Update FOD Werk: Coronavirus: preventiemaatregelen en arbeidsrechtelijke gevolgen

Geschreven door Lexalert

Welke preventiemaatregelen kan de werkgever nemen?

De FOD Volksgezondheid publiceerde aanbevelingen voor het voorkomen van de verdere verspreiding van het coronavirus, bedrijven worden aangeraden om (tot en met 3 april) zoveel mogelijk het aantal mensen in één ruimte te beperken:

  • Iedereen blijft in de mate van het mogelijke aan het werk maar telewerk moet worden bevorderd en zo nodig versterkt;
  • Stel vergaderingen uit of organiseer ze vanop afstand, bv. via videoconferentie;
  • Stel personeels- of bedrijfsfeesten voorlopig uit;
  • Hou afstand op de werkvloer;
  • Indien mogelijk, sta flexibel verlof toe en breidt eventueel de flexuren uit. Zo zijn er minder personen tegelijkertijd aanwezig op de werkvloer (en op het openbaar vervoer);
  • Opleidingen in grote groepen zijn af te raden.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wijst ook op een aantal preventieve maatregelen die op de werkvloer best worden genomen om de verspreiding van het coronavirus op de werkplek zo goed mogelijk tegen te gaan.

Het gaat onder meer om maatregelen die betrekking hebben op:

  • het voorzien van propere en hygiënische werkplekken (zoals bureautafels, toetsenborden) door deze regelmatig te ontsmetten;
  • het toepassen van een goede handhygiëne door werknemers door het voorzien van handontsmettingsmiddelen op zichtbare plaatsen;
  • het voorzien van een goede respiratoire hygiëne op de werkplek door het gebruik van papieren zakdoekjes ingeval van hoesten en niezen;
  • het informeren van werknemers dat ze zich met ziektesymptomen zoals hoest en/of koorts beter niet naar de werkplek begeven;
  • het voorzien van thuiswerk;
  • het voorzien van instructies ingeval iemand ziek wordt met een vermoeden van het hebben van het coronavirus.

Een uitgebreide opsomming van de verschillende preventiemaatregelen op de werkvloer vindt u in dit advies van de WHO.

Volg op 12 mei 2020 van 12 uur tot 14 uur het online seminar De sociaalrechtelijke aspecten van het nieuwe WVV met Delphine FOLENS en Kirsten VAN DE STEEN

Wat is de situatie van een werknemer die verhinderd is om het werk te hervatten omdat hij in quarantaine is geplaatst of omdat hij niet huiswaarts kan keren wegens een annulering van zijn terugvlucht?   

Een werknemer met vakantie of na de beëindiging van een opdracht om professionele redenen in het buitenland en die daar “vastzit”  als gevolg van een annulering van zijn terugvlucht, kan het bestaan van overmacht inroepen waardoor de werkhervatting verhinderd wordt. Hetzelfde geldt wanneer de werknemer in quarantaine wordt geplaatst.

De schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van overmacht wordt geregeld door artikel 26 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Onder overmacht wordt verstaan, een plotse, onvoorziene gebeurtenis, onafhankelijk van de wil van partijen, die de uitvoering van de overeenkomst tijdelijk en volledig onmogelijk maakt.

Wat moet de werknemer doen? 

Zo snel mogelijk zijn werkgever verwittigen. Indien de werknemer zijn werkgever niet verwittigt terwijl hij toch de mogelijkheid heeft om dit te doen, dan zou de werkgever dit kunnen beschouwen als een ongewettigde afwezigheid.

Wat is de aard van zijn afwezigheid?

De uitvoering van de overeenkomst is geschorst omwille van overmacht en de werknemer is dus niet ongewettigd afwezig. De afwezigheid van prestaties heeft evenwel de afwezigheid van loon tot gevolg. Onder bepaalde voorwaarden kan de werknemer echter uitkeringen genieten die door RVA uitbetaald worden wegens tijdelijke werkloosheid ingevolge overmacht. De werkgever die de overmacht inroept, moet hiervan zo snel mogelijk een elektronische aangifte doen bij het werkloosheidsbureau van de exploitatiezetel. Daarnaast moet hij ook nog een schriftelijke aanvraag tot erkenning van de overmacht indienen met een gedetailleerde uitleg waaruit blijkt dat de werkloosheid is veroorzaakt door overmacht, veroorzaakt door het coronavirus.

In voorkomend geval kan de werknemer verkiezen om, mits akkoord van zijn werkgever, deze dagen om te zetten in verlofdagen (onmogelijk in geval van een regime van collectieve vakantie in de onderneming) en zo het recht op zijn loon weer te verkrijgen. 

Wat kan een werkgever doen bij de terugkeer van de werknemer uit een gebied dat getroffen is door het coronavirus?

De arbeidswetgeving laat niet toe dat een werkgever een medisch attest vraagt aan werknemers die terugkeren uit een gebied dat getroffen is door het coronavirus. De werkgever kan alleen de echtheid van de arbeidsongeschiktheid nagaan maar niet de arbeidsgeschiktheid.

Zolang het niet vaststaat dat de werknemer arbeidsongeschikt is via een attest van een behandelend arts of de arbeidsarts, kan de werkgever hem in principe de toegang tot de werkvloer dan ook niet weigeren. 

