Voorafbetalingen aanslagjaar 2020

Geschreven door Lexalert

 

Inhoudsopgave

Inleiding

Algemeen

Gemeenschappelijke aanslag op naam van beide echtgenoten

DEEL I. - VOORAFBETALINGEN OM EEN VERMEERDERING TE VERMIJDEN

Hoofdstuk 1. - Wie is onderworpen aan de belastingvermeerdering?

I.    Algemeen 

II.   Uitzondering

Hoofdstuk 2. - Waaruit bestaat de belastingvermeerdering?

I.    Grondbeginselen

II.   Voor vermeerdering vatbare inkomsten

A.  Zelfstandigen

B.  Vennootschappen

III.  Berekening van de vermeerdering

A.  Grondslag van de vermeerdering

B.  Tarief van de vermeerdering 

C.  Berekening van de vermeerdering 

D.  Opmerking 

IV. Voorbeelden

Hoofdstuk 3. - Hoe vermeerdering vermijden?

I.    Principe 

II.   Hoe het bedrag van de voorafbetalingen ramen?

Hoofdstuk 4. - Berekening van de vermeerdering in geval van ontoereikende voorafbetalingen

I.    Algemeen 

II.   Vaststelling van de voordelen verbonden aan de voorafbetalingen 

III.  Voorbeelden 

Hoofdstuk 5. - Bestemming van het teveel aan voorafbetalingen

DEEL II. - VOORAFBETALINGEN DIE RECHT GEVEN OP EEN BONIFICATIE

Hoofdstuk 1. - Wie kan een bonificatie genieten?

Hoofdstuk 2. - Waaruit bestaat de bonificatie?

I.    Regel 

II.   Te storten bedrag

III.  Wanneer storten?

Hoofdstuk 3. - Berekening van de bonificatie

I.    Principe

II.   Voorbeelden 

DEEL III. - PROCEDURE

Hoofdstuk 1. - Hoe vooraf betalen?

I.    Rekeningnummers en termijnen 

II.   Betalen, betaalformulieren, gestructureerde mededeling 

Hoofdstuk 2. – Kan ik een andere bestemming geven aan de verrichte voorafbetalingen?

I.    Welke wijzigingen kunnen worden gevraagd? 

II.   Voorwaarden voor het wijzigen van de oorspronkelijke bestemming

III.  Termijn waarbinnen wijzigingen van bestemming kunnen aangevraagd

worden

Hoofdstuk 3. - Rekeninguittreksel VA 

DEEL IV. - VENNOOTSCHAPPEN - BIJZONDERE GEVALLEN

Hoofdstuk 1. - Principe

Hoofdstuk 2. - Vennootschappen die hun boekhouding anders dan per kalender- jaar voeren

I.    Boekjaar van twaalf maanden

II.   Boekjaar van meer dan twaalf maanden 

Hoofdstuk 3. - Boekjaar van minder dan 12 maanden wegens wijziging van de afsluitingsdatum van het boekjaar, ontbinding of afsluiting van de vereffening

I.    Vennootschappen die hun boekhouding per kalenderjaar voeren 

II.   Vennootschappen die hun boekhouding niet per kalenderjaar voeren

Hoofdstuk 4. - Boekjaar van minder dan 12 maanden wegens aanvang van de beroepswerkzaamheid

I.    Vennootschappen die hun boekhouding per kalenderjaar voeren 

II.   Vennootschappen die hun boekhouding niet per kalenderjaar voeren 

Hoofdstuk 5. - Toepasselijke tarieven en percenten voor bijzondere gevallen 

DEEL V. - BEREKENING VAN DE BELASTING

Hoofdstuk 1. - Personenbelasting

I.    Belastingstelsel

A.  Voorafgaande opmerking 

B.  Individuele aanslagen

C.  Gemeenschappelijke aanslagen

1.   Grondbeginselen 

2.   Slechts één echtgenoot heeft eigen beroepsinkomsten

3.   Beide echtgenoten hebben eigen beroepsinkomsten

II.   Regels voor de berekening van de belasting

A.  Algemeen 

B.  Berekening van de basisbelasting

C.  Berekening van de belasting op de belastingvrije som

1.   Algemeen

2.   Basisbedrag van de belastingvrije som

3.   Toeslagen voor kinderen ten laste 

4.   Belasting op de belastingvrije som 

D.  Vereenvoudigde methode voor de berekening van de totale belasting

1.   Voorafgaande opmerking

2.   Belasting verschuldigd door belastingplichtigen die alleen wor- den belast en door samen belaste echtgenoten wanneer slechts

één echtgenoot beroepsinkomsten verkrijgt

3.   Belasting verschuldigd door samen belaste echtgenoten wan-

neer zij beiden beroepsinkomsten verkrijgen

4.   Vermindering voor kinderen ten laste 

5.   Voorbeeld 

Hoofdstuk 2. - Vennootschapsbelasting  (VenB)  en  belasting  van  niet-inwo- ners/vennootschappen (BNI/ven.)

I.    Voorafgaande opmerking

II.   Belastingtarieven

A.  Vennootschapsbelasting die vermeerdering kan ondergaan

1.   Belastbare inkomsten

2.   Tarief

B.  Belasting van niet-inwoners/vennootschappen 

 

 

INLEIDING

ALGEMEEN

In beginsel wordt de belasting betreffende de beroepsinkomsten van zelfstan- digen, hun meewerkende echtgenoot en bedrijfsleiders, alsook de vennootschapsbelasting en de belasting van niet-inwoners/vennootschappen met een bepaald percentage vermeer- derd.

Die vermeerdering kan evenwel worden vermeden door die belasting op wel- bepaalde tijdstippen vooraf te betalen.

De andere belastingplichtigen (natuurlijke personen) die, om welke reden ook, bij de regularisatie van hun fiscale toestand nog een supplement moeten betalen, kunnen een vermindering (bonificatie) krijgen door dat supplement geheel of gedeeltelijk vooraf te betalen.

Dat geldt ook voor de zelfstandigen, hun meewerkende echtgenoot en bedrijfs- leiders, maar enkel wat het gedeelte van de voorafbetalingen betreft dat het bedrag dat nodig is om de in het eerste lid bedoelde vermeerdering te vermijden, overtreft.

Die materie wordt geregeld door de artikelen 157 tot 168, 175 tot 177, 218,

243, 243/1, 246, eerste lid, 1°, en tweede lid, en 463bis, WIB 92, en de artikelen 64 tot 71,

139, § 3, en 142, § 1, van het Koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 92.

GEMEENSCHAPPELIJKE AANSLAG OP NAAM VAN BEIDE ECHTGENOTEN

Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, worden de ver- meerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan en de bonificatie voor voorafbetaling van de belasting, bij elke "echtgenoot" (gehuwde of wettelijk samenwo- nende) berekend op grond van zijn eigen inkomsten en rekening houdend met de op zijn eigen naam gedane voorafbetalingen (voor de toepassing van die bepaling wordt het deel van de beroepsinkomsten dat wordt toegerekend aan de echtgenoot van wie de beroepsin- komsten minder bedragen dan 30 % van het totale bedrag van de beroepsinkomsten van beide echtgenoten - zie deel V, Hoofdstuk 1, I, C, 1, eerste lid - aangemerkt als een eigen inkomen van de echtgenoot die het toerekent en niet van de echtgenoot aan wie het wordt toegerekend).

Artikel 157, WIB 92, bepaalt evenwel dat wanneer een echtgenoot, die een deel van zijn winst of zijn baten aan de meewerkende echtgenoot toekent met toepassing van artikel 86, WIB 92, meer voorafbetalingen heeft gedaan dan die welke nodig zijn om bij hem de vermeerdering van de belasting te vermijden, het overschot wordt aangewend om de vermeerdering te vermijden bij de meewerkende echtgenoot.

DEEL I. - VOORAFBETALINGEN OM EEN VERMEERDERING TE VERMIJDEN

Hoofdstuk 1. - Wie is onderworpen aan de belastingvermeerdering?

I.    ALGEMEEN

Het betreft:

a)   natuurlijke personen, rijksinwoners en niet-inwoners, die gezamenlijk belastbare be- roepsinkomsten verkrijgen uit een werkzaamheid als:

-     bedrijfsleider;

-     nijveraar, handelaar of landbouwer;

-     beoefenaar van een vrij beroep, ambt, post of andere (zelfstandige) winstgevende bezigheid;

-     meewerkende echtgenoot van een belastingplichtige die beroepsinkomsten ver- krijgt uit een werkzaamheid als nijveraar, handelaar, landbouwer of beoefenaar van een vrij beroep, ambt, post of andere (zelfstandige) winstgevende bezigheid;

b)   rechtspersonen onderworpen aan de vennootschapsbelasting (VenB) (zie de artike- len 179 en 179/1, WIB 92);

c)   rechtspersonen onderworpen aan de belasting van niet-inwoners (BNI/ven.) (zie de ar- tikelen 227, 2° en 227/1, WIB 92).

Die natuurlijke personen en rechtspersonen worden hierna respectievelijk 'zelfstandigen' (zie a hierboven) en 'vennootschappen' (zie b en c hierboven) genoemd.

II.   UITZONDERING

Geen vermeerdering is verschuldigd door zelfstandigen die zich in 2017, 2018 of 2019 voor de eerste maal als zelfstandige in hoofdberoep hebben gevestigd.

Geen vermeerdering is verschuldigd op het gedeelte van de inkomstenbelas- ting (VenB en BNI/ven.) dat overeenkomstig artikel 413/1, WIB 92, gespreid mag worden betaald.

De vennootschappen, die overeenkomstig artikel 15, §§ 1 tot 6, van het Wet- boek van vennootschappen als kleine vennootschap worden aangemerkt, zijn geen ver- meerdering verschuldigd op de belasting die betrekking heeft op de eerste drie boekjaren vanaf hun oprichting (artikel 218, § 2, WIB 92).

Hoofdstuk 2. - Waaruit bestaat de belastingvermeerdering?

I.    GRONDBEGINSELEN

Het gedeelte van de belasting dat betrekking heeft op de sub II hierna be- doelde belastbare inkomsten wordt in principe met een bepaald percentage vermeerderd.

