Leidraad EU bij no deal Brexit

Geschreven door Lexalert
Foto: August Brill  

Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennisgegeven van zijn voornemen om zich uit de Unie terug te trekken krachtens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Dat betekent dat het Verenigd Koninkrijk vanaf 30 maart 2019 om 00.00 uur (Midden- Europese tijd) (hierna "de terugtrekkingsdatum" genoemd) een "derde land" is.

In deze leidraad van 11 maart 2019 wordt een situatie behandeld waarin het VK een derde land wordt zonder een terugtrekkingsakkoord en dus zonder een overgangsperiode zoals bepaald in het ontwerp- terugtrekkingsakkoord.

De Unievoorschriften op het gebied van de douane zullen vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer op het VK van toepassing zijn. Het VK zal worden behandeld als een derde land waarmee de EU geen preferentiële handelsbetrekkingen, douaneovereenkomsten of andere overeenkomsten of regelingen heeft. Er zullen geen preferenties worden verleend aan goederen van oorsprong uit landen en gebieden overzee waarmee het VK bijzondere betrekkingen onderhoudt en die in bijlage II bij het VWEU zijn vermeld. Vanaf die datum zullen passende voorschriften op het gebied van de douane, met inbegrip van het gemeenschappelijk douanetarief en handelspolitieke maatregelen van de EU van toepassing zijn op het VK.

Bovendien zal het VK niet langer toegang hebben tot de IT-systemen van de douanediensten in de EU.

In deze leidraad wordt advies verstrekt over de gevolgen voor de douaneregelingen die vanaf de terugtrekkingsdatum5van toepassing zullen zijn. De leidraad moet worden gelezen in samenhang met de leidraad voor accijnskwesties.

Volg het on demand seminarie GDPR-compliance voor HR-managers: 1 jaar na de inwerkingtreding met Stéphanie RAETS

Inhoudstafel:

1. Registratie en identificatie van marktdeelnemers (EORI)

2.      Douanebeschikkingen

     2.1      Vergunningen

     2.2      Beschikkingen inzake bindende tariefinlichtingen (BTI-beschikkingen)

     2.3      Beschikkingen inzake bindende oorsprongsinlichtingen (BOI-beschikkingen)

3.      Bagage-etiketten

4.      Tariefcontingenten

     4.1      "Wie het eerst komt, het eerst maalt"-tariefcontingenten

     4.2      Onder een vergunning vallende tariefcontingenten

5.      Pregerentiële oorsprong

     5.1      Bepalingen inzake de preferentiële oorsprong

     5.2      Bewijzen van oorsprong

     5.3       Leveranciersverklaringen voor preferentiële handelsdoeleinden

     5.4      Exporteurs in de preferentiële handel

     5.5      In bepaalde vrijhandelsovereenkomsten van de EU vastgelegde afwijkingen van contingenten voor bepaalde oorsprong

6.      Waardebepaling

7.      Binnenkomst van goederen in het douanegebied van de Unie

     7.1      Summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS)

     7.2      Tijdelijke opslag van goederen

     7.3      Douanestatus van goederen

     7.4      Vrijstelling van invoerrechten

8.      Bijzondere regelingen

     8.1      Douanevervoer

     8.2      Andere bijzondere regelingen dan de regeling douanevervoer

9.      Goederen die het douanegebied van de Unie verlaten

     9.1      Aangifte vóór vertrek

     9.2      Uitvoer en wederuitvoer

10. Douanecontroles die verband houden met intellectuele-eigendomsrechten, veiligheid, gezondheid en het milieu

----------------------

1. Registratie en identificatie van marktdeelnemers (EORI)

a) Na de terugtrekking van het VK komt er mogelijk een verandering in de handelspatronen van personen die in de Unie zijn gevestigd en momenteel uitsluitend transacties verrichten met marktdeelnemers of andere personen in het VK. Deze personen drijven momenteel geen handel met derde landen en houden zich uitsluitend bezig met transacties binnen de Unie; zij hebben daarom geen EORI-nummer toegewezen gekregen van een lidstaat, maar zullen transacties gaan verrichten waarvoor douaneformaliteiten vereist zijn. Dit betekent dat zij zich op grond van de wetgeving van het DWU moeten registreren bij de douaneautoriteiten in de lidstaat waarin zij zijn gevestigd.

Niets staat deze marktdeelnemers echter in de weg om reeds vóór de terugtrekkingsdatum de voor de registratie vereiste gegevens te verstrekken of de noodzakelijke stappen te ondernemen (bijlage 12-01 GV/DWU).

b) Er moet onderscheid worden gemaakt tussen twee categorieën personen die momenteel in het VK zijn gevestigd of zich hebben geregistreerd met een EORI- nummer van het VK;

  • personen die momenteel geen handeldrijven met derde landen en alleen transacties verrichten binnen de Unie, en aan wie een lidstaat dus geen EORI- nummer heeft toegekend, maar die vanaf de terugtrekkingsdatum van plan zijn om transacties te verrichten waarvoor douaneformaliteiten zijn vereist en die op grond van de DWU-wetgeving verplicht zijn om zich te registreren bij een douaneautoriteit in de Unie;
  • marktdeelnemers en andere personen, inclusief marktdeelnemers in derde landen, die momenteel een geldig EORI-nummer bezitten dat is toegewezen door de douaneautoriteit van het VK en dat vanaf de terugtrekkingsdatum ongeldig zal zijn in de 27 lidstaten van de EU (EU27).

In dit geval moeten de marktdeelnemers zich bewust zijn van het feit dat ze zich moeten registreren bij de bevoegde douaneautoriteit in de EU27 en dat zij het nieuwe EORI-nummer moeten gebruiken wanneer zij na de terugtrekking een aanvraag indienen voor een douanebeschikking.

Na de terugtrekking moeten in het VK of in een ander derde land gevestigde marktdeelnemers zich overeenkomstig artikel 9, lid 2, DWU registreren bij de bevoegde douaneautoriteit in een lidstaat. Markdeelnemers met een vaste inrichting zoals omschreven in artikel 5, punt 32, DWU, moeten zich registreren bij de douaneautoriteit in de lidstaat waar de vaste inrichting is gelegen. Marktdeelnemers zonder vaste inrichting in een lidstaat moeten zich registreren in de lidstaat die verantwoordelijk is voor de plaats waar zij voor het eerst een aangifte of een aanvraag voor een beschikking hebben ingediend; daarnaast moeten deze marktdeelnemers een fiscaal vertegenwoordiger aanwijzen indien dit op grond van de geldende wetgeving is vereist.

Ook deze marktdeelnemers staat niets in de weg om reeds vóór de terugtrekkingsdatum de voor de registratie vereiste gegevens te verstrekken of de noodzakelijke stappen te ondernemen (bijlage 12-01 GV/DWU). De douanediensten in de lidstaten dienen een dergelijk verzoek reeds vóór de terugtrekkingsdatum te aanvaarden en een marktdeelnemer een EORI-nummer toe te wijzen met de vertrekdatum "ddmmjjjj" als begindatum of een datum daarna, in overeenstemming met het verzoek van betrokkene.

► Lees ook: FAQ - Brexit

2.      Douanebeschikkingen

2.1      Vergunningen

Welke gevolgen de terugtrekking van het VK op vergunningen heeft, hangt af van het soort vergunning, de douaneautoriteit van afgifte, de houder van de vergunning en de geografische dekking.

Door de douaneautoriteiten van het VK verleende vergunningen

In de regel geldt dat reeds door de douaneautoriteiten in het VK verleende vergunningen vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer geldig zullen zijn in de EU27. Vanaf die datum is een douaneautoriteit in het VK niet langer een in de EU bevoegde douaneautoriteit.

Wanneer het VK vanaf de terugtrekkingsdatum op eigen titel als partij toetreedt tot de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer, zullen vergunningen die door het VK zijn verleend voor douanevereenvoudigingen niet langer geldig zijn in het systeem Douanebeschikkingen van de EU27; deze vergunningen moeten worden behandeld in het nationale systeem van het VK als partij bij  de Overeenkomst  betreffende de gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer.

Door de douaneautoriteiten van de EU27 verleende vergunningen

Een door een douaneautoriteit van de EU27 verleende vergunning blijft over het algemeen geldig, maar moet met het oog op de geografische dekking of andere onderdelen van de vergunning die samenhangen met het VK op eigen initiatief van de douaneautoriteit of na een verzoek tot wijziging van een marktdeelnemer worden gewijzigd. Aan marktdeelnemers verleende vergunningen met een EORI-nummer van het VK zijn vanaf de terugtrekkingsdatum echter niet langer geldig in de EU27, tenzij de marktdeelnemer in de EU27 is gevestigd, een EORI-nummer van de EU27 kan krijgen en een verzoek kan indienen om de vergunning te wijzigen om het nieuwe EORI-nummer van de EU27 in plaats van het EORI-nummer van het VK op te laten nemen. Om de voorbereiding voor de belanghebbenden te vergemakkelijken, kan de douaneautoriteit de vergunningen ook zonder voorafgaande aanvraag wijzigen.

De aan marktdeelnemers verleende vergunningen met een EORI-nummer van de EU27 die momenteel ook in het VK geldig zijn, moeten worden gewijzigd om rekening te houden met de terugtrekking en de overeenkomstige geografische dekking: in de vergunning voor het onderhouden van een lijndienst zullen de routes met havens in het VK bijvoorbeeld moeten worden geschrapt.

