Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen – Boek 5. De besloten vennootschap

Geschreven door Mr. Maxime Monard - Mr. Max Theyskens, Monard Law, https://www.monardlaw.be/nl/publications/-/asset_publisher/sfxddM7ZdWTD/content/...
Foto: foam  

De besloten vennootschap (“BV”) is het paradepaard van het nieuwe vennootschapsrecht. Het is de veruitwendiging van de ambitie van de Belgische wetgever om ons vennootschapsrecht te moderniseren, vereenvoudigen, flexibiliseren en aantrekkelijker te maken als vestigingsplaats voor ondernemingen.

Het einde van het minimumkapitaal – kapitaalbegrip wordt vervangen door vermogen

In dit licht verpersoonlijkt de BV de meest verregaande hervorming van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (“WVV”), namelijk het wegvallen van een verplicht minimumkapitaal. Waar men voor een BVBA voorheen minstens 18.550 EUR moest plaatsen als kapitaal (waarvan minstens 6.200 EUR te volstorten – 12.400 EUR in het geval van een eenpersoonsbvba), kan men voortaan in beginsel volstaan met 1 EUR. Let wel, indien de vennootschap binnen twee jaar na oprichting failliet gaat en men het aanvangsvermogen kennelijk ontoereikend acht, dreig je als oprichter persoonlijk aansprakelijk te worden gesteld voor de schulden van de vennootschap. Een gedegen financieel plan is dus ten zeerste aangeraden (en blijft ook wettelijk verplicht). In dat financieel plan kan je echter ook rekening houden met andere financieringsbronnen dan eigen vermogen (achtergestelde leningen, bankfinanciering, etc.).

Volg op 28 mei 2019 van 12 uur tot 14 uur het online seminar De toekomst van de CV, de VOF, de CommV en de maatschap na het WVV met Dominique DE MAREZ

Contractuele vrijheid – vrije verdeling van stem- en winstrechten

De BV biedt haar oprichters en aandeelhouders in grote mate vrijheid en flexibiliteit om hun onderlinge afspraken passend vorm te geven. Zo is het mogelijk om volledig vrij te bepalen welke rechten de verschillende aandelen van de vennootschap bieden. Aandelen kunnen bijvoorbeeld meer dan één stem geven op de algemene vergadering van de vennootschap, of kunnen omgekeerd helemaal geen lidmaatschapsrechten verlenen.

Op het vlak van financiële rechten, is het mogelijk om preferente dividenden toe te kennen aan bepaalde aandelen, of om sommige aandelen uit te sluiten van het verlies van de vennootschap (bijvoorbeeld via een put optie tegen vaste prijs). Het is echter niet mogelijk om een aandeel volledig uit te sluiten van deelname in de winst (al kan je het recht op deelname in de winst wel fors uithollen). Elk aandeel moet bijgevolg (in tegenstelling tot stemrechten) financiële rechten bieden aan de houder ervan, ook al zijn deze onderling moduleerbaar.

Contractuele vrijheid – vrije overdraagbaarheid van aandelen is mogelijk

In tegenstelling tot wat de naam “besloten vennootschap” doet vermoeden, en in tegenstelling tot wat men gewoon is vanuit haar voorganger, de BVBA, kan men statutair volledig vrij het overdrachtsregime van de aandelen van een BV vormgeven. Zo kan men stipuleren dat de aandelen van de BV volledig vrij overdraagbaar zijn aan derde partijen extern aan de vennootschap. Indien men echter geen gebruik maakt van deze statutaire vrijheid, geldt er wel steeds een helder default regime, dat eerder besloten is (aandelen niet vrij overdraagbaar). Deze nieuwigheid laat toe om de afspraken die gebruikelijk in een aandeelhoudersovereenkomst wordne opgenomen, nu ook op afdwingbare wijze in de statuten van de BV in te schrijven. Dit was in de BVBA niet steeds mogelijk.

