FAQ - Groottecriteria voor vennootschappen

Geschreven door , Nationale Bank van België, www.nbb.be

De Nationale Bank van België publiceerde een lijst met vaak gestelde vragen omtrent de groottecriteria voor vennootschappen. Bij deze vindt U de lijst met bijpassend antwoord.

1. Een vennootschap met meer dan 100 werknemers is niet altijd groot meer
2. Het personeelsbestand
3. De (jaar)omzet
4. Voor startende vennootschappen
5. Overschrijding (of niet meer overschrijding) van de criteria – consistentiebeginsel
6. Maximale duur van het boekjaar
7. Groottecriteria voor moedervennootschappen en alternatieve omzetberekening: CBN-advies
Volg op 18 december 2020 van 12:30 uur tot 13:30 uur het online seminar Up-to-date - Fiscaliteit, boekhouding en vennootschap (DEC 2020) met Roel VAN HEMELEN

1. Een vennootschap met meer dan 100 werknemers is niet altijd groot meer

Voor jaarrekeningen van boekjaren die starten vóór 1 januari 2016 is een vennootschap met > 100 werknemers altijd groot.

Voor jaarrekeningen van boekjaren die starten vanaf 1 januari 2016 is de grootte van het personeelsbestand geen bepalende factor meer. Een vennootschap blijft klein als zij maximaal 1 van de drempelwaarden overschrijdt. (WVV Art.1:24, §1)

2. Het personeelsbestand

(WVV Art. 1:24, §5)

Het gemiddeld personeelsbestand is het gemiddeld aantal werknemers in voltijds equivalenten (FTE) dat is geregistreerd in de DIMONA-databank op het einde van elke maand van het boekjaar.

3. De (jaar)omzet

 (WVV Art. 1:24, §5 & 1:25, §1)

De omzet is het bedrag van de verkoop van goederen en de levering van diensten aan derden in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening verminderd met de toegestane kortingen (afslag, ristorno, rabat) en de btw en elke andere met de omzet verbonden belasting. (Art. 96, KB van 30 januari 2001 tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen)

  • Afwijkende regeling: wanneer de opbrengsten voor meer dan 50 % bestaan opbrengsten die niet aan de bovengenoemde omschrijving voldoen, is de omzet het totaal van de bedrijfs- en financiële opbrengsten met uitsluiting van de niet-recurrente opbrengsten.
    zie CBN-advies 2016/3, pag. 4-5
  • Duur van het boekjaar van meer of minder dan 12 maanden: zie CBN-advies 2016/3, pag. 5.

►Lees ook: FAQ - Verenigingen en stichtingen (V&S)

4. Voor startende vennootschappen

(WVV Art. 1:24, §3)

De cijfers voor de toepassing van de toepassing van de groottecriteria worden bij het begin van het boekjaar te goeder trouw geschat. Indien uit deze schatting blijkt dat meer dan één van de criteria zullen overschreden worden gedurende het eerste boekjaar, moet daar voor dat eerste boekjaar meteen rekening mee worden gehouden.

  • Overgangsmaatregelen voor het eerste boekjaar dat aanvangt na 31/12/2015:
    zie CBN-advies 2016/3, pag. 11-13

5. Overschrijding (of niet meer overschrijding) van de criteria – consistentiebeginsel

(WVV, art. 1:24)

Wanneer de criteria worden overschreden of niet meer worden overschreden, heeft dit slechts gevolgen wanneer dit zich gedurende twee achtereenvolgende boekjaren voordoet. Dit noemt men het consistentiebeginsel.
 

6. Maximale duur van het boekjaar

(WVV Art.1:24, §4)

Een boekjaar kan niet langer zijn dan 24 maanden min 1 kalenderdag.

7. Groottecriteria voor moedervennootschappen en alternatieve omzetberekening: CBN-advies

De grootte van moedervennootschappen wordt berekend op geconsolideerde basis. (Zie advies 2018/22 van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen)