Wat is er nieuw op 1 januari voor ondernemingen?

Geschreven door , De Broeck Van Laere & Partners, www.dvp-law.be
Foto: Marek Kubica  

Voor vennootschappen brengt het nieuwe jaar heel wat nieuws. Dat is vooral een gevolg van de inwerkingtreding van de derde fase van de hervorming van de vennootschapsbelasting.

De eind 2017 goedgekeurde hervorming van de vennootschapsbelasting treedt in werking in verschillende fasen. De eerste golf maatregelen moeten of kunnen we al toepassen sinds 2018 (zie ons artikel “Hervorming vennootschapsbelasting: wat verandert er op 1 januari 2018?”). Op 1 januari 2020 treedt de derde en laatste fase in werking.

De hervorming was in de eerste plaats gericht op een tariefverlaging. Met de derde fase daalt het standaardtarief verder van 29% tot 25% (voor kleine vennootschappen blijft het ongewijzigd: de grote verlaging tot 20% was al meteen in 2018 doorgevoerd). Maar die tariefdaling wordt, net als in de vorige fasen, gecompenseerd door enkele gunstregimes en aftrekmogelijkheden te schrappen. De opvallendste maatregelen betreffen de autofiscaliteit en het afschrijvingsregime. Voor het eerste verwijzen we naar ons afzonderlijk artikel “Autofiscaliteit: wat is er nieuw op 1 januari?”.

Afschrijvingsregime verstrakt

Wat afschrijvingen betreft, kunnen kleine vennootschappen geen gebruik meer maken van de mogelijkheid om bij ingebruikname in de loop van een jaar, toch voor een volledig jaar af te schrijven. Voortaan moeten zij de eerste afschrijvingsannuïteit prorateren volgens het aantal maanden dat overblijft in het jaar van aanschaf. De mogelijkheid om bijkomende kosten in één keer af te schrijven, blijft wel bestaan voor kleine vennootschappen. Maar als zij kiezen voor gespreide afschrijving, mogen zij de termijn niet langer naar eigen inzicht bepalen.

Daarnaast wordt degressief afschrijven niet meer toegelaten in de vennootschapsbelasting.

Geheime commissielonen en aftrek aan 120%

Ook met betrekking tot de aanslag geheime commissielonen is er belangrijk nieuws. Het bedrag van de aanslag zelf is niet langer een aftrekbare beroepskost. En het gunsttarief van 50% voor verdoken meerwinsten wordt afgeschaft. Het is voortaan de bedoeling dat dergelijke meerwinsten formeel geregulariseerd worden met een fiscale regularisatie.

Voorts verdwijnt de mogelijkheid om kosten af te trekken aan 120%. Dat kon tot nu toe niet alleen voor elektrische auto’s maar ook voor fietsstallingen en fietsen voor het personeel, voor collectief personeelsvervoer en voor kosten voor beveiliging.

Voor boetes en verhogingen van sociale bijdragen is zelfs helemaal geen aftrek meer mogelijk. Ook de vrijstellingen voor bijkomend personeel verdwijnen.

En de forfaitaire minimumwinst voor vennootschappen die geen belastingaangifte indienen, wordt opgetrokken tot 40.000 euro.

Tot de andere maatregelen uit de derde fase van de hervorming behoren ook nog de mogelijkheid om vrijgestelde reserves te mobiliseren aan een gunsttarief, en een beperking van de verrekening van buitenlandse verliezen.

Daarnaast moet ook nog een maatregel uit de eerste fase van de hervorming vermeld worden, omdat die al afloopt. De verhoging van de (gewone) investeringsaftrek tot 20% was maar tijdelijk. Vanaf 2020 geldt opnieuw het tarief van 8%.

Voor de duidelijkheid: de nieuwe regels uit de hervormingswet zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2021, met dien verstande dat het moet gaan om belastbare tijdperken die beginnen op of na 1 januari 2020. Met een boekjaar dat pas eindigt in de loop van 2020, zijn de nieuwe regels dus in principe nog niet onmiddellijk vanaf 1 januari van toepassing. Maar er zijn uitzonderingen: het verbod op degressief afschrijven is, ongeacht de afsluitdatum, altijd van toepassing op activa die zijn aangeschaft vanaf 1 januari. Hetzelfde geldt voor het tarief van de investeringsaftrek.

Vennootschapsrecht

Niet alleen de vennootschapsbelasting maar ook het vennootschapsrecht is hervormd. De zogenaamde dwingende regels uit het nieuwe vennootschapsrecht treden in werking op 1 januari 2020. Daaronder vallen de regels m.b.t. het kapitaal. Tegelijk treden ook de aanpassingen van de fiscale wetgeving aan die nieuwe regels in werking.

Interessant is ook dat het nu voor de eerste keer mogelijk wordt een liquidatiereserve uit te keren aan het gunsttarief van 5%. Daarvoor geldt immers een wachtperiode van vijf jaar. Dat wil zeggen dat wie er snel bij was en al op 31 december 2014, bij het formeel afsluiten van boekjaar 2014, een liquidatiereserve aangelegd heeft, die reserve in 2020 kan uitkeren aan het gunsttarief.

Bedrijfsvoorheffing

Er zijn ook wijzigingen te signaleren op het vlak van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. De specifieke vrijstelling voor de bouwsector wordt verhoogd. Het percentage stijgt namelijk van 6% tot 18% van de bezoldiging. En als onderdeel van de hervorming van de vennootschapsbelasting was ook een hogere vrijstelling ingevoerd voor onderzoekers met een bachelor-diploma. Het vrijstellingspercentage voor die categorie stijgt van 40% tot 80%.

Inzake BTW is vooral van belang dat vennootschappen geen gebruik meer kunnen maken van het systeem van BTW-forfaits.

Onroerende voorheffing

De (Vlaamse) vrijstelling van onroerende voorheffing voor onroerende goederen die gebruikt worden in de onderneming, wordt beperkt. Tot nu toe gold de vrijstelling zowel voor materieel en outillage als voor gebouwen. Voortaan is alleen nog materieel en outillage vrijgesteld. De vrijstelling gold en geldt enkel voor rechtspersonen, dus niet voor zelfstandigen. Sowieso betrof de vrijstelling alleen het gewestaandeel, dus een grote impact heeft de maatregel niet.