FAQ DAC6 - Melding van grensoverschrijdende constructies

Geschreven door Lexalert
Foto: Michell Zappa  

De lidstaten van de Europese Unie worden geconfronteerd met een evolutie van de complexiteit van de fiscale planningsstructuren en ondervinden steeds meer moeilijkheden om hun nationale belastinggrondslagen tegen uitholling te beschermen. Het is inderdaad zo dat die structuren vaak profiteren van de toegenomen mobiliteit van kapitaal en personen binnen de interne markt en zich gewoonlijk uitstrekken over meerdere rechtsgebieden met de bedoeling belastbare winsten te verschuiven naar gunstigere belastingregimes of de totale belastingdruk van de belastingplichtige te verlagen.

Bijgevolg lopen de lidstaten vaak aanzienlijke belastinginkomsten mis en kunnen zij moeilijker een groeivriendelijk fiscaal beleid voeren.

Om de lidstaten toe te laten onverwijld te reageren op deze schadelijke fiscale praktijken en mazen te dichten via wetgeving of door belastingcontroles te verrichten, is het van wezenlijk belang dat de belastingautoriteiten van de lidstaten volledige en relevante informatie over mogelijk agressieve fiscale constructies verkrijgen en dit via een automatische uitwisseling van inlichtingen tussen belastingautoriteiten.

Gelet op de actieve rol gespeeld door de intermediairs en andere aanbieders van belastingadvies bij het bedenken en de implementatie van die constructies werd er besloten hen te verplichten om de belastingautoriteiten te informeren over bepaalde grensoverschrijdende constructies die kunnen worden gebruikt voor agressieve fiscale planning, waarbij deze inlichtingen vervolgens door de belastingautoriteiten worden gedeeld met hun gelijken in andere lidstaten.

In bepaalde gevallen is het de relevante belastingplichtige van de constructie die de inlichtingen moet meedelen.

Deze doelstellingen werden gerealiseerd in de richtlijn 2018/822 (EU) van 25.05.2018 van de raad tot wijziging van richtlijn 2011/16 wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies.

Deze richtlijn werd naar Belgisch recht omgezet door de wet van 20.12.2019 (BS 30.12.2019) tot omzetting van de richtlijn 2018/822 (EU) van 25.05.2018 van de raad tot wijziging van richtlijn 2011/16 wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies.

Het is de bedoeling van de huidige FAQ om op het vlak van inkomstenbelastingen een antwoord te bieden op een bepaald aantal vragen die werden gesteld aan de Algemene Administratie van de Fiscaliteit sinds de publicatie van de voormelde wet van 20.12.2019. Worden in het bijzonder beschreven: de mogelijk meldingsplichtige constructies, de personen die meldingsplichtig zijn, de termijnen waarbinnen de rapportering moet gebeuren, de inlichtingen die moeten verstrekt worden, enz.

Voor de technische vragen betreffende de applicatie die ontwikkeld werd voor de rapportering van de inlichtingen, vindt u meer informatie via de volgende link: https://financien.belgium.be/nl/Eservices/mandatory-disclosure-rules 

Volg op 21 mei 2021 van 12:30 uur tot 13:30 uur het online seminar Up-to-date - Fiscaliteit, boekhouding en vennootschap (MEI 2021) met Roel VAN HEMELEN

1. Inleiding en context

2. Algemeenheden

2.1. Wat is de DAC6?

2.2. Wanneer werd de DAC6-richtlijn omgezet naar Belgisch recht?

2.3. Welke belastingen vallen onder de DAC6?

2.4. Wat bevatten de nieuwe bepalingen van het WIB 92?

2.5. Is de melding van een grensoverschrijdende constructie een aanwijzing of het bewijs van het bestaan van fraude? 

2.6. Kan ik een prefilingaanvraag indienen bij de dienst voor voorafgaande beslissingen (DVB) om te bepalen of de grensoverschrijdende constructie moet gemeld worden? 

