Grondwettelijk Hof bevestigt onderscheid tussen herstelvorderingen met betrekking tot overschrijving op hypotheekkantoor

Geschreven door Daan Vandenbroucke, Marlex, marlex.be

Een herstelvordering is een vordering waarbij aan de rechter wordt gevraagd een einde te stellen aan de gevolgen van een stedenbouwkundig misdrijf dan wel stedenbouwkundige inbreuk. De rechter kan dan een herstelmaatregel opleggen die ertoe trekt de schade die de bouwovertreding aan de ruimtelijke ordening heeft veroorzaakt, te herstellen. Concreet kan het gaan om betaling van een meerwaarde, uitvoering van bouw- of aanpassingswerken, herstel in de oorspronkelijke toestand en staking van het strijdige gebruik.

Volg het on demand seminarie Is uw appartementsgebouw goed verzekerd? met Astrid CLABOTS

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen publieke en private herstelvorderingen. Publieke herstelvorderingen gaan uit van de gewestelijke of gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs of de burgemeester, private rechtsvorderingen gaan uit van bijvoorbeeld een buur of een milieuvereniging.

Het onderscheid is relevant, want publieke herstelvorderingen moeten overgeschreven worden op het hypotheekkantoor, private herstelvorderingen daarentegen niet. Deze overschrijving op het hypotheekkantoor is nuttig in geval van verkoop van een onroerend goed waarop een herstelvordering rust. Dankzij de overschrijving komen potentiële kopers immers niet voor onaangename verrassingen te staan.

Lees ook: Ingrijpende energetische renovatie - 50% korting op de onroerende voorheffing ifv E-peil

In haar arrest van 31 januari 2019 (nr. 14/2019) boog het Grondwettelijk Hof zich over de vraag of het onderscheid tussen publieke en private herstelvorderingen met betrekking tot de publiciteitsvereiste niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Het arrest is enigszins verrassend, daar het oordeelt dat het onderscheid gerechtvaardigd is. Het Hof stelt namelijk dat de publieke herstelvordering het herstel van de ruimtelijke ordening beoogt, dit is een gewestelijke bevoegdheid. De private herstelvordering daarentegen beoogt het herstel in natura in de zin de onrechtmatige daad in het Burgerlijk Wetboek, wat niet tot de bevoegdheid van de gewesten, maar wel tot de bevoegdheid van de federale wetgever behoort. Er kan volgens het Hof aldus geen sprake zijn van een schending van het gelijkheidsbeginsel, aangezien het onderscheid louter het gevolg is van de autonomie die de Grondwet aan de respectievelijke overheden heeft toegekend.

Gevolg van deze staatsrechtelijke benadering is dat, indien een onroerend goed belast is met een private herstelvordering, eventuele kopers niet kunnen genieten van de nochtans zeer nuttige publiciteitsregeling. Deze regeling is wel van toepassing bij onroerende goederen die belast zijn met een publieke rechtsvordering. De complexe Belgische bevoegdheidsverdeling lijkt in deze de rechtszekerheid van de burgers in de weg te staan.