Een grensoverschrijdende vergunning voor vereenvoudigde procedures (SASP) die momenteel betrekking heeft op het VK en één lidstaat, zal vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer geldig zijn. Een dergelijke vergunning zou echter kunnen worden omgezet in een nationale vergunning. Wanneer een SASP betrekking heeft op het VK en meer dan een lidstaat van de EU27, blijft die vergunning geldig, maar moet zij wel worden gewijzigd. Als de SASP betrekking heeft op een vereenvoudigde aangifte, moet de marktdeelnemer een aanvullende aangifte indienen die tevens het VK omvat, maar alleen tot en met de dag vóór de terugtrekkingsdatum; voor de resterende dagen van die kalendermaand moet alleen een afzonderlijke aanvullende aangifte voor de overige lidstaten worden opgesteld.

Vergunningen om een doorlopende zekerheid te gebruiken waarbij de borg in het VK is gevestigd, zullen worden opgeschort totdat de marktdeelnemer de borg in het VK heeft vervangen door een borg die in de EU27 is gevestigd.

Het gebruik van een doorlopende zekerheid vereist een herberekening van het referentiebedrag als gevolg van wijzigingen in de douanestatus van de goederen die onder de regeling gemeenschappelijk douanevervoer vallen.

Marktdeelnemers die momenteel geen vergunningen nodig hebben, maar wier situatie vanaf de terugtrekkingsdatum zal veranderen, moeten de desbetreffende vergunningen aanvragen. Marktdeelnemers die momenteel houders zijn van door de douaneautoriteiten van het VK verleende vergunningen en die concluderen dat zij na de terugtrekking voldoen aan de eisen van het DWU, moeten de desbetreffende vergunningen bij de douaneautoriteiten van de EU27 aanvragen. Deze aanvragen kunnen al vóór de terugtrekkingsdatum worden ingediend, zodat de bevoegde douaneautoriteit de beschikking kan voorbereiden. De beschikking zelf zal op zijn vroegst pas vanaf de terugtrekkingsdatum in werking treden.

Dit geldt ook voor marktdeelnemers die momenteel met een EORI-nummer van het VK zijn geregistreerd en die een EORI-nummer van een lidstaat van de EU27 met een toekomstige begindatum hebben. In dit geval accepteert het systeem Douanebeschikkingen geen EORI-nummer met een toekomstige geldigheidsdatum, maar het accepteert wel vergunningen met een toekomstige geldigheidsdatum. Aanvragen voor vergunningen die onder het systeem Douanebeschikkingen vallen en die door deze marktdeelnemers worden ingediend, moeten daarom buiten het systeem Douanebeschikkingen worden behandeld. De vergunningen moeten vanaf de terugtrekkingsdatum, wanneer het EORI-nummer geldig wordt, in het systeem worden ingevoerd.

2.2      Beschikkingen inzake bindende tariefinlichtingen (BTI-beschikkingen)

Een beschikking inzake een bindende tariefinlichting (BTI-beschikking) is een officiële schriftelijke beschikking met een beoordeling van de indeling van goederen in de EU-tariefnomenclatuur, die de douaneautoriteit voorafgaand aan een in- of uitvoerregeling aan de aanvrager verstrekt. De BTI-beschikking is bindend voor alle douaneautoriteiten in de EU en voor de houder van de beschikking.

BTI-beschikkingen die al door de douaneautoriteiten van het VK zijn afgegeven, zullen vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer geldig zijn.

BTI-aanvragen die vóór de terugtrekkingsdatum zijn ingediend bij de douaneautoriteiten van het VK, of aanvragen die zijn ingediend bij douaneautoriteiten van andere lidstaten door of namens personen die een EORI-nummer van het VK bezitten, maar die nog niet voor die datum zijn verwerkt, resulteren vanaf de terugtrekkingsdatum niet in BTI-beschikkingen.

BTI-beschikkingen die door de douaneautoriteiten van de EU27-lidstaten aan houders met een EORI-nummer van het VK zijn verstrekt, zullen vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer geldig zijn omdat de EORI-nummers niet langer geldig zullen zijn op het grondgebied van de Unie en de BTI-beschikkingen niet kunnen worden gewijzigd (artikel 34, lid 6, DWU). Dit zal automatisch in het EBTI 3- systeem worden weergegeven. Houders van een BTI-beschikking moeten zich registreren bij de douaneautoriteiten overeenkomstig artikel 9, leden 2 en 3, DWU en artikel 6 GV/DWU om een geldig EORI-nummer te krijgen voordat zij een nieuwe BTI-beschikking in de EU27 aanvragen. De aanvrager kan een aanvraag indienen om zijn eerdere BTI-beschikking te vernieuwen door in het aanvraagformulier naar die eerdere beschikking te verwijzen.

2.3      Beschikkingen inzake bindende oorsprongsinlichtingen (BOI-beschikkingen)

Een beschikking inzake een bindende oorsprongsinlichting (BOI-beschikking) is een officiële, naar aanleiding van een aanvraag door een douaneautoriteit genomen schriftelijke beschikking waarin voor de houder voorafgaand aan een in- of uitvoerregeling de oorsprong van de goederen wordt vastgesteld. De BOI-beschikking is bindend voor alle douaneautoriteiten in de EU en voor de houder van de beschikking.

BOI-beschikkingen die al door de douaneautoriteiten van het VK zijn afgegeven, zullen vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer geldig zijn.

Aanvragen voor BOI-beschikkingen die vóór de terugtrekkingsdatum zijn ingediend bij de douaneautoriteiten van het VK, of aanvragen die zijn ingediend bij douaneautoriteiten van andere lidstaten door of namens personen die een EORI- nummer van het VK bezitten, maar die nog niet voor die datum zijn verwerkt, resulteren vanaf de terugtrekkingsdatum niet in BOI-beschikkingen.

Daarnaast zullen douaneautoriteiten van de EU27 vanaf de terugtrekkingsdatum inputs uit het VK (materialen of verwerkingen) bij het nemen van BOI-beschikkingen niet als inputs met "EU-oorsprong" (voor niet-preferentiële doeleinden) of "van oorsprong uit de EU" (voor preferentiële doeleinden) beschouwen bij het bepalen van de oorsprong van de goederen waarin deze inputs zijn opgenomen.

BOI-beschikkingen die door de douaneautoriteiten van de EU27 zijn afgegeven aan houders met een EORI-nummer van het VK, zullen vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer geldig zijn omdat de EORI-nummers niet langer geldig zullen zijn op het grondgebied van de Unie aangezien BOI-beschikkingen niet kunnen worden gewijzigd (artikel 34, lid 6, DWU). Houders van deze BOI-beschikkingen kunnen zich bij de douaneautoriteiten registreren om een geldig EORI-nummer te verkrijgen, voordat zij een nieuwe BOI-beschikking in de EU27 aanvragen.

BOI-beschikkingen die vóór de terugtrekkingsdatum zijn afgegeven voor goederen waarin voor het verkrijgen van de oorsprong bepalende inputs (materialen of verwerkingen) uit het VK zijn opgenomen, zullen vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer geldig zijn.

3.      Bagage-etiketten

Er kan een in bijlage 12-03 UV/DWU omschreven etiket worden aangebracht op ruimbagage die het VK met een luchtvaartuig vóór de terugtrekkingsdatum zal verlaten, maar vanaf die datum op een EU27 luchthaven zal aankomen.

4.      Tariefcontingenten

4.1      "Wie het eerst komt, het eerst maalt"-tariefcontingenten

Verzoeken van marktdeelnemers om overeenkomstig het DWU Unietariefcontingenten toe te passen die zijn gebaseerd op aangiften die vóór de terugtrekkingsdatum zijn aanvaard, worden in aanmerking genomen wanneer de vereiste bewijsstukken voorafgaand aan die datum aan de douaneautoriteiten van het VK zijn verstrekt. Aangiften die vanaf de terugtrekkingsdatum door de douaneautoriteiten van het VK zijn aanvaard, komen niet voor Unietariefcontingenten in aanmerking.

Wanneer de douaneautoriteiten van het VK de geldige verzoeken onmiddellijk aan de Commissie hebben doorgegeven, zal de Commissie de hoeveelheden overeenkomstig artikel 51, lid 2, UV/DWU toewijzen en het VK daarna de toegewezen hoeveelheden meedelen.

4.2      Onder een vergunning vallende tariefcontingenten

Voor onder een vergunning vallende Unietariefcontingenten geldt dat de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit landbouwcertificaten van het VK die door Britse vergunningverlenende autoriteiten zijn toegewezen, evenals die welke aan in het VK gevestigde marktdeelnemers zijn overgedragen, vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer geldig zullen zijn in de EU27. Vanaf die datum zullen douanediensten in de EU27 deze vergunningen niet langer aanvaarden.

Vergunningen die door de vergunningverlenende autoriteiten van de EU27 zijn afgegeven, zullen in de EU27 blijven gelden, tenzij deze aan in het VK gevestigde marktdeelnemers zijn overgedragen.

5.      Pregerentiële oorsprong

Vanaf de terugtrekkingsdatum wordt het VK een derde land waarop de preferentiële handelsregelingen van de EU met derde landen niet langer van toepassing zijn.