2.7. Moet ik een grensoverschrijdende constructie melden waarvoor een prefilingaanvraag werd ingediend bij de DVB? 

2.8. Hoe verhoudt DAC6 zich tot de uitwisseling van rulings en het landenrapport in het kader van transferpricing? 

3. Welke constructies moeten gemeld worden?

3.1. Het begrip 'constructie'

3.2. De constructie moet een grensoverschrijdend karakter hebben

3.2.1. Onder welke voorwaarden is een constructie grensoverschrijdend?

3.2.2. Wie kan beschouwd worden als een deelnemer aan de constructie? 

3.2.3. Wordt de oprichting in het buitenland van een vennootschap door één of meerdere natuurlijke personen of rechtspersonen (Belgische inwoners) als één grensoverschrijdende constructie beschouwd? 

3.3. De grensoverschrijdende constructie moet minstens één wezeenskenmerk bevatten en in bepaalde gevallen ook voldoen aan de main benefit test. 

3.3.1. Wat is een wezenskenmerk?

3.3.2. Wanneer moet een wezenskenmerk aanwezig zijn om een grensoverschrijdende constructie meldingsplichtig te maken? 

3.3.3. Wie moet beoordelen of de grensoverschrijdende constructie één van de beoogde wezenskenmerken omvat en, in voorkomend geval, voldoet aan het criterium van de main benefit test? 

4. Wat zijn de verschillende wezenskenmerken? 

4.1. Wezenskenmerken van categorie A

4.1.1. Wat zijn de verschillende wezenskenmerken van categorie A?

4.1.2. Moet aan de main benefit test voldaan zijn om de constructie als meldingsplichtig te beschouwen? 

4.1.3. Wezenskenmerk A1 - confidentialiteitsclausule - Toelichting

4.1.4. Wezenskenmerk A2 - Wijze van bepalen van vergoedingen - Toelichting

4.1.5. Wezenskenmerk A3 - Gestandaardiseerde documenten/structuur - Toelichting

4.2. Wezenskenmerken van categorie B

4.2.1. Wat zijn de verschillende wezenskenmerken van categorie B?

4.2.2. Moet aan de main benefit test worden voldaan voordat de grensoverschrijdende constructie als rapporteerbaar wordt beschouwd?

4.2.3. Wezenskenmerk B1 - overname van verlieslijdende onderneming - toelichting

4.2.3.1. Wanneer heeft een handeling een kunstmatig karakter?

4.2.3.2. Is wezenskenmerk B1 enkel van toepassing op ondernemingen die in de loop van het laatste boekjaar een fiscaal verlies hebben geleden? 

4.2.3.3. Is wezenskenmerk B1 enkel van toepassing als de drie vermelde stappen (verwerven verlieslijdende onderneming, stopzetten avn de hoofdactiviteit, gebruiken van verliezen om belastingen te verminderen) cumulatief aanwezig zijn? 

4.2.3.4. Kan de overdacht van de hoofdactiviteit gevolgd door de stopzetting van de overige activiteiten van een verlieslijdende onderneming binnen het toepassingsgebied van wezenskenmerk B1 vallen?

4.2.3.5. Als de verlieslatende ondernming wordt geliquideerd, wordt dit als een stopzetting van de hoofdactiviteit beschouwd? 

4.2.4. Wezenskenmerk B2 - Omzetting van inkomsten- toelichting

4.2.4.1. Moet er steeds een reeds bestaande situatie bestaan die wordt omgezet naar een andere inkomstencategorie om binnen de toepassing van dit wezenskenmerk te vallen? 

4.2.4.2. Kan er sprake zijn van omzetting naar een andere inkomstencategorie wanneer de relevante belastingplichtige kiest om gebruik te maken van een belastingregime dat hem krachtens de fiscale wetgeving ter beschikking wordt gesteld? 

4.2.4.3. Is het wezenskenmerk B2 van toepassing wanneer een grensoverschrijdende constructie wordt opgezet waarbij inkomsten naar het buitenland worden getransfereerd omdat ze daar ingedeeld worden in een andere en lager belaste inkomstencategorie dan in België? 

4.2.4.4. Is het wezenskenmerk B2 van toepassing wanneer inkomsten worden omgezet naar een inkomstencategorie die het mogelijk maakt de inkomsten op een fiscaal gunstige manier te behouden? 

4.2.4.5. Is het wezenskenmerk B2 van toepassing op een vermindering van het eigen vermogen (kapitaalvermindering of betaling van dividend) van een Belgische vennootschap die een lening aangaat voor het financieren van de betaling aan zijn buitenlandse aandeelhouder? 

