Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen - Boek 4. De maatschap, de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap

Geschreven door Mr. Charles Claeys - Mr. Benoit Samyn, Monard Law, https://www.monardlaw.be/nl/publications/-/asset_publisher/sfxddM7ZdWTD/content/...
Foto: Chris Manacop  

Boek 4 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (het “WVV”) bevat de regels voor de personenvennootschappen waarin de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn voor de verbintenissen van de vennootschap.

Aangezien Boek 4 zowel de regels bevat van vennootschappen zonder en met rechtspersoonlijkheid, is voor wat betreft de vennootschappen met rechtspersoonlijkheid (VOF en CommV) ook Boek 2 van toepassing.

Hieronder bekijken we de voornaamste bepalingen van Boek 4.

De maatschap als basisvorm

Het basismodel van de personenvennootschap wordt de maatschap. De maatschap kan daarbij stil (stille maatschap) of tijdelijk (tijdelijke maatschap) zijn. Wanneer de maatschap rechtspersoonlijkheid verwerft wordt het een vennootschap onder firma (VOF) (alle vennoten zijn hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk) dan wel een commanditaire vennootschap (een aantal vennoten zijn beperkt aansprakelijk).

Ter herinnering, de benaming “tijdelijke handelsvennootschap” (THV) en “stille handelsvennootschap” zijn reeds sinds 1 november 2018 niet meer in gebruik.

Het gebrek aan rechtspersoonlijkheid houdt in dat de maatschap geen afzonderlijke juridische entiteit is en als dusdanig niet kan optreden in een gerechtelijke procedure, de goederen van de maatschap maken deel uit van het vermogen van de vennoten zelf, de vennoten staan met hun persoonlijk vermogen in voor schulden van de maatschap, ….

Tenslotte kunnen partijen niet kiezen een andere dan de wettelijk voorziene vennootschapsvorm op te richten. Een vennootschap die niet aan de wettelijke kaders beantwoordt wordt beschouwd als een maatschap.

Oprichting van de maatschap

Het WVV verandert niets aan het feit dat de maatschap kan worden opgericht door een onderhandse overeenkomst.

Lees ook: Welke fiscale wijzigingen naar aanleiding van het nieuwe WVV?

Winsttoekenning

De vennoten kunnen hun aandeel in de winsten en de verliezen van de maatschap bepalen, alsook in het vennootschapsvermogen ingeval van een ontbinding van de maatschap.

De maatschapsovereenkomst mag niet aan één van de vennoten alle winst toekennen noch aan één of meer vennoten enige deelname in de winst ontzeggen (de zogenaamde leonijnse nietigheid die onverenigbaar is met het wezen zelf van de vennootschapsovereenkomst).

Interessant om weten is dat de voorheen bestaande bepaling dat “de gelden of goederen niet mochten worden vrijgesteld van elke bijdrage in het verlies” wordt geschrapt. Een clausule waarbij een vennoot dus wordt vrijgesteld van verlies is geldig.

Bestuur van de maatschap

De maatschap wordt bestuurd door één of meer zaakvoerders, al dan niet vennoot, met de hoedanigheid van lasthebber. Zij kunnen hun opdracht afzonderlijk vervullen tenzij vennootschapsovereenkomst of akte van benoeming anders voorziet.

Speciale bescherming kan worden voorzien door de zaakvoerder in een bijzonder beding van de vennootschapsovereenkomst met het bestuur te belasten. Dan kan dit mandaat enkel worden herroepen indien daartoe wettige redenen bestaan die worden overgelaten aan de beoordeling van de rechter of bij eenparige beslissing van de vennoten of, indien de overeenkomst daarin voorziet, volgens de daarin voorgeschreven meerderheidsvoorwaarden.

Zonder afspraken over het bestuur worden de vennoten geacht elkaar de bevoegdheid te hebben verleend om de maatschap te besturen en te verbinden. De handelingen verricht door een vennoot verbinden aldus de andere vennoten, tenzij een van hen zich ertegen verzet voordat de handeling is verricht.

Beslissingen van de vennoten

Ook voorziet het WVV dat de vennoten, verenigd in vergadering, eenparig alle beslissingen kunnen die de vennootschap aanbelangen of die de vennootschapsovereenkomst wijzigen, tenzij de overeenkomst bepaalt dat hun beslissingen bij meerderheid worden genomen.

Het beding dat de vennoten in staat stelt om de overeenkomst bij meerderheid te wijzigen laat niet toe het essentiële voorwerp van de vennootschap te wijzigen. De Memorie van toelichting gaf als treffend voorbeeld dat een maatschap die is opgericht om transport te verrichten, bijvoorbeeld, niet eenzijdig mag omgevormd worden tot een maatschap voor informatica-advies.

