de manager,…