II.   VOOR VERMEERDERING VATBARE INKOMSTEN

A.  Zelfstandigen

De vermeerdering is alleen van toepassing op de belasting die betrekking heeft op het nettobedrag van de bezoldigingen van bedrijfsleiders, van de bezoldigingen van meewerkende echtgenoten en van de winst en baten die in het kader van een zelfstan- dige beroepswerkzaamheid zijn verkregen, met uitzondering van de inkomsten die werkelijk afzonderlijk zijn belast.

B.  Vennootschappen

De vermeerdering is van toepassing op de VenB en op de BNI/ven. die betrek- king heeft op het totaal van de belastbare inkomsten.

Voor het aanslagjaar 2020 zijn aldus belastbaar, de inkomsten die:

-     in 2019 werden behaald of verkregen door vennootschappen die hun boekhouding per kalenderjaar voeren;

-     betrekking hebben op een boekjaar dat in 2020 vóór 31 december is afgesloten, voor de vennootschappen die hun boekhouding anders dan per kalenderjaar voeren.

De vermeerdering is evenwel niet van toepassing op:

-     de afzonderlijke aanslagen (met uitzondering van de afzonderlijke aanslag in geval van ontoereikende bedrijfsleidersbezoldigingen);

-     de VenB die wordt berekend tegen 33,99 % of 29,58 % op het gedeelte van de vrijge- stelde meerwaarden, de vrijgestelde voorzieningen voor risico's en kosten en de inves- teringsreserve, dat belastbaar is geworden;

-     de bijzondere aanslagen met betrekking tot verrichtingen die vóór 01.01.1990 hebben plaatsgegrepen:

-     verdeling van het maatschappelijk vermogen;

-     voordelen van alle aard door vennootschappen in vereffening.

De aandacht wordt erop gevestigd dat de bovenvermelde regels inzake ver- meerdering ook van toepassing zijn op vanaf 01.01.1990 in vereffening gestelde vennoot- schappen.

III.  BEREKENING VAN DE VERMEERDERING

A.  Grondslag van de vermeerdering

Het bedrag dat als grondslag van de vermeerdering dient, is gelijk aan 106 % (102 % voor vennootschappen) van de totale belasting verschuldigd op de inkomsten die voor vermeerdering vatbaar zijn, in voorkomend geval verminderd met de voorheffingen en andere verrekenbare bestanddelen (forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting, belas- tingkredieten, roerende voorheffing, enz.) met betrekking tot diezelfde inkomsten.

B.  Tarief van de vermeerdering

Voor het aanslagjaar 2020 bedraagt het tarief van de vermeerdering 2,25 %.

Voor vennootschappen bedraagt het tarief van de vermeerdering voor het aan- slagjaar 2020 echter 6,75 %.

C.  Berekening van de vermeerdering

Om het bedrag van de in principe verschuldigde globale vermeerdering te ver- krijgen, moet de grondslag van de vermeerdering worden vermenigvuldigd met 2,25 of

6,75 % (zie hierboven).

Bij een natuurlijke persoon wordt de vermeerdering slechts voor 90 % in aan- merking genomen. Dat geldt niet voor vennootschappen.

D.  Opmerking

Geen vermeerdering is verschuldigd indien het bedrag ervan lager is dan

0,5 % van de belasting waarop zij is berekend, of lager is dan 80,00 euro.

Die uitzondering is evenwel niet meer van toepassing voor vennootschappen.

IV. VOORBEELDEN

A.  Voorbeeld 1

-     Vermoede nettowinst voor het jaar 2019 van een belastingplichtige die alleen wordt be- last en geen gezinslasten heeft: 21.000,00 euro.

-     Bedrag van de totale belasting: 4.197,50 euro.

-     Berekeningsbasis van de vermeerdering:

4.197,50 x 106 % =                                                                            4.449,35 euro

-     Berekening van de in principe verschuldigde

globale vermeerdering: 4.449,35 euro x 2,25 % =                                                                               100,11 euro

-     Vermindering met 10 %: 100,11 euro x 10 % =      - 10,01 euro

-     Werkelijk verschuldigde vermeerdering:      90,10 euro

B.  Voorbeeld 2

-     Nettowinst van een vennootschap waarvan het boekjaar samenvalt met het kalender- jaar 2019 en die niet is uitgesloten van het verminderd tarief: 150.000,00 euro.

-     Bedrag van de VenB (met inbegrip van de aanvullende crisisbijdrage (ACB)) vóór ver- rekening van voorheffingen: 35.190,00 euro.

-     Bedrag van de VenB na verrekening van 12.000,00 euro voorheffingen: 23.190,00 euro.

-     In  principe  verschuldigde  globale  vermeerdering:  23.190,00 euro  x  6,75  %  =

1.565,33 euro.

Hoofdstuk 3. - Hoe vermeerdering vermijden?

I.    PRINCIPE

Om een belastingvermeerdering te vermijden moeten de betrokken belasting- plichtigen de belasting voorafbetalen die betrekking heeft op de inkomsten die vatbaar zijn voor vermeerdering.

II.   HOE HET BEDRAG VAN DE VOORAFBETALINGEN RAMEN?

De zelfstandigen en de vennootschappen waarvan het boekjaar samenvalt met het kalenderjaar (1), kunnen de voor het jaar 2019 uit te voeren voorafbetalingen als volgt ramen:

1°  het bedrag ramen van de inkomsten waarop de belasting voor vermeerdering vatbaar is;

2°  bij benadering de totale belasting bepalen die zou verschuldigd zijn op het in 1° be- doelde bedrag (de in Deel V hierna vermelde gegevens maken het mogelijk het bedrag van die belasting bij benadering te berekenen);

3°  bij zelfstandigen die belasting vermenigvuldigen met 106/100, terwijl bij vennootschap- pen die belasting met 102/100 te vermenigvuldigen is;

4°  in voorkomend geval de erop betrekking hebbende verrekenbare voorheffingen en be- standdelen aftrekken (in principe is het verkregen resultaat het bedrag dat moet worden voorafbetaald);

        5°  het aldus bepaalde jaarbedrag van de belasting delen door vier;

        6°  het verkregen quotiënt bij voorkeur op het tiental euro afronden;

        7°  dat afgeronde bedrag ieder kwartaal storten.

Het staat de belastingplichtige echter vrij een andere verdeling voor zijn stor- tingen te kiezen.

Zo kan de belastingplichtige naar eigen goeddunken reeds voor het eerste kwartaal een hoger bedrag betalen dan één vierde van het vermoede jaarbedrag van zijn belasting, dat om onmiddellijk het hoogste voordeel te vervangen door: (3,00 % of 9 % van de werkelijk betaalde som, al naargelang het geval – zie ook Hoofdstuk 4 hierna) te kunnen genieten. Daarna kan hij nog altijd, als dat nodig blijkt, de ene of andere storting aanpassen.

Ook kan de belastingplichtige die, om een of andere reden, voor het eerste kwartaal bijvoorbeeld niet genoeg zou hebben gestort, dit nog verhelpen bij zijn eerstvol- gende storting, om zo de belastingvermeerdering te beperken die hij zou ondergaan als hij zijn stortingen niet zou aanvullen naarmate hij vaststelt dat zijn oorspronkelijke vooruitzich- ten terzake worden overtroffen.

Hoe dan ook, de belastingplichtige heeft er alle belang bij om, volgens een zorgvuldig gekozen driemaandelijkse verdeling, een totaal bedrag te betalen dat het bedrag van de uiteindelijk verschuldigde belasting benadert, om op een zo klein mogelijk bedrag een vermeerdering te moeten betalen.

III.  WANNEER STORTEN?

Voor het aanslagjaar 2020 moeten de voorafbetalingen plaatsvinden:

-     voor het eerste kwartaal: uiterlijk op 10 april 2019;

-     voor het tweede kwartaal: uiterlijk op 10 juli 2019;

-     voor het derde kwartaal: uiterlijk op 10 oktober 2019;

-     voor het vierde kwartaal: uiterlijk op 20 december 2019.

Afgekort worden die vier stortingen respectievelijk aangeduid als VA 1, VA 2, VA 3 en VA 4.

Hoofdstuk 4. - Berekening van de vermeerdering in geval van ontoereikende voorafbetalingen

I.    ALGEMEEN

De in principe verschuldigde globale vermeerdering wordt in dit geval vermin- derd met het totale bedrag van de voordelen verbonden aan de gedane voorafbetalingen.

Wat de natuurlijke personen betreft, wordt het saldo echter slechts voor 90 % in aanmerking genomen.

II.   VASTSTELLING VAN DE VOORDELEN VERBONDEN AAN DE VOORAFBETALIN- GEN

Voor het aanslagjaar 2020 is het bedrag van die voordelen gelijk aan de som van de volgende producten:

a) bedrag van VA 1 x 3,00 %;

b) bedrag van VA 2 x 2,50 %;

c) bedrag van VA 3 x 2,00 %;

d) bedrag van VA 4 x 1,50 %.

Voor vennootschappen is voor het aanslagjaar 2020 het bedrag van die voor- delen evenwel gelijk aan de som van de volgende producten:

a)   bedrag van VA 1 x 9,00 %;

b)   bedrag van VA 2 x 7,50 %;

c)   bedrag van VA 3 x 6,00 %;

d)   bedrag van VA 4 x 4,50 %.

Er wordt opgemerkt dat het gemiddelde van de voormelde percenten overeen- stemt met het tarief van de vermeerdering (2,25 of 6,75 %, al naargelang het geval – zie hierboven).

Wat vennootschappen betreft zijn de hierboven vermelde tarieven van toepas- sing op alle belastingplichtigen waarvoor de voorafbetalingen over vier kwartalen zijn ge- spreid (zie hoofdstuk 3 hierboven), namelijk:

   -     vennootschappen waarvoor het boekjaar samenvalt met het kalenderjaar;

-     vennootschappen waarvan de inkomsten blijken uit een boekhouding anders dan per kalenderjaar gehouden en waarvoor het boekjaar een periode dekt gelijk aan of groter dan twaalf maanden (zie Deel IV, Hoofdstuk 2);

-     de vennootschappen waarvan in de loop van het laatste kwartaal van het jaar of boek- jaar, de afsluitingsdatum van het boekjaar wordt gewijzigd, tot ontbinding wordt overge- gaan of de vereffening wordt afgesloten (zie Deel IV, Hoofdstuk 3);

-     vennootschappen die hun beroepswerkzaamheid beginnen in de loop van het eerste kwartaal van het jaar of van het boekjaar (zie Deel IV, Hoofdstuk 4).