4.2.4.6. Is het wezenskenmerk B2 van toepassing wanneer een Belgische vennootschap met buitenlandse aandeelhouder een converteerbare obligatie uitgeeft?

4.2.5. Wezenskenmerk B3 - Circulaire transacties - toelichting

4.2.5.1. Wat wordt er beoogd met 'circulaire transactie'?

4.2.5.2. Kan een grensoverschrijdende 'sale and lease back'-verrichting het voorwerp uitmaken van wezenskenmerk B3?

4.2.5.3. Kan een grensoverschrijdende kapitaalverhoging in contanten van een buitenlandse dochteronderneming, die in moeilijkheden verkeerd, om het faillissement te vermijden en de vereffening mogelijk te maken (door een effectieve terugbetaling van de schuld aan de Belgische moederonderneming) het voorwerp uitmaken van wezenskenmerk B3?

4.3. Wezenskenmerk van de categorie C

4.3.1. Wat zijn de verschillende wezenskenmerken van categorie C?

4.3.2. Moet aan de main benefit test worden voldaan opdat de grensoverschrijdende construcite als meldingsplichtige wordt beschouwd? 

4.3.3. Wezenskenmerk C1 - grensoverschrijdende betalingen tussen twee of meer verbonden ondernmingen - toelichting

4.3.3.1. Wat wordt beoogd met fiscaal gunstregime?

4.3.3.2. Kan de toepassing van een tijdelijk gunstregime ook het voorwerp uitmaken van wezenskenmerk C1?

4.3.3.3. Wat wordt bedoeld met een vennootschapsbelasting tegen bijna nultarief?

4.3.3.4. Wordt voor de beoordedling van het belastingtarief toepassing gemaakt van het nominale belastingtarief of het wettelijk bealstingtarief vastgelegd door een rechtsgebied? 

4.3.3.5. Welke landen worden volgens de OESO als niet-coöperatief beoordeeld?

4.3.3.6. Wordt een grensovershrijdende contructie alsnog als een nieuw te rapporteren onstructie beschouwd wanneer het land waarin de ontvanger fiscaal inwoner is, na het uitvoeren van de transactie, opgenomen wordt in een lisjt van rechtsgebieden van derde landen die door de lidstaten gezamenlijk of in het kader van de OESO als niet-coöperatief beschouwd worden?

4.3.3.7. Is het wezenskenmerk C1 van toepassing wanneer een transactie tussen twee verbonden maar in verschillende gevestigde ondernemingen wordt uitgevoerd tussen twee banken die gevestigd zijn in hetzelfde rechtsgebied?

4.3.4. Wezenskenmerk C4 - overdrachten van activa - toelichting

4.3.4.1. Wordt in het kader van wezenskenmerk C4 de overdracht van een participatie beschouwd als een overdracht van een activa?

4.3.4.2. Wordt de overdracht van activa tussen een moedervennootschap en een vaste inrichting beoogd door wezenskenmerk C4?

4.4. Wezenskenmerken van categorie D

4.4.1. Wat zijn de verschillende wezenskenmerken van categorie D?

4.4.2. Moet aan de main benefit test voldaan worden om een constructie als medlingsplichtig te beschouwen?

4.4.3. Wezenskenkmerk D1 - Meldingsplicht in verband met de automatische uitwisseling van gegevens - Toelichting

4.4.3.1. Wat is het doel van wezenskenmerk D1?

4.4.3.2. Welke soort van automatische uitwisseling van gegevens wordt beoogd door dit wezenskenmerk?

4.4.3.3. Moet wezenskenmerk D1 op objectieve of op subjectieve wijze worden beoordeleed? 

4.4.3.4. Wat is de reikwijdte van de beoordeling die moet worden uitgevoerd door de intermediair of de relevante belastingplichtige?

4.4.3.5. Heeft het loutere feit dat de grensoverschrijdende constructie niet leidt tot een melding op basis van de CRS-wetgeving tot gevolg dat aan het wezenskenmerk D1 wordt voldaan?

4.4.3.6. Wat moet worden verstaan onder 'rechtsgebieden met ontoereikende of zwakke regelingen voor de handhaving van antiwitwaswetgeving'?

