Hercodificatie - Nieuw Burgerlijk Wetboek - Aansprakelijkheidsrecht

Geschreven door Lexalert
Foto: Toby Oxborrow  

In 2017 komt er een Nieuw Burgerlijk Wetboek. Dat kondigde minister van Justitie aan. Hieronder meer informatie over de wijzigingen met betrekking tot het zakenrecht.

Krachtlijnen van de hervorming

De hercodificatie van belangrijke delen van het aansprakelijkheidsrecht heeft tot algemeen doel de kwaliteit van het aansprakelijkheidsrecht te verhogen. Dit zal in het bijzonder gebeuren door:

  • de huidige aansprakelijkheidsregels, waar nodig, te moderniseren en aan te passen aan huidige en te verwachten maatschappelijke en technologische ontwikkelingen;
  • een aantal betwistingen en onduidelijkheden uit de weg te ruimen;
  • aansprakelijkheidsregels waar mogelijk te vereenvoudigen en onderling te harmoniseren of beter af te stemmen;
  • het      aansprakelijkheidsrecht     waar      nodig      beter      te      coördineren     met      andere schadevergoedingsstelsels zoals het contractenrecht, het verzekeringsrecht en het socialezekerheidsrecht;
  • het  aansprakelijkheidsrecht door  een  nieuwe  en  toegankelijke formulering beter  kenbaar  te maken voor de burger, zonder echter toekomstige jurisprudentiële ontwikkelingen onmogelijk te maken.
Volg het on demand seminarie Ontslag personeelsafgevaardigden – 10 veelvoorkomende valkuilen voor HR-managers met Mr. Ward BOUCICQUÉ

Concrete voorbeelden

Wat de grondslag van de aansprakelijkheid betreft, blijven het gebrek aan zorgvuldigheid en de   schending   van   een   specifieke   gedragsregel   de   voornaamste  onrechtmatigheidscriteria. Onderzocht wordt of andere onrechtmatigheidscriteria moeten worden vermeld zoals de inbreuk op recht of misbruik van recht.

De voorwaarden waaronder overmacht en andere gronden van rechtvaardiging tot een uitsluiting van aansprakelijkheid leiden zullen worden gepreciseerd.

Schuldbekwaamheid blijft een vereiste voor de aansprakelijkheid van kinderen. Er wordt onderzocht of de individuele beoordeling hiervan moet vervangen worden door een vaste leeftijdsgrens.

Sinds de invoering van artikel 1386bis zijn geesteszieken persoonlijk aansprakelijk maar kan hun aansprakelijkheid gematigd worden door de rechter. Nagegaan wordt of deze regel moet behouden blijven en of het toepassingsgebied ervan moet worden gepreciseerd.

De  huidige  beperking  van  de  aansprakelijkheid  van  werknemers,  personeelsleden  van openbare rechtspersonen en vrijwilligers zal behouden blijven, maar de formulering ervan wordt verbeterd. Er wordt onderzocht of er andere categorieën personen zijn voor wie een beperking van aansprakelijkheid moet worden ingevoerd of behouden.

Wat de aansprakelijkheid van de Staat en andere publiekrechtelijk rechtspersonen betreft, zal worden onderzocht in welke mate het foutbegrip een bijzondere invulling moet krijgen, vooral waar het gaat over de uitoefening van de wetgevende of de rechtsprekende functie.

Wat de aansprakelijkheid voor andermans daad betreft, wordt overwogen om het vermoeden van aansprakelijkheid ten laste van de ouders te vervangen door een risicoaansprakelijkheid. Onderzocht wordt of deze aansprakelijkheid verplicht moet worden verzekerd.

Verder wordt een, in bepaalde gevallen onweerlegbaar, vermoeden van aansprakelijkheid ingevoerd voor personen over wie men toezicht uitoefent zodat de afzonderlijke regel (art. 1384, vierde lid, BW) die een vermoeden van aansprakelijkheid invoert ten laste van onderwijzers en leermeesters kan worden opgeheven.

