Instrumentendecreet - Stedenbouwkundige lasten

Geschreven door Lexalert

De Vlaamse regering keurde op 20 december 2019 het Voorontwerp van decreet houdende het realisatiegericht instrumentarium (Instrumentendecreet omgevingsbeleid) goed. Het Instrumentendecreet omgevingsbeleid omvat o.a. een aangepaste regeling mbt stedenbouwkundige lasten.  

Lasten zijn bij voorrang te situeren binnen de scope van het Instrumentendecreet. De lasten verbonden aan een stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning of een omgevingsvergunning, zijn een manier om ruimtelijke ingrepen proportioneel te compenseren.

Onderzoek van het Ruimte Vlaanderen (thans Departement Omgeving) en navraag bij lokale overheden heeft een aantal punten ter evaluatie uitgewezen.

De last in de vorm van een financiële bijdrage

Omdat er ook heel wat vragen waren over de modaliteiten van een last in de vorm van een financiële bijdrage wordt dit ook verduidelijkt.

Volg het on demand seminarie Social due diligence in het kader van vennootschapstransacties met Nele VAN KERREBROUCK

De nabijheid van last - proportionaliteit

De huidige decreetsbepalingen vermelden over de verhouding tussen het project en de last, beide voorwerp van de vergunning, dat de proportionaliteit moet gerespecteerd worden. Dit komt voort uit de redenering dat de last zijn oorsprong moet vinden in het voordeel dat de begunstigde uit de vergunning haalt, en in de bijkomende taken die de overheid voor de uitvoering van de vergunning op zich moet nemen. De afweging omvat dus drie aspecten: het voordeel voor de aanvrager, het nadeel voor de overheid en de omvang van de last.

Veel lokale overheden zijn zoekende in deze afweging. Sommige gemeenten geven zichzelf en vergunningsaanvragers hierover duidelijkheid door verordeningen, reglementen op te stellen, waarin gedetailleerd wordt geformuleerd hoe die verhouding is, tot in cijfers en kubieke meters. Andere gemeenten hanteren hieromtrent een intern richtkader, en willen hierdoor net een marge houden in de onderhandelingen met de aanvragers.

Als lasten in natura worden opgelegd, worden gemeenten soms geconfronteerd met de moeilijkheid om deze te situeren in de dichte nabijheid van het project, vooral in een stedelijke context.

In een context van buitengebied kan de last in natura gemakkelijker op de site zelf terug gevonden worden, daarbij is heel duidelijk dat de uitvoering van de last vergunbaar moet zijn als deze vergunningsplichtig is. Zo is het evident dat bij een zonevreemde activiteit geen constructies of verhardingen kunnen opgelegd worden, integendeel daar zal voor de last gekeken worden naar de goede ruimtelijke ordening en ruimtelijke kwaliteit van de site conform de beleidsdoelstellingen, op de eerste plaats ruimtelijk rendement. En zullen de lasten eerder naar ontharding en sloop gaan wat de open ruimte ten goede komt. Uiteraard  wordt  hierbij  gewaakt  over  zone-eigen  functies  die  in  deze  bestemming principieel thuishoren. Dezelfde filosofie is terug te vinden bij het instrument convenant- contractbenadering in titel 4 van dit decreet in de vorm van de tegenprestaties bij het activiteitencontract.

Ook als lasten worden opgelegd in de vorm van een financiële bijdrage, lijkt het vaak nog moeilijker om een verantwoording in deze afweging te vinden. Zo zijn er gemeenten die deze financiële bijdragen doen storten in fondsen, soms met een specifieke bestemming, dan weer zeer algemeen.

Met dit decreet wordt geëxpliciteerd dat de lasten zich in de nabijheid moeten bevinden van de projecten die deze doen ontstaan. Hierbij wordt ook de mogelijkheid bepaald om bedragen van lasten van meerdere vergunningen te groeperen.

Handhaving van de last – verplichte financiële waarborg

Artikel 77 van het Omgevingsvergunningendecreet voorziet de figuur van de bestuursdwang om de uitvoering van de opgelegde lasten af te dwingen en dit om een procedure voor de rechtbank te vermijden. Vóór de inwerkingtreding van de VCRO was men sowieso aangewezen om de uitvoering van de opgelegde last voor de (burgerlijke) rechter te vorderen. Bovendien zijn aan het niet uitvoeren van een opgelegde last nooit strafsancties verbonden (geen stedenbouwkundig misdrijf).

Via de betekening van een beslissing tot bestuursdwang wordt de vergunningsaanvrager vooralsnog aangezet tot het uitvoeren van de opgelegde last wanneer deze niet is uitgevoerd binnen de gestelde termijn of niet of onvoldoende gedekt is door een financiële waarborg.

Wanneer de aanvrager nog steeds zou nalaten de last binnen de daarvoor gestelde termijn

uit te voeren, kan de vergunningverlenende overheid in een ambtshalve uitvoering van de opgelegde lasten voorzien. Zij zal dan zelf instaan voor de uitvoering van de last of een derde daarmee belasten. Essentieel voor dit systeem is dat de overheid overgaat tot handhaving van wettelijke verplichtingen door een feitelijk handelen. Het gaat dus om een herstellende sanctie. De nalatige vergunninghouder zal steeds voor alle kosten moeten instaan ingevolgde deze ambtshalve uitvoering. Bestuursdwang wordt in de praktijk nauwelijks toegepast Dit blijkt uit een bevraging van gemeenten die in een studieopdracht (KUL, Vergunningenbeleid, 2017) uitbesteed door departement Omgeving werd gedaan. Essentieel is dan als men uitgangspunt neemt dat men meer wil inzetten op lasten omwille van de vermelde beleidsdoelstellingen, hoe de uitvoering van opgelegde lasten dan beter kan gehandhaafd of afgedwongen worden.

Hiervoor is gekeken naar de recente regeling bij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest14 omtrent lasten. In het decreetsvoorstel wordt deze verplichting uitgewerkt, alsmede de modaliteiten van de financiële waarborg verder verfijnd en geëxpliciteerd (een sociale correctie op de verplichting, de dekking van de volledig geraamde kostprijs, het vrijmaken van de waarborg, bij uitvoering van diverse lasten één waarborg, overdracht van de vergunning, …). Ook wordt de niet uitvoering van de lasten gekoppeld aan het verval van de omgevingsvergunning.

Last in relatie tot planbatenheffing

Het ontwerp decreet expliciteert evenwel dat er bij de bepaling van de aard en omvang van de last rekening dient gehouden te worden met verschuldigde planbaten in de zin van artikel 2.6.4, §2 en §3 VCRO.