Mobiliteitsbudget - Welke informatie voor de werknemer?

Geschreven door Lexalert
Foto: Elvert Barnes  

In een notendop 

Wat is het mobiliteitsbudget?  

Het mobiliteitsbudget is een alternatief voor de bedrijfswagen. Het is het bedrag dat de werknemer ontvangt van zijn werkgever ter compensatie van het feit dat hij afziet van de bedrijfswagen waarover hij beschikte of waarop hij aanspraak kon maken, en waarop bijzondere fiscale, sociaalrechtelijke en arbeidsrechtelijke regels van toepassing zijn voorzien in de wet van februari 2019. Het mobiliteitsbudget is van kracht met ingang van 1 maart 2019. Het mobiliteitsbudget is niet te verwarren met de mobiliteitsvergoeding 

Volg het on demand seminarie Mobiliteit van werknemers: cash for car en mobiliteitsbudget met Leen DE VRIESE

De werknemer kiest uit drie opties.  

De eerste optie betreft alsnog een bedrijfswagen, zij het dan wel een milieuvriendelijke wagen die voldoet aan specifieke ecologische eisen. Deze wagen ondergaat de gewone fiscale en parafiscale behandeling van een bedrijfswagen.   

De tweede optie is een verzamelnaam voor een heel aantal alternatieve en duurzame vervoersmodi zoals het openbaar vervoer, de fiets, deeloplossingen enz.  

De derde optie tenslotte geeft de werknemer recht op de uitbetaling van het saldo van het mobiliteitsbudget  dat niet is besteed geweest in de twee andere opties. 

Om het gebruik van alternatieve vervoersmodi zoveel mogelijk aan te moedigen wordt voorzien in een fiscale vrijstelling van de tweede optie terwijl de derde optie onderworpen wordt aan een specifieke sociale bijdrage van 38,07 %. 

Het mobiliteitsbudget staat niet alleen open voor werknemers met een bedrijfswagen  maar ook voor zij die er aanspraak kunnen op maken volgens het bedrijfswagenbeleid  van de werkgever. 

Mobiliteitsbudget – milieuvriendelijke bedrijfswagen 

Een milieuvriendelijke bedrijfswagen houdt in dat deze wagen: 

ofwel een elektrische wagen is;

ofwel een maximale CO -uitstoot heeft van 95 g en beantwoordt aan ten minste de emissienorm voor luchtverontreinigende stoffen die geldt voor nieuwe voertuigen of aan een latere norm.

Het budget dat, na een eventuele besteding aan een milieuvriendelijke bedrijfswagen, overblijft, zijnde de uitgespaarde kosten in hoofde van de werkgever, kan de werknemer dan besteden in optie 2 en/of 3.

► Lees ook 10 FAQ over het recht op aftrek van gemengd gebruikte bedrijfsmiddelen en andere goederen en diensten

Mobiliteitsbudget – alternatieve en duurzame vervoersmodi of huisvestingskosten 

Wat in het kader van het mobiliteitsbudget niet besteed wordt aan een milieuvriendelijke bedrijfswagen kan o.a. gespendeerd worden aan alternatieve en duurzame vervoersmodi of huisvestingskosten.  

Het betreft een heel aantal alternatieve en duurzame vervoersmodi waaronder het openbaar vervoer, de fiets, de deelauto enz. In dit kader worden bepaalde huisvestingkosten met betrekking tot een woning gelegen nabij de normale plaats van tewerkstelling bovendien gelijkgesteld met een duurzame wijze ven verplaatsen. 

Mobiliteitsbudget – uitbetaling saldo in cash 

Het saldo van het mobiliteitsbudget kan uitbetaald worden in cash. Hierop is een specifieke sociale bijdrage van 38,07 % verschuldigd. 

Mobiliteitsbudget – fiscaliteit en sociale zekerheid 

De milieuvriendelijke auto van optie 1 ondergaat de gewone fiscale en sociale behandeling van een bedrijfswagen. 

