Hof van Cassatie versoepelt principes inzake de buitengerechtelijke vervanging van de aannemer

Geschreven door Mr. Piet Lombaerts - Louise Van Renterghem, DLPA, www.dlpa.be
Foto: rulenumberone2  

Het Hof van Cassatie versoepelde recent de principes inzake de buitengerechtelijke vervanging van de aannemer. Dit betreft de situatie waarbij een bouwheer eenzijdig beslist om de werken te laten uitvoeren door een derde indien de aannemer zijn contractuele verplichtingen niet nakomt.

In de rechtspraak wordt reeds geruime tijd aanvaard dat dergelijke vervanging mogelijk is zonder een voorafgaandelijke rechterlijke machtiging. Gelet op de ingrijpende aard van deze handelswijze worden hier evenwel strikte voorwaarden aan gekoppeld. Zo moet er sprake zijn van een flagrante wanprestatie in hoofde van de aannemer, moet de aannemer voorafgaand in gebreke worden gesteld en moeten tegensprekelijke vaststellingen worden gedaan omtrent de stand van de werken en de gebreken. Tot voor kort was hierbij eveneens het bestaan van een hoogdringendheid vereist.

Volg het on demand seminarie Up-to-date Vastgoedrecht (najaar 2020) met

In een recent arrest van 18 juni 2020 vereist het Hof van Cassatie geen hoogdringendheid meer maar wel dat er sprake is van “uitzonderlijke omstandigheden”. De hoogdringendheid van een vervanging kan volgens het Hof wel een indicatie zijn van het bestaan van de vereiste uitzonderlijke omstandigheden.

Ook met betrekking tot de sanctie voor een onjuiste vervanging stelde het Hof zich soepeler op. Het Hof oordeelde dat de bouwheer in het geval van een onrechtmatige vervanging de kosten van de vervanging niet kan verhalen op de aannemer maar wel recht heeft op een vergoeding van de geleden schade die het gevolg is van de wanprestatie in hoofde van de aannemer.

Lees het volledige arrest hier.