 

III.  VOORBEELDEN

Voorbeeld 1

-     Vermoed bedrag van de door een zelfstandige op zijn inkomsten van het jaar 2019 ver- schuldigde totale belasting: 25.000,00 euro.

-     Gedane voorafbetalingen:

-     VA 1: 100,00 euro;

-     VA 2:    50,00 euro;

-     VA 3:    50,00 euro;

-     VA 4:    50,00 euro.

-     Berekening van de werkelijk verschuldigde vermeerdering:

-     Grondslag van de vermeerdering:

25.000,00 euro x 106 % = 26.500,00 euro

-     Principieel verschuldigde globale vermeerdering:

26.500,00 euro x 2,25 % =                                                                         596,25 euro

-     Voordelen wegens gedane VA:

-       VA 1: 100,00 euro x 3,00 % = 3,00 euro

-       VA 2:    50,00 euro x 2,50 % = 1,25 euro

-       VA 3:    50,00 euro x 2,00 % = 1,00 euro

-       VA 4:    50,00 euro x 1,50% = 0,75 euro

- 6,00 euro

-     Positief verschil:      590,25 euro

-     Vermindering met 10 %: 590,25 euro x 10 % =      - 59,03 euro

-     Werkelijk verschuldigde vermeerdering:      531,22 euro

Voorbeeld 2

-     Vermoed bedrag van de door een zelfstandige op zijn inkomsten van het jaar 2019 ver- schuldigde totale belasting: 17.000,00 euro.

-     Gedane voorafbetalingen:

-     VA 1:    4.000,00 euro;

-     VA 2:    3.250,00 euro;

- VA 3: 3.250,00 euro; VA 4: 3.250,00 euro.

 

-     Berekening van de werkelijk verschuldigde vermeerdering:

-     Grondslag van de vermeerdering:

17.000,00 euro x 106 % = 18.020,00 euro.

-     Principieel verschuldigde globale vermeerdering:

18.020,00 euro x 2,25 % =                                                                         405,45 euro

-     Voordelen wegens gedane VA:

-     VA 1: 4.000,00 euro x 3,00 % =                  120,00 euro

-     VA 2: 3.250,00 euro x 2,50 % =                    81,25 euro

-     VA 3: 3.250,00 euro x 2,00 % =                    65,00 euro

-     VA 4:  3.250,00 euro x 1,50 % =                   48,75 euro

- 315,00 euro

-     Positief verschil:      90,45 euro

-     Vermindering met 10 %: 90,45 euro x 10 % =      - 9,05 euro

-     Verschil:      81,40 euro

Daar dit verschil (81,40 euro) kleiner is dan 0,50 % van de grondslag van de ver- meerdering (18.020,00 euro x 0,50 % = 90,10 euro), moet het tot nul worden terug- gebracht.

-     Werkelijk verschuldigde vermeerdering: nihil.

Voorbeeld 3

Stopzetting van de beroepswerkzaamheid op 15 oktober 2019.

-     Netto-inkomsten als zelfstandige van 01.01.2019 tot 15.10.2019: 18.000,00 euro.

-     Belastingplichtige die alleen wordt belast.

-     Personen ten laste: 0.

-     Belasting dienende tot grondslag voor de berekening van de vermeerdering:

2.997,50 euro x 106 % = 3.177,35 euro

-     Gedane voorafbetaling:

-     VA 4: 50,00 euro.

 

-     Berekening van de werkelijk verschuldigde vermeerdering:

-     Principieel verschuldigde globale vermeerdering:

3.177,35 euro x 2,25 % =                                                                           71,49 euro

-     Voordelen wegens gedane VA:

VA 4: 50,00 euro x 1,50 % =                                                                                  - 0,75 euro

-     Positief verschil:      70,74 euro

-     Vermindering met 10 %: 70,74 euro x 10 % =      - 7,07 euro

-     Verschil:      63,67 euro

-     Aangezien dit verschil kleiner is dan 80,00 euro moet het tot nul worden terugge- bracht.

-     Werkelijk verschuldigde vermeerdering: nihil.

Voorbeeld 4

-     Vennootschap waarvan het boekjaar samenvalt met het kalenderjaar 2019 en die niet is uitgesloten van het verminderd tarief.

-     Nettowinst: 270.000,00 euro.

-     Verrichte voorafbetalingen:

-     op 10.04.2019: (VA 1) nihil;

-     op 10.07.2019: (VA 2) 2.000,00 euro;

-     op 10.10.2019: (VA 3) 5.000,00 euro;

-     op 20.12.2019: (VA 4) nihil.

-     Bedrag van de VenB vóór verrekening van voorheffingen, verhoogd met de ACB:

69.300,00 euro x 102 % = 70.686 euro.

-     Verrekenbare voorheffingen: 10.000,00 euro.

-     Bedrag van de VenB (na verrekening van voorheffingen): 60.686,00 euro.

-     Berekening van de werkelijk verschuldigde vermeerdering:

-     In principe verschuldigde globale vermeerdering:

60.686,00 euro x 6,75 % =                                                                           4.096,31 euro over te brengen:                                                                           4.096,31 euro

 

overgebracht:                                                                            4.096,31 euro

-     Voordelen wegens gedane VA:

VA 2: 2.000,00 euro X 7,50 %     =              150,00 euro

VA 3: 5.000,00 euro X 6,00 %     =              300,00 euro

- 450,00 euro

-     Werkelijk verschuldigde vermeerdering:      3.646,31 euro

Voorbeeld 5

-     Vennootschap  waarvan  het  boekjaar  loopt  over  de  periode  van  01.07.2019  tot

30.06.2020.

-     Nettowinst: 600.000,00 euro.

-     Verrichte voorafbetalingen:

-     op 10.10.2019 (VA 1):   5.000,00 euro;

-     op 10.01.2020 (VA 2):   5.000,00 euro;

-     op 10.04.2020 (VA 3):   5.000,00 euro;

-     op 20.06.2020 (VA 4):   5.000,00 euro.

-     Bedrag van de VenB (met inbegrip van de ACB) vóór verrekening van voorheffingen:

177.480,00 euro.

-     Verrekenbare voorheffingen: 1.000,00 euro.

-     Bedrag van de VenB (na verrekening van voorheffingen): 176.480,00 euro.

-     Berekening van de werkelijk verschuldigde vermeerdering:

-     In principe verschuldigde globale vermeerdering:

176.480,00 euro x 6,75 % =                                                                    11.912,40 euro

-     Voordelen wegens gedane VA:

VA 1: 5.000,00 euro x 9,00 %

=

450,00 euro

 

VA 2: 5.000,00 euro x 7,50 %

VA 3: 5.000,00 euro x 6,00 % VA 4: 5.000,00 euro x 4,50 %

=

=

=

375,00 euro

300,00 euro

225,00 euro

 
     

- 1.350,00 euro

-     Werkelijk verschuldigde vermeerdering:      10.562,40 euro

Hoofdstuk 5. - Bestemming van het teveel aan voorafbetalingen

Voor zelfstandigen kan het gedeelte van de voorafbetalingen dat niet nodig is om belastingvermeerdering te vermijden, bij de belastingplichtige zelf en, in voorkomend geval, bij de meewerkende echtgenoot aan wie een deel van de winst of van de baten wordt toegekend met toepassing van artikel 86, WIB 92, aanleiding geven tot een bonificatie (zie Deel II). De oudste stortingen worden bij voorrang aangewend om vermeerdering te vermij- den.

In ieder geval wordt, voor alle belastingplichtigen, het overschot van de voor- afbetalingen dat niet op de belasting is aangerekend, terugbetaald.

Volg op 15 januari 2021 van 12:30 uur tot 13:30 uur het online seminar Up-to-date - Fiscaliteit, boekhouding en vennootschap (JAN 2021) met Roel VAN HEMELEN

DEEL II. - VOORAFBETALINGEN DIE RECHT GEVEN OP EEN BONIFICATIE

Hoofdstuk 1. - Wie kan een bonificatie genieten?

Een bonificatie kan worden verleend aan alle natuurlijke personen die, na af- trek van de voorheffingen en andere verrekenbare bestanddelen, nog belasting op hun in- komsten verschuldigd zijn.

Opgemerkt wordt dat beginnende zelfstandigen die niet aan de in Deel I be- doelde belastingvermeerdering onderworpen zijn (zie Hoofdstuk 1, II, eerste lid), eveneens die bonificatie kunnen genieten.

Hoofdstuk 2. - Waaruit bestaat de bonificatie?

I.    REGEL

Een belastingvermindering of bonificatie wordt verleend aan de natuurlijke per- sonen die de tot 106% verhoogde totale belasting, verminderd met de voorheffingen en de andere verrekenbare bestanddelen, waaronder de voorafbetalingen die nodig zijn om de in Deel I bedoelde belastingvermeerdering te vermijden, bij wijze van voorafbetaling voldoen.

Indien hun belastbare inkomsten, inkomsten met vermeerdering omvatten, worden de voorafbetalingen (te beginnen met de oudste) bij voorrang aangewend om die vermeerdering te vermijden; slechts het saldo kan in aanmerking genomen worden voor het verlenen van een eventuele bonificatie.

II.   TE STORTEN BEDRAG

Uiteraard staat het de belastingplichtige vrij de bedragen te bepalen die hij wenst vooraf te betalen.

Het is evenwel aangeraden ieder kwartaal één vierde van het vermoede belastingsupplement te storten.

 

III.  WANNEER STORTEN?

Voor aanslagjaar 2020 moeten de voorafbetalingen geschieden:

-     voor het eerste kwartaal: uiterlijk op 10 april 2019;

-     voor het tweede kwartaal: uiterlijk op 10 juli 2019;

-     voor het derde kwartaal: uiterlijk op 10 oktober 2019;

-     voor het vierde kwartaal: uiterlijk op 20 december 2019.

Deze vier stortingen worden verder respectievelijk als VA 1, VA 2, VA 3 en VA 4 aangeduid.