Om deze tweede optie extra aan te moedigen ten opzichte van optie 3 wordt voorzien dat het bedrag dat in aanmerking komt voor uitbetaling in contanten (optie 3) onderworpen wordt aan een specifieke sociale bijdrage van 38,07 pct. Optie 3 wordt zo ontmoedigd ten voordele van optie 2 die volledig onbelast is bij de werknemer en volledig aftrekbaar bij de werkgever. 

FAQ mobiliteitsbudget 

1. Voor wie geldt het mobiliteitsbudget?  

Voor werknemers en werkgevers.  

Werknemers zijn personen die anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst arbeid verrichten in de overheidssector alsook alle andere personen die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon 

Werkgevers zijn personen die werknemers tewerk stellen.  

2. Wat is een bedrijfswagen in het kader van het mobiliteitsbudget?  

Een bedrijfswagen is het in artikel 65 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 gedefinieerde voertuig, dat door de werkgever, rechtstreeks of onrechtstreeks, al dan niet kosteloos, aan de werknemer ter beschikking wordt gesteld voor persoonlijk gebruik. 

Wordt geacht ter beschikking te zijn gesteld voor persoonlijk gebruik, elk voertuig zoals gedefinieerd in artikel 65 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, dat op naam van de werkgever is ingeschreven of het voorwerp uitmaakt van een op naam van de werkgever gesloten huurof leasingovereenkomst of van gelijk welke andere gebruiksovereenkomst, dat voor andere dan loutere beroepsdoeleinden wordt gebruikt en waarvoor in hoofde van de werknemer een voordeel van alle aard wordt bepaald overeenkomstig artikel 36 van hetzelfde Wetboek en waarvoor door de werkgever een solidariteitsbijdrage verschuldigd is overeenkomstig artikel 38, § 3quater, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid van werknemers.  

3. Wat is een milieuvriendelijke bedrijfswagen in het kader van het mobiliteitsbudget?  

Een milieuvriendelijke bedrijfswagen is: 

  • een elektrische wagen; 
  • een wagen die beantwoordt aan de volgende cumulatieve voorwaarden: 

1) de CO2 -uitstoot van het betreffende voertuig moet minder dan of gelijk zijn aan 105 g per kilometer (vanaf 1 januari 2020 wordt deze CO2-uitstoot verlaagd tot 100 g per kilometer en vanaf 1 januari 2021 tot 95 g per kilometer);  

2) de aan te merken emissienorm voor luchtverontreinigende stoffen van het betrokken voertuig, moet ten minste overeenstemmen met de geldende norm voor nieuwe voertuigen, met uitzondering van einde reeksen, op het ogenblik van het verzoek om toepassing van de onderhavige wet door de betrokken werknemer, of met een latere norm; 

3) in het geval van een oplaadbaar hybride voertuig mag de elektrische batterij geen energiecapaciteit hebben van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht; 

4) in voorkomend geval, is de waarde bedoeld in 1), 2) en 3) ten minste gelijk aan die van het voertuig waarover de werknemer beschikte; 

Wat zijn duurzame vervoermiddelen in het kader van het mobiliteitsbudget?  

Duurzame vervoermiddelen zijn: 

a) zachte mobiliteit (aankoop, huur, leasing, onderhoud en verplichte uitrusting) 

  • rijwielen, voortbewegingstoestellen, gemotoriseerde rijwielen en bromfietsen, zoals gedefinieerd in het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer; 
  • motorfietsen, zoals gedefinieerd in het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, met dien verstande dat deze enkel in aanmerking komen wanneer ze elektrisch worden aangedreven; 

b) openbaar vervoer (abonnementen en vervoersbewijzen) 

  • abonnementen voor openbaar vervoer voor het woon-werkverkeer op naam van de werknemer; 
  • biljetten voor het openbaar vervoer, zowel in België als binnen de Europese Economische Ruimte; 

c) georganiseerd gemeenschappelijk vervoer d) deeloplossingen 

  • carpooling en autodelen, uitgebreid tot alle voertuigen met 2, 3 of 4 wielen, al dan niet gemotoriseerd, toebehorende aan een vloot of aan particulieren; 
  • het taxivervoer en het verhuren van auto’s met chauffeur; 
  • de huur van voertuigen zonder chauffeur, voor maximaal 30 kalenderdagen per jaar. 