Gelet op de verplichting van de werkgever om als een goed huisvader erover waken dat de arbeid wordt verricht in behoorlijke omstandigheden met betrekking tot de veiligheid en de gezondheid van de werknemer, zal hij uiteraard wel binnen de wettelijke grenzen bepaalde maatregelen kunnen nemen. Zo zal de werkgever in overleg met de werknemer kunnen beslissen om het werk tijdelijk anders te organiseren (b.v. thuisarbeid of telewerk, gebruik van andere lokalen, …). 

De werkgever kan de kennelijk zieke werknemer vragen om, met het oog op de veiligheid van de andere werknemers naar huis te gaan om uit te zieken en hem aanraden om zich te laten verzorgen. De werkgever kan, indien hij van oordeel is dat de toestand van de werknemer de risico’s die verbonden zijn aan de werkpost onmiskenbaar verhoogt, contact opnemen met de arbeidsarts, die dan oordeelt of het noodzakelijk is de werknemer aan een gezondheidsbeoordeling bij hem te onderwerpen. De werknemer dient hier dan onverwijld gevolg aan te geven.

Wat is de situatie van een werknemer die als gevolg van het coronavirus ziek wordt?

De situatie is anders wanneer een werknemer als gevolg van het coronavirus ziek wordt en daardoor verhinderd wordt te werken. In dat geval is de onmogelijkheid om te werken te wijten aan de arbeidsongeschiktheid van de werknemer en zijn de gewone regels in dat kader van toepassing. Zo zal de arbeidsongeschikte werknemer in principe gedurende een bepaalde periode recht hebben op gewaarborgd loon ten laste van zijn werkgever. 

Wat is de situatie van een werkgever die, als gevolg van het coronavirus, zijn activiteiten tijdelijk niet meer kan uitoefenen?

In dergelijk geval is het de werkgever die verhinderd is om werk te verschaffen aan zijn werknemers door een omstandigheid die een situatie van overmacht vormt, namelijk een plotse, onvoorziene gebeurtenis, onafhankelijk van de wil van partijen, die de uitvoering van de overeenkomst tijdelijk en volledig onmogelijk maakt. De uitvoering van de overeenkomst is dus eveneens geschorst omwille van overmacht zoals bepaald door artikel 26 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Wanneer een werkgever, omwille van redenen van overmacht, niet in staat is om zijn personeel tewerk te stellen, kan hij zijn personeel in tijdelijke werkloosheid wegens overmacht plaatsen, mits naleving van bepaalde formaliteiten, en deze maatregel kan zowel voor de werklieden als voor de bedienden worden ingevoerd. Tijdens deze periode kunnen de werknemers in beginsel een uitkering van de RVA genieten. De werkgever die de overmacht inroept, moet hiervan zo snel mogelijk een elektronische aangifte doen bij het werkloosheidsbureau van de exploitatiezetel. Daarnaast moet hij ook nog een schriftelijke aanvraag tot erkenning van de overmacht indienen met een gedetailleerde uitleg waaruit blijkt dat de werkloosheid is veroorzaakt door overmacht, veroorzaakt door het coronavirus.

Wat is de situatie van een werkgever die, als gevolg van het coronavirus, geconfronteerd wordt met een tijdelijk gebrek aan werk?

Een werkgever die getroffen wordt door een tijdelijk gebrek aan werk als gevolg van het coronavirus (bijvoorbeeld door een daling van het cliënteel), kan onder bepaalde voorwaarden beroep doen op het stelsel van tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen. In dat geval wordt de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geheel geschorst of wordt een regeling van gedeeltelijke arbeid ingevoerd. Deze maatregel kan, mits bepaalde voorwaarden zijn vervuld, zowel voor de werklieden (artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten) als voor de bedienden (artikel 77 van dezelfde wet) worden ingevoerd (zie thema Arbeidsovereenkomsten – Schorsing en Tijdelijke werkloosheid om economische redenen in het kader van sociaal-economische maatregelen: coronavirus).

Tijdens een periode van economische werkloosheid kunnen de werknemers in beginsel een uitkering van de RVA genieten. De werkgever die het gebrek aan werk wegens economische redenen inroept, moet een elektronische aangifte doen bij het werkloosheidsbureau van de exploitatiezetel.

Maatregelen ter ondersteuning van ondernemingen ingevolge het coronavirus

Het federale Kernkabinet heeft op 6 maart 2020 een aantal maatregelen goedgekeurd ter ondersteuning van bedrijven en zelfstandigen ingevolge het coronavirus. 

Het doel van deze maatregelen is in essentie om, enerzijds, ondernemingen die op economisch niveau getroffen zijn door het coronavirus in staat te stellen hun werknemers tijdelijk werkloos te stellen om de werkgelegenheid te vrijwaren en, anderzijds, te voorzien in modaliteiten voor de spreiding, het uitstel en de vrijstelling van de betaling van bijdragen, voorheffing en sociale en fiscale belastingen voor ondernemingen en zelfstandigen.

Een van de maatregelen is de verhoging van het bedrag van de tijdelijke werkloosheidsuitkering als gevolg van tijdelijke overmacht of een tijdelijk gebrek aan werk. De bedoeling is dat de betrokken bedragen tot 30 juni 2020 worden verhoogd van 65% tot 70% van het gemiddelde geplafonneerde loon.  
Intussen worden de nodige stappen gezet om de betrokken maatregelen uit te voeren.

Meer informatie