4.4.4. Wezenskenmerk D2 - Aangifteverplichting verbonden aan de uiteindelijke begunstigde - toelichting

4.4.4.1. Wat is het doel van wezenskenmerk D2?

4.4.4.2. Moeten de 3 voorwaarden bepaald door de wettekst (zie punt 4.4.1. supra) cumulatief worden vervuld om te voldoen aan wezenskenmerk D2?

4.4.4.3. Wanneer worden de uiteindelijk begunstigden beschouwd als 'onmogelijk gemaakt om te identificeren'?

4.4.4.4. Maakt het verstrekken van de inlichtingen over de uiteindelijk begunstigde aan de bevoegde autoriteit overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het UBO-register het wezenskenmerk D2 ontoepasbaar?

4.5. Wezenskenmerken van categorie E

4.5.1. Wat zijn de verschillende wezenskenmerken van categorie E?

4.5.2. Moet aan de main benefit test worden voldaan opdat de grensoverschrijdende constructie als rapporteerbaar wordt beschouwd? 

4.5.3. Wezenskenmerk E1- Unilaterale veilige havenregels - Toelichting

4.5.3.1. Wat wordt beoogd met unilaterale veilige havenregels?

4.5.3.2. Welke veilige havenregels worden neit beoogd door wezenskenmerk E1?

4.5.3.3. Bestaan er dergelijke unilaterale veilige havenregels in België?

4.5.3.4. Vallen de vereenvoudigde documentatieverplichtingen of vrijstellingen van documentatieverplichting voor bepaalde (kleine) ondernemingen of (beperkte) transacties onder het wezenskenmerk E1?

4.5.3.5. Wordt het gebruik van unilaterale veilige havenregels die tot stand worden gebracht door niet-EU lidstaten beoogd door wezenskenmerk E1?

4.5.4. Wezenskenmerk E2 - Overdracht van moeilijk te waarderen immateriële activa - toelichting

4.5.4.1. Wat is de definitie van het begrip 'immateriële activa'?

4.5.4.2. Is het recht om een immaterieel actief te gebruiken zelf een immaterieel actief?

4.5.4.3. Wat is de definitie van het begrip 'moeilijk te waarderen immateriële activa' (HTVI)?

4.5.4.4. Is er een overdracht van moeilijk te waarderen immateriële activa bij het verlenen van een licentie?

4.5.5. Wezenskenmerk E3 - een constrcutie met een grensoverschrijdende overdracht binnen de groep van functies, en/of risico's en/of activa - Toelichting

4.5.5.1. Voor wezenskenmerk E3 wordt verwezen naar 'een onderneming binnen een groep' en niet naar een 'verbonden onderneming'. Zijn dit twee verschillende begrippen?

4.5.5.2. Wat is de definitie van 'EBIT'?

4.5.5.3. Op welke basis dient een raming van het EBIT op 3 jaar te worden uitgevoerd en hoe wordt deze post factum beoordeeld?

4.5.5.4. Wat wordt beoogd door 'grensoverschrijdende overdracht binnen de groep van functies, en/of risico's en/of activa'?

4.5.5.5. Wordt de sluiting van een dochteronderneming of bijkantoor van een in de EU gevestigde onderneming beoogd door wezenskenmerk E3?

5. Het criterium van de 'main benefit test' (hierna main benefit test)

5.1. In welke gevallen moet de constructie voldoen aan de main benefit test om meldingsplichtig te zijn?

5.2. Wanneer is de main benefit test voldaan?

5.3. Moet het belastingsvoordeel verkregen worden in een lidstaat om te beoordelen of aan de main benefit test is voldaan of kan het eveneens worden verkregen in een derde land?

5.4. Hoe moet het bestaan van de main benefit test binnen een constructie worden beoordeeld?

5.5. Met welke belastingen moet b ijde beoordeling van de main benefit test rekening worden gehouden?

5.6. Wordt de main benefit test voldaan als de fiscale gevolgen van de constructie in overeenstemming zijn met de toepasselijke wetteksten?