Met duurzame vervoermiddelen worden gelijkgesteld: 

  • huisvestingskosten, meer bepaald huurgelden en interesten van hypothecaire leningen, betreffende de woonplaats die binnen een straal van 5 kilometer van de normale plaats van tewerkstelling gelegen is; 
  • de voordelen bedoeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 14°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. 

4. Wie beslist over de invoering van het mobiliteitsbudget? 

De invoering van een mobiliteitsbudget behoort tot de uitsluitende beslissingsbevoegdheid van de werkgever. 

Eventuele voorwaarden die de werkgever hieraan wil verbinden, moeten bij de invoering van het mobiliteitsbudget ter kennis worden gebracht van alle werknemers. 

Het kan voor een ononderbroken periode van minstens 36 maanden, onmiddellijk voorafgaand aan de invoering van het mobiliteitsbudget, één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking heeft gesteld van één of meerdere werknemers. 

Het bovenstaande is niet van toepassing op een werkgever die minder dan 36 maanden actief is op voorwaarde dat hij op het ogenblik van het invoeren van het mobiliteitsbudget één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking stelt van één of meerdere werknemers. De activiteit wordt geacht te zijn gestart: 

  • als de werkgever een rechtspersoon is, op datum van de neerlegging van de oprichtingsakte ter griffie van de ondernemingsrechtbank of van een gelijkaardige registratieformaliteit in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte; 
  • als de werkgever een natuurlijk persoon is, op datum van de eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen. 

Wanneer de werkgever een vennootschap is waarvan de activiteit bestaat uit de voortzetting van een werkzaamheid die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijke persoon of een andere rechtspersoon, wordt de vennootschap-werkgever geacht te zijn opgericht respectievelijk op het ogenblik van de eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen door die natuurlijke persoon, of op het ogenblik van de neerlegging van de oprichtingsakte van die andere rechtspersoon ter griffie van de ondernemingsrechtbank of van het vervullen van een gelijkaardige registratieformaliteit door die natuurlijke persoon of andere rechtspersoon in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte. 

5. Welke werkgevers mogen beroep doen op het mobiliteitsbudget?  

De werkgever kan dergelijk mobiliteitsbudget enkel invoeren indien hij reeds gedurende een ononderbroken periode van minstens 36 maanden, onmiddellijk voorafgaand aan de invoering van het mobiliteitsbudget, één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking heeft gesteld van één of meerdere werknemers. 

Het bovenstaande is niet van toepassing op een werkgever die minder dan 36 maanden actief is op voorwaarde dat hij op het ogenblik van het invoeren van het mobiliteitsbudget één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking stelt van één of meerdere werknemers. De activiteit wordt geacht te zijn gestart: 

  • als de werkgever een rechtspersoon is, op datum van de neerlegging van de oprichtingsakte ter griffie van de ondernemingsrechtbank of van een gelijkaardige registratieformaliteit in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte; 
  • als de werkgever een natuurlijk persoon is, op datum van de eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen. 

Wanneer de werkgever een vennootschap is waarvan de activiteit bestaat uit de voortzetting van een werkzaamheid die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijke persoon of een andere rechtspersoon, wordt de vennootschap-werkgever geacht te zijn opgericht respectievelijk op het ogenblik van de eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen door die natuurlijke persoon, of op het ogenblik van de neerlegging van de oprichtingsakte van die andere rechtspersoon ter griffie van de ondernemingsrechtbank of van het vervullen van een gelijkaardige registratieformaliteit door die natuurlijke persoon of andere rechtspersoon in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte. 

