Globale erfovereenkomst: fiscaal gefileerd

Geschreven door Mr Marc Delboo, Advocatenkantoor Delboo, https://www.delbooadvocaten.be/
Foto: Fimb

In het nieuwe erfrecht is het mogelijk om een globale erfovereenkomst te sluiten. Het doel ervan is voor overlijden al zekerheid te hebben over de verdeling van het vermogen zonder dat er later nog discussie over kan zijn. In dergelijke overeenkomst wordt vastgesteld of er een subjectief evenwicht tussen de erfgenamen bereikt wordt. Indien niet, kan dit onevenwicht rechtgezet worden in de erfovereenkomst. Wat zijn de fiscale consequenties hiervan?

Globale erfovereenkomst

Een globale erfovereenkomst is een overeenkomst waarbij één of beide ouders samen met al hun vermoedelijke erfgenamen in rechte neerdalende lijn (kinderen en eventueel kleinkinderen) een overeenkomst sluiten over hun nalatenschap. In dergelijke overeenkomst kunnen alle schenkingen en voordelen vanwege de betrokken ouder worden opgenomen om aan de hand van deze opsomming een evenwicht te bepalen tussen deze vermoedelijke erfgenamen. Niet enkel materiële voordelen, maar ook diensten zoals helpen in het huishouden, oppassen op de kinderen, het bieden van kost en inwoon en dergelijke, komen in aanmerking om dit evenwicht te bepalen. Er mag ook rekening worden gehouden met de persoonlijke of professionele situatie van de betrokkenen. Zo kan een onevenwicht vertaald worden in een evenwicht, zolang iedereen maar akkoord is.

Door hun instemming met de overeenkomst verzaken de partijen aan de vordering tot inkorting en aan het verzoek tot inbreng met betrekking tot de giften waarop de overeenkomst betrekking heeft. Er is met andere woorden ‘afgerekend’ en partijen kunnen er niet meer op terugkomen. Gedane zaken nemen geen keer.

Enige tijd bestond de vrees dat de vroegere schenkingen, opgenomen in de globale erfovereenkomst, die niet belast waren in de schenkbelasting, door de opname in de globale erfovereenkomst alsnog aan schenkbelasting zouden worden onderworpen. Bijvoorbeeld bank- of handgiften of schenkingen gedaan voor buitenlandse notaris. De Vlaamse Codex Fiscaliteit stelt echter uitdrukkelijk dat de globale erfovereenkomst voor de toepassing van de schenkbelasting niet tot bewijs strekt van een schenking die in die overeenkomst wordt vermeld en daarom niet aan de formaliteit van de registratie is onderworpen. Hier valt dus niets te vrezen, maar er is meer.

Volg op 27 juni 2019 van 12 uur tot 14 uur het online seminar Gevolgen van het nieuwe erfrecht voor de familiale onderneming en vennootschap met Steven SEYNS

Herstel van een onevenwicht

In dergelijke overeenkomst kunnen alle bevoordelingen of schenkingen aan de vermoedelijke erfgenamen worden vermeld, om vast te stellen of er een subjectief evenwicht tussen de erfgenamen bereikt wordt. Een subjectief evenwicht is een eufemisme voor een onevenwicht dat door andere oorzaken dan puur geldelijke wordt rechtgezet. Indien er een onevenwicht is of zelfs een subjectief onevenwicht, kan dit onevenwicht rechtgezet worden in de erfovereenkomst. Een rechtzetting is dan iets wat u aan één van de partijen extra geeft. Maar hoe kijkt de fiscus daar tegenaan? Ondersteunt hij dit door dit fiscaal neutraal te laten of gaat hij bijkomend belasten en dus een extra moeilijkheid in het (on)evenwicht inbouwen?

De ouder(s) kunnen een schenking doen in de globale erfovereenkomst zelf. Aangezien de erfovereenkomst steeds voor Belgische notaris dient te worden verleden, zal de nieuwe schenking die opgenomen is in deze akte geregistreerd worden en zal er dan hierop roerende of onroerende schenkbelasting verschuldigd zijn.

De tweede mogelijkheid om het evenwicht te herstellen, is de toekenning van een schuldvordering in de globale erfovereenkomst. Daarbij wordt aan één of meerdere vermoedelijke erfgenamen in rechte neerdalende lijn een schuldvordering toebedeeld ten laste van de uitdrukkelijk aangeduide partijen. Een voorbeeld: vroeger is er een grond aan kind 1 geschonken en een appartement aan kind 2. In de globale erfovereenkomst kan dan worden akkoord gegaan dat kind 2 aan kind 1 nog een som moet betalen om een evenwicht, al dan niet subjectief, te vinden. Deze schuldvordering van kind 1 op kind 2 kan verder betaalbaar worden gesteld op het ogenblik van ondertekenen van de erfovereenkomst of pas op het ogenblik van overlijden van de betrokken ouder(s).