Lees ook: Het WVV in 10 (praktische) vragen

Uitsluiting en uittreding lastens het vennootschapsvermogen

Indien de statuten daarin voorzien, hebben de aandeelhouders van een BV de mogelijkheid om lastens het vennootschapsvermogen uit te treden, lees: hun aandelen te verkopen aan de vennootschap om op die manier een exit te bewerkstelligen. Tevens kunnen aandeelhouders op deze manier om grondige redenen (of om enige andere reden die statutair is omschreven) uitgesloten worden uit de vennootschap. Deze mogelijkheid is interessant omdat de andere aandeelhouders een exit van één van hen dan niet met eigen middelen moeten financieren. Bovendien biedt dit tal van opportuniteiten om een regeling uit te werken die bij een eventueel ernstig conflict een snelle oplossing mogelijk maakt. Zo vermijdt men een lang aanslepende procedure voor de rechtbank, met alle daarbij horende onzekerheid.

Geselecteerde topics met praktijkrelevantie

Vrije beroepers e.a.: omvorming van “oneigenlijke” CVBA’s

Er zijn vandaag zeer veel groeperingen (vb. associaties van vrije beroepers) die gebruik maken van de vennootschapsvorm CVBA. Het WVV behoudt de coöperatieve vennootschapsvorm voortaan echter voor aan vennootschappen die een echt coöperatief gedachtegoed nastreven. Dit betekent dat zeer veel partnerships zullen moeten worden omgevormd naar een andere rechtsvorm onder het WVV. De BV lijkt hierbij de meest aangewezen vennootschapsvorm, maar is zeker niet de enige mogelijkheid.

Vermogensbewegingen

Aangezien het maatschappelijk kapitaal verdwijnt in de BV, spreekt men voortaan niet meer van kapitaalverhogingen of -verlagingen, maar louter van bewegingen in het vermogen van de vennootschap. Elke bijkomende inbreng in het vermogen van de vennootschap vereist wel steeds een bezoek bij de notaris, ook al worden er geen nieuwe aandelen uitgegeven.

Maatstaf lidmaatschapsrechten: totaal aantal aandelen

In de BVBA vervulde het maatschappelijk kapitaal, naast haar beschermingsfunctie voor de aanspraken van derden (vnl. schuldeisers), ook de functie als maatstaf voor de bepaling van de onderlinge rechten van de aandelen. Deze laatste functie wordt in de nieuwe BV waargenomen door het totale aantal aandelen.

Uitkeringen aan aandeelhouders: strengere toets

Uitkeringen aan aandeelhouders, zijnde elke terugbetaling van een inbreng of uitkering van winst aan een aandeelhouder van de vennootschap, moet voortaan een dubbele toets doorstaan: een nettoactieftest (solvabiliteit) en een liquiditeitstest.

De nettoactieftest houdt in dat het eigen vermogen van de vennootschap ingevolge de uitkering niet negatief mag worden of, indien het eigen vermogen wettelijk of statutair deels onbeschikbaar is, zou zakken tot beneden dit onbeschikbaar eigen vermogen. Vanaf 1 januari 2020 worden het volgestort gedeelte van het kapitaal en de wettelijke reserve van alle bestaande BVBA's en het volgestort gedeelte van het vast kapitaal van CVBA’s van rechtswege omgezet in een statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening. Die eigen vermogensrekening kan echter worden "ontgrendeld" door een statutenwijziging. Op die manier kunnen bestaande vennootschappen die zich omvormen naar een BV hun uitkeerbare ruimte dus doen toenemen. De nettoactieftest is dus wat soepeler dan in een NV, waar de toetssteen het maatschappelijk kapitaal blijft.