Rechten van de schuldeisers

Het WVV doet geen afbreuk aan de bestaande spelregels inzake het vennootschapsvermogen van de maatschap en de rechten van de schuldeisers. Zo wijzigt er niets aan het principe dat de schuldeisers van de maatschap verhaal kunnen uitoefenen op het vennootschapsvermogen én parallel op het eigen vermogen van de vennoten. De persoonlijke schuldeisers van de vennoten kunnen daarentegen enkel hun vordering verhalen op het aandeel van de vennoten en de winsten die hem of haar zijn uitgekeerd. De bestaande uitzondering voor de stille maatschap blijft ook behouden, met name dat schuldeisers enkel verhaal hebben op de vennoot of zaakvoerder die in eigen naam met hen heeft gehandeld.

Het WVV versoepelt wel de voorwaarden om als schuldeiser van een maatschap te worden beschouwd. Zo zullen de vennoten voortaan niet enkel aansprakelijk zijn tegenover schuldeisers die met de maatschap verbintenissen hebben gesloten, maar ruimer tegenover de schuldeisers “wier vordering voortvloeit uit de activiteit van de vennootschap”.

Aansprakelijkheidsbeperking

Het WVV schrijft een veel besproken aansprakelijkheidsbeperking in voor bestuurders van vennootschappen (voor meer uitleg verwijzen wij naar één van onze vorige bijdragen. De beperking geldt enkel voor bestuurders van vennootschappen met rechtspersoonlijkheid, dus niet voor het bestuur van een maatschap, maar wél van een VOF of CommV.

Ontbinding en vereffening van de maatschap

Wanneer een maatschap wordt ontbonden (door verstrijken duurtijd; door tenietgaan van de zaak of het voltrekken van de verrichting; door de dood, de onbekwaamheid, de vereffening, het faillissement of het kennelijk onvermogen van een van de vennoten; door de beslissing van de vennoten genomen met eenparigheid of de in de overeenkomst bepaalde meerderheid; of door de verwezenlijking van een ontbindende voorwaarde van de overeenkomst), blijft in hoofdzaak ongewijzigd in het WVV.

Wel wordt de praktijk van de voortzettings- en verblijvingsbedingen uitgewerkt in het WVV. Er wordt wettelijk voorzien dat de vennootschapsovereenkomst kan bepalen dat het overlijden van één van de vennoten niet automatisch leidt tot de ontbinding van de maatschap, maar dat zij wordt voortgezet door de erfgenamen of legatarissen, dan wel door de overlevende vennoten. In het eerste geval spreekt men van een voortzettingsbeding, in het tweede geval van een verblijvingsbeding.

Het WVV voert eveneens een mogelijkheid in van gedeeltelijke gerechtelijke ontbinding van de vennootschapsovereenkomst, en bevestigt de geldigheid van clausules over terugtrekking en uitsluiting van vennoten zonder dat de maatschap wordt ontbonden.

Elke belanghebbende kan de aanstelling van één of meer vereffenaars vorderen voor de voorzitter van de ondernemingsrechtbank van de zetel van de vennootschap zitting houdend zoals in kort geding.

Bijzondere regels voor de VOF en CommV

De VOF en CommV zijn vennootschappen die (in tegenstelling tot de maatschap) rechtspersoonlijkheid hebben.

Het WVV schrijft een aantal bijzondere regels in voor deze vennootschapsvormen, zoals:

  • in een VOF en CommV zijn de zaakvoerders het bestuursorgaan;
  • de vennoten in een VOF of CommV kunnen niet persoonlijk worden veroordeeld op grond van verbintenissen van de vennootschap zolang de vennootschap niet eerst zelf is veroordeeld;
  • commanditaire vennoten mogen geen enkele daad van bestuur stellen;
  • adviezen en raadgevingen, daden van controle evenals machtigingen aan zaakvoerders gegeven voor handelingen die buiten hun bevoegdheid liggen, zijn geen daden van bestuur;
  • commanditaire vennoten zijn slechts persoonlijk aansprakelijk voor de geldsommen en goederen die zij beloofd hebben te zullen inbrengen in de vennootschap, tenzij zij daden van bestuur zouden hebben verricht of er de gewoonte van zouden hebben gemaakt om de zaken van de vennootschap waar te nemen of indien hun naam in de naam van de vennootschap voorkomt.

Een maatschap is een onderneming

Naast de talrijke nieuwe bepalingen in het WVV is het ook belangrijk om te weten dat sinds de Wet tot hervorming van het ondernemingsrecht (die in werking is getreden op 1 mei 2018) een maatschap als een onderneming wordt beschouwd. Dit betekent dat de maatschap, zoals elke andere Belgische onderneming, voortaan ook aan de volgende regels onderworpen is:

  • de maatschap moet een inschrijving nemen in de Kruispuntbank der Ondernemingen (KBO);
  • de maatschap moet een boekhouding voeren met inachtneming van de gebruikelijke regels van het dubbel boekhouden (al blijft een enkelvoudige boekhouding mogelijk voor bepaalde maatschappen wiens omzet beperkt is);
  • de maatschap kan failliet gaan;
  • de uiteindelijke begunstigden van de maatschap moeten geregistreerd worden in het UBO-register;
  • alle geschillen m.b.t. de maatschap worden voortaan beslecht voor de ondernemingsrechtbank.