Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen – Boek 7 – De naamloze vennootschap

Geschreven door Eline Alders - Tine Desie, Monard Law, www.monardlaw.be
Foto: Ken McMillan

De naamloze vennootschap (“nv”) is één van de vier resterende basis-vennootschapsvormen in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”). De nieuwe wet voert voor deze vennootschapsvorm minder drastische wijzigingen in dan voor de besloten vennootschap (“bv”), wat te maken heeft met de bindende Europese regelgeving die bestaat voor een nv. Maar waar de wetgever zich in het verleden een betere leerling van Europa wou tonen door strenger te zijn dan wat werd vereist, heeft zij de bepalingen nu meer in lijn gebracht met de Europese voorschriften en dus ook met de buurlanden. Wij zetten een aantal van de belangrijkste nieuwigheden van deze vennootschapsvorm – dewelke bedoeld is als spilfiguur voor grote ondernemingen – hieronder voor u op een rijtje.

Volg het on demand seminarie De toekomst van de CV, de VOF, de CommV en de maatschap na het WVV met Dominique DE MAREZ

De nv als kapitaalvennootschap

Voor grote ondernemingen

De bedoeling van de wetgever is om de nv haar historische eigenheid terug te geven, met name kapitaal bijeenbrengen om een onderneming van zekere omvang uit te bouwen. De identiteit van de medeaandeelhouders blijft van ondergeschikt belang en het uitgangspunt de vrije overdraagbaarheid van de aandelen, tenzij de statuten, de uitgiftevoorwaarden of een (aandeelhouders-)overeenkomst in een afwijkende regeling zouden voorzien.

Voor bestaande (kleinere) nv’s bestaat er geen verplichting om zich om te vormen tot een bv. Betekent dit dat de bestaande nv’s die niet per se voldoen aan de beoogde omvang beter omschakelen naar een bv? Dit is niet noodzakelijk, gelet op de vertrouwdheid met het stelsel van de nv. Een omschakeling is vooral aangewezen indien de grotere flexibiliteit van de bv beter aansluit bij de structuur van de onderneming of de wensen van haar aandeelhouders.

Eenhoofdige nv

De nv kan voortaan worden opgericht door slechts één (natuurlijke of rechts-)persoon, i.t.t. de vereiste van minimum twee oprichters onder het wetboek van vennootschappen. Ook na oprichting volstaat slechts één aandeelhouder, zonder het voordeel van het afgescheiden vermogen te verliezen. Voordeel: vereenvoudiging van groepsstructuren doordat het pro forma verhangen van één aandeel niet langer nodig is.

Kapitaalvereiste

In tegenstelling tot de bv blijft de inbreng van kapitaal vereist voor de oprichting van een nv, m.n. een minimum van 61.500 euro. Inbreng van arbeid blijft verboden in de nv, hetgeen nu wel mogelijk wordt in de bv.

Financieel plan

De vereiste van een financieel plan bij oprichting blijft behouden, maar wordt aangescherpt door een wettelijk voorgeschreven minimuminhoud. Er is geen verplichte bijstand van een extern cijferberoeper, doch dit is aan te raden.

Effecten en winstuitkering

Het principe één aandeel één stem verdwijnt

Het WVV geeft aandeelhouders meer mogelijkheden om controle te verankeren. Hoewel het uitgangspunt dat aan elk aandeel één stem verbonden is behouden blijft, zijn afwijkingen quasi onbeperkt toegelaten. Zo zijn aandelen met dubbel en/of meervoudig stemrecht mogelijk, zolang er in de vennootschap maar minstens één aandeel met stemrecht wordt uitgegeven.

Loyauteitsstem in de genoteerde nv

Voor de genoteerde nv geldt wel een bijzondere regeling. In deze vennootschap kan er via een statutenwijziging maximaal een dubbel stemrecht worden toegekend aan de aandeelhouders die hun aandelen (volledig volstort) minstens twee jaar onafgebroken aanhouden. Ter tegemoetkoming aan deze verregaande vrijheid moeten de aandeelhouders wel duidelijk worden ingelicht over de verschillende aandeelhoudersrechten in het aandelenregister.

Aandelen zonder stemrecht

Tegelijkertijd worden ook de regels voor de uitgifte van aandelen zonder stemrecht versoepeld. Zo is het bijvoorbeeld niet langer vereist om een preferentieel dividend toe te kennen aan deze aandeelhouders en wordt het aantal uitzonderingssituaties waarin aandelen zonder stemrecht toch uitzonderlijk stemrecht verkrijgen (zoals bijvoorbeeld in geval van omzetting van de vennootschap) sterk ingeperkt.  

Het modelleren van stem- en vermogensrechten

De flexibele regelgeving biedt een waaier aan mogelijkheden om een nv te organiseren en te besturen.  Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om de meerderheid van de aandelen in een nv te schenken, terwijl de schenker voldoende stemrechten behoudt voor een meerderheid in de algemene vergadering. Daarnaast voorziet het WVV ook niet langer in de verplichting om aan alle aandelen gelijke vermogensrechten toe te kennen.

Het leonijns beding

In het WVV zijn de regels in verband met het zogenaamd “leonijns beding” of “leeuwenbeding” versoepeld. Zo is het voortaan mogelijk om aandeelhouders uit te sluiten van de deelname in het verlies, waardoor de discussies met betrekking tot verkoopopties met een vaste prijs tot het verleden behoren. Het blijft echter nog wel steeds verboden om aan een aandeelhouder de gehele winst toe te kennen en een andere aandeelhouder dus uit te sluiten van de winst.