5.1      Bepalingen inzake de preferentiële oorsprong

a) Inputs van het VK

Vanaf de terugtrekkingsdatum worden inputs van het VK (materialen of verwerkingen) voor het bepalen van de preferentiële oorsprong van goederen waarin die inputs zijn opgenomen, in het kader van preferentiële handelsregelingen als "niet van oorsprong" beschouwd, overeenkomstig de "Kennisgeving aan belanghebbenden - Terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk - EU-regels op het gebied van de douane en externe handel: Preferentiële oorsprong van goederen".

b) Invoer in de EU vanuit het VK

Goederen die vanaf de terugtrekkingsdatum vanuit het VK in de EU worden ingevoerd, worden niet van oorsprong zijnde goederen met het oog op het gebruik ervan in het kader van de preferentiële regelingen van de EU. Dit houdt het volgende in:

i.          Goederen die in het VK zijn geproduceerd vóór de terugtrekkingsdatum en die vanaf de terugtrekkingsdatum in de EU worden ingevoerd, worden bij rechtstreekse uitvoer of uitvoer na verdere verwerking naar een preferentieel partnerland van de EU, niet langer als goederen van oorsprong uit de EU beschouwd.

ii.         Goederen die in de EU27 zijn geproduceerd vóór de terugtrekkingsdatum en die vanaf de terugtrekkingsdatum in het VK worden ingevoerd, worden bij rechtstreekse uitvoer of uitvoer na verdere verwerking naar een preferentieel partnerland van de EU, niet langer als goederen van oorsprong uit de EU beschouwd.

iii.        Goederen van oorsprong uit preferentiële partnerlanden die vóór de terugtrekkingsdatum zijn ingevoerd in het VK overeenkomstig de preferenties die bij de preferentiële regelingen van de EU zijn verleend, worden bij invoer in de EU na de terugtrekking niet beschouwd als van oorsprong uit het desbetreffende partnerland. Deze goederen kunnen daarom niet voor cumulatie met dat partnerland (bilaterale cumulatie) of met andere partnerlanden (diagonale cumulatie) worden gebruikt op grond van de preferentiële regelingen van de EU.

c) Uitvoer uit de EU naar preferentiële partnerlanden en invoer in de EU uit preferentiële partnerlanden via het VK

Goederen die vanaf de terugtrekkingsdatum vanuit de EU27 via het VK in een derde land worden ingevoerd waarmee de EU een preferentiële regeling is overeengekomen, kunnen in dat derde partnerland in aanmerking komen voor preferentiële behandeling als de bepalingen inzake rechtstreeks vervoer/non- manipulatie in de oorsprongsbepalingen van de desbetreffende preferentiële regelingen van de EU in acht worden genomen.

Evenzo kunnen goederen die vanaf de terugtrekkingsdatum vanuit partnerlanden van de EU via het VK in de EU worden ingevoerd in aanmerking komen voor preferentiële behandeling in de EU als de bepalingen inzake rechtstreeks vervoer/non- manipulatie in de oorsprongsbepalingen van de desbetreffende preferentiële regelingen van de EU in acht worden genomen.

d) Landen en gebieden overzee van het VK

Materialen van oorsprong uit landen en gebieden overzee van het VK (bijlage II VWEU), evenals aldaar verrichte be- of verwerkingen, worden niet als van oorsprong beschouwd bij het bepalen van de oorsprong van goederen die vanaf de terugtrekkingsdatum vanuit andere LGO's of vanuit partnerlanden van de EU in de EU worden ingevoerd.

5.2      Bewijzen van oorsprong

a) Algemeen beginsel

Bewijzen van oorsprong kunnen in beginsel alleen worden afgegeven of opgesteld als de producten op het moment dat de bewijzen worden afgegeven of opgesteld aan de oorsprongsregels voldoen die in de desbetreffende preferentiële handelsovereenkomst of regeling zijn vastgelegd. Vanaf de terugtrekkingsdatum zal input uit het VK voor de afgifte of opstelling van bewijzen van oorsprong als niet van oorsprong worden beschouwd. Bewijsstukken (waaronder bewijzen van oorsprong en leveranciersverklaringen) kunnen als basis dienen voor de afgifte van bewijzen van oorsprong voor zover zij geen betrekking hebben op input uit het VK die bepalend is voor het verkrijgen van de oorsprong. Exporteurs en bevoegde douanediensten of andere bevoegde autoriteiten die dergelijke bewijzen van oorsprong vanaf de terugtrekkingsdatum afgeven of opstellen, moeten nagaan of de bewijsstukken op het moment van afgifte van het bewijs aan de voorwaarden voldoen.

b) In de EU afgegeven bewijzen van oorsprong

Wanneer de uitvoer van een zending vóór de terugtrekkingsdatum is verricht of gegarandeerd, blijven de volgende, vóór de terugtrekkingsdatum afgegeven of opgestelde bewijzen van oorsprong geldig in de EU:

  • in het VK vóór de terugtrekkingsdatum afgegeven of opgestelde bewijzen van oorsprong;
  • in de EU27 vóór de terugtrekkingsdatum afgegeven of opgestelde bewijzen van oorsprong betreffende goederen met input uit het VK;
  • door de douaneautoriteiten van de EU27 afgegeven certificaten van oorsprong voor exporteurs in het VK;
  • factuurverklaringen, oorsprongsverklaringen of attesten van oorsprong die vóór de terugtrekkingsdatum door exporteurs in het VK zijn opgesteld voor de uitvoer van producten van oorsprong uit de EU naar de EU27.

Voor gebruik bij invoer in het partnerland, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de preferentiële regelingen van de EU, beperkt de geldigheidsduur zich tot de periode die in de desbetreffende preferentiële handelsregeling van de EU is vastgelegd.

De preferentiële partnerlanden van de EU kunnen deze bewijzen van oorsprong echter onderzoeken en om controle verzoeken wanneer deze bewijzen de goederen begeleiden die vanaf de terugtrekkingsdatum in de preferentiële partnerlanden worden ingevoerd. In dergelijke gevallen beantwoorden de douaneautoriteiten van de EU27- lidstaten de verzoeken om controle al naargelang de mogelijkheden waarover zij beschikken om de oorsprong van de goederen of de echtheid van deze bewijzen te bevestigen. Daartoe wordt de EU-oorsprong bepaald vanaf het tijdstip waarop de bewijzen zijn afgegeven, in het licht van het hiervoor beschreven beginsel.

c) In de preferentiële partnerlanden van de EU afgegeven bewijzen van oorsprong

Bewijzen van oorsprong die vóór de terugtrekkingsdatum zijn afgegeven of opgesteld in preferentiële partnerlanden van de EU voor goederen met voor het verkrijgen van de oorsprong van het partnerland bepalende VK-input, kunnen in overeenstemming met de desbetreffende preferentiële handelsregelingen van de EU tijdens de geldigheid ervan voor de invoer in de EU worden gebruikt als de uitvoer van de zending vóór de terugtrekkingsdatum verricht of gegarandeerd is.

In goederen met EU-oorsprong opgenomen VK-input die in de preferentiële partnerlanden van de EU zijn ingevoerd en vergezeld gaan van een geldig bewijs van oorsprong van de EU, kunnen vanaf de terugtrekkingsdatum echter niet voor cumulatie in de preferentiële partnerlanden van de EU worden gebruikt.

5.3       Leveranciersverklaringen voor preferentiële handelsdoeleinden

Een leveranciersverklaring is een bewijsstuk op grond waarvan een bewijs van oorsprong kan worden afgegeven. Deze leveranciersverklaring kan vanaf de terugtrekkingsdatum als bewijs dienen voor de afgifte van een bewijs van oorsprong op voorwaarde dat zij geen voor het verkrijgen van de oorsprong bepalende VK-input bevat. Exporteurs en bevoegde douanediensten of andere bevoegde autoriteiten die dergelijke bewijzen van oorsprong vanaf de terugtrekkingsdatum afgeven of opstellen, moeten nagaan of de leveranciersverklaringen op het moment van afgifte van het bewijs aan de voorwaarden voldoen.

Vanaf de terugtrekkingsdatum:

  • mogen vóór de terugtrekkingsdatum door VK-leveranciers opgestelde leveranciersverklaringen niet worden gebruikt voor het afgeven of opstellen van bewijzen van oorsprong in de EU27-lidstaten vanaf de terugtrekkingsdatum;
  • moeten leveranciers in de EU27-lidstaten die de exporteur of de handelaar voorzien van de informatie die nodig is om de preferentiële oorsprong van de goederen vast te stellen via een leveranciersverklaring, de exporteurs en handelaars op de hoogte stellen van de wijzigingen in de oorsprongsstatus van de goederen die voor die datum zijn geleverd en waarvoor zij een leveranciersverklaring hebben verstrekt;
  • moeten in het geval van een langlopende leveranciersverklaring de in de EU27 gevestigde leveranciers de exporteur of de handelaar informeren of deze verklaring vanaf die datum niet langer geldig is voor alle of een gedeelte van de zendingen waarop deze verklaring betrekking heeft.

5.4      Exporteurs in de preferentiële handel

Vanaf de terugtrekkingsdatum moet rekening worden gehouden met het volgende:

a) Ten aanzien van de toegelaten exporteur, wat betreft het opstellen van factuurverklaringen of oorsprongsverklaringen overeenkomstig de desbetreffende bepalingen over de preferentiële oorsprong van de Unie:

  • door de douaneautoriteiten van het VK aan exporteurs en wederverzenders verleende vergunningen "toegelaten exporteur" zijn vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer geldig in de EU27;
  • door de douaneautoriteiten van de EU27 aan in het VK gevestigde exporteurs en wederverzenders verleende vergunningen zijn vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer geldig in de EU27;
  • door de douaneautoriteiten van de EU27 aan in de EU27 gevestigde exporteurs en wederverzenders verleende vergunningen met een EORI-nummer van het VK zijn vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer geldig in de EU27;
  • in de EU27 gevestigde toegelaten exporteurs en wederverzenders moeten de desbetreffende nationale douaneautoriteit informeren of er veranderingen zijn opgetreden in de voorwaarden op grond waarvan zij een vergunning hebben gekregen, aangezien VK-input vanaf de terugtrekkingsdatum niet van oorsprong zal zijn. De douaneautoriteiten van de EU27 die deze exporteurs en wederverzenders de vergunning "toegelaten exporteur" hebben verleend, zullen deze vergunning in voorkomend geval dienovereenkomstig wijzigen of intrekken;

b) Ten aanzien van de geregistreerde exporteur (REX), wat betreft het opstellen van factuurverklaringen of oorsprongsverklaringen overeenkomstig de desbetreffende bepalingen over de preferentiële oorsprong van de Unie:

  • de registratie door douaneautoriteiten van het VK van exporteurs en wederverzenders in het REX-systeem is vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer geldig in de EU27;
  • de registratie door de douaneautoriteiten van de EU27 van in het VK gevestigde exporteurs en wederverzenders is vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer geldig in de EU27;
  • de registratie door de douaneautoriteiten van de EU27 van in de EU27 gevestigde exporteurs en wederverzenders met een EORI-nummer van het VK is vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer geldig in de EU27;
  • in de EU geregistreerde exporteurs en wederverzenders die in de EU27 zijn gevestigd, moeten de desbetreffende nationale douaneautoriteit onmiddellijk in kennis stellen van relevante wijzigingen in de informatie die zij ten behoeve van hun registratie hebben verstrekt. De douaneautoriteiten in de EU27 die deze exporteurs en wederverzenders hebben geregistreerd, zullen de registratie intrekken als niet langer aan de voorwaarden voor de registratie is voldaan.