Hoofdstuk 3. - Berekening van de bonificatie

I.    PRINCIPE

Het bedrag van de bonificatie is voor aanslagjaar 2020 gelijk aan de som van de volgende producten:

a) bedrag van VA 1 x 1,50 %;

b) bedrag van VA 2 x 1,25 %;

c) bedrag van VA 3 x 1,00 %;

d) bedrag van VA 4 x 0,75 %.

 

II.   VOORBEELDEN

Voorbeeld 1

-     De totale belasting verschuldigd door een bediende op zijn inkomsten van 2019 be- draagt 2.500,00 euro.

-     Verrekenbare bedrijfsvoorheffing: 1.750,00 euro.

-     Gedane voorafbetalingen :

-     VA 1:    175,00 euro;

-     VA 2:    175,00 euro;

-     VA 3:    175,00 euro;

-     VA 4:    175,00 euro;

-     Totaal: 700,00 euro.

-     Maximumbelasting die aanleiding kan geven tot bonificatie:

-     2.500,00 euro x 106 %:      2.650,00 euro

-     Voorheffing:      - 1.750,00 euro

-     Verschil:      900,00 euro

Daar  het  belastingsupplement  groter  is  dan  de  gedane  voorafbetalingen

(700,00 euro), geven deze laatste voor hun totale bedrag recht op bonificatie.

-     Bonificatie:

-     VA 1: 175,00 euro x 1,50 %

=

2,63 euro

-     VA 2: 175,00 euro x 1,25 %

=

2,19 euro

-     VA 3: 175,00 euro x 1,00 %

=

1,75 euro

-     VA 4: 175,00 euro x 0,75 %

-     Bedrag van de bonificatie:

=

1,31 euro

7,88 euro

-     Te betalen belasting (1):

900,00 euro – 700,00 euro - 7,88 euro = 192,12 euro.

 

Voorbeeld 2

-     De totale belasting verschuldigd door een ambtenaar op zijn inkomsten van 2019 be- draagt 3.750,00 euro.

-     Verrekenbare bedrijfsvoorheffing : 2.900,00 euro.

-     Gedane voorafbetalingen:

- VA 1: 500,00 euro;

- VA 2: 250,00 euro;

- VA 3: 250,00 euro;

- VA 4: 250,00 euro;

-     Totaal: 1.250,00 euro.

-     Maximumbelasting die aanleiding kan geven tot bonificatie:

-     3.750,00 euro x 106 %:      3.975,00 euro

-     Voorheffing:      - 2.900,00 euro

-     Verschil:      1.075,00 euro

Van de 1.250,00 euro gestorte VA geven er slechts 1.075,00 euro (= bedrag van het belastingsupplement) recht op bonificatie.

-     Bonificatie:

-     VA 1: 500,00 euro x 1,50 %

=

7,50 euro

-     VA 2: 250,00 euro x 1,25 %

=

3,13 euro

-     VA 3: 250,00 euro x 1,00 %

=

2,50 euro

-     VA 4:  75,00 euro x 0,75 %

-     Bedrag van de bonificatie:

=

0,56 euro

13,69 euro

-     Te verlenen terugbetaling (1):

1.075,00 euro - 1.250,00 euro - 13,69 euro = - 188,69 euro.

 

Voorbeeld 3

-     Een handelaar die naast een zelfstandige activiteit ook een bezoldigde werkzaamheid uitoefent, is gehuwd met een vrouw die geen eigen inkomsten heeft. De totale belasting verschuldigd op hun inkomsten van 2019 bedraagt 12.400,00 euro.

-     Op de inkomsten vatbaar voor vermeerdering, afzonderlijk beschouwd, bedraagt de to- tale belasting: 5.000,00 euro.

-     Verrekenbare bedrijfsvoorheffing op de bezoldiging: 2.000,00 euro.

-     Door de man gedane voorafbetalingen:

-     VA 1: 1.750,00 euro;

-     VA 2: 1.750,00 euro;

-     VA 3: 1.750,00 euro;

-     VA 4: 1.750,00 euro;

-     Totaal:    7.000,00 euro.

1.   Berekening van de vermeerdering (zie Hoofdstuk 2 van Deel I):

-     totale belasting op de inkomsten vatbaar voor vermeerdering: 5.000,00 euro.

-     grondslag van de vermeerdering:

5.000,00 euro x 106 % = 5.300,00 euro.

-     globale vermeerdering: 5.300,00 euro x 2,25 % =      119,25 euro

-     voordeel VA 1: 1.750,00 euro x 3,00 % =      - 52,50 euro

-     verschil:      66,75 euro

-     voordeel VA 2: 1.750,00 euro x 2,50 % =      - 43,75 euro

-     verschil:      23,00 euro

-     voordeel VA 3: (23,00 euro x 100) x 2,00 % =

2

1.150,00 euro x 2,00 % =                                                                                  - 23,00 euro

-     verschil:      0,00 euro

-     totaal  van  de  voorafbetalingen  nodig  om  de  vermeerdering  te  vermijden:

1.750,00 euro + 1.750,00 euro + 1.150,00 euro = 4.650,00 euro.

 

2.   Berekening van de bonificatie:

-     totale belasting: 12.400,00 euro.

-     maximumbelasting die aanleiding kan geven tot een bonificatie:

-     12.400,00 euro x 106 % =      13.144,00 euro

-     voorheffing:      - 2.000,00 euro

-     voorafbetalingen aangewend om de

vermeerdering te vermijden:                                                                            - 4.650,00 euro

-     verschil:      6.494,00 euro

-     voorafbetalingen die recht geven op bonificatie:

7.000,00 euro - 4.650,00 euro = 2.350,00 euro

-     berekening van de bonificatie:

-     VA 3 (saldo): 600,00 euro x 1,00 % =      6,00 euro

-     VA 4: 1.750,00 euro x 0,75 % =      13,13 euro

-     bedrag van de bonificatie:      19,13 euro

3.

Te betalen belasting:

12.400,00 euro

 

Totale belasting:

 

-     voorheffing:

- 2.000,00 euro

 

-     VA:

- 7.000,00 euro

 

-     bonificatie VA:

-    19,13 euro

 

Saldo:

3.380,87 euro

 

Gemeentebelasting: 12.400,00 euro x 7 % =

  868,00 euro

 

Te betalen belasting:

4.248,87 euro

 

DEEL III. - PROCEDURE

Hoofdstuk 1. - Hoe vooraf betalen?

I.    REKENINGNUMMERS EN TERMIJNEN

De voorafbetalingen bestemd voor het aanslagjaar 2020 (inkomsten van

2019) moeten zowel voor ondernemingen, zelfstandigen en particulieren worden uitgevoerd op een  nieuw rekeningnummer:  BE61 6792 0022 9117 van het Inningscentrum – Dienst Voorafbetalingen, Koning Albert II laan 33, bus 42, 1030 SCHAARBEEK.

Er geldt een overgangsmaatregel voor ondernemingen wiens boekjaar niet samenvalt met een kalenderjaar en dus niet op 31/12/2018 afgesloten werd en waar- voor  de  resterende  vervaldagen  VA  –  aanslagjaar  2019  (inkomsten  2018)  zich  ná

31/12/2018 situeren. De betalingen die deze ondernemingen, ná 31/12, maar nog steeds voor het aanslagjaar 2019 uitvoeren moeten blijvend worden gestort op het bestaande re- keningnummer: BE20 6792 0023 3056 (BIC: PCHQ BEBB) van de Dienst Voorafbetalingen

– vennootschappen. Pas wanneer deze vennootschappen starten met hun eerste betaling voor het aanslagjaar 2020, moeten ze gebruik maken van het nieuwe rekeningnummer.

Er kunnen steeds een paar werkdagen verlopen tussen de betalingsopdracht en de uitvoering ervan. Wacht daarom niet tot de vervaldag om de betaling te verrichten.

OPGELET

De betalingen die na de vervaldatum bij het Inningscentrum – Dienst Vooraf- betalingen toekomen, worden automatisch voor de volgende periode geboekt.

II.   BETALEN, BETAALFORMULIEREN, GESTRUCTUREERDE MEDEDELING

Uw betaling wordt gekoppeld aan een 'rekening voorafbetaling' op basis van hetgeen in de zone mededeling van uw betaling is vermeld. Met de gepaste gestructureerde mededeling gebeurt dit correct en automatisch.

 

A.  U deed al voorafbetalingen?

Het Inningscentrum – Dienst Voorafbetalingen zal u spontaan een nieuwe betaaluitnodiging toesturen

Het toegevoegde overschrijvingsformulier vermeldt uw naam of benaming van uw vennootschap en in de gestructureerde mededeling is uw KBO-nummer (onderneming, zelfstandige), uw nationaal nummer (natuurlijk persoon, niet zelfstandige) of uw bisnummer (natuurlijk persoon zonder woonplaats in België) verwerkt. Het betaalformulier bevat tevens de correcte bankrekening van het Inningscentrum – Dienst Voorafbetalingen.

Maak van dit formulier uitsluitend gebruik voor uzelf, zijnde de persoon of onderneming die op het formulier vooraf is ingevuld.

Als u betaalt via elektronische weg, neem dan nauwkeurig de gestructu- reerde mededeling over.

Als u de betaling door een derde - bijvoorbeeld door een bank in het kader van een financieringscontract -  laat uitvoeren, zorg er voor dat deze derde eveneens de gestructureerde mededeling gebruikt.

Let wel!

Indien u gedurende een jaar geen voorafbetalingen doet, zal u geen be- taaluitnodiging meer ontvangen. U kan steeds de voorafbetaling hervatten met uw gestructureerde mededeling.

B.  U doet voor het eerst een voorafbetaling

-     U bent een natuurlijk persoon en u beschikt over een KBO-nummer als BTW-plich- tige  of als werkgever:

Betaal dan bij voorkeur via een bankrekening die op uw naam staat.

Zet het KBO-nummer in de zone mededeling. Via onze internetsite kan u de gestructu- reerde mededeling berekenen. Gebruik bij voorkeur deze mededeling (1).

Betaal op rekening: IBAN: BE61 6792 0022 9117 en BIC: PCHQ BEBB van het

'Inningscentrum – Dienst Voorafbetalingen'.

(1)     http://minfin.fgov.be/portail2/nl/themes/declaration/prepay-app.htm.