De liquiditeitstest houdt in dat een uitkering slechts uitwerking heeft nadat het bestuursorgaan heeft vastgesteld dat de vennootschap, volgens redelijk te verwachten ontwikkelingen, ten minste in de 12 maanden die volgen op de uitkering in staat zal blijven haar schulden te voldoen. Deze liquiditeitstest bestaat echter enkel in de BV. Dit is bijgevolg een zeldzaam punt waarin de BV een strengere regeling voorschrijft dan de andere vennootschapsvormen, wat een reden kan zijn om toch nog te opteren voor een andere vennootschapsvorm (zoals de NV).

Inbreng van arbeid mogelijk

In de BV is het voortaan mogelijk om arbeid in te brengen in ruil voor aandelen. Dit kan bijgevolg interessant zijn voor startups en ondernemers met een duidelijk operationeel engagement, maar aan wie de financiële middelen ontbreekt om meteen een voldoende grote inbreng te doen bij oprichting. Statutaire vormgeving is ook hier een must om te vermijden dat de inbreng niet bij equivalent (in geld) moet worden gestort indien de vennootschap failliet zou gaan na enkele jaren.

Ontslagbescherming voor bestuurder

Een bestuurder in een BV kan, in tegenstelling tot een statutair benoemde zaakvoerder in een BVBA, in beginsel op elk moment en zonder motivering worden ontslagen. Men kan echter in de statuten een andere regeling voorzien en nog steeds bepalen dat een bestuurder behoudens grondige redenen niet afzetbaar is.

Bestuursmodel voor grote vennootschappen

In een BVBA is er maar één bestuurslaag, met name de zaakvoerders. Die kunnen individueel bevoegd zijn of als college optreden, zoals een raad van bestuur in een NV. In de BV laat men ruime keuze: men kan opteren voor één bestuurder of voor een bestuursorgaan waarin de bestuurders individueel bevoegd zijn of als college optreden. Ook kan je in een BV iemand gelasten met het dagelijks bestuur van de vennootschap. De wet last overigens een definitie in van “dagelijks bestuur” die beter op de noden van de praktijk is afgestemd dan de definitie die vandaag geldt. Indien men een volwaardig duaal bestuursmodel wenst, met een opsplitsing in een toezichtsraad van niet-uitvoerende bestuurders en een directieraad van uitvoerende bestuurders, dient men wel alsnog voor een NV te opteren.

Belangenconflictregeling bestuurders

Wanneer een bestuurder wordt geconfronteerd met een belangenconflict (zijnde een rechtstreeks of onrechtstreeks financieel belang dat ingaat tegen het belang van de vennootschap), moet er een wettelijke procedure worden gevolgd. Vandaag bevat de BVBA een procedure met een “lasthebber ad hoc”, die in de praktijk slecht wordt toegepast (hoewel dit ernstige gevolgen kan hebben). Ook in de NV geldt er een procedure voor eventuele belangenconflicten van bestuurders. Het nieuwe recht voert nu een nieuwere, strengere procedure in. Het grote verschil met de belangenconflictenregeling onder het Wetboek van vennootschappen is dat de geconflicteerde bestuurder niet alleen zijn belangenconflict dient mee te delen. Hij mag voortaan ook niet meer deelnemen aan de beraadslaging en de stemming van het bestuursorgaan. Dit zorgt ervoor dat het machtsevenwicht in vennootschappen, dat vaak minutieus is vormgegeven in de statuten en/of aandeelhoudersovereenkomst d.m.v. een nauwgezette verdeling van bestuurszitjes, kan worden verstoord voor beslissingen waarvoor één of meerdere bestuurders een belangenconflict hebben. Een verplichte “escalatie” van de betrokken beslissing naar de algemene vergadering (en eventueel een bijzondere meerderheid op aandeelhoudersniveau) zou hier een oplossing voor kunnen bieden. Deze schijnbaar beperkte aanpassing kan dus een belangrijke impact hebben op bestaande vennootschappen. Dit is dus één van de vele redenen waarom het een goed idee is om n.a.v. het nieuwe vennootschapsrecht aandeelhoudersovereenkomsten en statuten eens grondig opnieuw onder de loep te nemen.