Franse dividenden: nog steeds dubbele belasting

Geschreven door , De Broeck Van Laere & Partners, www.dvp-law.com
Foto: Guilhem Vellut  
Franse dividenden ondergaan in hoofde van Belgische particuliere aandeelhouders nog steeds zowel Franse bronheffing als Belgische roerende voorheffing. De fiscus wordt daar nu eens te meer voor op de vingers getikt door het Hof van Beroep te Antwerpen. Maar in de praktijk zal er daardoor helaas weinig veranderen.
 
Als een Franse vennootschap een dividend uitkeert aan een inwoner van België, betaalt die laatste daarop in de praktijk twee keer belasting. In Frankrijk wordt bronheffing ingehouden, en daarna rekent de Belgische fiscus op wat overblijft ook nog eens de gewone 30% Belgische roerende voorheffing aan. Nochtans hebben beide landen een overeenkomst (verkeerdelijk spreekt men in de wandelgangen van “dubbelbelastingverdragen”) afgesloten om dubbele belasting te vermijden. En dat verdrag regelt ook specifiek de situatie van dividenden (en interest) (artikel 19). Het schrijft voor dat de Belgische belasting verminderd moet worden met het zogenaamde FBB (forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting).
Volg op 18 december 2020 van 12:30 uur tot 13:30 uur het online seminar Up-to-date - Fiscaliteit, boekhouding en vennootschap (DEC 2020) met Roel VAN HEMELEN
Verdrag verwijst naar (afgeschaft) Belgisch FBB
 
Het verdrag voegt er wel aan toe dat dit moet gebeuren onder “de door de Belgische wetgeving vastgestelde voorwaarden”. En daar beginnen de problemen. Want het verdrag dateert al van 1964. En sindsdien is de Belgische FBB-regeling grondig aangepast. Met name is het voordeel afgeschaft voor particuliere beleggingen. Gezien de duidelijke verwijzing in het verdrag naar de interne Belgische wetgeving, ziet de Belgische fiscus geen reden meer om een FBB te verlenen aan particuliere beleggers.
 
Maar de tekst van het verdrag gaat nog verder. Het verdrag voegt er namelijk aan toe dat het FBB niet minder mag bedragen dan 15% van het nettodividend. De fiscus is er altijd van uit gegaan dat die regel zonder voorwerp geworden is door de afschaffing van het FBB in België. En dat dus ook de regel niet van toepassing is dat een verdrag primeert op nationale wetgeving.
 

Het Hof van Cassatie ziet dat echter anders. In een arrest van 16 juni 2017 oordeelde het Hof dat België in elk geval een FBB van 15% moet verrekenen, ook al bestaat het systeem niet meer in de interne wetgeving (zie ons artikel “Franse dividenden: Cassatie maakt einde aan dubbele belasting”).

►Lees ook: Een digitaal gehouden dagboek van ontvangsten en centralisatieboek - Welke BTW verplichtingen

Cassatie: toch FBB van 15%
 
Concreet zou dat betekenen dat een Belgische aandeelhouder van een Frans dividend netto 72,25 overhoudt (85 na Franse bronbelasting – (30% Belgische roerende voorheffing – 15% FBB)) i.p.v. 59,5 (85 – 30%). De Belgische roerende voorheffing zou dus bijna volledig geneutraliseerd worden door de verrekening van het FBB.
 
Het Hof van Beroep te Antwerpen heeft dat standpunt nu formeel bevestigd in een arrest van 17 december 2019. Op het eerste gezicht kan de fiscus nu niet anders meer dan toegeven. Bij een vorige gelegenheid is immers aangegeven dat de fiscus eerst nog de uitspraak van het Antwerpse Hof wou afwachten.
 
Maar de minister van Financiën laat nu toch weten dat de fiscus voorlopig niet bijdraait. Er is namelijk nog een tweede zaak hangende voor het Hof van Cassatie. En de fiscus wil eerst wachten op die tweede uitspraak van Cassatie vooraleer eventueel zijn standpunt bij te stellen. Bovendien onderhandelt België met Frankrijk over een herziening van het dubbelbelastingverdrag. Verwacht wordt dat de fiscus ook op die manier zal proberen zijn slag thuis te halen.