 

-     U bent een natuurlijk persoon maar beschikt niet over een KBO-nummer:

Betaal dan bij voorkeur via een bankrekening die op uw naam staat.

Zet in de zone mededeling uw nationaal nummer (11 posities) dat u kan terugvinden op uw identiteitskaart, of uw bisnummer. Voeg buiten dit nummer géén andere meldingen toe in de mededeling.

Als u, uitzonderlijk, geen nationaal nummer of bisnummer hebt, vermeld in de medede- ling 'NIEUW' gevolgd door uw geboortedatum onder vorm JAAR in vier posities, MAAND in twee posities, DAG in twee posities (vb. NIEUW 1991.02.11).

Betaal op rekening: IBAN: BE61 6792 0022 9117 en BIC: PCHQ BEBB van het

'Inningscentrum – Dienst Voorafbetalingen'.

-     U bent een rechtspersoon; dan beschikt u steeds over een KBO-nummer:

Betaal dan bij voorkeur via een bankrekening die op naam van de rechtspersoon staat.

Zet het KBO-nummer in de zone vrije mededeling ofwel kan U via onze internetsite de gestructureerde mededeling berekenen. Gebruik bij voorkeur deze laatste mededeling (1).

Betaal op rekening IBAN: BE61 6792 0022 9117 en BIC: PCHQ BEBB van het

' Inningscentrum – Dienst Voorafbetalingen'.

Opgelet: overgangsmaatregel: zie rubriek I: REKENINGNUMMERS EN TERMIJNEN Elke andere werkwijze brengt een aanzienlijk risico van fouten en vertragingen met zich mee in de verwerking van de gedane betalingen.

Als u de betaling door een derde laat uitvoeren, dient deze dezelfde regels te volgen. Als u over een ondernemingsnummer beschikt, zorg dat deze derde uw onderne- mingsnummer kent. Hiermee zal deze derde zelf de gestructureerde mededeling kunnen aanmaken.

(1) http://minfin.fgov.be/portail2/nl/themes/declaration/prepay-app.htm.

 

Belangrijke opmerkingen

1.   Wat betreft de particulieren (gehuwden of wettelijke samenwonenden) die voor wat de inkomstenbelasting gezamenlijk zullen worden belast, moet elke partner voor eigen re- kening de voorafbetalingen storten die hij/zij nodig acht, om de belastingvermindering te vermijden of om van de overeenkomstige bonificatie te kunnen genieten (zie bladzijde

1, gemeenschappelijke aanslag op naam van beide partners/echtgenoten).

2.   De belastingschuldige die een aanslagbiljet ontvangt dat een fiscale terugbetaling aankondigt, kan deze terugbetaling in aanmerking doen nemen als voorafbetaling voor het volgende belastbare tijdperk. Daartoe dient hij, per brief of per e-mail, een verzoek te richten aan het infocenter vermeld op het aanslagbiljet. Het verzoek moet worden gedaan vóór de daadwerkelijke vereffening van de terugbetaling. De Dienst der Vooraf- betalingen zal de belastingschuldige inlichten over het gevolg dat aan zijn verzoek wordt gegeven en over de te volgen praktische werkwijze.

Hoofdstuk 2. – Kan ik een andere bestemming geven aan de verrichte Voorafbetalingen?

Ja dit kan zeker maar met zekere beperkingen en onder bepaalde voorwaarden:

I.    WELKE WIJZIGINGEN KUNNEN WORDEN GEVRAAGD?

1°  De belastingplichtigen op wiens naam de voorafbetalingen worden geboekt, kunnen vragen dat de gestorte bedragen, geheel of ten dele, worden:

-     terugbetaald;

-     overgeschreven ter aanzuivering van een schuld;

-     overgedragen naar het volgende belastbare tijdperk.

2°  Derden kunnen om rechtzetting verzoeken, zo nodig door terugbetaling, van de ma- teriële vergissingen die begaan zijn bij het uitvoeren van stortingen of overschrijvingen voor rekening van de belastingplichtige.

II.   VOORWAARDEN VOOR HET WIJZIGEN VAN DE OORSPRONKELIJKE BESTEM- MING

1°  De betaling mag nog niet verrekend zijn met de inkomstenbelasting verschuldigd door de belastingplichtige.

2°  Aanvragen tot wijziging van de bestemming van de gedane voorafbetalingen moeten via de toepassing ꞌMyMinfinꞌ ingediend worden.

 

Uitzonderlijk kan per brief (North Galaxy, Toren A – Koning Albert II laan 33, bus 42 –

1030 Brussel of per e-mail (ontv.voorafbetalingen [at] minfin.fed.be) aan het ꞌInningscen- trum – Dienst Voorafbetalingenꞌ worden gericht.

Belangrijke opmerking

Wanneer een belastingplichtige om de teruggave van een voorafbetaling ver- zoekt, mag de terug te betalen som, overeenkomstig artikel 334 van de Programmawet van

27.12.2004, zoals gewijzigd door art. 194 van de Programmawet van 27.12.2004, zonder formaliteit en naar keuze van de bevoegde ambtenaar op alle schulden worden aangewend.

III.  TERMIJN WAARBINNEN WIJZIGINGEN VAN BESTEMMING KUNNEN  AANGE- VRAAGD WORDEN

BELANGRIJKE WIJZIGING !!!

De aanvraag (zie Hoofdstuk2, I.) om rechtzetting moet uiterlijk op de  laatste dag van de derde maand die volgt op het belastbare tijdperk waarop de stortingen of de overschrijvingen betrekking hebben bij het 'Inningscentrum – Dienst Voorafbetalingen' toe- komen.

Hoofdstuk 3. – Rekeninguittreksel VA

Afschaffing van de papieren rekeninguittreksels van de gedane voorafbetalingen

De papieren rekeninguittreksels – voorafbetalingen verloren door de jaren heen hun oor- spronkelijk nut. Vanaf maart 2019 zullen de belastingplichtigen op elk moment de geactua- liseerde toestand van de door hen gedane voorafbetalingen kunnen consulteren via My Min- fin. De jaarlijkse toezending van de papieren rekeninguittreksels verliest hierdoor ieder nut en zal dus ook niet langer gebeuren, behoudens voor diegenen zonder toegang tot het di- gitale kanaal. Deze personen kunnen, tot het bekomen van een rekeninguittreksel, een schriftelijke aanvraag richten aan het adres van het Inningscentrum – Dienst Voorafbetalin- gen.

North Galaxy, Toren A

Koning Albert II laan 33, bus 42

1030 Brussel

►Lees ook: Meer tijd om btw te recupereren voor niet-EU onderneming?

 

DEEL IV. - VENNOOTSCHAPPEN - BIJZONDERE GEVALLEN

Hoofdstuk 1. - Principe

Wanneer het boekjaar waarin de inkomsten van vennootschappen worden be- haald niet volledig samenvalt met het kalenderjaar is het principe van de voorafbetaling per trimester eveneens toepasselijk in de hierna volgende bijzondere gevallen, met dien ver- stande dat moet rekening worden gehouden met de volgende bijzonderheden:

1.   indien het boekjaar:

-     niet aanvangt op de eerste dag van een maand, wordt die maand niet meegeteld;

-     niet eindigt op de laatste dag van een maand, wordt die maand voor een volle ge- teld;

2.   een begonnen kwartaal wordt voor een vol kwartaal geteld.

Beide bepalingen moeten worden samengenomen, d.w.z. dat een bepaald kwartaal slechts volledig wordt geteld indien het ten minste één vol geachte maand bevat.

Hoofdstuk 2. - Vennootschappen die hun boekhouding anders dan per kalenderjaar voeren

I.    BOEKJAAR VAN TWAALF MAANDEN

Er moeten vier voorafbetalingen worden gedaan, telkens ten belope van een vierde van het totale bedrag van de belasting.

De betalingen moeten worden gedaan uiterlijk de tiende dag van de vierde, de zevende en de tiende maand, en de twintigste dag van de laatste maand van het boekjaar (1).

Voorbeeld

Vennootschap waarvan het boekjaar loopt van 01.07.2019 tot 30.06.2020 of van 16.06.2019 tot 15.06.2020.

(1)     Wanneer de vervaldatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag valt, wordt die auto- matisch naar de eerstvolgende werkdag verschoven.

De vier VA betreffende het aanslagjaar 2020 moeten uiterlijk op volgende data worden gedaan:

-     VA 1: op 10.10.2019;

-     VA 2: op 10.01.2020;

-     VA 3: op 10.04.2020;

-     VA 4: op 22.06.2020.

II.   BOEKJAAR VAN MEER DAN TWAALF MAANDEN

In dat geval, moet de belasting eveneens betaald worden door middel van vier voorafbetalingen, ten bedrage van telkens een vierde van die belasting.

De uiterste data voor de betaling worden bepaald alsof de winst zou behaald zijn tijdens de laatste twaalf maanden van het boekjaar. De toe te passen regel is dus, vol- gens het geval, de algemene regel (zie Deel I) of de regel bedoeld in Titel I hiervoor.

Voorbeeld 1

Vennootschap waarvan het boekjaar loopt van 01.11.2018 tot 31.12.2019.

De vier VA betreffende het aanslagjaar 2020 moeten uiterlijk op de volgende data worden gedaan:

-     VA 1: op 10.04.2019;

-     VA 2: op 10.07.2019;

-     VA 3: op 10.10.2019;

-     VA 4: op 20.12.2019.

Voorbeeld 2

Vennootschap waarvan het boekjaar loopt van 12.08.2019 tot 31.10.2020.

De vier VA betreffende het aanslagjaar 2020 moeten uiterlijk op de volgende data worden gedaan:

-     VA 1: op 10.02.2020;

-     VA 2: op 11.05.2020;

-     VA 3: op 10.08.2020;

-     VA 4: op 20.10.2020.

Hoofdstuk 3. - Boekjaar van minder dan 12 maanden wegens wijziging van de afsluitingsdatum van het boekjaar, ontbinding of afsluiting van de vereffening

I.    VENNOOTSCHAPPEN DIE HUN BOEKHOUDING PER KALENDERJAAR VOEREN

De toe te passen regel varieert volgens het kwartaal waarin de wijziging van de afsluitingsdatum van het boekjaar, de ontbinding of de afsluiting van de vereffening plaatsheeft.

