Hof van Cassatie - Fout gerechtsdeurwaarder is niet noodzakelijk overmacht

Geschreven door Lexalert
Foto: Max Baars  

In het arrest van 12 mei 2020 stelt het Hof van Cassatie dat een fout van de gerechtsdeurwaarder niet noodzakelijk overmacht uitmaakt. 

Feiten

De eiser betekende de betekeningsexploten van het cassatieberoep, dat op 13 februari 2020 aan de verweerders, en legde deze op 1 april 2020 op de griffie van het Hof. Dit is buiten de in artikel 429, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde termijn van twee maanden volgend op de verklaring van cassatieberoep van 20 december 2019.

Volg op 9 juni 2020 van 12 uur tot 14 uur het online seminar Algemene factuurvoorwaarden anno 2020 met Pieter VAN AERSCHOT

Argumentatie

De eiser voert aan dat de gerechtsdeurwaarder, aan wie hij tijdig de opdracht heeft gegeven om tot betekening over te gaan en de exploten neer te leggen, de termijn voor neerlegging heeft laten verstrijken. Volgens de eiser maakt deze contractuele fout van de gerechtsdeurwaarder overmacht uit zodat het cassatieberoep ondanks de laattijdige neerlegging van de exploten ontvankelijk moet worden verklaard.

De fouten of nalatigheden van de lasthebber verbinden de lastgever wanneer zij binnen de perken van de lastgeving zijn begaan en kunnen op zichzelf voor de lastgever geen vreemde oorzaak, toeval of overmacht opleveren.

Het recht op toegang tot de rechter, zoals gewaarborgd door artikel 6.1 EVRM en het monopolie dat artikel 519, § 1, Gerechtelijk Wetboek aan de gerechtsdeurwaarders toekent, alsook de beperkingen die, wat de keuze van de instrumenterende deurwaarder betreft, voortvloeien uit de regels inzake territoriale bevoegdheid die in artikel 516 van datzelfde wetboek zijn bepaald, houden in dat de fout of de nalatigheid van die ministeriële ambtenaar als overmacht kan worden beschouwd waardoor de wettelijke termijn om cassatieberoep in te stellen kan worden verlengd met de tijdsduur waarin het voor de eiser volstrekt onmogelijk was om dit beroep in te stellen.

Dit is niet het geval wanneer de gerechtsdeurwaarder de hem toerekenbare fout niet heeft begaan in het kader van het monopolie dat artikel 519, § 1, Gerechtelijk Wetboek aan deze ministeriële ambtenaar toekent, maar in de uitvoering van een handeling die hij overeenkomstig artikel 519, § 2, Gerechtelijk Wetboek op verzoek van een partij kan verrichten.

Lees de volledige tekst van het arrest van het Hof van Cassatie van 12 mei 2020 (Nr. P.20.0104.N)