Rechtsbijstandsverzekering - FAQ

Geschreven door Lexalert

Met het wetsvoorstel van 18 februari 2019 tot het toegankelijker maken van de rechtsbijstandsverzekering besliste het parlement een fiscaal voordeel toe te kennen aan de rechtsbijstandsverzekering.

Volg het on demand seminarie Is uw appartementsgebouw goed verzekerd? met Astrid CLABOTS

1. Wie is "de verzekerde"?

2. Wat is de maximumwaarborg?

3. Waar geldt de waarborg?

4. Waarom is er een wachttijd?

5. Hoeveel bedraagt de wachttijd?

6. Wat dekt de waarborg zoal?

7. Welke kosten worden gedekt?

8. Inwerkingtreding


1. Wie is "de verzekerde"?

Het begrip "verzekerde" is gedefinieerd naar analogie van de klassieke definities zoals verwoord in het kader van de familiale BA-verzekering. Niet alleen de verzekeringsnemer is verzekerd, maar ook alle personen die bij de verzekerde inwonen. Onder inwonenden verstaat men elke persoon die:

  • feitelijk onder hetzelfde dak leeft als de verzekeringsnemer;
  • deelneemt en geïntegreerd is in het gezinsleven van de verzekeringsnemer; en
  • gedomicilieerd is op het adres van de verzekeringsnemer.

Deze voorwaarden zijn cumulatief. Bij wijze van voorbeeld: Vluchtelingen die toevallig verblijven in de woning van de verzekeringsnemer zijn dus geen “inwonende”, tenzij het om erkende vluchtelingen zou gaan die bij de verzekeringsnemer officieel zijn gedomicilieerd en aan de andere opgesomde voorwaarden voldoen. In geval van co-ouderschap zal het kind als “inwonende” aangemerkt worden bij de ouder bij wie het gedomicilieerd is.

► Lees ook: Fiscaal voordeel rechtsbijstandsverzekering

2. Wat is de maximumwaarborg?

De maximumwaarborg van de verzekeraar wordt vastgesteld op ten minste 13 000 euro per geschil in burgerlijke zaken en op ten minste 13 500 euro voor een geschil in strafzaken.

De maximumwaarborg bedoeld in het eerste lid kan evenwel worden verminderd:

  • tot 3 375 euro per verzekerde persoon in geval van een geschil met betrekking tot een echtscheiding;
  • tot 6 750 euro voor wat betreft de contractuele geschillen met betrekking tot de goede uitvoering van het bouwen, verbouwen, verbeteren, renoveren, restau- reren en de afbraak van een onroerende goed, wanneer het optreden van een architect of het verkrijgen van de toestemming van een bevoegde overheid wettelijk vereist is en de geschillen die betrekking hebben op het arbeidscontract of op het statuut van rijkspersoneel of ambtenaar of gelijkaardige statuten, hierin begrepen de geschillen die betrekking hebben op het sociaal statuut van zelfstandigen.

Segmentatie laat toe dat alle materies worden opgenomen in de waarborg maar dat de premie afhankelijk wordt gemaakt van het risicoprofiel van de verzekerde. De verzekeringsnemer betaalt in functie van het risico waaraan hij is bloot gesteld. Zo kan een alleenstaande huurder een lagere premie betalen dan een gehuwd koppel dat eigenaar is van een woning.

Tot slot wordt bepaald dat een bedrag van 500 euro voor geschillen in burgerlijke zaken en een bedrag van 1000 euro voor geschillen in strafzaken wordt voorbehouden voor de vergoeding van de kosten van de gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures die ten laste worden gelegd van de verzekerde.

3. Waar geldt de waarborg?

De waarborg geldt voor alle gedekte geschillen in het kader van het privéleven en het professioneel leven die onder de bevoegdheid van een Belgisch rechtscollege zouden ressorteren. De waarborg is ook van toepassing voor dezelfde geschillen die onder de bevoegdheid van een rechtscollege in Nederland, Duitsland, het Groothertogdom Luxemburg en Frankrijk zouden ressorteren, met uitzondering van bepaalde aangelegenheden (fiscaal recht, erfrecht of administratief recht bijvoorbeeld). De waarborg is niet van toepassing, wat de in geld waardeerbare geschillen betreft, wanneer de waarde ervan 1 000 euro of minder bedraagt.