Om praktische redenen worden de verschillende mogelijkheden evenals de regel die er op van toepassing is, hierna in tabelvorm weergegeven.

Kwartaal waarin het boekjaar afsluit

 

Te volgen regel

 

Aantal uit te voeren voor- afbetalingen

Te betalen gedeelte van de totale belasting en uiterste betalingsdatum

Eerste

een

 

Totaal bedrag op 10 april

Tweede

twee

 

1ste helft op 10 april

2de helft op 10 juli

Derde

drie

 

1ste derde op 10 april

2de derde op 10 juli

3de derde op 10 oktober

Vierde

vier

 

1ste vierde op 10 april

2de vierde op 10 juli

3de vierde op 10 oktober

4de vierde op 20 december (1)

Voorbeelden

Ontbinding van een vennootschap die boekhoudt per kalenderjaar:

-     op 19.03.2020: de totale belasting moet betaald worden uiterlijk op 10.04.2020 (VA 4);

-     op 22.05.2020: de belasting moet per helft betaald worden uiterlijk op 10.04.2020 (VA 3)

en 10.07.2020 (VA 4);

-     op 17.10.2020: de belasting moet per vierden betaald worden uiterlijk op 10.04.2020 (VA 1), 10.07.2020 (VA 2), 12.10.2020 (VA 3) en 21.12.2020 (VA 4).

(1)     Wanneer de vervaldatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag valt, wordt die auto- matisch naar de eerstvolgende werkdag verschoven.

II.   VENNOOTSCHAPPEN  DIE  HUN  BOEKHOUDING  NIET  PER  KALENDERJAAR VOEREN

In die veronderstelling moeten de data van 10 april, 10 juli, 10 oktober en

20 december, vermeld in de tabel opgenomen onder Titel I hiervoor, vervangen worden door respectievelijk, de tiende dag van de vierde, de zevende en de tiende maand, en de twin- tigste dag van de laatste maand van het normale boekjaar van 12 maanden (1).

Voorbeeld

Een vennootschap die jaarlijks afsluit op 31 mei, beslist op haar algemene vergadering van 19.10.2019 voortaan en voor de eerste maal in 2019 af te sluiten op

31 december. Het boekjaar loopt dus van 01.06.2019 tot 31.12.2019.

Die vennootschap moet de volgende voorafbetalingen doen:

-     het 1ste derde: 10.09.2019 (VA 2);

-     het 2de derde: 10.12.2019 (VA 3);

-     het 3de derde: 10.03.2020 (VA 4).

Hoofdstuk 4. - Boekjaar van minder dan 12 maanden wegens aanvang van de beroepswerkzaamheid

I.    VENNOOTSCHAPPEN DIE HUN BOEKHOUDING PER KALENDERJAAR VOEREN

De toe te passen regel varieert volgens het kwartaal waarin de beroepswerk- zaamheid werd aangevangen.

Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de verschillende mogelijkhe- den evenals van de regel die er op van toepassing is.

(1)     Wanneer de vervaldatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag valt, wordt die auto- matisch naar de eerstvolgende werkdag verschoven.

 

Kwartaal van oprich- ting

 

Te volgen regel

 

Aantal uit te voeren voor- afbetalingen

Te betalen gedeelte van de totale belasting en uiterste betalingsdatum

Eerste

Vier

 

1ste vierde op 10 april

2de vierde op 10 juli

3de vierde op 10 oktober

4de vierde op 20 december

Tweede

Drie

 

1ste derde op 10 juli

2de derde op 10 oktober

3de derde op 20 december

Derde

Twee

 

1ste helft op 10 oktober

2de helft op 20 december

Vierde

Een

 

Totaal bedrag op 20 december (1)

Voorbeeld 1

Oprichting op 21.05.2019 van een vennootschap die boekhoudt per kalender- jaar en voor de eerste maal afsluit op 31.12.2019:

-     de maand mei wordt niet meegeteld omdat ze niet volledig is;

-     de aanvang van de beroepswerkzaamheid wordt gesitueerd in het tweede kwartaal om- dat dat minstens één volle maand bevat;

-     de totale belasting moet, telkens voor een derde voorafbetaald worden uiterlijk op 10 juli, op 10 oktober en op 20 december 2019.

Voorbeeld 2

Zoals in voorbeeld 1; oprichting echter op 18.06.2019:

-     de maand juni wordt niet meegeteld omdat ze niet volledig is;

-     de aanvang van de beroepswerkzaamheid wordt derhalve geacht in de loop van het derde kwartaal plaats te vinden;

-     de  totale  belasting  moet  telkens  voor  de  helft  voorafbetaald  worden  uiterlijk  op 10 oktober en op 20 december 2019.(1)     Wanneer de vervaldatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag valt, wordt die auto- matisch naar de eerstvolgende werkdag verschoven.

II.   VENNOOTSCHAPPEN  DIE  HUN  BOEKHOUDING  NIET  PER  KALENDERJAAR VOEREN

In die veronderstelling moeten de data van 10 april, 10 juli, 10 oktober en

20 december, vermeld in de tabel opgenomen onder Titel I hiervoor, vervangen worden door respectievelijk de tiende dag van de vierde, de zevende en de tiende maand, en de twintig- ste dag van de laatste maand van het boekjaar.

Voorbeeld

Oprichting op 18.06.2019 van een vennootschap die niet boekhoudt per ka- lenderjaar en voor de eerste maal afsluit op 31.03.2020:

-     de maand juni wordt niet meegeteld omdat ze niet volledig is;

-     de aanvang van de beroepswerkzaamheid wordt derhalve geacht in de loop van het tweede kwartaal plaats te vinden;

-     de totale belasting moet telkens voor een derde voorafbetaald worden uiterlijk op

10.10.2019, 10.01.2020 en 20.03.2020.

Hoofdstuk 5. - Toepasselijke tarieven en percenten voor bijzondere gevallen

Worden hier bedoeld:

-     de gevallen van wijziging van de datum van afsluiting van het boekjaar, de ontbinding of de afsluiting van de vereffening van een vennootschap, waardoor het boekjaar minder dan 12 maanden telt (zie Hoofdstuk 3);

-     de gevallen van aanvang van de beroepswerkzaamheid van een vennootschap, waar- van het eerste boekjaar minder dan 12 maanden telt (zie Hoofdstuk 4).

Voor het aanslagjaar 2020 moet rekening worden gehouden met wat hierna volgt.

De kwartalen moeten vastgesteld worden rekening houdend met de bijzonder- heden voorzien in de Hoofdstukken 3 en 4 hierboven.
 
De globale vermeerdering verschuldigd ingeval geen voorafbetalingen werden gedaan wordt niet berekend tegen 6,75 %, maar is veranderlijk:

 

-     naargelang van de duur van het boekjaar, uitgedrukt in kwartalen;

-     naargelang van de rangorde die elk kwartaal inneemt of geacht wordt in te nemen.

Om praktische redenen wordt het globaal vermeerderingspercent hierna in ta- belvorm weergegeven.

De berekening van de voordelen opgebracht door de voorafbetalingen ge- beurt, zoals voor de gewone gevallen, tegen de rentevoeten van respectievelijk 9,00, 7,50,

6,00 of 4,50 %, (zie Deel I, Hoofdstuk 4) naargelang de betaling betrekking heeft of geacht wordt betrekking te hebben op het eerste, tweede, derde of vierde kwartaal van het jaar, met dien verstande dat de rangorde van de kwartalen als volgt moet worden vastgesteld:

Duur van het boekjaar (in kwartalen)

Rangorde van het kwartaal of de kwartalen

Principieel verschuldigde to- tale vermeerdering ingeval geen enkele voorafbetaling is gedaan

Eén kwartaal Twee kwartalen Drie kwartalen

4

3 + 4

2 + 3 + 4

4,50 %

5,25 %

6,00 %

Voorbeeld

-     Vennootschap die boekhoudt per kalenderjaar en die niet is uitgesloten van het vermin- derd tarief en die ontbonden wordt (of afsluiting van de vereffening) op 29.09.2020.

-     Nettowinst: 80.000,00 euro.

-     Verrichte voorafbetalingen:

op 10.04.2020 (VA 2): 3.000,00 euro; op 10.07.2020 (VA 3): 2.000,00 euro; op 10.10.2020 (VA 4): 2.000,00 euro.

-     Verrekenbare voorheffingen: 1.000,00 euro.

-     Bedrag van de VenB (met inbegrip van de ACB) vóór verrekening van voorheffingen:

16.320,00 euro.

-     Bedrag van de VenB (na verrekening van voorheffingen): 15.320,00 euro.

 

-     Berekening van de vermeerdering:

-     Globale vermeerdering:

15.320,00 euro x 6,00 % =                                                                      919,20 euro

-     Voordelen wegens gedane VA:

VA 2: 3.000,00 euro x 7,50% =            225,00 euro VA 3: 2.000,00 euro x 6,00 % =           120,00 euro VA 4: 2.000,00 euro x 4,50 % =             90,00 euro

- 435,00 euro

-     In principe verschuldigde vermeerdering:      484,20 euro

 

DEEL V. - BEREKENING VAN DE BELASTING

Hoofdstuk 1. - Personenbelasting

I.    BELASTINGSTELSEL

A.  Voorafgaande opmerking

Om het voor vermeerdering vatbare gedeelte van de totale belasting vast te stellen, moeten alleen de in Hoofdstuk 2, II, van Deel I bedoelde inkomsten van zelfstandi- gen in aanmerking worden genomen.

B.  Individuele aanslagen

De belastbare netto-inkomsten van belastingplichtigen die alleen worden be- last, worden aan de belasting onderworpen volgens de sub II hierna vermelde regels.

Gehuwden en wettelijk samenwonenden worden alleen belast voor het jaar van het huwelijk (1) of van de verklaring van wettelijke samenwoning, vanaf het jaar na dat waarin de feitelijke scheiding heeft plaatsgevonden (voor zover die scheiding in het belast- bare tijdperk niet ongedaan is gemaakt), voor het jaar van de ontbinding van het huwelijk (2) of van de scheiding van tafel en bed of van de beëindiging van de wettelijke samenwo- ning (2), alsook wanneer één van de echtgenoten beroepsinkomsten heeft van meer dan

10.940,00 euro die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op zijn andere inkomsten.