5.5      In bepaalde vrijhandelsovereenkomsten van de EU vastgelegde afwijkingen van contingenten voor bepaalde oorsprong

Aangezien afwijkingen van contingenten voor bepaalde oorsprong onder artikel 56, lid 4, DWU vallen, zijn dezelfde regels als die voor de tariefcontingenten in deel 4.1 van toepassing.

6.      Waardebepaling

Vanaf de terugtrekkingsdatum moet voor goederen die in het VK met toeleveringen zijn geproduceerd en die na deze datum in de EU27 zijn ingevoerd, de waarde van deze toeleveringen overeenkomstig het artikel 71, lid 1, onder b, DWU en artikel 135 UV/DWU gespecificeerde voorwaarden bij de douanewaarde van de goederen worden opgeteld.

7.      Binnenkomst van goederen in het douanegebied van de Unie

7.1      Summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS)

Voor goederen die vanuit het VK in het douanegebied van de Unie worden gebracht, moet, indien vereist, vanaf de terugtrekkingsdatum een summiere aangifte bij binnenbrengen (ENS) worden ingediend binnen de in de GV/DWU vastgelegde termijnen. Dit geldt tevens voor goederen die via het VK tussen twee plaatsen in het douanegebied van de Unie worden vervoerd. Er kan een aangifte voor douanevervoer met alle veiligheidsgegevens worden gebruikt om aan de ENS-vereisten te voldoen, wanneer de termijnen in acht worden genomen, bijvoorbeeld wanneer gemeenschappelijk douanevervoer wordt gebruikt.

Wanneer vóór de terugtrekkingsdatum een ENS is ingediend bij het douanekantoor van eerste binnenkomst in het VK, blijft deze niet geldig voor de volgende havens of luchthavens in de EU27, wanneer de goederen daar na die datum aankomen. De marktdeelnemer moet een nieuwe ENS indienen voor alle goederen die in de EU27 aankomen. Wanneer de marktdeelnemer de desbetreffende termijnen in een dergelijk geval niet in acht zou kunnen nemen, moet de indiening van een ENS worden aanvaard.

Wanneer vóór de terugtrekkingsdatum een ENS bij het douanekantoor van eerste binnenkomst in de EU27 is ingediend, met volgende havens in het VK en de EU27, en wanneer het schip na het aandoen van een haven in het VK in een volgende haven in de EU27 aankomt vanaf de terugtrekkingsdatum, moet voor alle goederen op het schip een ENS worden ingediend.

Dit geldt ook voor uitwijkingen: goederen met een vóór de terugtrekkingsdatum bij een douanekantoor in het VK ingediende ENS, die zijn uitgeweken en vanaf de terugtrekkingsdatum in de EU27 aankomen. In een dergelijk geval wordt de eerdere ENS na 200 dagen in het systeem gewist en niet geacht te zijn ingediend: de marktdeelnemer moet dan een nieuwe ENS indienen voor de naar de EU27 gebrachte goederen.

In het specifieke geval dat de goederen vóór de terugtrekkingsdatum het VK verlaten om rechtstreeks naar de EU27 te worden vervoerd, en vanaf die datum in het grondgebied van de Unie aankomen, is geen ENS vereist.

7.2      Tijdelijke opslag van goederen

Door de douaneautoriteiten van het VK verleende vergunningen voor het beheer van opslagruimten voor tijdelijke opslag zijn vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer geldig in de EU27. Door de douaneautoriteiten van de EU27 verleende vergunningen, waaronder vergunningen om goederen over te brengen naar een tijdelijke opslagruimte in het VK, moeten worden gewijzigd om een dergelijke mogelijkheid vanaf de terugtrekkingsdatum uit te sluiten.

Wanneer goederen in tijdelijke opslag, waarvoor een door de douaneautoriteiten van het VK verleende vergunning voor het beheer van opslagruimten voor tijdelijke opslag geldt, tussen een tijdelijke opslagruimte in het VK en een andere in de EU27 worden vervoerd en vanaf de terugtrekkingsdatum bij een grens van de EU27 aankomen, worden deze goederen behandeld als niet-Uniegoederen die vanuit een derde land naar het douanegebied van de Unie worden gebracht. Wanneer deze goederen reeds vóór de terugtrekkingsdatum in de EU27 aankomen, maar het de bedoeling is dat de overbrenging ervan naar een tijdelijke opslagruimte in de EU27 na die datum wordt voortgezet, wordt deze overbrenging niet door een geldige vergunning gedekt. Daarom moet de tijdelijke opslag voor deze goederen vóór de terugtrekkingsdatum worden beëindigd (bv. door de goederen onder een douaneregeling te plaatsen of ze weder uit te voeren). Indien een dergelijke regularisering uitblijft, worden de in de douanewetgeving vastgestelde verplichtingen ten aanzien van het binnenbrengen van niet-Uniegoederen in het douanegebied van de Unie niet nageleefd en is artikel 79 DWU dus van toepassing, d.w.z. dat een douaneschuld door niet-naleving zal ontstaan. Goederen in tijdelijke opslag waarvoor een door de douaneautoriteiten van de EU27 verleende vergunning is verstrekt en die zich vanaf de terugtrekkingsdatum in het VK bevinden, worden geacht te zijn wederuitgevoerd.

7.3      Douanestatus van goederen

In de regel hangt de behandeling van Uniegoederen die rond de terugtrekkingsdatum vanuit het VK als een overbrenging binnen de Unie worden verplaatst af van de vraag wanneer zij het douanegebied van de Unie binnenkomen: als zij de EU27 vóór de terugtrekkingsdatum binnenkomen, behouden zij de douanestatus van Uniegoederen; als zij vanaf de terugtrekkingsdatum bij de buitengrenzen van de EU27 aankomen, worden zij zoals alle goederen uit derde landen behandeld.

Voor Uniegoederen die tussen twee plaatsen in het douanegebied van de Unie worden vervoerd via het VK, en waarvan de overbrenging als een overbrenging binnen de Unie begint, wordt een bewijs van Uniestatus aanvaart wanneer deze goederen pas vanaf de terugtrekkingsdatum opnieuw het douanegebied van de Unie binnenkomen nadat zij het VK hebben overschreden. Bovendien moeten alle formaliteiten worden vervuld voor goederen die het douanegebied van de Unie opnieuw binnenkomen, zoals een ENS.

Wanneer Uniegoederen worden vervoerd door de lucht en zijn geladen of overgeladen op een VK-luchthaven om naar een EU27-luchthaven te worden verzonden onder dekking van één enkel vervoersdocument, overeenkomstig artikel 119, lid 2, onder a), GV/DWU, dat is afgegeven door het VK, en deze overbrenging daadwerkelijk de VK- luchthaven verlaat vóór de terugtrekkingsdatum en op de terugtrekkingsdatum op een EU27-luchthaven aankomt, behouden deze goederen de Unie-status. Dit is in de praktijk alleen relevant voor een luchtvaartuig dat op de terugtrekkingsdatum vanaf een VK-luchthaven vertrekt in de late uren vóór 00.00 uur (Midden-Europese tijd) en rechtstreeks naar een EU27-luchthaven vliegt en daar op de terugtrekkingsdatum na 00.00 uur (Midden-Europese tijd) aankomt.

Wanneer Uniegoederen worden vervoerd over zee met een schip dat een lijndienst onderhoudt en dit schip tijdens de reis een VK-haven aandoet en deze VK-haven daadwerkelijk verlaat vóór de terugtrekkingsdatum en vanaf de terugtrekkingsdatum direct in een EU27-haven aankomt, dus zonder een andere haven op een grondgebied buiten het douanegebied van de Unie of een vrije zone in een Uniehaven aan te doen, en zonder goederen op zee te hebben overgeladen, behouden deze goederen de Uniestatus.

Wanneer Uniegoederen worden vervoerd over zee met een schip dat geen lijndienst onderhoudt en dit schip de VK-haven daadwerkelijk verlaat vóór de terugtrekkingsdatum om naar een EU27-haven te varen en vanaf de terugtrekkingsdatum in die haven aankomt, wordt een bewijs van de douanestatus van Uniegoederen aanvaard.

Wanneer in een EU27-lidstaat geregistreerde gemotoriseerde wegvoertuigen terugkeren van het VK en het douanegebied van de Unie opnieuw binnenkomen, is artikel 208 UV/DWU van toepassing. Op goederen in de bagage van een passagier die vanuit het VK aankomt, is artikel 210 UV/DWU van toepassing. Wanneer verpakkingen met Uniestatus vanaf de terugtrekkingsdatum terugkeren vanuit het VK, wordt de Uniestatus ervan overeenkomstig het bepaalde in artikel 209 UV/DWU geacht te zijn bewezen.