6. Welke werknemers komen in aanmerking voor het mobiliteitsbudget en hoe wordt het aangevraagd?  

De werkgever kan enkel een mobiliteitsbudget toekennen aan werknemers die daadwerkelijk over een bedrijfswagen beschikken of die voor een bedrijfswagen in aanmerking komen. 

Werknemers die deel uitmaken van een functiecategorie waarvoor het bij de werkgever geldende bedrijfswagenbeleid in een bedrijfswagen voorziet komen in aanmerking voor een bedrijfswagen.  

Binnen het kader en de voorwaarden van het mobiliteitsbudget dat de werkgever heeft ingevoerd, kan de werknemer een aanvraag richten aan de werkgever om de bedrijfswagen waarop hij volgens het bedrijfswagenbeleid bij de werkgever aanspraak kan maken om te ruilen voor een mobiliteitsbudget. 

De werkgever deelt de wijze waarop het mobiliteitsbudget wordt berekend en het bedrag ervan op voorhand mee aan de werknemer. 

Een werknemer die beschikt over een bedrijfswagen, kan een dergelijke aanvraag enkel doen indien hij: 

  • op het moment van de aanvraag minstens 3 maanden ononderbroken over een bedrijfswagen beschikt bij de huidige werkgever; en
  • in de 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag, minstens 12 maanden over een bedrijfswagen beschikt of heeft beschikt bij de huidige werkgever. 

De periode van 36 maanden bedoeld is niet van toepassing wanneer de huidige werkgever een werkgever is bedoeld in paragraaf 2 van “Welke werkgevers mogen beroep doen op het mobiliteitsbudget?” 

Een werknemer die in aanmerking komt voor een bedrijfswagen, kan een dergelijke aanvraag enkel doen indien hij: 

  • op het moment van de aanvraag minstens 3 maanden ononderbroken in aanmerking kwam voor een bedrijfswagen bij de huidige werkgever; en
  • in de 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag, reeds minstens 12 maanden in aanmerking kwam voor een bedrijfswagen bij de huidige werkgever. 

De periode van 36 maanden is niet van toepassing wanneer de huidige werkgever een werkgever is bedoeld in paragraaf 2 van “Welke werkgevers mogen beroep doen op het mobiliteitsbudget?” 

De hierboven vermelde voorwaarden voor de werknemers die beschikken of in aanmerking komen voor een bedrijfswagen gelden niet ter gelegenheid van de aanwerving van een werknemer en evenmin in geval van een bevordering of functiewijziging die zich heeft voorgedaan voor 1 maart 2019. 

De aanvraag van het mobiliteitsbudget door de werknemer gebeurt schriftelijk. 

De werkgever beslist om al dan niet in te gaan op de aanvraag van een werknemer. Deze beslissing wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de aanvrager. 

7. De overeenkomst mbt het mobiliteitsbudget in de arbeidsovereenkomst?  

De formele aanvraag van de werknemer en de positieve beslissing van de werkgever om op deze aanvraag in te gaan, vormen een overeenkomst die als zodanig inhoudelijk deel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst tussen beide partijen. 

Deze overeenkomst wordt voorafgaandelijk aan de eerste toekenning van het mobiliteitsbudget gesloten en vermeldt onder andere het initiële bedrag van het mobiliteitsbudget. 

De overeenkomst met betrekking tot het mobiliteitsbudget is een sociaal document dat bijgehouden moet worden.  

8. Wat zijn de juridische gevolgen van het mobiliteitsbudget?  

De werknemer die het voordeel van een mobiliteitsbudget verkrijgt, kan niet meer genieten van de vrijstellingen bedoeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 9°, a) en b), en 14°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. 

Deze bepaling wordt vermeld in de overeenkomst mbt het mobiliteitsbudget. 

