Fiscale cijfers voor 2019

Geschreven door advocatenkantoor De broeck van laere & partners

In de eerste maanden van het jaar publiceert de fiscus traditioneel de nieuwe fiscale cijfers als die geïndexeerd of op een andere manier aangepast moeten worden. Hieronder brengen we de belangrijkste cijfers uit de diverse berichten in het Staatsblad, op de website van de fiscus of uit circulaires voor u samen.

De grote tabel met geïndexeerde bedragen is gepubliceerd in het Staatsblad van 22 januari 2019. Onderaan dit artikel geven we een uittreksel, met enkele van de relevantste cijfers.

Kadastrale inkomens
 

De indexeringscoëfficiënt van de kadastrale inkomens bedraagt 1,8230 voor inkomsten van 2019.
Die coëfficiënt moet ook gebruikt worden bij de berekening van het voordeel van alle aard voor het gratis gebruik van een woning
 
Bedrijfswagens
 
Het voordeel van alle aard m.b.t. een firmawagen gaat dit jaar een klein beetje omlaag, omdat de referentie-CO2-uitstoot in de berekeningsformule aangepast wordt aan de evolutie van de gemiddelde uitstoot van het wagenpark (zie ook ons artikel “Belasting op bedrijfswagen gaat (iets) omlaag i.p.v. omhoog”).
De referentie-uitstoot voor inkomstenjaar 2019 bedraagt 88 g/km voor auto’s met dieselmotor en 107 g/km voor auto’s met benzinemotor.
 
Notionele interestaftrek (aftrek voor risicokapitaal)
 
Het tarief voor de notionele interestaftrek gaat na jaren van dalingen opnieuw een klein beetje omhoog. Het bedraagt nu 0,746% (aanslagjaar 2019).
Voor kleine vennootschappen komt er nog een half percentpunt bij, zodat zij een tarief van 1,246% kunnen toepassen.
 
Materieel en outillage
 

De onroerende voorheffing op materieel en outillage in het Vlaams Gewest bedraagt 2,63% voor inkomsten van 2019 (voor de onroerende voorheffing is dat ook het aanslagjaar). Omdat het gewest niet bevoegd is om de indexering van de kadastrale inkomens af te schaffen, wordt hetzelfde effect op een onrechtstreekse manier bereikt door elk jaar de aanslagvoet in de onroerende voorheffing te verminderen en zo de jaarlijkse federale indexering te compenseren.
Ter herinnering: het basistarief voor de onroerende voorheffing (waarop de correctie voor materieel en outillage toegepast wordt) is vorig jaar verhoogd van 2,5% tot 3,97%. Omdat tegelijk de provinciale en gemeentelijke opcentiemen evenredig gedaald zijn, is er per saldo echter niets veranderd.
De nominale stijging van het specifieke tarief voor materieel en outillage van 1,73% in 2017 tot 2,63% nu, houdt dus geen belastingverhoging in. Integendeel: door het neutraliseren van de indexering kennen we opnieuw een daling in reële termen.

Ander interessant artikel: “’T is gebeurd!” – Forfaitaire waardering gratis woonst: KB/WIB92 eindelijk aangepast conform Circulaire

Tabel geïndexeerde bedragen
 

Enkele geïndexeerde bedragen voor aanslagjaar 2020 (telkens in euro):
Vrijgesteld bedrag op een spaarboekje: 980 (het bedrag is vorig jaar verlaagd om meer spaargeld in de richting van risicokapitaal te sturen) Vrijgesteld bedrag aan dividenden: 800 (nieuw sinds vorig jaar, en sindsdien nog verhoogd) Minimumbedrag voordeel alle aard bedrijfswagen: 1340 Maximum van de inkomsten uit auteursrechten dat belast wordt als roerende inkomsten: 61200 Grensbedrag waarboven een inkomen uit de deeleconomie en uit bijklussen als beroepsinkomen wordt belast: 6250 (verhoogd basisbedrag) Vrijgesteld gedeelte van de terugbetaling van kosten van woon-werkverkeer: 410 Vrijgesteld bedrag loonbonus: 2941 Vrijgestelde fietsvergoeding (maximum per km) en forfaitaire aftrek fietskosten (per km): 0,24
Maximum van het beroepskostenforfait:

– werknemers (bezoldigingen) en zelfstandigen (winst): 4810

– bedrijfsleiders: 2540

– baten: 4230

Grensbedrag van de persoonlijke beroepsinkomsten van een meewerkende echtgenoot: 14200

Aftrekbare gift (minimumbedrag): 40

Woonbonus (maximale aftrek):

• 2280 in Vlaanderen voor bestaande lening

• 1520 in Vlaanderen voor nieuwe lening

• 2450 in Brussel (alleen nog voor bestaande leningen)

• 2290 in Wallonië (alleen nog voor bestaande leningen)

• 2350 voor woning die men niet meer zelf betrekt (“federale woonbonus”)

– verhoging indien enige woning: 760 in Vlaanderen en Wallonië, 820 in Brussel (780 voor woning die men niet meer zelf betrekt)

– verhoging indien drie kinderen ten laste: 80

Hoogste belastingschijf (50%-tarief op inkomen boven…): 40480

Maximumbedrag van de bestaansmiddelen die bepalen of iemand ten laste blijft: 3330

Loon van een jobstudent of student-ondernemer dat niet meetelt als bestaansmiddel: 2780 
Pensioensparen (maximumbedrag): 980 (aan 30% vermindering) of 1260
(aan 25%)

Bedrijfsvoorheffing: grensbedrag voor maandelijkse doorstorting: 40800

Kosteloze verstrekking aan bedrijfsleider van:

- verwarming: 2030

- elektriciteit: 1010