Vlaanderen sleutelt aan haar doelgroepverminderingen

Geschreven door Mr. Ester Van Oostveldt, Van Eeckhoutte, Tacquet & Clesse, www.bellaw.be
Foto: jf2c  

Sinds de zesde staatshervorming zijn de gewesten en de Duitstalige gemeenschap bevoegd voor het zogenaamde doelgroepenbeleid.

Ingevolge die bevoegdheidsoverdracht heeft Vlaanderen een eigen doelgroepenbeleid met eigen Vlaamse bijdrageverminderingen (doelgroepverminderingen) uitgewerkt (zie SoCompact nr. 14-2016 en nr. 26-2016). In het Vlaams parlement is thans een decreet hangende dat de Vlaamse doelgroepvermindering voor oudere en jonge werknemers wijzigt op een aantal punten per 1 januari 2020.

Doelgroepvermindering voor oudere werknemers

Sinds 1 juli 2016 kunnen werkgevers in het Vlaams gewest een bijdragevermindering genieten wanneer zij:

  • ofwel een oudere werknemer in dienst houden (hierna de doelgroepvermindering voor zittende werknemers);
  • ofwel een (bij de VDAB ingeschreven) oudere niet-werkende werkzoekende in dienst nemen (hierna de doelgroepvermindering bij aanwerving). 

De doelgroepvermindering bij aanwerving kan gedurende 8 kwartalen genoten worden. Na afloop van die 8 kwartalen kan de werkgever voor die werknemer de doelgroepvermindering voor zittende werknemers aanvragen.

Op dit ogenblik kunnen de doelgroepverminderingen enkel genoten worden voor werknemers die minstens 55 jaar oud zijn (voor de andere toekenningsvoorwaarden, zie Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht 2019-2020nr. 901 – 903).

Het ontwerp van decreet verhoogt de leeftijd voor de toekenning van de doelgroepverminderingen van 55 jaar naar 58 jaar vanaf 1 januari 2020.

Om het nadeel dat gepaard gaat met de verhoging van de toegangsleeftijd een beetje te verzachten, bevat het ontwerp van decreet de volgende overgangsmaatregelen:

  • de werkgever die voor 1 januari 2020 een niet-werkende werkzoekende van 55 tot 57 jaar heeft aangeworven met een doelgroepvermindering, behoudt deze doelgroepvermindering bij aanwerving voor de duurtijd die was toegekend;
  • de werkgever die een werkzoekende van 55-57 jaar heeft aangeworven die na het verloop van de voordeelperiode (= 8 kwartalen) de leeftijd van 58 jaar nog niet heeft bereikt, kan, in afwachting dat de betrokken werknemer 58 jaar wordt, gebruik maken van de doelgroepvermindering voor zittende werknemers;
  • de werkgever die voor 1 januari 2020 al een doelgroepvermindering voor een zittende werknemer ontving, behoudt deze doelgroepvermindering ook al is de betrokken werknemer nog geen 58 jaar;
  • werknemers die op 31 december 2019 minstens 55 jaar oud zijn, kunnen, ondanks de gewijzigde wetgeving, bij een aanwerving na 1 januari 2020 recht geven op een doelgroepvermindering; voor deze werknemers kan, in tegenstelling tot voor 1 januari 2020, evenwel niet de doelgroepvermindering bij aanwerving genoten worden, maar wel de minder gunstige doelgroepvermindering voor zittende werknemers.

Doelgroepvermindering voor jonge werknemers

Op dit ogenblik kan in Vlaanderen een doelgroepvermindering genoten worden voor de tewerkstelling van laag- en middengeschoolde jongeren en voor de tewerkstelling tijdens de opleiding van leerlingen alternerende opleiding en van DBSO-jongeren.

Het hieronder vermelde decreet schaft de doelgroepvermindering voor middengeschoolde jongeren af met ingang van 1 januari 2020. Werkgevers die na de inwerkingtreding van het decreet een middengeschoolde jongere aanwerven, zullen bijgevolg niet langer een beroep kunnen doen op de doelgroepvermindering. Werkgevers die voor de inwerkingtreding van het decreet al een middengeschoolde jonge werknemer in dienst hebben en de doelgroepvermindering genieten, zullen dit voordeel blijven ontvangen voor de resterende duurtijd van dit voordeel.

BRON: Ontwerp van programmadecreet bij de begroting 2020, 152 (2019-2020)