C.  Gemeenschappelijke aanslagen

1.   Grondbeginselen

De inkomsten van 'echtgenoten' (gehuwden of wettelijk samenwonenden) wor- den niet samengevoegd. Indien één van de 'echtgenoten' weinig of geen eigen beroepsin- komsten heeft, wordt hem een deel van de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot toegerekend, behalve wanneer de belasting daardoor wordt verhoogd.

(1)     Voor het jaar waarin de wettelijk samenwonenden met elkaar in het huwelijk treden, worden zij evenwel samen belast, tenzij de verklaring van wettelijke samenwoning tijdens hetzelfde jaar is afgelegd.

(2)     Voor het jaar van ontbinding van het huwelijk of de wettelijke samenwoning door overlijden, kan de overlevende 'echtgenoot' echter altijd kiezen voor een gemeenschappelijke aanslag.

Opgemerkt wordt dat het deel van de beroepsinkomsten dat aan de meewer- kende echtgenoot wordt toegekend, gelijkgesteld wordt met een eigen beroepsinkomen van deze laatste.

Er zijn dus in principe twee wel onderscheiden aanslagbasissen, bestaande uit de inkomsten van elk der echtgenoten.

Beide aanslagbasissen worden los van elkaar aan het belastingtarief onder- worpen; op elk van beide wordt een belastingvrije som toegekend (zie sub II hierna).

2.   Slechts één echtgenoot heeft eigen beroepsinkomsten

Wanneer slechts één echtgenoot eigen beroepsinkomsten heeft, wordt een deel daarvan aan de andere echtgenoot toegerekend, tenzij de belasting daardoor wordt verhoogd. Dit  deel bedraagt  30  %  van  dat beroepsinkomen, met een  maximum  van

10.940,00 euro. Van zodra het beroepsinkomen 36.466,67 euro bereikt, is het toegerekende gedeelte dan ook steeds gelijk aan 10.940,00 euro.

Voorbeelden

1.   beroepsinkomen:     12.400,00     euro;     het     toe     te      rekenen                   deel              bedraagt

12.400,00 euro x 30 % = 3.720,00 euro;

2.   beroepsinkomen: 37.200,00 euro; het toe te rekenen deel is gelijk aan 10.940,00 euro.

3.   Beide echtgenoten hebben eigen beroepsinkomsten

Twee gevallen kunnen zich voordoen:

1e gevalhet bedrag van de beroepsinkomsten van de echtgenoot die er het minst heeft, bereikt NOCH 30 % van de totale beroepsinkomsten van het gezin, NOCH 10.940,00 euro.

In dit geval wordt een deel van de beroepsinkomsten van de echtgenoot die er het meest heeft, aan de andere echtgenoot toegerekend, zodanig dat de inkomsten van deze laatste 30 % van de beroepsinkomsten van het gezin bedragen, zonder evenwel

10.940,00 euro te overschrijden. Er wordt echter geen toerekening toegepast wanneer de belasting daardoor wordt verhoogd.

Voorbeelden

1°  -     Beroepsinkomen:

-       van echtgenoot A: 15.000,00 euro;

-       van echtgenoot B:  2.500,00 euro.

-     Aan echtgenoot B  toe  te  rekenen  deel  van  het beroepsinkomen  van  echtge- noot  A:  (15.000,00  +  2.500,00)  x  30  %  -  2.500,00  =  5.250,00 -  2.500,00 =

2.750,00 euro.

-     De beroepsinkomsten van het gezin worden dus als volgt verdeeld:

-       echtgenoot A: 15.000,00 - 2.750,00 = 12.250,00 euro;

-       echtgenoot B: 2.500,00 + 2.750,00 = 5.250,00 euro.

2°  -     Zelfde  gegevens,  maar  echtgenoot  A  heeft  een  nettoberoepsinkomen  van

35.000,00 euro.

-     Aan echtgenoot B toe te rekenen deel van het beroepsinkomen van echtgenoot A: (35.000,00 + 2.500,00 ) x 30 % = 11.250,00 euro te beperken tot 10.940,00 en te verminderen met 2.500,00, zijnde 8.440,00 euro (10.940,00 - 2.500,00).

-     De beroepsinkomsten van het gezin worden dus als volgt verdeeld:

-       echtgenoot A: 35.000,00 - 8.440,00 = 26.560,00 euro;

-       echtgenoot B: 2.500,00 + 8.440,00 = 10.940,00 euro.

2e geval:       het bedrag van de beroepsinkomsten van de echtgenoot die er het minst heeft, bereikt   30   %   van   de   totale   beroepsinkomsten   van   het   gezin   OF

10.940,00 euro.

In dergelijk geval mag geen enkele toerekening van inkomsten worden toegepast.

Voorbeelden

Geen enkele toerekening van inkomsten mag worden toegepast als de be- roepsinkomsten als volgt zijn samengesteld:

Inkomsten van de ene echtgenoot (in euro)

Inkomsten van de andere echtgenoot (in euro)

10.000,00

10.000,00

26.000,00

4.500,00

7.000,00

10.940,00

II.   REGELS VOOR DE BEREKENING VAN DE BELASTING

A.  Algemeen

Om de belasting op een eenvoudige manier te berekenen moet in principe als volgt worden gehandeld:

-     de basisbelasting berekenen volgens het in B hierna vermelde barema;

-     de belasting berekenen op de belastingvrije som (zie C hierna);

-     de totale belasting berekenen door het verschil te maken tussen deze twee belastingen;

-     van dat verschil de voorheffingen en andere verrekenbare bestanddelen aftrekken.

De vastgestelde belasting houdt geen rekening met de gemeentebelasting. Voor samen belaste echtgenoten wordt de basisbelasting en de belasting op de belastingvrije som voor elke echtgenoot afzonderlijk berekend.

B.  Berekening van de basisbelasting

De basisbelasting wordt volgens het hierna volgende barema berekend.

Belastbaar inkomen (in euro)

Basisbelasting (in euro)

van                               0,01  tot                  13.250,00 van                  13.250,01  tot                  23.390,00

van                  23.390,01  tot                  40.480,00 vanaf                  40.480,01

25 %

3.312,50  +  40 % op de schijf boven                                                                13.250,00

7.368,50  +  45 % op de schijf boven                                                                23.390,00

15.059,00  +  50 % op de schijf boven                                                                  40.480,00

 

C.  Berekening van de belasting op de belastingvrije som

1.   Algemeen

Alle belastingplichtigen hebben recht op een belastingvrije som.

Die belastingvrije som bestaat uit een basisbedrag dat kan worden verhoogd met toeslagen.

Als een gezamenlijke aanslag wordt gevestigd op naam van beide echtgenoten:

-     heeft elke echtgenoot recht op het basisbedrag van de belastingvrije som, bepaald zoals vermeld in punt 2 hierna;

-     worden de eventuele toeslagen bij het basisbedrag van de echtgenoot met het hoogste belastbare inkomen gevoegd (1);

-     als het belastbare inkomen van één van de echtgenoten lager is dan zijn belastingvrije som, wordt het verschil bij de belastingvrije som van de andere echtgenoot gevoegd.

2.   Basisbedrag van de belastingvrije som

Het basisbedrag van de belastingvrije som is gelijk aan 8.860,00 euro.

3.   Toeslagen voor kinderen ten laste

De belastingvrije som wordt verhoogd met de volgende toeslagen voor kin- deren ten laste:

-     één kind                       :       1.610,00 euro;

-     twee kinderen               :       4.150,00 euro;

-     drie kinderen                 :       9.290,00 euro;

-     vier kinderen                 :     15.030,00 euro;

-     supplement per kind

boven het vierde           :       5.740,00 euro.

(1)     De toeslagen worden echter bij het basisbedrag van de echtgenoot met het laagste belastbare inkomen gevoegd indien de belasting daardoor wordt verminderd.

 

4.   Belasting op de belastingvrije som

De belasting op de belastingvrije som wordt berekend volgens het hierna vol- gende barema.

Belastingvrije som (in euro)

Belasting op de belastingvrije som (in euro)

van                      0,01  tot            9.310,00 van               9.310,01  tot          13.250,00 van             13.250,01  tot          22.080,00 van             22.080,01  tot          40.480,00

vanaf          40.480,01

25 %

2.327,50  +  30 % op de schijf boven                                                                  9.310,00

3.509,50  +  40 % op de schijf boven                                                                13.250,00

7.041,50  +  45 % op de schijf boven                                                                22.080,00

15.321,50  +  50 % op de schijf boven                                                                  40.480,00

D.  Vereenvoudigde methode voor de berekening van de totale belasting

1.   Voorafgaande opmerking

De hiernavolgende regels hebben niet tot doel om de totale belasting exact te berekenen, maar om ze in de meeste gevallen snel en voldoende nauwkeurig te ramen.

2.   Belasting  verschuldigd  door  belastingplichtigen  die  alleen  worden  belast  en  door samen belaste echtgenoten wanneer slechts één echtgenoot beroepsinkomsten ver- krijgt

Nettoberoepsinkomen

(in euro)

Verschuldigde belasting (in euro)

A. Individuele aanslagen

B. Gemeenschappelijke aanslagen: slechts één echtgenoot verkrijgt beroepsinkomsten

9.000,00

10.500,00

12.000,00

13.500,00

15.000,00

16.500,00

18.000,00

19.500,00

21.000,00

22.500,00

24.000,00

25.500,00

27.000,00

28.500,00

30.000,00

31.500,00

35,00

410,00

785,00

1.197,50

1.797,50

2.397,50

2.997,50

3.597,50

4.197,50

4.797,50

5.428,00

6.103,00

6.778,00

7.453,00

8.128,00

8.803,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

377,00

932,00

1.487,00

2.042,00

2.597,00

3.152,00

3.700,00

4.232,50

4.765,00

 

33.000,00

9.478,00

5.297,50

34.500,00

10.153,00

5.868,00

36.000,00

10.828,00

6.453,00

37.500,00

11.503,00

7.100,00

39.000,00

12.178,00

7.775,00

40.500,00

12.854,00

8.450,00

42.000,00

13.604,00

9.125,00

43.500,00

14.354,00

9.800,00

45.000,00

15.104,00

10.475,00

46.500,00

15.854,00

11.150,00

48.000,00

16.604,00

11.825,00

49.500,00

17.354,00

12.500,00

51.000,00

18.104,00

13.175,00

Opmerking

Wanneer in het geval van een gemeenschappelijke aanslag, één van de echt- genoten een beroepsinkomen heeft verkregen dat noch 30 % van de totale beroepsinkom- sten van het gezin, noch 10.940,00 euro bereikt, pas dan barema B toe op die totale be- roepsinkomsten (bv. inkomen van één der echtgenoten: 19.000,00 euro en inkomen van de andere echtgenoot: 3.500,00 euro; neem de belasting op 22.500,00 euro).