4. Waarom is er een wachttijd?

Er mag een wachttijd worden bepaald voor de maximumwaarborg. De wachttijd maakt het mogelijk om het fenomeen van anti-selectie tegen te gaan, dat in het bijzonder de rechtsbijstandsverzekering treft.

5. Hoeveel bedraagt de wachttijd?

De wachttijd mag vijf jaar niet te boven gaan voor de contractuele geschillen met betrekking tot de goede uitvoering van het bouwen, verbouwen, verbeteren, renoveren, restaureren en de afbraak van een onroerende goed, wanneer het optreden van een architect of het verkrijgen van de toestemming van een bevoegde overheid wettelijk vereist is.

De wachttijd mag drie jaar niet te boven gaan voor de geschillen met betrekking tot echtscheiding en wettelijk samenwonen en ook de geschillen die daaruit voortvloeien met betrekking tot goederen of personen;

De wachttijd mag een jaar niet te boven gaan voor de geschillen die ressorteren onder:

1° het personen- en familierecht, behalve bij de geschillen met betrekking tot echtscheiding en wettelijk samenwonen en ook de geschillen die daaruit voortvloeien;

2° het recht inzake verbintenissen uit overeenkomst, behalve bij de geschillen met betrekking tot bouw en renovatiewerken, zoals eerder vermeld;

3° het recht met betrekking tot de huidige of toekomstige hoofdverblijfplaats;

4° het fiscaal recht;

5° het administratief recht;

6° de geschillen die betrekking hebben op het arbeidscontract of op het statuut van rijkspersoneel of ambtenaar of gelijkaardige statuten, hierin begrepen de geschillen die betrekking hebben op het sociaal statuut van zelfstandigen;

7° het erfrecht, het schenkingsrecht en het testamentrecht.

Voor andere geschillen mag er geen wachttijd worden bepaald.

De bij een verzekeraar reeds verstreken wachttijd voor een bijzondere en gelijksoortige waarborg, komt de verzekerde ten goede indien hij van verzekeraar of van verzekeringsovereenkomst verandert, op voorwaarde dat de verzekerde altijd en ononderbroken gedekt was voor dit type geschil in rechtsbijstand.

6. Wat dekt de waarborg zoal?

  1. De vorderingen tot schadevergoeding gegrond op een contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid;
  2. De strafrechtelijke verdediging van de verzekerde, uitgezonderd de misdaden en de gecorrectionaliseerde misdaden, tenzij deze wordt vrijgesproken of de verjaring in werking treedt;
  3. De verdediging van de extracontractuele burgerlijke belangen van de verzekerde bij belangenconflict met zijn BA-verzekering;
  4. De geschillen die ressorteren onder het fiscaal recht;
  5. De geschillen die ressorteren onder het administratief recht;
  6. De geschillen die betrekking hebben op het arbeidscontract of op het statuut van rijkspersoneel of ambtenaar of gelijkaardige statuten, hierin begrepen de geschillen die betrekking hebben op het sociaal statuut van zelfstandigen;
  7. De geschillen die ressorteren onder het recht inzake verbintenissen uit overeenkomst in de ruime zin, daaronder begrepen het consumentenrecht;
  8. De geschillen die ressorteren onder het erf-, schenkings- en testamentrecht;
  9. De eerste echtscheiding die begint tijdens de waarborgtermijn van de overeenkomst en alle geschil- len met betrekking tot goederen of personen die daaruit voortvloeien. Het einde van een wettelijk samenwonen is gelijkgesteld aan een echtscheiding;
  10. De eerste bemiddeling in familiezaken, daaronder begrepen de meningsverschillen die tijdens de waarborgtermijn zouden opduiken met betrekking tot het onderhoud, de opvoeding, het recht op het hoofdzakelijke verblijf en het secundaire verblijf of het recht op persoonlijk contact met de kinderen.