Indien deze schuldvordering wordt opgenomen ter compensatie van een schenking die in de globale erfovereenkomst zelf wordt gedaan, zal de toekenning van de schuldvordering eveneens een schenking uitmaken. Voor het heffen van de schenkbelasting zal de waarde van deze schuldvordering afgetrokken worden van de waarde van de eerste schenking en zal deze waarde worden belast in hoofde van degene die de schuldvordering verkrijgt. Afhankelijk of de hoofdschenking een roerend of onroerend goed betreft, wordt de schuldvordering tevens in die zin belast. Ook dit is logisch en niet verrassend te noemen.

Indien de schuldvordering echter in de globale erfovereenkomst opgenomen wordt om oude schenkingen te compenseren en dus niet verbonden wordt aan een schenking die gedaan wordt in de erfovereenkomst zelf, was het niet duidelijk hoe deze schuldvordering zou belast worden. Hier verrast de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) ons wel met zijn visie.

►Lees ook Reeks kinderloze koppels: Wie erft van een kinderloze alleenstaande?

Standpunt Vlabel

Vlabel heeft hierover recent standpunt ingenomen, nl. standpunt nr. 19006 dd. 18 maart 2019. Volgens Vlabel moet de toekenning van de schuldvordering als compensatie voor een voordeel of schenking die een andere erfgenaam reeds had verkregen, worden beschouwd als een onrechtstreekse schenking door de ouder(s) aan het kind dat de schuldvordering verkrijgt. Bijgevolg is er volgens Vlabel op de waarde van de schuldvordering schenk- of erfbelasting verschuldigd in de rechte lijn, volgens het hierna gemaakte onderscheid.

  • Wordt de betaling van de schuldvordering opgelegd aan een kind dat eerder een met schenkbelasting belaste schenking heeft verkregen, dan is de toekenning van de schuldvordering een last die in mindering wordt gebracht van het bedrag van de hoofdschenking nadat de last op zijn beurt is belast in hoofde van de begunstigde van de schuldvordering in de schenkbelasting. Afhankelijk of de hoofdschenking roerend of onroerend was, zullen de tarieven in de roerende of onroerende schenkbelasting van toepassing zijn op de schuldvordering. Door de heffing op de secundaire schenking ontstaat een recht op teruggave voor de hoofdbegiftigde.
  • Wordt de schuldvordering betaalbaar gesteld bij het overlijden van de toekomstige erflater en wordt de schuldvordering niet opgelegd als last van een gedane onroerende schenking, dan wordt de toekenning van de schuldvordering ingevolge een fictiebepaling (artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF) beschouwd als een legaat, zodat ze onder de toepassing van de erfbelasting valt.
  • In de andere gevallen valt de schuldvordering zonder meer onder de toepassing van de schenkbelasting.


De eerste hypothese omvat alle schenkingen die met schenkbelasting zijn belast. Er wordt niet gespecifieerd wanneer de schuldvordering betaalbaar moet zijn. Bijgevolg lijken de geregistreerde roerende schenkingen en alle onroerende schenkingen hieronder te vallen. Een onroerende schenking wordt immers steeds geregistreerd en belast.

De tweede hypothese handelt over schuldvorderingen ter compensatie van roerende schenkingen, die betaalbaar zijn op het ogenblik van overlijden van de toekomstige erflater (ouder). Om niet te overlappen met de eerste hypothese zouden dit enkel de roerende niet-geregistreerde schenkingen mogen zijn. Of bedoelde Vlabel dat ook de geregistreerde roerende schenkingen hieronder vallen, indien de schuldvordering betaalbaar is op het ogenblik van overlijden van de toekomstige erflater?

Onder de laatste hypothese zouden dan de schuldvorderingen vallen die opgelegd worden ter compensatie van andere voordelen dan schenkingen, alsook ter compensatie van roerende niet-geregistreerde schenkingen, waarbij de schuldvordering onmiddellijk betaalbaar is.

Wat onthoudt u best?

Hoewel Vlabel duidelijkheid wilde scheppen met dit standpunt, blijven er veel onduidelijkheden bestaan en veel vragen onbeantwoord. Daarenboven kan men zich vragen stellen bij de juridische correctheid van dit standpunt.

Tenslotte lijkt dit standpunt de bruikbaarheid van de globale erfovereenkomst nog meer in het gedrang te brengen nu blijkt dat dit geen overweldigend succes is. Het concept dat een subjectief evenwicht een evenwicht is, zet natuurlijk de deur wagenwijd open voor discussies. Discussies die ouders misschien liever niet tijdens de laatste jaren van hun leven voeren. In essentie komt een subjectief evenwicht er op neer dat minstens één van de erfgenamen akkoord moet gaan dat hij economisch onevenwichtig behandeld mag worden om bepaalde redenen (bijvoorbeeld omdat hij de lotto gewonnen heeft en zijn zus niet, of om meer gerechtvaardigde redenen zoals het in huis nemen van zijn ouders), wat uiteraard veel van die erfgenaam gevraagd is. Nu er nog een fiscale moeilijkheid aan toevoegen zal in elk geval niet leiden tot een groter succes van dit pasgeboren (of doodgeboren?) kind.