Meer tijd om btw te recupereren voor niet-EU onderneming?

Geschreven door Marty Vankemmel, Alaska, www.alaska-group.eu
Foto: Mark Doliner  

Wanneer een btw-plichtige onderneming die niet in de EU gevestigd is bv. in België btw moet betalen op een professionele aankoop, voorziet Europa dat die btw moet gerecupereerd kunnen worden. De EU-lidstaten bepalen ieder voor zich de modaliteiten daarvan, zoals de termijn om de btw-teruggaaf aan te vragen. Eind vorig jaar heeft het Brusselse Hof van Beroep zich gemoeid in de discussie of in casu die termijn al dan niet verstreken was.

Neutraliteitsbeginsel

Het neutraliteitsbeginsel inzake btw komt erop neer dat elke btw-plichtige onderneming die btw moet afdragen op haar verkopen, ook de btw moet kunnen recupereren op haar aankopen. Enkel de eindverbruiker moet de btw dragen. Het gaat om een Europees beginsel, maar dat neemt niet weg dat ook een onderneming buiten de EU die voor de uitoefening van haar economische activiteit goederen/diensten verkoopt, de btw die zij in de EU zou oplopen moet kunnen recupereren. Een dergelijke onderneming wordt immers ook als btw-plichtige aangemerkt. In de zaken die voor het Brusselse Hof van Beroep kwamen ging het om een Japans bedrijf dat schoenen verkocht die in 2009 Belgische btw had opgelopen. Uiteraard kan zij die btw niet recupereren via een btw-aangifte, maar moet zij daarvoor een speciale procedure doorlopen, nl. via een systeem van teruggaaf van de btw.

Volg op 18 december 2020 van 12:30 uur tot 13:30 uur het online seminar Up-to-date - Fiscaliteit, boekhouding en vennootschap (DEC 2020) (VOLZET) met Roel VAN HEMELEN

Teruggaaf

Dat systeem van teruggaaf wordt zowel bevestigd in de (dertiende) Btw-Richtlijn, maar daarin wordt niet vermeld binnen welke termijn de aanvraag tot teruggaaf moet ingediend worden. Dat wordt overgelaten aan iedere EU-lidstaat. De Belgische wetgever heeft dat geregeld in artikel 80 W. Btw, en meer bepaald is het aan de Koning om de teruggaafmodaliteiten vast te leggen. In België is dat gebeurd bij K.B. nr. 4. Daarin wordt bepaald dat de aanvraag tot teruggaaf uiterlijk moet ingediend op 30 september van het kalenderjaar volgend op het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft.

►Lees ook: Nieuwe circulaire aftrek risicokapitaal

Uitspraak Hof

In de zaken die voor het Hof kwam werd de aanvraag tot teruggaaf pas maart 2011 en november 2012 ingediend, dus eigenlijk te laat. Echter, aldus het Hof, staat in W. Btw te lezen dat de vordering tot teruggaaf maar verjaart na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van de btw-teruggaaf zich heeft voorgedaan. Volgens het Hof is de aanvraag dus niet te laat vermits een K.B. slechts mag toegepast worden voor zover dat in overeenstemming is met de wet (art. 159 G.W.) en dat was in casu niet het geval. De termijn van K.B. nr. 4 moet volgens het Hof dan ook wijken voor de langere termijn uit het W. Btw.