Instrumentendecreet - Vereenvoudigde erfdienstbaarheden tot openbaar nut

Geschreven door Lexalert
Foto: Theola Yuen  

De Vlaamse regering keurde op 20 december 2019 het Voorontwerp van decreet houdende het realisatiegericht instrumentarium (Instrumentendecreet omgevingsbeleid) goed. Het Instrumentendecreet omgevingsbeleid omvat o.a. vereenvoudigde erfdienstbaarheden tot openbaar nut.  

Het Decreet Landinrichting van 28 maart 2014 (artikel 2.3.1) legde de basis voor twee types van erfdienstbaarheden tot openbaar nut, met name erfdienstbaarheden tot openbaar nut gekoppeld aan inrichtingswerken uit kracht van wet (zoals bepaald in artikel 2.1.1 van hetzelfde decreet) en andere erfdienstbaarheden tot openbaar nut.

  • Erfdienstbaarheden tot openbaar nut gekoppeld aan inrichtingswerken uit kracht van wet zijn gericht op de instandhouding van deze inrichtingswerken. Het besluit tot vestiging van deze erfdienstbaarheden tot openbaar nut bevat ten minste de kadastrale gegevens van de percelen waarop erfdienstbaarheden tot openbaar nut worden gevestigd met de beschrijving van de erfdienstbaarheid die wordt gevestigd.
  • Andere  erfdienstbaarheden  tot  openbaar  nut  zijn  gericht  op  landschapszorg, natuurontwikkeling, recreatie, mobiliteit, natuureducatie, waterhuishouding, milieuverbeteringen, verbeteren van de landbouwstructuur of conservering van archeologische en cultuurhistorische overblijfselen.

In  samenhang  met  bovenvermeld  Landinrichtingsdecreet  zijn  volgende  (decretale) erfdienstbaarheden tot openbaar nut gescreend naar harmoniserings- of vereenvoudigingsmogelijkheden:

  • het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu,
  • het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid (artikel 10, §2) en
  • het   decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming.

De  afstemming  van  erfdienstbaarheden  zoals  genoemd  in  bovenvermeld  decreet natuurbehoud met deze uit het Decreet Landinrichting wordt geregeld met de (bredere) afstemming tussen de instrumenten natuurinrichting en landinrichting (paragraaf 6.1). Voor het vorm geven van en vergoeden voor erfdienstbaarheden die de Vlaamse Regering kan opleggen voor het beheer in oeverzones volgens artikel 10, §2 decreet integraal waterbeleid, lopen momenteel proefprojecten. Doel van deze proefprojecten is nagaan welke maatregelen nuttig kunnen worden opgelegd, hoe ze precies vorm gegeven kunnen worden en wat er vergoed moet worden. In vele gevallen probeert men te werken met de zogenaamde beheerpakketten voor bijvoorbeeld perceelrandbeheer die kaderen in het Vlaams programma Plattelandsontwikkeling (PDPO III). Deze regeling rond PDPO is niet gevat door de lopende harmonisatie- of vereenvoudigingsoefening.

Nu voor oeverzoneprojecten nog niet duidelijk is of ze gerealiseerd kunnen worden met bestaande instrumenten die al dan niet gevat zijn in deze oefening, is het nog te vroeg om artikel 10, §2 decreet integraal waterbeleid in deze lopende harmonisering- en vereenvoudigingsoefening mee te nemen.

Bovenvermeld Bodemdecreet (artikel 73) voorziet een instrument ‘bestemmingsbeperkingen’, die in de praktijk evenwel niet wordt toegepast. Dit instrument wordt in voorliggend ontwerp van decreet opgeheven, omdat er andere wettelijke instrumenten voorhanden zijn met potentieel dezelfde draagwijdte als het resultaat dat met de bestemmingsbeperkingen kan worden bereikt (bv. wijziging van bestemming via vaststelling van een ruimtelijk uitvoeringsplan omwille van vastgestelde bodemverontreiniging).

Lees de volledige tekst van het Voorontwerp van decreet houdende het realisatiegericht instrumentarium