Geen forfaitaire raming meer van belastbare voordelen

Geschreven door Mr Marnix Veracx, Advocatenkantoor Alaska Group, www.alaska-group.eu
Foto: Răzvan

Krijgt een bedrijfsleider of werknemer resp. van zijn vennootschap of werkgever gratis iets ter beschikking zoals een smartphone, dan komen de privé belastbare voordelen om de hoek kijken. Dergelijke voordelen die niet in geld verkregen worden, worden forfaitair geraamd wat bij K.B. gebeurt. Het Hof van Beroep te Antwerpen sprak zich onlangs uit of die forfaitair geraamde voordelen nog kunnen betwist worden.

Een bestuurder die van zijn vennootschap een smartphone of internet gratis ter beschikking krijgt, wordt daar privé op belast via een zgn. voordeel alle aard. Dat voordeel wordt forfaitair geraamd. De door de Koning vastgestelde forfaitaire waarderingsregels zijn opgenomen in artikel 18 KB/WIB 1992. Hetzelfde doet zich voor wanneer een bestuurder een goedkope lening van zijn vennootschap krijgt. Wat gebeurt er echter wanneer op die lening een marktconforme rente van toepassing is, m.a.w. een rente die iemand voor eenzelfde lening bij een bank betaalt? Is er dan nog sprake van een belastbaar voordeel zeker in het geval wanneer de betaalde rentevoet minder bedraagt dan diegene die bij K.B. is vastgelegd, maar wel marktconform is?

In het verleden had de toenmalige minister van Financiën laten verstaan dat in geen geval de marktconforme rentevoet in acht mag worden genomen. Het K.B. moet voorrang krijgen. Het Hof van beroep te Antwerpen is echter een andere menig toegedaan. Daar ging het om een bedrijfsleider die een rente van 4,5 % betaalde op de voorschotten die hem in rekening-courant worden toegestaan door zijn vennootschap. De fiscus was het daar niet mee eens en belast hem op een voordeel ten beloop van het verschil tussen de door de Koning vastgestelde referentierentevoet (in casu 9 % voor het betrokken jaar) en de toegepaste rentevoet (4,5 %). De bedrijfsleider is echter van mening dat de toegepaste rentevoet marktconform is zodat er van een voordeel geen sprake kan zijn. Hij meent dat de forfaitaire waardering het zgn. legaliteitsbeginsel schendt omdat de bij K.B. vastgestelde waarde niet overeenstemt met de werkelijke waarde.

►Lees ook Voordeel alle aard smartphone, laptop, internet, pc, gsm,... in 2019

Vermits de bedrijfsleider van mening was dat de betaalde rente marktconform was, had hij niets aangegeven in zijn privéaangifte aangegeven. Het was dus aan de fiscus om het nodige bewijs te leveren. Het Hof spreekt zich uit in het voordeel van de bedrijfsleider. Er kan slechts sprake zijn van een voordeel indien er geen evenwaardige tegenprestatie is overeengekomen voor de verstrekte lening. Dat neemt niet weg dat de fiscus kan terugvallen op de officieel vastgestelde referentierentevoeten om daaruit het vermoeden van een belastbaar voordeel te halen. Dat betekent echter niet, aldus het Hof, dat de belastingplichtige niet het tegenbewijs kan leveren voor het bestaan en het bedrag van het belastbaar voordeel van alle aard. De referentierentevoeten vormen immers geen onweerlegbaar vermoeden. Er is de mogelijkheid om het tegenbewijs te leveren dat het werkelijke voordeel lager ligt. Het is pas als het bewijs van de werkelijke waarde niet geleverd wordt dat zonder meer toepassing kan worden gemaakt van de forfaitaire waarderingsregels zoals vastgelegd bij K.B.