Geen concurrentieverbod voor ex-bestuurders - Tenzij uitdrukkelijk overeengekomen

Geschreven door , Claeys & Engels, www.claeysengels.be
Foto:   Ian Kerr

In een arrest van 25 juni 2020 maakt het Hof van Cassatie komaf met de theorie van de zogenaamde “nawerking van de goede trouw” die een bestuurder zou verplichten om uit loyauteit ten opzichte van de vennootschap na de beëindiging van het mandaat geen concurrerende handelingen te stellen. Hieruit volgt dat een gewezen bestuurder voortaan handelingen mag stellen die concurreren met de activiteiten van de vennootschap waarvan hij bestuurder was.

In een arrest van het Hof van Beroep van Antwerpen van 9 november 2017 had het Hof een ex-bestuurder een concurrentieverbod opgelegd na het einde van het mandaat.  Het arrest van het Hof was gesteund op de theorie van de “nawerking van de goed trouw”.  Het Hof redeneerde dat de bestuurder uit hoofde van het mandaat een loyauteitsverplichting heeft ten opzichte van de vennootschap en dat deze verplichting niet stopt bij het einde van het mandaat, maar “nawerkt” gedurende een periode na het einde van het mandaat die door het Hof werd bepaald op 12 maanden.  Het Hof stelde dat zo’n verbod van beperkte omvang verantwoord was omdat het ging om een kleine vennootschap en de bestuurders grotendeels verantwoordelijk waren voor het aanwerven en het behouden van het cliënteel.

De ex-bestuurders tekenden cassatieberoep aan en overtuigden het Hof van Cassatie om het arrest van het Hof van Beroep van Antwerpen te verbreken. Het Hof van Cassatie redeneert vanuit het principe van de vrijheid om een economische activiteit uit te oefenen.  Die vrijheid kan slechts bij wet of bij overeenkomst worden beperkt.  De wet voorziet echter niet in een concurrentieverbod voor een ex-bestuurder en de bestuurder in kwestie was ook niet gebonden door een niet-concurrentieovereenkomst.  De loyauteitsverplichting van de bestuurders neemt volgens het Hof van Cassatie een einde bij het beëindigen van het mandaat van de bestuurder, tenzij anders wordt overeengekomen.  Het Hof voegt eraan toe dat de bestuurder weliswaar geen daden van oneerlijke mededinging mag stellen.

►Lees ook: Circulaire over wettelijke en eventuele extrawettelijke uitkeringen ingevolge tijdelijke werkloosheid

Actiepunt

Vergeet niet om een geldig niet-concurrentiebeding in te schrijven in de overeenkomsten met de bestuurders. Hun wettelijke loyauteitsverplichting loopt immers maar tot het einde van hun mandaat.