Onderzocht wordt of de aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken van artikel 1384, eerste lid, BW en voor instortende gebouwen (art. 1386 BW) als dusdanig moeten behouden blijven, dan wel vervangen door of aangevuld met een meer algemene aansprakelijkheid voor gevaarlijke zaken of activiteiten die ook toepassing zou kunnen vinden bij toekomstige nieuwe technologische risico’s, in

het bijzonder deze die massaschade kunnen veroorzaken. Er wordt onderzocht of andere gevallen van foutloze aansprakelijkheid die in bijzondere wetgeving voorkomen in het BW kunnen worden geïntegreerd, voor zover zij niet overbodig worden in het licht van een meer algemene bepaling over aansprakelijkheid voor gevaarlijke zaken of activiteiten.

Overwogen wordt de foutloze aansprakelijkheid van de eigenaar of bewaarder van dieren te behouden maar een aantal onduidelijkheden, onder meer in verband met de mogelijke gronden van bevrijding, uit te klaren.

Er  wordt  gepreciseerd  welke  de  eventuele  gronden  van  bevrijding  zijn  bij risicoaansprakelijkheid.

De noodzaak om bij bepaalde gevallen van risicoaansprakelijkheid een beperking op de vergoedbare schade of een verplichte verzekering in te voeren, wordt onderzocht. Hier is afstemming met het verzekeringsrecht wenselijk (zie infra).

Wat het schadebegrip betreft, zal, zoals onder het huidige recht, de aantasting van elk rechtmatig en persoonlijk feitelijk belang in aanmerking komen als vergoedbare schade. De classificatie van de soorten vergoedbare schade gaat uit van de aard van het geschonden belang. Het is niet de bedoeling een gedetailleerde catalogus op te stellen van de verschillende types van schade. Er wordt onderzocht of het wenselijk is een bijzondere regeling te voorzien voor wrongfull life- vorderingen.

Regelingen op grond waarvan bepaalde uitgaven, zoals advocatenhonoraria, niet voor vergoeding in aanmerking komen, worden, zij het bij verwijzing, opgenomen in het BW.

Onderzocht wordt in welke mate een algemene regel mogelijk en wenselijk is om te bepalen of de uitkeringen die derde-betalers verrichten vergoedbare schade uitmaken.

Onderzocht wordt in welke mate het gewenst is de aantasting van algemene of collectieve belangen uitdrukkelijk toe te laten of uit te sluiten.

Voor de bepaling van het oorzakelijk verband geldt onder het huidige recht de conditio sine qua non - regel. Op grond hiervan wordt als oorzaak aangemerkt elke gebeurtenis zonder welke de schade niet zou tot stand gekomen; er wordt verder geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende noodzakelijke voorwaarden voor de schade (zgn. equivalentieleer). Dit leidt enerzijds ertoe dat de schade in bepaalde gevallen ten laste valt van personen die slechts een beperkte invloed hebben gehad op het ontstaan van het schadegeval en laat anderzijds schadegevallen onvergoed zodra er onzekerheid is over het causale verband.

Onderzocht wordt of de huidige conditio sine qua non - regel moet worden aangevuld en of aan de rechter niet meer ruimte moet worden gelaten om rekening te houden met omstandigheden zoals de voorzienbaarheid van de schade, de aard van de fout of de schade en andere omstandigheden.

Wat  de  gevolgen van  causale onzekerheid betreft, wordt  onderzocht of  er  in  bepaalde gevallen waar de bewijslast voor de benadeelde bijzonder zwaar is, een omkering van bewijslast wenselijk is.

Ook wordt de mogelijkheid bevestigd om het verlies van een kans voor vergoeding in aanmerking te laten komen. Onderzocht wordt of het beter is dit te omschrijven als een specifieke schadecategorie dan wel een bijzondere causaliteitsregel in te voeren.

Wat de pluraliteit van aansprakelijken betreft, wordt onderzocht of de huidige regel op grond waarvan meerdere personen die aansprakelijk zijn voor een bepaalde schade elk tegenover de benadeelde instaan voor de gehele schade, moet behouden blijven.

