UItvoeringsbesluit voorrang deeltijdse werknemers vacante dienstbetrekking

Geschreven door Lexalert
Foto: DAMS Library  

Op 2 mei 2019 werd in het Belgisch Staatsblad het Koninklijk besluit tot uitvoering van de bepalingen van de programmawet van 22 december 1989 die betrekking hebben op de voorrang voor deeltijdse werknemers om een vacante dienstbetrekking bij hun werkgever te verkrijgen gepubliceerd.

Volg het on demand seminarie Flexibiliteit inzake arbeid(stijd) na de Wet Peeters met Stijn DEMEESTERE

Voorrang voor deeltijdse werknemers om een vacante dienstbetrekking bij hun werkgever te verkrijgen

De deeltijdse werknemer kan bij zijn werkgever schriftelijk een aanvraag indienen tot het bekomen van een voltijdse dienstbetrekking of van een andere, al dan niet bijkomende, deeltijdse dienstbetrekking waardoor hij een nieuwe deeltijdse arbeidsregeling verkrijgt, waarvan de wekelijkse arbeidsduur hoger is dan die van de deeltijdse arbeidsregeling waarin hij reeds werkt.

Als dit gebeurt, dan moet de werkgever hem schriftelijk elke vacante voltijdse of deeltijdse dienstbetrekking mededelen die dezelfde functie betreft als die welke de werknemer reeds uitoefent en waarvoor hij de vereiste kwalificaties bezit. De werkgever moet deze mededeling enkel verrichten wanneer de vacante dienstbetrekking tot gevolg heeft dat de overeengekomen arbeidsregeling wordt verhoogd gedurende een ononderbroken periode van tenminste een maand of voor onbepaalde tijd, hetzij door een aanpassing van de bestaande arbeidsovereenkomst, hetzij door de vervanging van de bestaande arbeidsovereenkomst door een nieuwe arbeidsovereenkomst.

Deze mededeling van een vacante voltijdse of deeltijdse dienstbetrekking die dezelfde functie betreft als die welke de deeltijdse werknemer reeds uitoefent en waarvoor hij de vereiste kwalificaties bezit, wordt verricht binnen een termijn van een maand die ingaat de dag volgend op de dag waarop de dienstbetrekking vacant wordt, en berekend van datum tot datum.

► Lees ook: Responsabiliseringsbijdrage sanctioneert niet-naleving voorrangsregels deeltijdse werknemers

De mededeling gebeurt kan via een aangetekende brief, een overhandiging van een geschrift waarvan de kopij wordt ondertekend door de deeltijdse werknemer of elektronisch met ontvangstbevestiging.

De termijn ligt tussen één week en één maand.

De mededeling omvat ten minste:

  1. een beknopte beschrijving van de functie;
  2. de duur van de overeenkomst;
  3. het arbeidsvolume en werkrooster;
  4. de plaats van tewerkstelling.

De werkgever dient een afschrift van de mededeling, in papieren of elektronische vorm te bewaren gedurende zeven jaar.​

Responsabiliseringsbijdrage

De responsabiliseringsbijdrage is een bijkomende bijdrag van 25 euro per deeltijdse werknemer die verschuldigd is wanneer de werkgever de bepalingen over de voorrang voor deeltijdse werknemers om een vacante dienstbetrekking bij hun werkgever te verkrijgen niet naleeft. Deze responsabiliseringsbijdrage is enkel verschuldigd door de werkgever van een deeltijdse werknemer in de maanden waarin deze werknemer een inkomensgarantie-uitkering ontvangt. Deze responsabiliseringsbijdrage is voor de RSZ-Globaal Beheer van de werknemers.

De responsabiliseringsbijdrage is niet meer verschuldigd van zodra:

  1. hetzij het kwartaal waarin alle beschikbare bijkomende uren werden toegekend aan ten minste één van de werknemers die een inkomensgarantie-uitkering bedoeld in artikel 131bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering ontvangt, zodat zijn wekelijke gemiddelde arbeidsduur is toegenomen;
  2. hetzij het kwartaal waarin de werkgever de bijdrage verschuldigd was voor het vierde opeenvolgende kwartaal en er geen enkel bijkomend uur beschikbaar was gedurende deze vier voorgaande kwartalen.
  3. dat hij geen mededeling van de vacante betrekking moest verrichten, omdat de vacante dienstbetrekking tot gevolg heeft dat de overeengekomen arbeidsregeling wordt verhoogd gedurende een ononderbroken periode van tenminste een maand of voor onbepaalde tijd, hetzij door een aanpassing van de bestaande arbeidsovereenkomst, hetzij door de vervanging van de bestaande arbeidsovereenkomst door een nieuwe arbeidsovereenkomst;
  4. dat de werknemer niet in aanmerking kwam voor de toekenning van de bijkomende uren omdat het van de wet niet ging om dezelfde functie en hij daarvoor niet de vereiste kwalificaties bezat;
  5. dat de werknemer niet in aanmerking kwam voor de toekenning van de bijkomende uren omdat het ging om uren die betrekking hebben op prestaties tijdens dezelfde tijdblokken als de prestaties geleverd door de betrokken werknemer;
  6. dat de werknemer was tewerkgesteld in een andere vestigingseenheid dan de vestigingseenheid waar de bijkomende uren beschikbaar waren;
  7. dat hij aan de betrokken werknemer alle vacante voltijdse en deeltijdse dienstbetrekkingen heeft aangeboden.

Op basis van de gegevens ontvangen van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, stelt de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid een lijst op van de werkgevers die deeltijdse werknemers tewerkstellen die een inkomensgarantie-uitkering genieten, van wie het arbeidsvolume toegenomen is in het lopende kwartaal ten opzichte van het gemiddelde arbeidsvolume van de vier voorgaande kwartalen en waarvan geen enkele werknemer zijn contractueel gemiddelde wekelijkse arbeidsduur heeft zien toenemen met ten minste één uur in de loop van de vier voorgaande kwartalen.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2019. De responsabiliseringsbijdrage is voor het eerst verschuldigd in het tweede kwartaal van 2020.

U leest hier het volledige Koninklijk besluit van 2 mei 2019 tot uitvoering van de bepalingen van de programmawet van 22 december 1989 die betrekking hebben op de voorrang voor deeltijdse werknemers om een vacante dienstbetrekking bij hun werkgever te verkrijgen.