5.7. Wordt aan de main benefit test voldaan door het louter vermijden van een dubbele belasting?

5.8. Moet bij de beoordeilng van de main benefit test rekening gehouden worden met hypothetische belastingvoordelen?

5.9. Moeten de tijdelijke belastingvoordelen in aanmerking worden genomen bij de beoordeling van de main benefit test?

6. Wat verstaat men onder het begrip 'verbonden onderneming'?

7. Wat is een marktklare constructie?

8. Wie heeft meldingsplicht?

8.1. De intermediairs

8.1.1. Wie wordt beschouwd als intermediair?

8.1.2. Aan welke bijkomende voorwaarden moet een intermediair beantwoorden?

8.1.3. Wat is het verschil in meldingsplicht tussen de 2 categorieën intermediairs (promotor/dienst-verlener)?

8.1.3.1. Wat wordt bedoeld met 'weet of kon redelijkerwijs weten'?

8.1.3.2. Hebben de intemediairs een actieve zoekplicht naar informatie over de constructie?

8.1.4. Heeft een intermediair gevestigd in een derde land ook meldingsplicht?

8.1.5. Moet een persoon aan wie een 'tweede mening' wordt gevraagd met betrekking tot een grensoverschrijdende construcctie beschouwd worden als een intermediair?

8.1.6. Moet de interne financiële dienst van een onderneming beschouwd worden als een intermediair?

8.1.7. Welke basisactiviteiten van een persoon kunnen in principe uitgesloten worden van de meldingsplicht als intermediair?

8.1.8. Wie moet rapporteren ingeval van meerdere betrokken intermediairs?

8.1.9. Is een intermediair verplicht om actief te zoeken naar andere intermediairs betrokken bij de meldingsplichtige grensoverschrijdende construtie?

8.1.10. Is de in België gevestigde moedermaatschappij vrijgesteld van haar meldingsplicht als de vaste inrichting van deze vennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie reeds heeft gerapporteerd?

8.2. De intermediairs onderworpen aan het beroepsgeheim

8.2.1. Is het de bedoeling van de DAC6-wetgeving om de draagwijdte van het beroepsgeheim als zodanig in België te bepalen?

8.2.2. Welke personen zijn onderworpen aan het beroepsgeheim?

8.2.3. Op wie rust de meldingsplicht wanneer de intermediair het beroepsgeheim inroept?

8.2.4. Wat zijn de verplichtingen van een intermediair die zich beroept op het beroepsgeheim?

8.2.5. Hoe moet een intermediair die zich beroept op zijn beroepsgeheim de andere intermediair(s) ervan op de hoogte brengen dat hij (zij) een meldingsplicht heeft (hebben)?

8.2.6. De intermediair of de relevante belastingplichtige op wie de meldingsplicht rust nadat een andere intermediair hem heeft laten weten dat hij zich op het beroepsgeheim beroept, beschikt mogelijks niet over alle inlichtingen die nodig zijn om de melding correct uit te voeren: wat moet hij doen?

8.2.7. Kan de relevante belastingplichtige, wanneer de meldingsplicht op hem rust, de intermediair die aan het beroepsgeheim gebonden is, instemming geven om de grensoverschrijdende constructie te melden?

8.2.8. Welke verplichting heeft de intermediair die aan het beroepsgeheim gebonden is wanneer de belastingplichtige de intermediair niet toestaaat om aan de meldingsplicht te voldoen?

8.2.9. Kan de relevante belastingplichtige een mandaat aan de intermediair geven om de melding uit te voeren wanneer hij de in punt 8.2.9. bedoelde instemming niet heeft gegeven?

8.2.10. Voor welke grensoverschrijdende contructies kan de intermediair zich nooit beroepen op het beroepsgeheim om te worden ontheven van zijn meldingsplicht?

8.2.11. Kan de relevante belastingplichtige van een marktklare constructie een mandaat geven aan een intermediair die zich beroept op het beroepsgeheim om in naam en voor rekening van deze belastingplichtige het periodiek verslag op te stellen?

