Meldplicht bij werken in de nabijheid van ondergrondse leidingen

Geschreven door Mr Melissa Olivotto - Mr Siegfried Busscher, Advocatenkantoor Schoups, https://www.schoups.com

Op 9 mei 2019 werd het koninklijk besluit van 22 april 2019 gepubliceerd tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 september 1988 betreffende de voorschriften en de verplichtingen van raadpleging en informatie bij het uitvoeren van werken in de nabijheid van installaties van vervoer van gasachtige en andere producten door middel van leidingen.

Dit koninklijk besluit van 22 april 2019 treedt op 1 juli 2019 in werking. Het vereenvoudigt de procedures voor het verkrijgen van relevante informatie van de betrokken partijen, maar verstrengt de meldingsplicht voor aannemers en bouwheren die werken plannen in de nabijheid van ondergrondse leidingen.   

Volg het on demand seminarie Up-to-date Vastgoedrecht 2019-1 met

Wij zetten hieronder de verschillende wijzigingen uiteen die door dit koninklijk besluit worden aangebracht.

Nauwkeurige definities en onderscheid

Het nieuwe artikel 1 wijzigt en verduidelijkt enkele definities die reeds in de oude versie van het koninklijk besluit van 21 september 1988 stonden. Zo is het begrip “werken” nu breder dan volgens de versie van 1988. De aanvankelijke lijst is nu langer en vermeldt met name: “alle werken die onder, op of boven openbaar domein of particuliere eigendommen worden uitgevoerd en vervoerinstallaties kunnen schaden, onder meer […] het diepploegen en diepwoelen, […] het aanplanten of verwijderen van diepwortelende planten, […] het ruimen van grachten”. Er moet worden opgemerkt dat de vroegere versie “installaties van vervoer door middel van leidingen” noemde. Deze verduidelijking is nu weggelaten, wat impliceert dat iedere vervoersinstallatie wordt bedoeld, ongeacht of deze door middel van leidingen of bijvoorbeeld door kabels is.

Er wordt nog altijd een onderscheid gemaakt naargelang de bovenvermelde werken al dan niet worden uitgevoerd door een bouwheer die uitbater is van ondergrondse bouwwerken van openbaar nut. Verder wordt er ook onderscheid gemaakt naargelang de uit te voeren werken kleine geplande werken zijn, of werken die spoed eisen. Voor deze twee specifieke gevallen gelden enigszins andere verplichtingen voor bouwheren, ontwerpers en aannemers.

Meldplicht en document van vaststelling

De oude artikels 2 tot 8 van het KB van 21 september 1988 (oude versie) zijn allemaal vervangen. De principiële verplichting uit de oude versie van het koninklijk besluit blijft echter van toepassing: voor de aanvang van de werken, moeten de bouwheer of de ontwerper inlichtingen inwinnen om te weten of de ontworpen werken zich bevinden in een beschermde zone.

Er mogen geen werken worden uitgevoerd in een beschermde zone, behalve in het geval van werken die spoed eisen. Daartoe moet een centraal meldpunt (internettoepassing) worden geraadpleegd. Het is daarom niet meer nodig om inlichtingen in te winnen bij de betrokken gemeenten. Het doel van deze wijziging is om de aanvragen en de beschikbare informatie te centraliseren. Verder vereenvoudigt het gebruik van elektronische communicatiemiddelen (via internet) de informatie-uitwisseling waardoor de nodige termijnen kunnen worden ingekort.

Vervoerders (die ondergrondse leidingen gebruiken om gasachtige en andere producten te vervoeren) moeten vervolgens onmiddellijk worden verwittigd van de aard, de planning en de plaats van de ontworpen werken. Nadat ze via het centrale meldpunt zijn verwittigd (via e-mail), moeten de vervoerders binnen de 15 dagen alle nuttige beschikbare inlichtingen over de leidingen geven, waaronder nu ook de veiligheidsvoorschriften die voor en na de start van de werken moeten worden nageleefd (nieuw). Eerder werden de veiligheidsvoorschriften in overleg met de bouwheren of de ontwerpers en de vervoerders bepaald. Nu geven deze laatsten aan welke regels moeten worden nageleefd. Deze informatie moet vervolgens uiteraard worden doorgegeven aan de aannemers.

Artikel 4 voorziet verder dat deze maatregelen voor de veiligheid en instandhouding moeten worden opgenomen in een document van vaststelling dat door de aannemer en de vervoerder wordt ondertekend. Dit document moet te allen tijde kunnen worden geraadpleegd op de plaats van de uitvoering van de werken. Verder is de aannemer verantwoordelijk voor het instandhouden van de markering van het tracé van de vervoersinstallaties op de werf.

►Lees ook Bouwheer verstrekt inlichtingen over pas opgericht gebouw binnenkort elektronisch

Andere regels voor kleine geplande werken en werken die spoed eisen

Dezelfde regels als hierboven werden uiteengezet, zijn van toepassing op herstellingswerken die spoed eisen en kleine geplande werken, met enkele aanpassingen.

De meldplicht en het overleg met de vervoerders blijft onveranderd, maar de termijnen worden aangepast (deze zijn korter). Het nieuwe artikel 5/1 voorziet dat mechanische middelen mogen worden gebruikt om de bovenste harde toplaag over een maximale dikte van 25 cm te verwijderen, als manueel werken niet mogelijk is.

Als de bovenste harde toplaag dikker is dan 25 cm, dan moet er opnieuw overleg worden gepleegd met de vervoerders voordat de graafwerkzaamheden met mechanische middelen mogen worden voortgezet. Er moeten bijkomende maatregelen worden genomen voordat de werken kunnen worden verdergezet.

Conclusie

De wijzigingen die zijn aangebracht door het koninklijk besluit van 22 april 2019 verstrengen en verduidelijken de meldplicht voor bouwheren, ontwerpers en aannemers. Verder zijn de termijnen aangepast met het oog op de modernisering van de communicatiemiddelen en het snellere proces dat is voorzien.