7.4      Vrijstelling van invoerrechten

Terugkerende goederen

Wanneer Uniegoederen vóór de terugtrekking tijdelijk zijn uitgevoerd uit het VK en vanaf de terugtrekkingsdatum opnieuw in de EU27 zijn ingevoerd en aan de voorwaarden in artikel 203 DWU is voldaan, worden deze goederen beschouwd als terugkerende goederen en dus met volledige vrijstelling van invoerrechten ingevoerd.

Wanneer Uniegoederen vóór de terugtrekkingsdatum vanuit de EU27 naar het VK zijn gebracht en deze goederen vervolgens vanaf de terugtrekkingsdatum terugkeren naar de EU27, moeten de bepalingen inzake terugkerende goederen als bedoeld in artikel 203 DWU toepassing vinden indien de marktdeelnemer kan aantonen dat de Uniegoederen:

  • vóór de terugtrekkingsdatum naar het VK zijn vervoerd en
  • in ongewijzigde staat terugkeren overeenkomstig artikel 203, lid 5, DWU en artikel 158 GV/DWU.

De terugtrekking van het VK als zodanig mag echter niet worden gebruikt als bijzondere omstandigheid om de in artikel 203, lid 1, DWU bedoelde termijn van drie jaar te overschrijden.

Het bewijs dat de Uniegoederen vóór de terugtrekkingsdatum het VK zijn binnengebracht, dient met name te worden geleverd door de respectieve vervoersdocumenten, die zo nodig vergezeld gaan van andere relevante documenten (bv. een huurcontract). In voorkomend geval kan een bewijs vereist zijn dat de staat van de goederen niet is gewijzigd.

Verordening inzake douanevrijstellingen

Wat de douanevrijstelling betreft voor persoonlijke goederen van natuurlijke personen die hun normale verblijfplaats van een derde land naar de Unie overbrengen, is voor de toekenning van rechtenvrije behandeling in artikel 5 van de verordening inzake douanevrijstellingen voorzien in een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden op de normale verblijfplaats buiten het douanegebied van de Unie.

Voor deze persoonlijke goederen, evenals voor andere categorieën goederen die onder de verordening inzake douanevrijstelling vallen, bv. goederen die worden ingevoerd ter gelegenheid van een huwelijk als bedoeld in artikel 12, kunnen voor de toepassing van deze verordening de daarin vastgelegde perioden (bv. de verblijfsperiode) ook de periode voorafgaand aan de terugtrekking van het VK uit de EU omvatten.

8.      Bijzondere regelingen

8.1      Douanevervoer

Uniedouanevervoer/gemeenschappelijk douanevervoer

Vanaf de terugtrekkingsdatum treedt het VK op eigen titel toe tot de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer; het kan dus gebruikmaken van het gemeenschappelijk douanevervoer en blijft als partij bij de Overeenkomst betreffende de gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer toegang houden tot het nieuw geautomatiseerd systeem voor douanevervoer (NCTS). Douanevervoer dat voortduurt op het tijdstip van de terugtrekking, blijft dus ook doorgaan in het NCTS.

De situatie waarin goederen die zijn vrijgegeven voor een regeling douanevervoer in de EU27, in een land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer of in het VK, vanuit of via het VK worden vervoerd:

a) Goederen die tijdens het douanevervoer worden vervoerd van een douanekantoor van vertrek in de EU27 of in een land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer, naar een douanekantoor van bestemming in het VK

Wanneer goederen met een bestemming in het VK onder een regeling Uniedouanevervoer worden geplaatst in de EU27 of onder een regeling gemeenschappelijk douanevervoer in een land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer, en deze goederen zich vanaf de terugtrekkingsdatum nog altijd in de EU27 bevinden, wordt deze regeling Uniedouanevervoer in het VK voortgezet als een regeling gemeenschappelijk douanevervoer. Het douanekantoor van binnenkomst in het VK fungeert als douanekantoor van doorgang, d.w.z. dat het de relevante gegevens van het douanekantoor van vertrek opvraagt en alle taken van een douanekantoor van doorgang vervult. Aan de buitengrens van de EU27 moet voor veiligheidsdoeleinden een summiere aangifte bij uitgaan (EXS) worden ingediend, tenzij de gegevens die nodig zijn voor een risicoanalyse om veiligheidsredenen al in de aangifte voor douanevervoer zijn verstrekt of de verplichting om een aangifte vóór vertrek in te dienen op grond van het DWU vervalt.

Wanneer de goederen zich reeds vanaf de terugtrekkingsdatum in het VK bevinden, wordt het douanevervoer naar het douanekantoor van bestemming voortgezet.

b) Goederen die tijdens het douanevervoer worden vervoerd vanuit een douanekantoor van vertrek in het VK naar een douanekantoor van bestemming in de EU27 of in een land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer

Wanneer goederen met een bestemming in de EU27 onder een regeling Uniedouanevervoer worden geplaatst in het VK of in een land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer, en de goederen zich vanaf de terugtrekkingsdatum nog altijd in het VK bevinden, wordt die regeling Uniedouanevervoer tot de bestemming in de EU27 of in het land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer voortgezet als een regeling gemeenschappelijk douanevervoer. Het douanekantoor van binnenkomst in de EU27 fungeert als douanekantoor van doorgang, d.w.z. dat het de relevante gegevens van het douanekantoor van vertrek opvraagt en alle taken van een douanekantoor van doorgang vervult. Aan de buitengrens van de EU27 moet voor veiligheidsdoeleinden een ENS worden ingediend, tenzij de gegevens die nodig zijn voor de ENS al in de aangifte voor douanevervoer zijn verstrekt of de verplichting om een ENS in te dienen op grond van het DWU vervalt.

Wanneer de goederen zich vanaf de terugtrekkingsdatum reeds in de EU27 bevinden, wordt deze regeling douanevervoer voortgezet tot de bestemming in de EU27 of in het land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer.

c) Goederen die tijdens het douanevervoer via het VK worden vervoerd

Wanneer goederen via het VK worden vervoerd van een douanekantoor van vertrek in een EU27-lidstaat of in een land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer naar een douanekantoor van bestemming in een EU27-lidstaat of in een land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer, en deze goederen zich vanaf de terugtrekkingsdatum nog altijd bevinden in de EU27 of in een land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer, wordt deze regeling douanevervoer in het VK voortgezet als een regeling gemeenschappelijk douanevervoer. Het douanekantoor van binnenkomst in het VK en het douanekantoor van binnenkomst in de respectieve lidstaat waar de overbrenging opnieuw het douanegebied van de Unie binnenkomt, fungeert respectievelijk als douanekantoor van doorgang. Dat kantoor vraagt de relevante gegevens van het douanekantoor van vertrek op en vervult alle taken van een douanekantoor van doorgang. Wanneer het grondgebied van de EU27 wordt verlaten (voordat het VK wordt binnengegaan), moet een EXS worden ingediend, tenzij de gegevens die nodig zijn voor een risicoanalyse om veiligheidsredenen al in de aangifte voor douanevervoer zijn verstrekt of de verplichting om een aangifte vóór vertrek in te dienen op grond van het DWU vervalt.

Wanneer de goederen het VK hebben overschreden en vóór de terugtrekkingsdatum opnieuw zijn binnengekomen in het douanegebied van de EU27 of in een land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer, wordt dit douanevervoer tot de bestemming voortgezet.

Wanneer de goederen onder geleide van een aangifte voor douanevervoer op het moment van de terugtrekking het VK overschrijden of het VK hebben overschreden en verlaten, maar het douanegebied van de EU27 op het tijdstip van de terugtrekking nog niet opnieuw zijn binnengekomen, fungeert het douanekantoor van binnenkomst in de EU27 als douanekantoor van doorgang. Het vraagt de relevante gegevens van het douanekantoor van vertrek op en vervult alle taken van een douanekantoor van doorgang. Aan de buitengrens van de EU27 moet een ENS worden ingediend, tenzij de gegevens die nodig zijn voor de ENS al in de aangifte voor douanevervoer zijn verstrekt of de verplichting om een ENS in te dienen op grond van het DWU vervalt.

Douaneautoriteiten mogen bestaande formulieren van de verbintenis van de borg en certificaten van zekerheidstelling aanvaarden tot maximaal één jaar na de toetreding van het VK tot de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer, mits de nodige geografische aanpassingen met de hand zijn aangebracht en zijn goedgekeurd door de borg (in het geval van een verbintenis van de borg) of door de douaneautoriteiten zelf (in het geval van een certificaat van zekerheid). Aan het einde van deze periode moet de houder van die regeling een nieuwe verbintenis op basis van het aangepaste model verstrekken.

Wanneer een nasporings- of invorderingsprocedure is gestart die op het tijdstip van de terugtrekking nog niet is beëindigd, wordt deze procedure in het NCTS voortgezet.

Als aangifte voor douanevervoer door de lucht of over zee gebruikt elektronisch vervoersdocument (ETD)

Wanneer goederen die in de EU27 of in een land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer onder een regeling douanevervoer met elektronische vervoersdocumenten naar een bestemming in het VK worden overgebracht, niet vóór de terugtrekkingsdatum in het VK aankomen, wordt die regeling vanaf die datum voortgezet als een regeling gemeenschappelijk douanevervoer met elektronische vervoersdocumenten tot de luchthaven van aankomst in het VK.

Wanneer goederen die in het VK onder een regeling douanevervoer met elektronische vervoersdocumenten worden geplaatst naar een bestemming in de EU27 of een land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer worden overgebracht, niet vóór de terugtrekkingsdatum in de EU27 of in het land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer zijn aangekomen, dan wordt die regeling vanaf die datum voortgezet op de luchthaven in de EU27 of in het land dat deelneemt aan het gemeenschappelijk douanevervoer.