Deze bepaling is niet van toepassing voor de werknemer die én een mobiliteitsbudget ontvangt én een andere vergoeding of een voordeel voor verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling die recht geeft op één van de genoemde vrijstellingen, maar die voorheen ook het voordeel van een bedrijfswagen genoot of het recht op een bedrijfswagen had verkregen en tegelijkertijd, gedurende minstens drie maanden voorafgaand aan de aanvraag van het mobiliteitsbudget, een vergoeding of een voordeel ontving voor verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling die recht geeft op één van de genoemde vrijstellingen. 

De bestaande verplichtingen voor de werkgever om een verplaatsingsvergoeding toe te kennen houden op te bestaan vanaf de eerste dag van de maand tijdens dewelke de werknemer een mobiliteitsbudget wordt toegekend en herwinnen hun bindende kracht vanaf de eerste dag van de maand tijdens dewelke de toekenning van het mobiliteitsbudget een einde neemt. 

Ingeval de werknemer beschikt over meerdere bedrijfswagens bij dezelfde werkgever, kan slechts één bedrijfswagen worden ingeleverd in ruil voor een mobiliteitsbudget. De inlevering van andere bedrijfswagens kan geen recht geven op een bijkomend mobiliteitsbudget. 

9. Wanneer eindigt het mobiliteitsbudget?  

De toekenning van het mobiliteitsbudget eindigt uiterlijk de eerste dag van de maand waarin de werknemer: 

a) een functie uitoefent waarvoor geen recht op een bedrijfswagen is voorzien in het loonsysteem van de werkgever; 

b) over een mobiliteitsvergoeding beschikt zoals bepaald bij de wet van 30 maart 2018 betreffende de invoering van een mobiliteitsvergoeding; 

c) over een bedrijfswagen beschikt, andere dan een milieuvriendelijke bedrijfswagen bedoeld, en, in geval van het beschikken over meerdere bedrijfswagens bij dezelfde werkgever op het ogenblik van de toekenning van een mobiliteitsbudget, andere dan een bedrijfswagen die niet het voorwerp heeft uitgemaakt van de toekenning van een mobiliteitsbudget. 

10. Wat is de omvang en evolutie van het mobiliteitsbudget? 

Het bedrag van het mobiliteitsbudget komt overeen met de jaarlijkse bruto kosten van de bedrijfswagen voor de werkgever, met inbegrip van de fiscale en parafiscale lasten en de daarmee gerelateerde kosten in het kader van het bedrijfswagenbeleid, zoals de financieringskosten, de brandstofkosten, de verschuldigde solidariteitsbijdrage, waarop de werknemer recht heeft. 

Wanneer de bedrijfswagen eigendom is van de werkgever, worden de financieringskosten vervangen door een jaarlijkse afschrijving van 20 pct. 

Bij een functieverandering of een bevordering kan het mobiliteitsbudget worden verhoogd of verlaagd wanneer de werknemer door die verandering of die bevordering tot een functiecategorie behoort waarvoor het loonsysteem van de werkgever respectievelijk in een hoger of lager budget voorziet. 

Verplichtingen die voor de werkgever gelden om het loon te koppelen aan andere vormen en formules voor aanpassing aan de levensduurte zijn niet van toepassing op het mobiliteitsbudget. Het mobiliteitsbudget kan wel het voorwerp uitmaken van een aanpassing zonder dat deze evenwel zou leiden tot een hoger bedrag dan het bedrag dat van toepassing zou zijn indien de werkgever het systeem voor loonindexering zou toepassen dat geldt binnen de sector waartoe de onderneming behoort. 

Het mobiliteitsbudget wordt meegenomen in de berekening van de maximale marge voor de loonkostenontwikkeling. 

11. Wat is het statuut van het mobiliteitsbudget?  

Onder voorbehoud van de afwijkingen die bij deze wet worden bepaald, kunnen er aan het mobiliteitsbudget geen rechten worden ontleend, ten belope van het bedrag zoals bepaald in deze wet, met uitzondering van de terbeschikkingstelling ervan door de werkgever en het bepaalde in de twee volgende paragrafen. 

