Opsplitsing van een perceel in één bebouwde en één onbebouwde kavel opnieuw vergunningsplichtig

Geschreven door Céline Bimbenet, Schoups, www.schoups.com

In zijn arrest nr. 80/2019 van 23 mei 2019 heeft het Grondwettelijk Hof artikel 52, 4°, van het decreet van het Vlaamse Gewest van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving vernietigd. Deze bepaling had tot gevolg dat een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden niet langer verplicht was voor de opsplitsing van een perceel in één bebouwde en één onbebouwde kavel.

Het Grondwettelijk Hof is in zijn arrest van oordeel dat deze bepaling het mogelijk maakte om, zonder beperking qua omvang van de percelen of het aantal ervan, de vergunningsplicht en al de daaruit volgende waarborgen voor het leefmilieu en de goede ruimtelijke ordening, te vermijden door wat in werkelijkheid een grote verkaveling is, op kunstmatige wijze te faseren. Hierdoor zouden de omwonenden van dergelijke percelen geconfronteerd worden met een aanzienlijke achteruitgang van het door de vroegere wetgeving geboden beschermingsniveau (in het bijzonder de in concreto beoordeling van een gespecialiseerde overheid bij een vergunningsaanvraag, de mogelijkheid tot inspraak via het openbaar onderzoek in de gewone vergunningsprocedure en de controle door de rechter of de administratie geen kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt in haar beoordeling van de vergunningsaanvraag).

Deze aanzienlijke achteruitgang van het eerder geboden beschermingsniveau kan volgens het Hof niet worden verantwoord door de aan de bepaling ten grondslag liggende doelstelling om de administratieve last te verminderen voor eigenaars die beschikken over een woning op een groot perceel en die een deel van dat perceel willen afsplitsen om te verkopen voor de bouw van één woning. Het Grondwettelijk Hof besluit dan ook dat de vrijstelling van vergunningsplicht voor de opsplitsing van een perceel in één bebouwde en één onbebouwde kavel, als gevolg van de invoering van artikel 52, 4° van het decreet van het Vlaamse Gewest van 8 december 2017, niet in overeenstemming is met de standstill-verplichting van artikel 23, eerste lid, tweede lid en derde lid, 4° van de Grondwet die het recht op een menswaardig leven waarborgen, inzonderheid het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu, en gaat over tot vernietiging van de bepaling.

Lees ook: Share deals vs. asset deals in de vastgoedsector: de belastingplichtige wint ook in beroep

Dit vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof heeft terugwerkende kracht. Dit betekent dat voor alle gronden die sinds de datum van inwerkingtreding van de vernietigde bepaling op 30 december 2017 vrijwillig werden verdeeld in één bebouwde en één onbebouwde kavel zonder dat hiervoor  een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd aangevraagd en verkregen de concrete situatie moet worden bekeken en dat mogelijks een regularisatievergunning zal moeten worden aangevraagd.