3.   Belasting verschuldigd door samen belaste echtgenoten wanneer zij beiden beroepsin- komsten verkrijgen

Wanneer beide echtgenoten eigen beroepsinkomsten verkrijgen van meer dan 30  %  van  de  totale  beroepsinkomsten  van  beide  echtgenoten  of  van  meer  dan 10.940,00 euro, wordt de totale belasting geraamd door op het inkomen van elke echtgenoot de belasting verschuldigd in geval van een individuele aanslag toe te passen (zie punt 2, barema A) en door die twee bedragen samen te tellen.

4.   Vermindering voor kinderen ten laste

Op de aldus berekende belasting wordt een vermindering voor kinderen ten laste toegepast:

Aantal kinderen ten laste

Minimumbedrag van de

Belastingvermindering (in euro)

1

2

3

460,50

1.222,50

3.254,50

 

4                                                 5.641,00

5                                                 8.224,00

6                                               10.807,00

7                                               13.421,50

5.   Voorbeeld

Netto-inkomen van de echtgenoten A en B:

-     nettoberoepsinkomen van echtgenoot A: 27.000,00 euro;

-     nettoberoepsinkomen van echtgenoot B: 15.000,00 euro. Kinderen ten laste: 3.

Berekening van de geraamde totale belasting

-     op de inkomsten van echtgenoot A

(zie punt 2, barema A):                                                                            6.778,00 euro

-     op de inkomsten van echtgenoot B

(zie zelfde barema):                                                                                       + 1.797,50 euro

subtotaal:                                                                            8.575,50 euro

-     vermindering voor 3 kinderen ten laste:

(zie punt 4):                                                                                        - 3.254,50 euro

Geraamde totale belasting (1):                                                                                  5.321,00 euro

Hoofdstuk 2. - Vennootschapsbelasting (Ven.B) en belasting van niet-inwoners/ vennootschappen (BNI/ven.)

I.    VOORAFGAANDE OPMERKING

Het is niet mogelijk om, voor de raming van de VenB en de BNI/ven., gedetail- leerde tabellen te publiceren die het juiste bedrag vermelden dat voor het aanslagjaar 2020, voor alle mogelijke gevallen verschuldigd is.

De hierna vermelde gegevens moeten nochtans toelaten het bedrag van de belasting voor het voormelde aanslagjaar bij benadering te berekenen.

(1)     Vóór toepassing van de gemeentebelasting.

 

II.   BELASTINGTARIEVEN

A.  Vennootschapsbelasting die vermeerdering kan ondergaan

1.   Belastbare inkomsten

De in artikel 179, WIB 92, bedoelde binnenlandse vennootschappen zijn be- lastbaar op het totaal van de gereserveerde winst, de verworpen uitgaven en de dividenden, dat alles na de wettelijke aftrekken.

Overeenkomstig artikel 179/1, WIB 92, kunnen ook verenigingen zonder winst- oogmerk en andere rechtspersonen die erkend zijn als in aanmerking komende productie- vennootschap of in aanmerking komende tussenpersoon zoals bedoeld in de artikelen

194ter en 194ter/1, WIB 92, onderworpen zijn aan de VenB, in principe met toepassing van de gewone regels.

2.   Tarief

Voor het aanslagjaar 2020 is het tarief van de VenB vastgesteld op 29 %. Voor vennootschappen die overeenkomstig artikel 15, §§ 1 tot 6, van het Wet-

boek van vennootschappen als kleine vennootschappen worden aangemerkt, wordt het ta- rief van de belasting op de eerste schijf van 0 tot 100.000 euro evenwel vastgesteld op 20 %.

Dat verminderd tarief is nochtans niet van toepassing op:

1°  de financiële vennootschappen zoals bedoeld in artikel 215, derde lid, 1°, WIB 92;

2°  de vennootschappen (die geen door de Nationale Raad van de coöperatie erkende co- operatieve vennootschappen zijn) waarvan de aandelen die het maatschappelijk kapi- taal vertegenwoordigen voor ten minste de helft in het bezit zijn van één of meer andere vennootschappen;

3°  de vennootschappen, andere dan door de Nationale Raad van de coöperatie erkende coöperatieve vennootschappen, en andere dan de in artikel 219quinquies, § 5, WIB 92, bedoelde vennootschappen, die niet aan ten minste één in artikel 32, WIB 92, bedoelde bedrijfsleider een bezoldiging toekennen ten laste van het resultaat van het belastbaar tijdperk die ten minste gelijk is aan 45.000 euro. Indien de bezoldiging minder bedraagt dan 45.000 euro, moet deze bezoldiging ten laste van het resultaat van het belastbaar tijdperk gelijk zijn of hoger zijn dan het belastbaar inkomen van de vennootschap;

4°  de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 6 en 271/5 van de wet van

3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuld- vorderingen, de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 181 en 282 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, de gereglementeerde vastgoedvennootschap-pen, de beleggings- vennootschappen met vast kapitaal voor belegging in vastgoed, alsmede de organis- men  voor  de  financiering  van  pensioenen  bedoeld  in  artikel  8  van  de  wet  van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoor- ziening, in de mate dat artikel 185bis, § 1, WIB 92, toepassing vindt.

De artikelen 216 en 2017, WIB 92, bepalen dat het tarief van de VenB wordt vastgesteld op:

-     21,5 % voor het Belgische interventie- en Restitutiebureau;

-     5 % voor bepaalde vennootschappen voor huisvesting (artikel 216, 2°, b), WIB 92);

-     12,5 % voor de belastbare bedragen bij een in de artikelen 46, § 1, tweede lid, 210, § 1,

5° en 6° en 211, § 1, zesde lid, WIB 92, vermelde verrichting. Dat tarief bedraagt 15 %

van de verrichtingen die plaatsvinden vanaf 01.01.2020;

-     12,5 % voor een meerwaarde verwezenlijkt naar aanleiding van een exclusief met nieuwe aandelen vergoede inbreng van een onroerend goed in een beleggingsvennoot- schap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in een gereglementeerde vast- goedvennootschap  voor  zover  ze  de  toepassing  van  het regime  voorzien  in  arti- kel 185bis, WIB 92, genieten. Dat tarief bedraagt 15 % van de verrichtingen die plaats- vinden vanaf 01.01.2020;

-     25 % voor de meerwaarden op bepaalde aandelen die verwezenlijkt of vastgesteld zijn bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap en die niet zijn bedoeld in artikel 192, § 1, 1°, WIB 92, omdat de aandelen niet gedurende een onon- derbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom werden behouden voor zover en in de mate dat die meerwaarden niet voor het verminderd tarief in aanmerking komen (artikel 217, eerste lid, 2°, WIB 92);

-     5 % met betrekking tot kapitaal- en interestsubsidies die, met inachtneming van de Europese reglementering inzake staatssteun, door de bevoegde gewestelijke instellin- gen aan landbouwers worden toegekend in het raam van de steun aan de landbouw, om immateriële of materiële vaste activa aan te schaffen of tot stand te brengen.

Het tarief van de VenB wordt overeenkomstig artikel 217/1, WIB 92, bepaald op 33,99 of

29,58 % naargelang het hierna bedoelde belastbare feit respectievelijk betrekking heeft op een vrijgestelde reserve of voorziening aangelegd in een belastbaar tijdperk verbonden aan de aanslagjaren 2018 en vorige, of aan de aanslagjaren 2019 en volgende.

Het betreft:

-     het gedeelte van de in de artikelen 44bis, 44ter en 47, WIB 92, en in artikel 122, § 2, van de programmawet van 2 augustus 2002 bedoelde vrijgestelde meerwaarden dat belastbaar is geworden alvorens te worden herbelegd;

-     het gedeelte van de vrijgestelde meerwaarden dat overeenkomstig artikel 44bis, § 5,

44ter, § 5 of 47, § 6, WIB 92, of artikel 122, § 6, van de programmawet van 2 augustus

2002, belastbaar is geworden;

-     het gedeelte van de in artikel 48, WIB 92, bedoelde vrijgestelde voorzieningen dat is teruggenomen;

 

-     het gedeelte van de in artikel 194quater, WIB 92, bedoelde investeringsreserve dat be- lastbaar is geworden alvorens te worden herbelegd.

Het voormelde tarief is slechts van toepassing indien de bedoelde vrijgestelde reserve of de voorziening is aangelegd in een belastbaar tijdperk dat ten vroegste op 01.01.2017 en ten laatste op 30.12.2020 afsluit.

Een ACB van 2 opcentiemen wordt gevestigd op de VenB met uitzondering van deze bere- kend op de voormelde interest- en kapitaalsubsidies en de voormelde vrijgestelde reserve of voorziening (art. 463bis, WIB 92).

B.  Belasting van niet-inwoners/vennootschappen

De belasting wordt berekend zoals vermeld in artikel 246, eerste lid, WIB 92, d.w.z. zoals inzake VenB.

Artikel 246, tweede lid, WIB 92, bepaalt eveneens dat in de gevallen bedoeld in artikel 231, § 2, vierde lid, van hetzelfde wetboek (fusie-, splitsing- of inbrengverrichting waaraan een erkende vennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in niet genoteerde aandelen heeft deelgenomen) en inzonderheid in het geval van een meer- waarde verwezenlijkt naar aanleiding van een inbreng van een onroerend goed in een be- leggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed of in een gereglemen- teerde vastgoedvennootschap voor zover ze de toepassing van artikel 185bis, WIB 92, ge- nieten, het tarief wordt vastgesteld op 12,5 % (of 15 % voor de verrichtingen die plaatsvin- den vanaf 01.01.2020).