Winstuitkeringen

Iedere uitkering, niet alleen dividenden en tantièmes, zijn onderworpen aan de klassieke netto-actieftest. Er is dus geen sprake van een liquiditeitstest zoals in de bv (zie daarvoor onze bespreking over boek 5 van het WVV). Daarnaast werd het regime van interimdividenden versoepeld: het verbod om gedurende de eerste zes maanden van het boekjaar een interimdividend uit te keren, of de verplichting om een minimumtermijn van drie maanden te respecteren tussen twee uitkeringen werd afgeschaft. Bovendien wordt het niet alleen mogelijk om interimdividenden uit te keren  uit de winst van het lopende boekjaar, maar ook uit de winsten van het vorige boekjaar, zolang de jaarrekening met betrekking tot het vorig boekjaar nog niet door de algemene vergadering werd goedgekeurd.

Wijziging bestuursmodel

Keuze uit drie bestuursmodellen

Een van de meest ingrijpende wijzigingen voert het WVV door inzake het bestuursmodel. Voortaan zijn er drie bestuursmodellen mogelijk:

  1. Monistisch bestuur: dit is het klassieke model bestaande uit een collegiale raad van bestuur met minstens drie leden (of twee i.g.v. minder dan drie aandeelhouders);
  2. Duaal bestuur: bestaat uit een raad van toezicht en een directieraad, die van elkaar gescheiden zijn. De raad van toezicht, waarvan de leden benoemd zijn door de algemene vergadering (minstens 3 bestuurders), (i) is bevoegd voor het algemeen beleid en strategie van de onderneming, (ii) beschikt over alle bevoegdheden die zijn voorbehouden voor de raad van bestuur, en (iii) houdt toezicht op en benoemt de leden van de directieraad. De directieraad beschikt op haar beurt over de residuaire bevoegdheden, nl. alle bevoegdheden die niet zijn voorbehouden voor de raad van toezicht. Een persoon mag niet lid zijn van beide organen.
  3. Éénhoofdig bestuur: één enkele bestuurder, natuurlijke persoon of rechtspersoon, die over alle bevoegdheden beschikt.

De delegatie van het dagelijks bestuur blijft in de drie systemen mogelijk. Het directiecomité wordt afgeschaft, behalve wat betreft kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen.

Lees ook: In- en uittreding van aandeelhouders: nieuwe mogelijkheden

Ontslag bestuurder

De ad nutum herroepbaarheid van het bestuursmandaat, op grond waarvan een bestuurder op elk ogenblik, zonder vergoeding of opzegtermijn kan worden beëindigd, was een vaststaand principe van openbare orde voor de nv. In het WVV wordt dit principe van aanvullend recht, zodat er in de statuten van kan worden afgeweken en desgevallend de toekenning van een vertrekvergoeding of opzegtermijn kan worden voorzien. In geval van wettige reden (vb. fiscale fraude) blijft de beëindiging ad nutum evenwel steeds mogelijk.

Begrenzing bestuursaansprakelijkheid

Ook revolutionair is de beperking van de aansprakelijkheid van bestuurders tot een maximumbedrag, bepaald in functie van de omzet en het balanstotaal van de vennootschap. De maximumbedragen gaan van 125.000 euro voor kleine ondernemingen tot 12 miljoen euro voor grotere ondernemingen. De beperking geldt enkel voor ‘toevallige lichte fout’, niet voor herhaaldelijke lichte fout, zware fout, bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden. In de praktijk zal er discussie zijn over de beoordeling van de ernst van de fout en zal rechtspraak moeten uitwijzen hoe bepaalde fouten worden gekwalificeerd. Fouten ingevolge onbetaalde sociale bijdragen, BTW en bedrijfsvoorheffing zijn eveneens uitgesloten. De wettelijke beperking is dus eerder relatief, maar komt ongetwijfeld het afsluiten van een verzekeringspolis voor bestuursaansprakelijkheid ten goede aangezien er nu bepaalde aansprakelijkheidsmaxima bestaan. De keerzijde is wel dat enige vrijstelling of vrijwaringsbeding (de vennootschap vrijwaart een bestuurder voor aansprakelijkheid) niet meer toegelaten is.

Belangenconflictregeling

Onder het wetboek van vennootschap geldt dat wanneer een beslissing van het bestuur strijdig is met het individueel vermogensrechtelijk belang van een bestuurder (vb. een bestuurder verhuurt een onroerend goed aan de vennootschap: de vennootschap heeft belang bij een lage prijs, de betrokken bestuurder bij een hoge(re) prijs), de bestuurder dit voorafgaand aan de beraadslaging van de raad van bestuur moet melden, maar vervolgens (in de regel) wel mag deelnemen aan de vergadering en mag mee beslissen. Het WVV verandert deze regel en bepaalt dat de bestuurder niet mag deelnemen aan de beraadslaging en stemming m.b.t. dit punt. Wanneer alle bestuurders een belangenconflict hebben, wordt de beslissing voorgelegd aan de algemene vergadering.

Schriftelijke bestuursbesluiten

Een praktische flexibilisering is dat de beperkingen voor eenparige schriftelijke bestuursbesluiten (nl. statutair voorzien en slechts in uitzonderlijke gevallen wanneer de dringende noodzakelijkheid en het belang van de vennootschap zulks vereisen) wegvallen. Bestuursbesluiten kunnen voortaan eenvoudig bij eenparig schriftelijk besluit van alle bestuurders, met uitzondering van deze beslissingen waarvoor de statuten de mogelijkheid uitsluiten.