Wanneer goederen onder een regeling douanevervoer met ETD worden vervoerd over zee tussen het VK en de EU27 en het schip dat een lijndienst onderhoudt de VK-haven vóór de terugtrekkingsdatum heeft verlaten en vanaf de terugtrekkingsdatum direct in een EU27-haven aankomt, dus zonder een andere haven op een grondgebied buiten het douanegebied van de Unie of een vrije zone in een Uniehaven aan te doen, en zonder goederen op zee te hebben overgeladen, wordt de regeling douanevervoer op de EU27-bestemming voortgezet.

Verkeer van goederen in het kader van een TIR-operatie

Het VK is (net als alle andere lidstaten) momenteel reeds op eigen titel partij bij de TIR-overeenkomst. Omdat het douanegebied van het VK niet langer deel zal uitmaken van het douanegebied van de Unie, zullen er vanaf de terugtrekkingsdatum grensformaliteiten op TIR-operaties van toepassing zijn. Hoewel het VK als partij bij de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer toegang zal hebben tot het NCTS, geldt die toegang niet voor het gebruik van het NCTS voor TIR-operaties.

a) Goederen die in het kader van een TIR-operatie worden vervoerd van een douanekantoor van vertrek/binnenkomst in de EU27 naar een douanekantoor van bestemming/uitgang in het VK

Wanneer goederen onder een TIR-regeling worden geplaatst in de EU27 met bestemming/uitgang in het VK en deze goederen zich vanaf de terugtrekkingsdatum nog altijd in de EU27 bevinden, wordt deze TIR-regeling voor het Uniegebied uiterlijk bij het douanekantoor van daadwerkelijke uitgang van de EU27 beëindigd. Dat kantoor wordt het douanekantoor van bestemming/uitgang. Het vraagt de relevante gegevens van het douanekantoor van vertrek op en vervult alle taken van een douanekantoor van bestemming/uitgang. Voor de uitgang van de goederen aan de buitengrens van de EU27 moet een EXS worden ingediend, tenzij de gegevens die nodig zijn voor een risicoanalyse om veiligheidsredenen al zijn verstrekt of de verplichting om een aangifte vóór vertrek in te dienen op grond van het DWU vervalt.

Wanneer de goederen zich vanaf de terugtrekkingsdatum reeds in het VK bevinden of de EU27 hebben verlaten, maar nog niet in het VK zijn aangekomen, valt het TIR- vervoer onder de douanewetgeving van het VK en onder de TIR-overeenkomst. Het douanekantoor van bestemming/uitgang in het VK zal echter geen TIR-berichten via het NCTS kunnen sturen naar het douanekantoor van vertrek/binnenkomst in de EU27, en het kantoor in het VK kan deze TIR-operaties dus niet met de gebruikelijke elektronische berichten in het NCTS aanzuiveren. De houders van de regeling moeten daarom een alternatief bewijs van de beëindiging van de TIR-regeling verstrekken en het douanekantoor moet de operatie handmatig beëindigen en aanzuiveren.

b) Goederen die in het kader van een TIR-operatie worden vervoerd van een douanekantoor van vertrek/binnenkomst in het VK naar een douanekantoor van bestemming/uitgang in de EU27

Wanneer goederen in het VK onder een TIR-regeling worden geplaatst met een bestemming in de EU27 en de goederen zich vanaf de terugtrekkingsdatum nog altijd in het VK bevinden, kan dat TIR-vervoer niet worden voortgezet naar de bestemming in de EU27. Wanneer de goederen aankomen bij een douanekantoor aan de buitengrens van de EU27, wordt deze operatie zoals elke TIR-operatie uit een derde land behandeld, en zijn de voor deze goederen geldende formaliteiten van toepassing. Bij binnenkomst in de EU27 dient aan de grens tussen het VK en de EU27 een ENS te worden ingediend, tenzij de gegevens die nodig zijn voor de ENS al zijn verstrekt of de verplichting om een ENS in te dienen op grond van het DWU vervalt. De regeling douanevervoer die in het VK is begonnen, kan niet met de gebruikelijke IE-berichten worden afgesloten in het NCTS: het VK zal dit handmatig moeten doen. Er moet door de marktdeelnemer een nieuw NCTS/TIR-vervoer worden ingediend bij het douanekantoor aan de buitengrens van de EU27 dat dan fungeert als douanekantoor van vertrek/binnenkomst voor de TIR-operatie in de EU.

Wanneer goederen in het VK onder een TIR-regeling worden geplaatst met een bestemming in de EU27 en de goederen zich vanaf de terugtrekkingsdatum reeds in de EU27 bevinden, kan dat TIR-vervoer tot de bestemming in de EU27 worden voortgezet. Wanneer de goederen bij een douanekantoor van bestemming/uitgang aankomen, wordt de operatie als elke andere TIR-operatie behandeld.

c) Goederen die in het kader van een TIR-operatie via het VK worden vervoerd

Wanneer goederen via het VK worden vervoerd van een douanekantoor van vertrek/binnenkomst in een EU27-lidstaat naar een douanekantoor van bestemming/uitgang in een EU27-lidstaat en deze goederen zich nog altijd in de EU27 bevinden, is vóór het overschrijden van het VK het volgende van toepassing: vanaf de terugtrekkingsdatum wordt de TIR-regeling uiterlijk bij het douanekantoor van uitgang van de EU27 beëindigd. Dit kantoor wordt dan het douanekantoor van bestemming/uitgang. Het "nieuwe" douanekantoor van bestemming/uitgang vraagt de relevante gegevens van het douanekantoor van vertrek op en vervult alle taken van een douanekantoor van bestemming/uitgang. Voor de uitgang van de goederen aan de buitengrens van de EU27 moet een EXS worden ingediend, tenzij de gegevens die nodig zijn voor een risicoanalyse om veiligheidsredenen al zijn verstrekt of de verplichting om een aangifte vóór vertrek in te dienen op grond van het DWU vervalt.

Wanneer de goederen het VK hebben overschreden en vóór de terugtrekkingsdatum opnieuw zijn binnengekomen in het douanegebied van de EU27, kan het TIR-vervoer tot de bestemming worden voortgezet.

Wanneer goederen onder dekking van een TIR-carnet het VK op het tijdstip van de terugtrekking overschrijden, is het volgende van toepassing: de goederen die bij een douanekantoor aan de buitengrens van de EU27 aankomen, worden behandeld zoals elke andere, uit een derde land afkomstige TIR-operatie en de voor deze goederen geldende formaliteiten zijn van toepassing. Vóór het binnengaan van het douanegebied van de EU27 dient opnieuw een ENS te worden ingediend aan de grens tussen het VK en de EU27, tenzij de gegevens die nodig zijn voor de ENS al zijn verstrekt of de verplichting om een ENS in te dienen op grond van het DWU vervalt. De in de EU27- lidstaat gestarte TIR-regeling kan echter in het NCTS worden voortgezet.

8.2      Andere bijzondere regelingen dan de regeling douanevervoer

Douane-entrepot

De VK-vergunningen douane-entrepot zijn vanaf de terugtrekkingsdatum niet langer geldig in de EU27, met inbegrip van de vergunningen waarin ook toestemming is verleend voor de overbrenging van goederen tussen verschillende douane-entrepots. Dit geldt ook voor vergunningen om goederen over te brengen van douane-entrepots in de EU27 naar douane-entrepots in het VK, die zijn opgenomen in door de douaneautoriteiten van de EU27 verleende vergunningen douane-entrepots (zie artikel 179, lid 3, GV/DWU).

Wanneer goederen die in een douane-entrepot in het VK zijn opgeslagen vanaf de terugtrekkingsdatum naar de EU27 worden gebracht, moeten zij voldoen aan de in het DWU vastgelegde douaneformaliteiten voor niet-Uniegoederen die het douanegebied van de Unie van buiten dit grondgebied binnenkomen (d.w.z. ENS, aangifte tot tijdelijk opslag en douaneaangifte).

Wanneer goederen van een douane-entrepot in het VK naar een douane-entrepot in de EU27 worden vervoerd en korte tijd na de terugtrekkingsdatum in de EU27 aankomen zonder dat er voldoende tijd is om de bestemming te bereiken, en het vervoer ervan in de EU27 wordt voortgezet, dan worden deze goederen vanaf die datum niet gedekt door een vergunning die in de EU27 geldig is. De betrokken marktdeelnemer dient deze regeling dus vóór de terugtrekkingsdatum aan te zuiveren (bv. door de goederen onder een volgende douaneregeling te plaatsen). Een dergelijke volgende regeling kan ook een regeling douane-entrepot zijn, op voorwaarde dat de goederen zijn gedekt door een geldige, door de douaneautoriteiten van de EU27 verleende vergunning. Indien een dergelijke regularisering uitblijft, voldoen de betreffende goederen niet aan de in de douanewetgeving vastgestelde verplichtingen ten aanzien van de opslag van dergelijke goederen in het douanegebied van de Unie en is artikel 79 DWU dus van toepassing, d.w.z. dat een douaneschuld door niet-naleving zal ontstaan.

Wanneer onder de regeling douane-entrepot geplaatste goederen die zich in de EU27 bevinden vóór de terugtrekkingsdatum naar het VK worden gebracht (d.w.z. omdat de douaneautoriteiten toestemming hadden gegeven voor het vervoer), en deze goederen zich vanaf de terugtrekkingsdatum in het VK bevinden, wordt de regeling douane- entrepot geacht te zijn aangezuiverd (d.w.z. de goederen worden geacht buiten het douanegebied van de Unie te zijn gebracht). De betrokken marktdeelnemer dient op verzoek van de douaneautoriteiten een bewijs te verstrekken waaruit blijkt dat de goederen vóór de terugtrekkingsdatum naar het VK zijn gebracht (bv. een vervoersdocument).