In afwijking van het bovenstaande zal voor de toepassing van de wettelijke, reglementaire en conventionele bepalingen waaraan de werknemer rechten zou ontlenen met betrekking tot het voordeel en de waarde van het privégebruik van de bedrijfswagen, het mobiliteitsbudget op dezelfde manier behandeld worden als het privégebruik van de bedrijfswagen. 

Een collectieve arbeidsovereenkomst kan voorzien in gunstigere bepalingen voor de werknemers, met uitzondering van rechten op het gebied van sociale zekerheid of jaarlijkse vakantie en zonder dat dit mag leiden tot een wijziging van de ten aanzien van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid te vervullen administratieve formaliteiten. 

Voor de toepassing van deze wet mag het mobiliteitsbudget niet worden toegekend ter gehele of gedeeltelijke vervanging of omzetting van loon, premies, voordelen in natura of enig ander voordeel of aanvulling hierbij die al dan niet in aanmerking worden genomen voor de sociale zekerheid. 

Het mobiliteitsbudget mag evenmin worden toegekend wanneer de bedrijfswagen die aanleiding zou geven tot de toekenning van een mobiliteitsbudget, geheel of gedeeltelijk het resultaat was van een in de eerste paragraaf bedoelde vervanging of omzetting.  

De mobiliteitsbudget mag wel worden toegekend ter vervanging of omzetting van loon of andere voordelen, indien die voordelen blijkens de individuele arbeidsovereenkomst werden toegekend aan de werknemer omdat hij recht had op een bedrijfswagen, maar er niet effectief over beschikt heeft, tenzij die voordelen op hun beurt geheel of gedeeltelijk het resultaat waren van een in het eerste lid bedoelde vervanging of omzetting.  

Het mobiliteitsbudget mag ook worden toegekend ter vervanging van een mobiliteitsvergoeding. 

12. Wat is de sociaalrechtelijke en fiscale behandeling van het mobiliteitsbudget?  

Het saldo van het mobiliteitsbudget wordt uitgesloten uit het loonbegrip.  

De werknemer is hierop een bijzondere bijdrage van 38,07% verschuldigd. 

De bijdragen worden door de werkgever betaald aan de instelling belast met de inning van de socialezekerheidsbijdragen, binnen dezelfde termijnen en onder dezelfde voorwaarden als de socialezekerheidsbijdragen voor de werknemers. 

Het saldo van het mobiliteitsbudget is op fiscaal vlak vrijgesteld tenzij het gecombineerd wordt met een mobiliteitsvergoeding.

Vergelijking mobiliteitsbudget en -vergoeding 

Het essentieel verschil met de mobiliteitsvergoeding is derhalve dat er bij het mobiliteitsbudget nog steeds kan geopteerd worden voor een bedrijfswagen, zij het weliswaar een milieuvriendelijke, die dan kan worden aangevuld met bijkomende vervoersmogelijkheden. 

Daar waar de mobiliteitsvergoeding voor de volle 100 % inzet op alternatieve vervoersmodi, gelet dat de betrokkene niet langer beschikt over een bedrijfswagen, zet het mobiliteitsbudget m.a.w. vooral in op multimodaliteit: zo kan een bedrijfswagen worden aangevuld met een abonnement op het openbaar vervoer, een fiets enz. 

Afhankelijk van het af te leggen traject en het doel van de verplaatsing, kan de werknemer m.a.w. zelf kiezen welke vervoersmiddelen hem daarvoor het meest geschikt lijken: zo kan hij het hele traject afleggen met de bedrijfswagen, maar hij kan evenzeer de bedrijfswagen nemen tot aan het station, vervolgens verder rijden met de trein en tenslotte overstappen op tram of bus, een deelfiets nemen, enz.

Hier vindt u de volledige wettekst.

Andere FAQ over het mobiliteitsbudget: