Studentenarbeid in het coronajaar 2020

Geschreven door Ester Van Oostveldt, SoConsult, www.soconsult.be
Foto:   Chung Ho Leung

De regering heeft beslist om de uren die een student presteert tijdens het tweede kwartaal van 2020, niet te laten meetellen voor het contingent van 475 uren per jaar. Dat staat te lezen in een tussentijdse RSZ-instructie van 17 april 2020.

Waarover gaat dit?

Studenten kunnen gedurende 475 uren per kalenderjaar tewerkgesteld worden tegen verlaagde RSZ-bijdragen. Dat maximum van 475 uren per jaar wordt het contingent genoemd.

Concreet betekent dit dat op het loon van die studenten niet de gewone RSZ-bijdragen verschuldigd zijn, maar slechts verlaagde RSZ-bijdragen, zogenaamde solidariteitsbijdragen: 5,42 % ten laste van de werkgever, 2,71 % ten laste van de werknemer.

Opdat die gunstregeling toepassing zou vinden, is, naast het respecteren van het maximum van 475 uren per jaar, nog vereist dat:

  • de student tewerkgesteld is met een overeeenkomst voor tewerkstelling van studenten,
  • de student tewerkgesteld is tijdens de periodes van niet-verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstellingen,
  • de betrokken werkgever voor de student een correcte Dimona heeft gedaan (zie Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht 2019-2020nr. 1129).

Via de onlinetoepassing student@work kan een student het resterend saldo van zijn of haar contingent nakijken.

Coronamaatregel: uitbreiding studentenarbeid tweede kwartaal 2020

Om het mogelijk te maken jobstudenten in te zetten in sectoren die door de coronacrisis geconfronteerd worden met een verhoogde werkdruk (bv. de voedingssector), heeft de regering beslist de uren die een student presteert tijdens het tweede kwartaal van 2020, niet mee te laten tellen voor het contingent van 475 uren per jaar.

Dit geldt voor alle studenten ongeacht de sector waarin ze tewerkgesteld worden. De solidariteitsbijdragen in plaats van de gewone RSZ-bijdragen kunnen dus voor alle uren die zij presteren in het tweede kwartaal van 2020 toegepast worden, ook als het contingent van de student al opgebruikt is in het eerste kwartaal of volledig gereserveerd werd voor prestaties in het derde en vierde kwartaal van 2020.

De gewone aangifteregels blijven wel gelden, dus een Dimona 'STU' voor de tewerkstelling aanvangt en achteraf een aangifte DmfA van de gepresteerde uren. Een Dimona met aanduiding van uren blijft dus verplicht, maar het is niet nodig voor het tweede kwartaal van 2020 te 'reserveren' om zeker te zijn dat de student nog voldoende uren beschikbaar heeft die in aanmerking komen voor de solidariteitsbijdrage: alle in het tweede kwartaal gepresteerde uren door een student komen in aanmerking voor de solidariteitsbijdrage.

►Lees ook: Maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad van 24 april 2020

Gevolgen op fiscaal vlak en op het vlak van de gezinsbijslagen

Er worden maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat studenten die op deze manier in het tweede kwartaal van 2020 worden tewerkgesteld:

  1. hun recht op kinderbijslag (in Vlaanderen: groeipakket) niet verliezen,
  2. op fiscaal vlak verder als persoon ten laste kunnen beschouwd worden.