Verhoudingsgewijze uitsplitsing voor restaurantdiensten

Geschreven door Laurens Snauwaert, Alaska-group, www.alaska-group.eu

Restaurant- en cateringdiensten zijn in principe onderworpen aan het verlaagd 12% btw-tarief. Indien er echter één globale prijs wordt gevraagd waarbij zowel spijzen als dranken worden verschaft, moet die prijs worden gesplitst. Eenvoudigheidshalve aanvaardt de Btw-Administratie wel een coëfficiënt van 35 % voor standaard menutypes 'all-in' met drie of meer gangen. In een nieuwe circulaire wordt verduidelijkt wat er moet gebeuren indien die 35% niet kan toegepast worden. 

Volg op 28 juni 2019 van 10 uur tot 12 uur het online seminar Van éénmanszaak naar vennootschap (of omgekeerd) – Het fiscaal omslagpunt met Roel VAN HEMELEN

Sinds 1 januari 2010 is een verlaagd 12% btw-tarief van toepassing op restaurant- en cateringdiensten. Daaronder moet worden verstaan het verschaffen van spijs en drank in restaurants en cafés en, meer algemeen, in omstandigheden voor het verbruik ter plaatse. Dranken zijn daarvan wel uitgesloten;  zij blijven onderworpen aan 21% btw. Een andere uitzondering betreft het verschaffen van gemeubelde logies met ontbijt. Het ontbijt blijft onderworpen aan het verlaagd 6% btw-tarief. Indien voor een restaurant- of cateringdienst één globale prijs wordt gevraagd, waarbij zowel spijzen en dranken worden verschaft, moet de prijs moet worden uitgesplitst. Indien de uitsplitsing niet gebeurt, geldt het hoogste tarief (21 %) op het geheel.

Bij die uitsplitsing is de maatstaf van heffing van de dranken gelijk aan hun normale waarde, zijnde de prijs die de klant normaal zou moeten betalen bij afzonderlijke afname van de dranken. Wanneer de menukaart een afzonderlijke 'meerprijs' (inclusief BTW) vermeldt voor aangepaste wijnen, moet die meerprijs volledig getarifeerd moet worden tegen 21 % BTW. Als de rest van het menu (tegen een enige prijs) ook nog dranken omvat moet die prijs verder worden uitgesplitst. De Administratie aanvaardt eenvoudigheidshalve dat bij standaard menutypes 'all-in' met drie of meer gangen (aperitief, aangepaste wijnen, mineraal water en koffie of thee) het onderdeel 'dranken' forfaitair mag worden vastgesteld op 35 %. Dat forfait geldt echter niet voor andere 'all-in' formules waarin bv. ook sterke dranken en champagne of alle dranken na middernacht begrepen zijn.

Lees ook: Tax shelter gaming goedgekeurd

In de praktijk is het soms moeilijk om dat forfait van 35% toe te passen. In een recente circulaire aanvaardt de Btw-Administratie nu ook dat de uitsplitsing verhoudingsgewijs mag gebeuren. Immers, doordat het gedeelte van de globale prijs dat moet toegerekend worden aan de dranken in principe moet overeenstemmen met de normale waarde ervan, kan dit tot een overwaardering van de drank in vergelijking tot de spijzen leiden. Neem bv. een drankje dat afzonderlijk besteld 2,5 euro (incl. BTW) kost, en dat de afzonderlijke prijs van een hamburger met frietjes 7,5 euro (incl. BTW) bedraagt. Stel nu dat een globale bestelling van een hamburger met frietjes en een drankje slechts 9 euro (incl. BTW) kost. Niettemin moet de maatstaf van heffing voor de drank in principe overeenstemmen met de normale waard'. Bijgevolg wordt 2,5 euro - zonder enige korting - geacht op de dranken te slaan en de overige 6,5 euro op de hamburger met frietjes. Van de korting van 10 % wordt in die benadering voor toepassing van de BTW dus niets toegerekend aan het tegen het hoogste tarief te belasten drankje. Om dit te verhelpen, aanvaardt de Administratie nu dat het aandeel dranken procentueel mag worden vastgesteld. In ons voorbeeld zal het onderdeel dranken dan slechts geacht worden 25 % te bedragen van de globale prijs van 9 euro. Van de globale prijs van 9 euro zal bijgevolg slechts 2,25 euro (25 % van 9 euro) geacht worden te slaan op de dranken, en 6,75 euro (75 % van 9 incl. BTW) op de hamburger met frietjes.