Vrije zones

Wanneer goederen die in het VK onder de regeling vrije zone zijn geplaatst, vanaf de terugtrekkingsdatum naar de EU27 worden gebracht, moeten zij voldoen aan de in het DWU vastgelegde douaneformaliteiten voor niet-Uniegoederen die het douanegebied van de Unie van buiten dit grondgebied binnenkomen (d.w.z. ENS, aangifte tot tijdelijk opslag en douaneaangifte).

Tijdelijke invoer

Door de douaneautoriteiten van het VK verleende vergunningen van vóór de terugtrekkingsdatum om goederen onder de regeling tijdelijke invoer te plaatsen, zijn na die datum niet langer geldig in de EU27. De regeling voor goederen die met deze vergunningen overeenkomstig artikel 219 DWU naar de EU27 worden vervoerd en zich vanaf de terugtrekkingsdatum in de EU27 bevinden, moet vóór die datum worden aangezuiverd, dus de goederen moeten a) wederuitgevoerd zijn, b) onder een volgende douaneregeling zijn geplaatst, c) vernietigd zijn zonder afvalresten of d) aan de staat zijn afgestaan. Een dergelijke volgende regeling kan ook een regeling tijdelijke invoer zijn, op voorwaarde dat de goederen zijn gedekt door een geldige, door de douaneautoriteiten van de EU27 verleende vergunning. Indien een dergelijke aanzuivering uitblijft, voldoen de betreffende goederen niet aan de in de douanewetgeving vastgestelde verplichtingen ten aanzien van de tijdelijke invoer van dergelijke goederen in het douanegebied van de Unie en is artikel 79 DWU dus van toepassing zijn, d.w.z. dat een douaneschuld door niet-naleving zal ontstaan.

Wanneer goederen die onder een regeling tijdelijke invoer zijn geplaatst met een vergunning die vóór de terugtrekkingsdatum door de EU27 is verleend, zich op die datum in het douanegebied van het VK bevinden en van het VK naar de EU27 worden gebracht, moeten zij voldoen aan de in het DWU vastgelegde douaneformaliteiten voor goederen die het douanegebied van de Unie van buiten dit grondgebied binnenkomen (d.w.z. ENS, aangifte tot tijdelijk opslag en douaneaangifte).

Wanneer in de EU27 onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste goederen vóór de terugtrekkingsdatum naar het VK worden vervoerd en deze goederen zich vanaf de terugtrekkingsdatum in het VK bevinden, wordt de regeling tijdelijke invoer geacht te zijn aangezuiverd (d.w.z. de goederen worden geacht buiten het douanegebied van de Unie te zijn gebracht). De betrokken marktdeelnemer dient op verzoek van de douaneautoriteiten een bewijs te verstrekken waaruit blijkt dat de goederen vóór de terugtrekkingsdatum naar het VK zijn gebracht (bv. een vervoersdocument).

Bijzondere bestemming

Door de douaneautoriteiten van het VK verleende vergunningen van vóór de terugtrekkingsdatum om goederen onder de regeling bijzondere bestemming te plaatsen, zijn na die datum niet langer geldig in de EU27. De regeling voor goederen die door deze vergunningen zijn gedekt en die zich vanaf de terugtrekkingsdatum in de EU27 bevinden, moet vóór die datum worden aangezuiverd, dus de goederen moeten a) buiten het douanegebied van de Unie zijn gebracht, b) zijn gebruikt voor de doeleinden die zijn vastgesteld voor de toepassing van de vrijstelling of het verlaagde recht, c) vernietigd zijn zonder afvalresten of d) aan de staat zijn afgestaan. Hetzelfde geldt voor vergunningen voor de overdracht van rechten en plichten en voor het verkeer van goederen zoals vastgesteld in de artikelen 218 en 219 DWU. Indien bovengenoemde aanzuivering uitblijft, voldoen de betreffende goederen niet aan de in de douanewetgeving vastgestelde verplichtingen ten aanzien van de bijzondere bestemming van dergelijke goederen in het douanegebied van de Unie en is artikel 79

DWU dus van toepassing, d.w.z. dat een douaneschuld door niet-naleving zal ontstaan.

Wanneer goederen die vóór de terugtrekkingsdatum onder de regeling bijzondere bestemming zijn geplaatst, zich vanaf de terugtrekkingsdatum in het douanegebied van het VK bevinden en daarvandaan naar de EU27 worden vervoerd, moeten zij aan de douaneformaliteiten voldoen die op alle goederen uit derde landen van toepassing zijn (d.w.z. ENS, aangifte tot tijdelijk opslag en douaneaangifte).

Wanneer in de EU27 onder de regeling bijzondere bestemming geplaatste goederen vóór de terugtrekkingsdatum naar het VK worden vervoerd en deze goederen zich vanaf de terugtrekkingsdatum in het VK bevinden, wordt de regeling bijzondere bestemming geacht te zijn aangezuiverd (d.w.z. de goederen worden geacht buiten het douanegebied van de Unie te zijn gebracht). De betrokken marktdeelnemer dient op verzoek van de douaneautoriteiten een bewijs te verstrekken waaruit blijkt dat de goederen vóór de terugtrekkingsdatum naar het VK zijn gebracht (bv. een vervoersdocument).

Actieve veredeling

Door de douaneautoriteiten van het VK verleende vergunningen van vóór de terugtrekkingsdatum om goederen onder de regeling actieve veredeling te plaatsen, zijn na die datum niet langer geldig in de EU27. De regeling voor goederen die met deze vergunningen overeenkomstig artikel 219 DWU naar de EU27 worden vervoerd en zich vanaf de terugtrekkingsdatum in de EU27 bevinden, moet vóór die datum worden aangezuiverd, dus de goederen moeten a) wederuitgevoerd zijn, b) onder een volgende douaneregeling zijn geplaatst, c) vernietigd zijn zonder afvalresten of d) aan de staat zijn afgestaan. Een dergelijke volgende regeling kan ook een regeling actieve veredeling zijn, op voorwaarde dat de goederen zijn gedekt door een geldige, door de douaneautoriteiten van de EU27 verleende vergunning. Indien een dergelijke aanzuivering uitblijft, voldoen de betreffende goederen niet aan de in de douanewetgeving vastgestelde verplichtingen ten aanzien van de verwerking van dergelijke goederen in het douanegebied van de Unie en is artikel 79 DWU dus van toepassing, d.w.z. dat een douaneschuld door niet-naleving zal ontstaan.

Wanneer goederen die vóór de terugtrekkingsdatum onder een regeling actieve veredeling zijn geplaatst, zich vanaf die datum in het douanegebied van het VK bevinden en van het VK naar de EU27 worden gebracht, moeten zij voldoen aan de in het DWU vastgelegde douaneformaliteiten voor goederen die het douanegebied van de Unie van buiten dit grondgebied binnenkomen (d.w.z. ENS, aangifte tot tijdelijk opslag en douaneaangifte).

Wanneer equivalente goederen met een door de douaneautoriteiten van het VK verleende vergunning actieve veredeling EX/IM vóór de terugtrekkingsdatum worden uitgevoerd, moet vóór de terugtrekkingsdatum een gelijkwaardige hoeveelheid aan goederen (grondstoffen) met volledige vrijstelling van invoerrechten naar het douanegebied van de Unie worden gebracht. Wanneer de equivalente goederen vanaf de terugtrekkingsdatum in plaats daarvan naar het douanegrondgebied van de Unie zouden worden gebracht, zouden zij bij binnenkomst als goederen uit derde landen worden behandeld en zouden de desbetreffende invoerrechten van toepassing zijn.

Wanneer in de EU27 onder de regeling actieve veredeling geplaatste goederen vóór de terugtrekkingsdatum naar het VK worden vervoerd en deze goederen zich vanaf de terugtrekkingsdatum in het VK bevinden, wordt de regeling actieve veredeling geacht te zijn aangezuiverd (d.w.z. de goederen worden geacht buiten het douanegebied van de Unie te zijn gebracht). De betrokken marktdeelnemer dient op verzoek van de douaneautoriteiten een bewijs te verstrekken waaruit blijkt dat de goederen vóór de terugtrekkingsdatum naar het VK zijn gebracht (bv. een vervoersdocument).

Passieve veredeling

Door de douaneautoriteiten van het VK verleende vergunningen van vóór de terugtrekkingsdatum om goederen onder de regeling passieve veredeling te plaatsen, zijn na die datum niet langer geldig in de EU27. Wanneer veredelingsproducten die zijn ontstaan uit onder de regeling passieve veredeling geplaatste goederen (met een door de autoriteiten van het VK verleende vergunning), vanaf de terugtrekkingsdatum niet naar het VK, maar naar de EU27 worden gebracht, moeten deze veredelingsproducten voldoen aan de in het DWU vastgelegde douaneformaliteiten voor niet-Uniegoederen die naar het douanegebied van de Unie worden gebracht. Deze producten komen niet in aanmerking voor de regeling passieve veredeling (d.w.z. dat de invoerrechten niet overeenkomstig artikel 86, lid 5, DWU berekend kunnen worden).

Wanneer equivalente goederen met een door de douaneautoriteiten van het VK verleende vergunning passieve veredeling IM/EX vóór de terugtrekkingsdatum naar het douanegebied van de Unie worden gebracht, moet binnen de termijn van de vergunning een gelijkwaardige hoeveelheid aan goederen (grondstoffen) worden uitgevoerd. Indien een dergelijke uitvoer uitblijft, zou dit niet-naleving van de in de douanewetgeving vastgestelde verplichtingen ten aanzien van de regeling passieve veredeling met zich mee kunnen brengen en is artikel 79 DWU dus van toepassing, d.w.z. dat een douaneschuld door niet-naleving zal ontstaan.

