Herstructureringen - Nieuwe aanbevelingen van de NAR

Geschreven door , Claeys & Engels, www.claeysengels.be

De NAR heeft op 17 december een advies ( n°2149 ) en een aanbeveling ( n° 28 ) uitgevaardigd ter uitvoering van het akkoord van 5 juli 2019 gesloten door de Groep van 10 omtrent de problematiek van de herstructureringen. Zij richt twee aanbevelingen aan de sectoren en aan de ondernemingen.

De eerste aanbeveling heeft betrekking op de invoering van een kwalitatieve en efficiënte informatie-consultatie. Om dit te doen, zouden de werkgever en de werknemersvertegenwoordigers een indicatieve kalender en de modaliteiten ervan moeten bepalen. Zij zouden ook maatregelen moeten nemen om de werkgelegenheid te vrijwaren, om de wedertewerkstelling te bevorderen en om het herstel van de activiteit van de onderneming op duurzame wijze te consolideren. De modaliteiten van de kalender omvatten onder andere:

  • de planning en de dagorde van de vergaderingen,
  • het bepalen van de modaliteiten voor het tijdig overmaken van vragen en antwoorden (schriftelijk, moment van de overdracht …),
  • het vertrouwelijke karakter van bepaalde informatie die wordt meegedeeld,
  • de vraag om derden te laten tussenkomen,
  • de objectivering van voorstellen en alternatieven,
  • het gemotiveerd antwoord op elk uitgebracht advies.
Volg het on demand seminarie De sociale inspectie onverwacht op bezoek: en wat nu? met Tom MESSIAEN

De NAR beveelt bovendien aan om de werknemersvertegenwoordigers in te lichten over de mogelijke impact van de herstructurering op uitzendkrachten, op tijdelijke werknemers en op aan de onderneming ter beschikking gestelde werknemers.

De tweede aanbeveling gaat over de mee te delen informatie met betrekking tot medecontractanten (onder meer onderaannemers, dienstverleners). De ondernemingen zouden tijdig hun medecontractanten moeten identificeren, hen op de hoogte brengen van het voornemen tot herstructurering en hen de gegevens van contactpersonen moeten meedelen.

Onze mening

Ons inziens zijn de aanpassingen aan de zogenaamde ‘wet Renault’ - procedure noodzakelijk. Het initiatief om meer kwaliteit en efficiëntie in te lassen bij de informatie-consultatie zal leiden tot een verbetering van de bestaande procedure. We merken echter op dat de tweede aanbeveling moeilijk realiseerbaar is en verder lijkt te gaan dan de huidige wettelijke vereisten. Het vragen aan ondernemingen met een intentie om te herstructureren om de gegevens van contactpersonen aan medecontractanten mee te delen lijkt voorbarig. De aanzienlijke en negatieve gevolgen voor medecontractanten zijn in dit stadium van de procedure immers moeilijk te meten. Een risico op vals alarm met reacties die uiteindelijk contraproductief kunnen zijn kan dan ook niet worden uitgesloten.