Wanneer de beslagrechter bodemrechter is

Geschreven door Dhr. Arie Van Hoe, Corporate Finance Lab, www.corporatefinancelab.org
Foto: Halloween HJB  

De beslagrechter is een executierechter, geen bodemrechter. Vroeg of laat wordt elke pleiter in het vuur van zijn/haar betoog aan deze evidentie herinnerd. Betwistingen over de materieelrechtelijke positie van de partijen zijn in principe het voorbehouden domein van de bodemrechter. In een belangrijk arrest (C.20.0017.N/3) van 4 september 2020, brengt het Hof van Cassatie echter in herinnering dat de beslagrechter een volwaardig executierechter is, die, precies om zijn rol als executierechter te kunnen vervullen, soms wel als bodemrechter uitspraak doet.

Wat was er (iets vereenvoudigd) aan de hand? De RSZ beschikt over een uitvoerbare titel tegen B. Op grond hiervan legt de RSZ uitvoerend beslag onder derden in handen van C. Het voorwerp van dit beslag is de verkoopprijs die C verschuldigd is aan A wegens de aankoop van een klantenportefeuille. A verzet zich tegen het uitvoerend beslag. Logisch: de RSZ beschikt niet over een uitvoerbare titel jegens haar (wat heb ik te maken met dit beslag?). Niet zo snel, zegt de RSZ: jij (A) bent in het bezit gekomen van de klantenportefeuille als gevolg van een gesimuleerde eigendomsoverdracht met B. De “werkelijk gerechtigde” van de beslagen schuldvordering is B, zodat ik (RSZ) op grond van mijn uitvoerbare titel jegens B wel degelijk beslag kan leggen op hetgeen C (slechts) schijnbaar verschuldigd is aan jou (A).

Het Hof van Beroep te Antwerpen stuurt de RSZ wandelen. Ten eerste beschikt de RSZ niet over een uitvoerbare titel tegen A. Ten tweede raakt het oordeel over de door RSZ aangevoerde simulatie (tussen A en B) de grond van de zaak en is de beslagrechter hiervoor niet bevoegd. Het Hof van Cassatie verbreekt.

Ten eerste wat de noodzaak van een uitvoerbare titel tegen de “in schijn gerechtigde” (A) betreft.

Een uitvoerend beslag onder derden kan enkel ten laste van de schuldenaar en niet van een derde worden gelegd, behoudens in geval van simulatie. Indien aldus de schuldeiser aantoont dat de schuldvordering slechts in schijn aan de derde toebehoort en zijn schuldenaar de ware gerechtigde is, dan is de schuldeiser gerechtigd hierop beslag te leggen, zonder dat hij over een uitvoerbare titel jegens de slechts in schijn gerechtigde van de schuldvordering dient te beschikken.

Ten tweede wat de bevoegdheid van de beslagrechter als bodemrechter betreft.

Uit het vorenstaande volgt dat het de beslagrechter toekomt om in het kader van een uitvoerend beslag als bodemrechter uitspraak te doen over incidentele geschillen met betrekking tot de omvang van het verhaalsrecht van de schuldeiser en die onlosmakelijk verbonden zijn met de tenuitvoerlegging.

Aldus kan de beslagrechter in geval van een uitvoerend beslag als bodemrechter uitspraak doen over het bestaan van simulatie omtrent het eigendomsrecht van de in beslag genomen goederen.

Met dit arrest bevestigt het Hof van Cassatie de rol van de beslagrechter als executierechter in de ware zin van het woord. Incidentele geschillen met betrekking tot de omvang van het verhaalsrecht van de schuldeiser en
die onlosmakelijk verbonden zijn met de tenuitvoerlegging behoren tot de bevoegdheid van de beslagrechter, als bodemrechter.