Interestaftrekbeperking tussen groepsvennootschappen versoepeld door Coronacrisis

Geschreven door Mevr. Veerle Slagmeulder, Alaska Accountants, www.alaska-group.eu
Foto: Seth Stoll  

Interesten op leningen tussen verbonden vennootschappen zijn beperkt aftrekbaar. Eind vorig jaar heeft de fiscus daaromtrent een circulaire uitgevaardigd die de oude thin-cap regeling vervangt en die sinds aanslagjaar 2020 van toepassing is. De nieuwe regeling is nl. niet van toepassing op ‘oude’ leningen die geen fundamentele wijzigingen hebben ondergaan. Rekening houdend met de Coronacrisis heeft de fiscus verduidelijkt wat daaronder moet verstaan worden.

Thin-cap regeling

Vroeger voorzag de zgn. thin-cap regeling dat interesten tussen verbonden vennootschappen slechts aftrekbaar waren in de mate waarin de leningen meer bedroegen dat vijf keer het fiscaal eigen vermogen. Voor dergelijke vennootschappen waarvan de boekjaren starten op of na 1 januari 2019 geldt echter een nieuwe interestaftrekbeperking. De aftrek van de netto betaalde interest, het zgn. financieringskostensurplus wordt beperkt tot 30% van het zgn. fiscale ebitda. Vennootschappen die deel uitmaken van een groep moeten dat toepassen op geconsolideerde basis. Interesten tot 3.000.000 euro per jaar vallen echter niet onder de ebitda aftrekbeperking.


►Blijf op de hoogte over de juridische actualiteit met onze gratis nieuwsbrief - Kies de relevante rechtstakken


Overgangsregeling

Vorig jaar heeft de fiscus een circulaire gepubliceerd waarin een overgangsregeling is voorzien voor ‘oude’ leningen. Interesten op leningen die gesloten zijn vóór 17 juni 2016 en waaraan na die datum geen fundamentele wijzigingen aangebracht zijn, blijven onderworpen aan de oude thin-cap regeling. Alle interesten die betrekking hebben op de periode vanaf de fundamentele aanpassing, zullen daardoor dus onderworpen worden aan de 30% ebitda beperking. De vraag is dan uiteraard wat onder fundamentele wijzigingen moet verstaan worden.

Coronacrisis

Rekening houdend met de huidige Coronacrisis, heeft de Administratie beslist dat er geen sprake is van een fundamentele wijziging van een 'oude' lening, wanneer ingevolge betalingsproblemen specifieke betalingsmodaliteiten worden toegestaan onder een aantal voorwaarden, nl. de belastingplichtige kan vooreerst aantonen dat de betalingsproblemen het gevolg zijn van de Coronacrisis. Concreet moet het gaan om betalingsproblemen, die voortvloeien uit een algemeen liquiditeits- en solvabiliteitsprobleem, en die in het bijzonder kunnen blijken uit een daling van de omzet of activiteit, de tijdelijke of volledige werkloosheid van het personeel of de tijdelijke sluiting als gevolg van de maatregelen die door de federale regering werden opgelegd in het kader van de strijd tegen het Coronavirus. Daarnaast moeten de betalingsmodaliteiten blijken uit een goedgekeurde aanvraag bij een financiële instelling of zijn opgenomen in een aanvullende overeenkomst, en tenslotte moet de specifieke betalingsmodaliteiten zijn toegestaan vóór 30 juni 2020 en ten laatste lopen tot 31 december 2020.