9.      Goederen die het douanegebied van de Unie verlaten

9.1      Aangifte vóór vertrek

Overeenkomstig artikel 263, lid 3, DWU gebeurt de aangifte vóór vertrek in de vorm van een i) douaneaangifte voor goederen die het douanegebied van de Unie verlaten, ii) een aangifte tot wederuitvoer of iii) een EXS. In de meeste gevallen gebeurt de aangifte vóór vertrek in de vorm van een douaneaangifte.

Wanneer een aangifte vóór vertrek is ingediend en de goederen in voorkomend geval vóór de terugtrekkingsdatum in het VK zijn vrijgegeven, is deze aangifte niet geldig wanneer deze goederen vanaf de terugtrekkingsdatum de EU27 binnenkomen om via de EU27 buiten te gaan, en is een nieuwe aangifte vóór vertrek voor deze goederen vereist in de vorm van een aangifte tot wederuitvoer of een EXS, die binnen de in de GV/DWU vastgestelde termijnen moet worden ingediend.

9.2      Uitvoer en wederuitvoer

Wanneer Uniegoederen vanuit de EU27 naar het VK worden gebracht en de marktdeelnemer niet weet of de goederen de EU27 verlaten vóór de terugtrekkingsdatum, kunnen die goederen pas vanaf de terugtrekkingsdatum onder de regeling uitvoer worden geplaatst bij elk aangewezen douanekantoor in de EU27.

a) Uitvoer uit de EU27 met overschrijding van het VK of met een douanekantoor van uitgang in het VK

Wanneer goederen vóór de terugtrekkingsdatum voor uitvoer uit de EU27 zijn vrijgegeven en naar het douanekantoor van uitgang in het VK zijn vervoerd of op weg naar een douanekantoor in een andere EU27-lidstaat het VK overschrijden, zijn de volgende scenario's mogelijk:

i.          Wanneer de goederen zich op weg naar het douanekantoor van uitgang in het VK vanaf de terugtrekkingsdatum nog altijd in de EU27 bevinden, moet het oorspronkelijk voorziene douanekantoor van uitgang vervangen worden door een douanekantoor van uitgang dat zich op de buitengrens van de EU27 bevindt (de uitwijking van de uitvoer wordt in het ECS afgewikkeld). Dit douanekantoor bevestigt de daadwerkelijke uitgang van de goederen en stuurt het desbetreffende bericht naar het douanekantoor van uitvoer. Hetzelfde geldt voor goederen die op weg zijn naar een douanekantoor van uitgang van de EU27 en die zich vóór het overschrijden van het VK nog altijd in het douanegebied van de Unie bevinden.

ii.         Wanneer de goederen die op weg zijn naar het douanekantoor van uitgang van het VK zich vanaf de terugtrekkingsdatum reeds in het VK bevinden, zal het VK geen berichten via het ECS kunnen sturen om de daadwerkelijke uitgang van de goederen te bevestigen. Het douanekantoor van uitvoer dat zich in de EU27 bevindt, zal het vervoer in het ECS op grond van een alternatief bewijs moeten afsluiten. Marktdeelnemers dienen het douanekantoor van uitvoer alternatieve bewijzen te verstrekken om het vervoer af te sluiten.

iii.        Wanneer de goederen het VK reeds hebben overschreden op weg naar een douanekantoor van uitgang dat zich in een andere lidstaat bevindt, heeft dit geen gevolgen voor de huidige procedure (d.w.z. het douanekantoor van uitgang aan de buitengrens van de EU27 bevestigt het douanekantoor van uitvoer als voorheen dat de goederen daadwerkelijk zijn uitgegaan).

b) Uitvoer uit het VK met een douanekantoor van uitgang in de EU27

iv.        Wanneer goederen voor uitvoer uit het VK via een douanekantoor van uitgang in de EU27 worden vrijgegeven en zij zich vanaf de terugtrekkingsdatum nog altijd in het VK bevinden, gelden bij het verlaten van het VK de douaneprocedures van het VK. Wanneer deze goederen vanaf de terugtrekkingsdatum het douanegebied van de Unie binnenkomen, worden zij zoals alle goederen uit derde landen behandeld, d.w.z. dat een ENS wordt ingediend bij de eerste plaats van binnenkomst van de EU27, de goederen in tijdelijke opslag moeten worden geplaatst en onder de regeling extern douanevervoer kunnen worden geplaatst om het douanekantoor van uitgang te bereiken. Wanneer de goederen het douanekantoor van uitgang van de EU27 hebben bereikt, moet bij het douanekantoor van uitgang van de EU27 een kennisgeving van wederuitvoer, een aangifte tot wederuitvoer of een EXS worden ingediend.

v.         Wanneer goederen die in het VK voor uitvoer via een douanekantoor van uitgang in de EU27 zijn vrijgegeven, zich vanaf de terugtrekkingsdatum reeds in de EU27 bevinden en het beoogde douanekantoor van uitgang van de EU27 bereiken, kan dat douanekantoor het douanekantoor van uitgang van het VK niet bevestigen dat de goederen daadwerkelijk zijn uitgegaan, omdat het vanaf de terugtrekkingsdatum is losgekoppeld van het ECS. Het douanekantoor van uitgang dient op verzoek van de marktdeelnemer een bewijs van uitgang te verstrekken (bv. in de vorm van visering van het uitvoergeleidedocument).

10. Douanecontroles die verband houden met intellectuele-eigendomsrechten, veiligheid, gezondheid en het milieu

Veiligheid, gezondheid en het milieu

In overeenstemming met de EU-wetgeving moeten goederen die in de EU worden ingevoerd, door de EU worden vervoerd of uit de EU worden uitgevoerd aan tal van regels op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu voldoen. Het is de taak van de douane om te controleren of de goederen die de EU binnenkomen of verlaten, aan al die regels voldoen. Vanaf de terugtrekkingsdatum gelden deze regels ook voor goederen die vanuit het VK naar het douanegebied van de Unie of vanuit het douanegebied van de Unie naar het VK worden gebracht.

Om te controleren of deze regels worden nageleefd, kunnen invoer- of uitvoervergunningen voor bepaalde goederen worden onderzocht en goederen fysiek worden gecontroleerd; hiervoor is nauwe samenwerking en coördinatie nodig met de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor een juiste toepassing van de desbetreffende wettelijke voorschriften.

Benadrukt moet worden dat de douanediensten goederen pas vrijgegeven als de desbetreffende bevoegde autoriteit de controles volledig heeft voltooid en hierover via vaste procedures heeft bericht (bv. vergunningen, certificaten, elektronisch gegevenssysteem tussen douanediensten en bevoegde autoriteiten enz).

Invoer- / uitvoervergunningen of -certificaten voor bepaalde goederen

Marktdeelnemers die zich bezighouden met het verzenden van goederen waarvoor invoer-/uitvoervergunningen of -certificaten nodig zijn, of waarvoor vanaf de terugtrekkingsdatum invoer-/uitvoervergunningen of -certificaten nodig zullen zijn, worden gewezen op de juridische gevolgen waarmee rekening moet worden gehouden als het VK een derde land wordt. Zij moeten zich ervan vergewissen dat hun goederen aan alle licentieverplichtingen voldoen, om zich op mogelijke veranderingen voor te bereiden wanneer een akkoord uitblijft.

Meer informatie over de gevolgen van de terugtrekking voor invoer-/uitvoervergunningen of -certificaten voor bepaalde producten is te vinden in de op 25 januari 2018 gepubliceerde "Kennisgeving aan belanghebbenden - Terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk en EU-regels op het gebied van invoer- en uitvoervergunningen voor bepaalde goederen" en in de kennisgevingen per sector, zoals de "Kennisgeving aan belanghebbenden - Terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk en de afvalstoffenwetgeving van de EU", de "Kennisgeving aan belanghebbenden - Terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk en EU-regels op het gebied van de uitvoer en invoer van gevaarlijke chemische stoffen" en de "Kennisgeving aan belanghebbenden - Terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk en EU-regels op het gebied van de handel in in het wild levende dieren en planten". Alle nota's over de brexit-voorbereidingen zijn in alle talen van de EU beschikbaar op de website van de Commissie over de voorbereiding op de brexit. Op 19 december 2018 heeft de Commissie een voorstel voor een verordening vastgesteld op grond waarvan het VK aan de lijst van derde landen met een algemene vergunning EU001 zou worden toegevoegd, waardoor de verplichting van individuele vergunningen voor de handel in producten voor tweeërlei gebruik wordt opgeheven.

Intellectuele-eigendomsrechten

Wat de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten betreft, gelden vanaf de terugtrekkingsdatum de EU-regels met betrekking tot de handhaving van intellectuele- eigendomsrechten door de douane en met name Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane niet langer voor het VK. Meer informatie over de gevolgen van de terugtrekking, met name wat het indienen en de geldigheid van Unieverzoeken tot optreden betreft, is te vinden in de "Kennisgeving aan belanghebbenden - Terugtrekking van het VK en EU-regels op het gebied van de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane".

Drugsprecursoren

In overeenstemming met de EU-wetgeving met betrekking tot voorschriften voor het toezicht op de handel in drugsprecursoren tussen de EU en derde landen (Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad), zullen bepaalde marktdeelnemers een vergunning/registratie moeten aanvragen en zullen voor de handel met het VK bepaalde in- en uitvoervergunningen nodig zijn.

Lees hier de gehele leiddraad van de Europese Commissie betreffende een "no-deal Brexit".