Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen – Boek 11 – De stichting

Geschreven door Andries Bots - Maxime Monard, Monard Law, www.monardlaw.be

De wetgever heeft van de hervorming van het vennootschapsrecht gebruik gemaakt om ook de regels omtrent de verenigingen en stichtingen te updaten. Wat de stichting betreft, heeft de Belgische wetgever duidelijk gepoogd om de Belgische stichting meer te enten op de populaire Nederlandse Stichting Administratiekantoor (de STAK). In deze bijdrage worden de belangrijkste wijzigingen belicht.

Volg het on demand seminarie De nieuwe BV uitgelegd aan de hand van 10 modelclausules met Bram VAN BAELEN

Wat is een stichting?

De stichting is een rechtspersoon zonder leden, die een belangeloos doel nastreeft. Ze wordt opgericht bij authentieke akte, door haar stichters. In tegenstelling tot een vennootschap of een vereniging, heeft een stichting geen aandeelhouders of leden.

Het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) erkent twee soorten stichtingen: (i) de private stichting (afgekort: PS) en (ii) de stichting van openbaar nut (afgekort: SON).

Het WVV herenigt de regels omtrent alle rechtspersonen in één wetboek. De regels over stichtingen werden ondergebracht in Boek 11 onder Deel 3 van het WVV. Het WVV vervangt derhalve ook de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen (de zogenaamde “V&S-wet”).

Private stichting

De private stichting wordt in de praktijk vaak gebruikt als instrument om de stemrechten van een bepaalde groep aandeelhouders te bundelen en los te koppelen van de aan aandelen verbonden financiële rechten. Dit heeft als doel om versnippering van de controle tegen te gaan en is bijvoorbeeld interessant in bedrijven met veel familiale aandeelhouders of in startups/scaleups met veel kleine aandeelhouders. De stichting functioneert dan als een “administratiekantoor” en certificeringsvehikel: de aandeelhouders dragen hun aandelen over aan de stichting, wiens bestuur vanaf dan de aan de aandelen verbonden stemrechten uitoefent, en ontvangen in ruil certificaten die de financiële rechten van de aandelen vertegenwoordigen. Het tussenplaatsen van een stichting administratiekantoor is in beginsel fiscaal neutraal.

Vandaag opteert men bij de oprichting van een private stichting vaak voor een “stichting administratiekantoor” onder Nederlands recht. Die keuze is vooral ingegeven door de grote flexibiliteit van deze Nederlandse rechtsvorm, die toelaat de statuten op maat van de doelstelling te schrijven. De Belgische private stichting is op sommige punten wat minder flexibel en bijgevolg minder populair.

Stichting van openbaar nut

Een stichting van openbaar nut kan slechts worden opgericht in het licht van limitatief opgesomde doelstellingen, met een filantropische, levensbeschouwelijke, religieuze, wetenschappelijke, artistieke, pedagogische of culturele aard. Het kan bijvoorbeeld gaan om een fonds voor het beheer van studiebeurzen of voor het beheer van een kunstcollectie.

Een stichting is een onderneming

In het verleden was het niet steeds duidelijk welke activiteiten een stichting mag uitoefenen. Er is hierover nu klaarheid geschept: net zoals de vennootschap en de vereniging, is de stichting een onderneming in de zin van het Wetboek Economisch Recht. Bijgevolg mag de stichting elke activiteit uitoefenen om in de nodige financiële middelen te voorzien om haar belangeloos doel te verwezenlijken. Daarentegen mag de stichting, net als een vereniging, geen winstverdelingsoogmerk hebben. Men mag dus zonder enige beperking een economische activiteit voeren, voor zover vervolgens de winsten niet worden uitgekeerd aan haar stichters of leiders.

Ander interessant artikel: KBO: opheffing van processanctie bij verkeerde of onvolledige inschrijving

Bestuur

Een stichting diende tot voor kort een collegiaal bestuursorgaan met minstens drie bestuurders te benoemen. Dat bleek in de praktijk niet voor elke stichting evident. Wanneer bijvoorbeeld een private stichting als administratiekantoor wordt opgericht voor het centraal beheer van een aandelenportefeuille, wordt er vaak voor geopteerd om het bestuur, en dus het stemrecht verbonden aan de door de stichting beheerde aandelen, aan slechts één persoon toe te vertrouwen. Onder het nieuwe WVV is dit mogelijk: één bestuurder volstaat nu. De wetgever poogt daarmee de inhaalrace t.o.v. de populaire Nederlandse stichting in te zetten.

Het nieuwe artikel 11:8 WVV voorziet ook een dwingende regeling van belangenconflicten, die haar inspiratie vindt in het vennootschapsrecht. De bestuurder die in conflict ligt met het belangeloos doel van de stichting dient zich te onthouden. Zijn verklaring en toelichting over het conflict worden opgenomen in de notulen van de vergadering van het bestuursorgaan dat zich over de beslissing buigt. Wanneer alle bestuurders, dus ook wanneer er slechts één bestuurder is, conflicteren met het belangeloos doel van de stichting dan nemen zij de beslissing zelf of voeren zij de verrichting zelf uit. Dit is een logisch gevolg van het gebrek aan een algemene vergadering in de stichting, waarnaar bijgevolg niet kan worden doorverwezen. De andere bestuurders omschrijven in de notulen van het bestuursorgaan de aard en de vermogensrechtelijke gevolgen van de beslissing. In het geval van één bestuurder zet hij dit uiteen in een bijzonder verslag. Deze worden vervolgens samen met de jaarrekening neergelegd.

Naar analogie van de wetsbepaling voor vennootschappen voorzag de wetgever nu ook in een wetsbepaling aangaande de verjaring van de aansprakelijkheidsvordering tegen bestuurders of vereffenaars van de stichting. Deze termijn bedraagt 5 jaar.

Stichtingsdossier en formaliteiten

Tot slot zijn er enkele praktische vernieuwingen ingevoegd met het oog op de consistentie en uniformiteit van het nieuwe wetboek:

  • onder het vorige wetboek diende verbintenissen in het geval van een stichting in oprichting binnen de zes maanden te worden overgenomen. De wetgever heeft voor alle rechtspersonen deze termijn nu op drie maanden gezet.
  • het stichtingsdossier werd overgenomen uit de V&S-wet en zal in het WVV ook de rechterlijke beslissingen over de nietigheid van de stichting bevatten waarbij de wetgever daarnaast ook voorzien heeft in een neerleggingstermijn van 30 dagen.
  • de bekendmakingsverplichtingen voor de stichting bedroegen dertig dagen onder het vorige recht, gelet op de beschikbare technologische middelen, is deze termijn in het nieuwe wetboek teruggebracht naar 10 dagen voor alle rechtspersonen.
  • de nietigheidsgronden zijn voortaan ook beperkt opgesomd in het WVV.