Wie het slachtoffer heeft vergoed, heeft een regres tegen zijn mede-aansprakelijken. Onderzocht wordt of het wenselijk is het criterium voor de verdeling van de schadelast over verschillende  mede-aansprakelijken  wettelijk  vast  te  leggen,  onder  meer  voor  het  geval  van objectieve aansprakelijkheid van een medeaansprakelijke. Eenzelfde vraag stelt zich wanner de benadeelde zelf mede een oorzaak is van de schade.

Zoals eerder gezegd, wordt onderzocht of het mogelijk en wenselijk is algemene regels te ontwikkelen met betrekking tot de vraag of verzekeraars en andere derde betalers de aan de benadeelde verschuldigde bedragen kunnen verhalen op de aansprakelijke en/of zijn verzekeraar. Hier is afstemming met de werkgroep verzekeringen wenselijk.

Naar de gevolgen toe wordt bevestigd dat de benadeelde de mogelijkheid heeft om herstel in natura vorderen.

Voor wat de schadevergoeding betreft, is het uitgangspunt dat de benadeelde moet geplaatst worden in de toestand waarin deze zich zou bevonden hebben zonder de schadeverwekkende gebeurtenis.

Een aantal beginselen van het huidige recht inzake schadevergoeding worden behouden: het integrale karakter van de schadevergoeding, de vrije beschikking over de schadevergoeding, de begroting op het ogenblik van de uitspraak van de rechter en de schadebeperkingsplicht van de benadeelde. Hoewel de schade in beginsel in concreto beoordeeld wordt, wordt er ruimte gelaten voor een meer abstracte benadering in het geval de schade slechts moeilijk exact kan begroot worden en voor het gebruik van door de praktijk ontwikkelde barema’s.

Overwogen wordt algemene regels voor de begroting van de schade enkel te formuleren voor een aantal grote categorieën van schade zoals patrimoniale en extra patrimoniale schade, rechtstreekse schade en schade door weerkaatsing, actuele schade en toekomstige schade en

verder ruimte te laten voor jurisprudentiële ontwikkelingen. Onderzocht wordt of het wenselijk is een bepaling in te voeren in verband met de voorbeschiktheid tot schade en verergering van schade.

Op het vlak van preventie zal bevestigd worden dat de rechter een verklaring van recht kan uitspreken of een bevel of verbod kan opleggen om een dreigende onrechtmatige daad of om een herhaling ervan te voorkomen.

Onderzocht wordt of de rechter de mogelijkheid moet hebben om, met het oog op een ontradend effect, een vergoeding toe te kennen die meer bedraagt dan de werkelijk geleden schade (punitive damages) of de aansprakelijke onrechtmatig verkregen voordelen te ontnemen (bv. bij inbreuk op intellectuele eigendomsrechten).

Ten slotte zal de afbakening met de contractuele aansprakelijkheid worden  verduidelijkt. Er dient een einde gesteld te worden aan de onzekerheid over de mogelijkheid voor de benadeelde die schade lijdt door een contractuele wanprestatie om van zijn medecontractant schadevergoeding te vorderen op grond van het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht.

Wanneer in eenzelfde feitensituatie de toepassingsvoorwaarden van meerdere rechtsregels vervuld zijn, kan de betrokkene in de regel kiezen op welke van deze rechtsregels hij zich beroept. Er wordt overwogen om hetzelfde uitgangspunt aan te nemen wanneer een schadeverwekkende handeling voldoet aan de voorwaarden voor buitencontractuele zowel als contractuele aansprakelijkheid.

Er wordt ook overwogen om de zgn. quasi-immuniteit van uitvoeringsagenten en organen ten opzichte van de medecontractant van hun opdrachtgever of rechtspersoon te beperken of op te heffen. Er wordt onderzocht of het niet beter is de beperking van de persoonlijke aansprakelijkheid van aangestelden en organen op uniforme wijze te regelen, ongeacht of de benadeelde een medecontractant van zijn aansteller is dan wel een derde. Over deze problematiek is verdere afstemming nodig met de werkgeroep algemeen verbintenissenrecht.

De mogelijkheid om de contractuele en/of buitencontractuele aansprakelijkheid te beperken door exoneratiebedingen wordt geregeld door het algemeen verbintenissenrecht.