Het wetsvoorstel breidt de waarborg uit tot de eerste echtscheiding (of het uiteengaan van een wettelijke samenwoning) en dus niet enkel meer tot de eerste echtscheidings- procedure door onderlinge toestemming, alsook tot alle geschillen die ressorteren onder het recht inzake verbintenissen uit overeenkomst, zonder uitsluiting van de geschillen met betrekking tot de goede uitvoering van het bouwen, verbouwen, verbeteren, renoveren, restaureren en afbreken van een onroerend goed. Ook de geschillen die betrekking hebben op het arbeidscontract of op het statuut van rijkspersoneel of ambtenaar of gelijkaardige statuten, hierin begrepen de geschillen die betrekking hebben op het sociaal statuut van zelfstandigen, worden verzekerd. De verzekeraar kan niet langer het contentieux van de prejudiciële vragen uitsluiten dat betrekking heeft op een door de waarborg gedekt geschil.

7. Welke kosten worden gedekt?

De gedekte kosten zijn de kosten die verband houden met de gerechtelijke procedures alsook de erelonen van advocaten, bemiddelaars, gerechtsdeurwaarders en van iedere andere persoon met de vereiste kwalificaties overeenkomstig de toepasselijke wet.

Deze waarborg dekt ten minste:

  1. de kosten en erelonen van advocaten;
  2. de kosten en erelonen van gerechtsdeurwaarders;
  3. de ten laste van de verzekerde gelegde kosten van de gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures;
  4. de kosten en erelonen van deskundigen, technisch adviseurs, bemiddelaars, arbiters en van iedere andere persoon die de vereiste kwalificaties heeft overeenkom- stig de op de procedure toepasselijke wet;
  5. de kosten van de tenuitvoerlegging.

Het geld dat de advocaat van de winnende partij op zijn derdenrekening ontvangt, is natuurlijk voor zijn cliënt bestemd. De rechtsplegingsvergoeding komt aan de cliënt toe, dat is geen vergoeding die aan de advocaat toekomt. De bedragen die zo worden ontvangen komen niet bovenop de erelonen van de advocaat van de winnaar maar worden wel, indien de advocaat die rechtsplegingsvergoeding niet aan zijn cliënt doorstort, van de ereloonstaat afgetrokken. Dus als een verzekeringsmaatschappij de erelonen van de advocaat betaalt, dan komt de rechtsplegingsvergoeding die de verliezer in beginsel moet betalen aan die verzekeringsmaatschappij toe. Dat kan dus op twee manieren gebeuren, zoals in alle andere dossiers: ofwel stort de advocaat dat bedrag simpelweg door aan de maatschappij en betaalt de maatschappij vervolgens de integrale ereloonstaat, ofwel brengt de advocaat de ontvangen rechtsplegingsvergoeding in mindering van zijn ereloonstaat en betaalt de verzekeringsmaatschappij het saldo van de ereloonstaat.

In de veronderstelling dat de tussenkomst van de advocaat meer kost dan de maximumwaarborg en dus de verzekerde zelf een deel van de kosten erelonen van zijn advocaat moet betalen, komt de rechtsplegingsvergoeding – ten belope van wat de verzekerde zelf moet betalen – aan de verzekerde toe. Dit is ook logisch in het licht van het feit dat de verzekeraar, wanneer hij een maximumwaarborg verleent, het risico loopt dat zijn verzekerde het geding verliest, in welk geval de verzekeraar nooit een rechtsplegingsvergoeding zou kunnen ontvangen.

8. Inwerkingtreding

De belastingvermindering zal worden verleend vanaf aanslagjaar 2020 voor premies die zijn betaald vanaf de datum van inwerkingtreding van de wet. Vermits enkel premies die zijn betaald vanaf de datum van de inwerkingtreding van de wet in aanmerking komen voor de belastingvermindering, zal er ook geen dubbel voordeel, t.t.z. op het vlak van zowel de vrijstelling van premietaks als van de belastingvermindering, worden verleend. De wet zou in werking treden de tiende dag na publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad.