Maandelijkse teruggaaf BTW-krediet voor starters vanaf 1 januari 2020

Geschreven door Lexalert

Het koninklijk besluit van 29 augustus 2019 wijzigt het koninklijk besluit nr. 4 wat het voordeel van de maandelijkse teruggaaf van btw-kredieten betreft. Het voert de mogelijkheid van een maandelijkse teruggaaf van het BTW-krediet voor starters in. Het gaat over een periode van vierentwintig maanden die volgt op de datum van aanvang van de economische activiteit en het krediet moet minstens 245 euro bedragen.

Huidige situatie

Het blijkt dat belastingplichtigen die hun economische activiteit aanvangen, in het bijzonder natuurlijke personen en KMO's, die niet altijd over een grote financiële basis beschikken, bepaalde liquiditeitsproblemen ondervinden. Dergelijke ondernemingen beschikken immers vaak over een btw-krediet ten gevolge van de aftrek van de btw geheven op de uitgaven en de investeringen bij de aanvang van hun activiteit.

Dat btw-krediet wordt hen in principe slechts terugbetaald na een periode van drie maanden volgend op het aangiftetijdvak waarop de trimestriële btw-aangifte of de btw-aangifte van de laatste maand van het trimester betrekking heeft.

Binnen de normale teruggaafregeling bedraagt het teruggavetijdvak (i.e. het tijdvak waarop de teruggaaf betrekking heeft en dat de teruggaveperiodiciteit bepaalt) aldus drie maanden. Bovendien bedraagt de maximale teruggavetermijn (i.e. de termijn vanaf het einde van het teruggavetijdvak waarbinnen het btw-krediet daadwerkelijk wordt teruggegeven) drie maanden.

Daarnaast voorziet KB nr. 4 evenwel dat de ordonnancering of de verrichting gelijkgesteld met een betaling inzake een btw-krediet uiterlijk de tweede maand volgend op het tijdvak van de maandaangifte geschiedt, voor de belastingplichtigen die de maandelijkse teruggaaf van dit krediet genieten. Binnen deze regeling van versnelde teruggaaf, bedraagt het teruggavetijdvak aldus maar één maand en de maximale teruggaaftermijn twee maanden.

Het betreft hier de belastingplichtigen die maandaangiften indienen en die voor ten minste 30 procent van hun omzetcijfer bepaalde niet belaste handelingen verrichten dan wel handelingen onderworpen aan een verlaagd btw-tarief en die, in de loop van het verstreken kalenderjaar, een btw-overschot in hun voordeel hadden van ten minste 12.000 euro.

De belastingplichtigen die aanvangen met een economische activiteit kunnen niet automatisch genieten van deze versnelde terugbetaling van hun btw-krediet, aangezien de voormelde voorwaarden gebonden zijn aan de aard van de economische activiteit van de belastingplichtige.

Volg op 1 oktober 2019 van 12 uur tot 14 uur het online seminar Bestuurdersaansprakelijkheid in het licht van het nieuwe Boek XX WER en het WVV met Alexander SNYERS

Wijzigingen

Het KB breidt daarom het toepassingsgebied van de regeling van maandelijkse teruggaaf van het btw-krediet uit met een nieuwe categorie belastingplichtigen, met name de belastingplichtige "starters", door de bepaling onder 4° van § 2, eerste lid, van artikel 81 van het koninklijk besluit nr. 4 te herstellen in een nieuwe aangepaste versie.

Vermits het doel van deze nieuwe bepaling er enkel in bestaat de startende belastingplichtigen een duwtje in de rug te geven, betreft deze maandelijkse teruggaaf uitsluitend de btw-kredieten die betrekking hebben op een periode van vierentwintig maanden die volgt op de datum van aanvang van de economische activiteit. Het krediet bovendien minstens 245 euro bereiken.

Het nieuwe KB breidt de voorwaarde volgens welke alle aangiften met betrekking tot de handelingen van het lopende jaar uiterlijk op de twintigste dag van de maand volgend op de maand waarin het door de Staat verschuldigde bedrag is vastgesteld, moeten worden ingediend, uit tot dit nieuw geval van maandelijkse teruggaaf.

Bovendien bepaalt het nieuwe KB dat in de twee gevallen van maandelijkse teruggaaf, deze aangiften uitsluitend langs elektronische weg moeten worden ingediend om de administratie in staat te stellen de gegevens van deze aangiften meer doeltreffend te verwerken in het kader van deze regeling van versnelde teruggaaf en aldus de tijdige terugbetaling van de terug te geven bedragen te waarborgen terwijl toch een adequate administratieve controle kan worden verzekerd. Deze verplichting geldt voortaan dus ook voor de onder 3° bedoelde maandelijkse teruggaaf. Bijgevolg wordt in het nieuwe artikel 81, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit uitdrukkelijk verwezen naar de verplichting om de periodieke btw-aangifte bedoeld in artikel 18, § 4, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde langs elektronische weg in te dienen, zonder dat men zich kan beroepen op de ontheffing van artikel 18, § 5, van dat besluit.

Het nieuwe KB wijzigt ook het koninklijk besluit nr. 4 opdat de belastingplichtige "starters" uiteraard ook de teruggaaf kunnen genieten, ten laatste de tweede maand die volgt op het tijdvak van de maandelijkse aangifte.

Tijdens deze periode moeten de belastingplichtigen die de versnelde teruggaaf van hun btw-krediet wensen, hun periodieke aangiften ook maandelijks indienen.

Voor de belastingplichtige "starters" die hun periodieke aangiften op kwartaalbasis wensen in te dienen, zal de administratie er in de mate van het mogelijke op toezien dat de teruggaaf wordt uitgevoerd uiterlijk de tweede maand die volgt op het tijdvak van de kwartaalaangifte, behalve wanneer de omstandigheden een meer gedetailleerde verificatie van de gegevens van de periodieke aangifte vereisen die de toepassing van de maximumtermijn voorzien in artikel 81, § 3, derde lid, van het koninklijk besluit nr. 4 rechtvaardigt.

Het recht op maandelijkse teruggaaf voor belastingplichtige "starters" kan worden ingetrokken indien die teruggaaf werd verkregen op grond van een onjuiste verklaring, indien de belastingplichtige de door het Wetboek en door de besluiten genomen ter uitvoering ervan opgelegde verplichtingen niet nakomt of in het geval van inhouding van het belastingkrediet in het geval van ernstige vermoedens of van bewijzen van overtredingen op de btw-regelgeving die een belastingschuld voortbrengt.

Tot slot wordt een correctie aan te brengen aan de gebruikte terminologie door de woorden "bij de wet of bij de" te vervangen door de woorden "door het Wetboek en door de besluiten genomen" in de Nederlandse versie van de tekst ten einde in overeenstemming te zijn met de gebruikelijke formulering en met de Franse tekstversie. Bovendien worden in dezelfde bepaling de woorden "door een met redenen omklede beslissing" niet meer hernomen.

De datum van inwerkingtreding van de nieuwe bepaling is 1 januari 2020.

Lees de volledige tekst van het koninklijk besluit van 29 augustus 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde, wat betreft belastingplichtigen die hun economische activiteit aanvangen