Het nieuwe stedenbouwkundig handhavingsrecht: op weg naar een handhavingsrecht à la carte?

Geschreven door Nick De Wint, Marlex, https://marlex.be
Foto: pingnews.com

Het Decreet Ruimtelijke Ordening van 18 mei 1999 voorzag in de stedenbouwhandhaving een strak geregeld systeem gesteund op twee sporen: een preventief en een repressief spoor. Het preventief spoor omvat het stakingsbevel (met eventueel de zegellegging en inbeslagname) en de administratieve geldboete bij doorbreking van een bekrachtigd stakingsbevel. Het repressief spoor betreft de herstelvordering.

In het preventief spoor neemt de bevoegde administratie de hoofdrol en de (burgerlijke) rechter de bijrol. In het repressief spoor is de hoofdrol weggelegd voor de burgerlijke of strafrechtelijke feitenrechter.

Dit handhavingssysteem werd in 2009 met wat verfijning, overgenomen in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Bij zowel de bevoegde administratie als in de rechtspraak bestond de toenemende behoefte naar een breder pallet aan mogelijke handhavingsmaatregelen. Het nieuwe handhavingsdecreet van 25 april 2014 kwam aan deze behoefte tegemoet en voorzag in een breed pallet aan maatregelen voor de bevoegde administratie. Hierbij werd het voormalig tweesporenbeleid opnieuw overgenomen. Dit betekent niet dat elk handhavingsdossier noodzakelijk zou eindigen bij de justitiële rechter als de betrokken ‘gesanctioneerde’ zijn rechten wenste uit te putten.

Het beproefde tweesporenbeleid werd uitgewerkt in enerzijds een rechterlijk hersteltraject en anderzijds een bestuurlijk hersteltraject. In de nieuwe handhavingsregeling werd duidelijk het accent gelegd op toezicht en preventie. Tevens werd, naar het voorbeeld uit het milieuhandhavingsrecht, een decretale basis gegeven aan het onderscheid tussen het stedenbouwkundig misdrijf (de eigenlijke strafrechtelijk gesanctioneerde stedenbouwinbreuk) en de stedenbouwkundige inbreuk (decretaal omschreven onaanvaardbare handelingen die met een zogenaamde exclusieve bestuurlijke geldboete worden gesanctioneerd). Het is een onderscheid dat al in tal van arresten van Hof van Beroep te Gent terug te vinden was in dossiers omtrent opheffingsvorderingen over stakingsbevelen.

Hoewel het nieuwe handhavingsdecreet dateert van 2014, duurde het toch tot en met 1 maart 2018 vooraleer het nieuwe stedenbouwhandhavingsrecht in werking trad door middel van het zogenaamd handhavingsbesluit ruimtelijke ordening van de Vlaamse Regering van 9 februari 2018.

Het nieuwe stedenbouwhandhavingsrecht gaat de perken van deze nieuwsbrief te buiten, waardoor slechts een beperkte tip van de nieuwe handhavingssluier kan worden toegelicht, met name het bestuurlijk hersteltraject.

Ander interessant artikel: Teruggaaf van de historische btw inzake de belaste onroerende verhuur

Voor de innovaties in het bestuurlijk stedenbouwhandhavingsrecht werd niet alleen inspiratie opgedaan uit het milieuhandhavingsrecht (Titel XVI van het DABM). Er werd ook een potje ‘Leentje buur’ gespeeld met de vigerende regelgeving bij onze noorderburen (waar men al jaren ervaring heeft met bestuurlijke handhaving van stedenbouwdelicten). De zogenaamde ‘bestuursdwang’ (het opleggen van een bestuursbesluit dat onmiddellijk uitvoerbaar is en dat de ambtshalve tenuitvoerlegging in zich draagt bij onwil van de vermoedelijke overtreder) komt rechtstreeks van ‘over de Moerdijk’ overgewaaid naar ons Vlaams omgevingsrecht (hetzij met een tussenstop in het zogenaamde Onroerend Erfgoeddecreet).

Hetzelfde geldt voor de zogenaamde ‘last onder dwangsom’ (een bestuursbeslissing houdende een maatregel die opgelegd wordt onder verbeurte van een dwangsom). Voor geen van deze maatregelen, die het stedenbouwkundig herstel met zich meebrengen, geldt de adviesvereiste van de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering. Het laat zich dan ook raden voor welk traject de bevoegde administratie zal opteren bij het afhandelen van ‘gevoelige dossiers’.

Een regelrechte copy-paste-operatie uit het milieuhandhavingsrecht bestaat in de figuur van de bestuurlijke geldboete, maar ook in de mogelijkheid tot het opleggen van een ‘transactiesom’. Zowel het onderscheid tussen alternatieve en exclusieve bestuurlijke geldboete, als de fameuze ‘gewestelijke entiteit’ of de boete-ambtenaar kennen hun introductie. De symmetrie tussen het stedenbouwhandhavingsrecht en het milieuhandhavingsrecht wordt compleet waar het vernietigingsberoep tegen een boetebeslissing dient ingesteld te worden bij het Milieuhandhavingscollege.

Tegenover de nieuwe bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen staan minstens evenveel nieuwe procedures.