8.3. De relevante belastingplichtige

8.3.1. Wie wordt beschouwd als relevante belastingplichtige?

8.3.2. Heeft de relevante belastingplichtige gevestigd in een derde land ook meldingsplicht?

8.3.3. Wie moet meldin in geval van meerdere belastingplichtige relevante belastingplichten?

9. Wat is het nut van het uniek referentienummer toegekend bij de melding van een grensoverschrijdende constructie?

9.1. Wanneer wordt een uniek referentienummer toegekend?

9.2. Waarom wordt een uniek referentienummer toegekend?

9.3. Wat moet de intermediair doen bij ontvangst van een uniek referentienummer?

9.4. Wat zijn de gevolgen van het toekennen van een uniek referentienummer?

10. Welke gegevens moeten worden verstrekt?

11. Aan wie moet de aangifte worden gedaan?

11.1. Aan wie moeten de intermediairs of, in voorkomend geval, de relevante belastingplichtige melden in België?

11.2. Quid als de intermediair of, in voorkomend geval, de relevante belastingplichtige inlichtingen moeten verstrekken betreffende een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie aan de bevoegde autoriteiten van meerdere lidstaten?

12. Binnen welke termijn moeten de inlichtingen verstrekt worden aan de Belgische bevoegde autoriteit?

12.1. Doel van de melding

12.2. Wanneer moet de rapportering in het kader van DAC6 gebeuren?

12.2.1. Algemene termijn

12.2.1.1. Wanneer is een constructie voor implementatie beschikbaar gesteld?

12.2.1.2. Wanneer is een constructie gereed voor implementatie?

12.2.1.3. Wanneer is de eerste stap in de implementatie van een constructie ondernomen?

12.2.1.4. Als aan de belastingplichtige verschillende varianten van eenzelfde constructie (scenario's) worden aangeboden, welke constrcuties moeten dan door de intermediair worden gemeld?

12.2.2. Specifieke termijnen

12.2.2.1. Voor intermediairs van de 2de categorie (dienst-verleners)

12.2.2.2. Voor marktklare constructies

12.3. Hoe worden de termijnen berekend?

12.3.1. Termijn van 30 dagen

12.3.2. Termijn van 3 maanden

12.4. Wanneer een constructie in verschillende fases wordt bedacht en/of uitgevoerd, moet er dan voor elke afzonderlijke fase ee rapportering worden verricht of volstaat één rapportering voor de volledige constructie?

12.5. Is de periodieke (3 maandelijkse) rapportering van marktklare constructies overeenkomstig artikel 326/4, WIB 92, een bijkomende rapporteringsplicht, bovenop de individuele meldingsplicht overeenkomstig artikel 326/3 §1, WIB 92?

12.6. Wanneer treden de rapporteringsverplichtingen in werking?

13. In welke talen moeten de gegevens worden verstrekt?

13.1. Principe

13.2. Wat is het gevolg van een fout in de vertaling?

13.3. Wat is het geovlg van een melding enkel in het Engels of enkel in één van de nationale talen?

14. Wat zijn de modaliteiten voor het meedelen van gegevens?

15. Welke sancties zijn van toepassing?

15.1. Wat zijn de toepasbare sancties ingeval van involledige mededeling van inlichtingen betreffende een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie?

15.2. Welke sancties worden toegepast bij niet mededeling of laattijdige mededeling van inlichtingen betreffende een meldingsplichtige grensoverschrijdende constrcutie?

15.3. Zullen de sancties worden toegepast per niet gemelde grensoverschrijdende constructie?

15.4. Kan de relevante belastingplichtige worden bestraft voor het niet melden van een grensoverschrijdende constructie wanneer de intermediair heeft nagelaten deze melding te doen?

16. Welke zijn de specifiekee onderzoeksmogelijkheden waarover de fiscale administratie beschikt? 

16.1. Ten aanzien van de relevante belastingplichtige (art. 315 quater, WIB 92)

16.2. Ten aanzien van derden (art. 322, §2, en 323ter, WIB92)

16.2.1. De derde is een financiële instelling (art. 322, §2, WIB 92)

16.2.2. De derde is een betrokken intermediair (art. 323ter, WIB 92)

17. Wanneer gebeurt de automatische uitwisseling van inlichtingen tussen België en de andere lidstaten?

18. Vanaf wanneer treedt de wet van 20.12.2019 in werking?

18.1. Grensoverschrijdende constructies opgericht of gewijzigd tussen 01.07.2020 en 01.01.2021

18.2. Grensoverschrijdende constructies opgericht of gewijzigd vanaf 01.01.2021

18.3. Grensoverschrijdende constructies opgericht tussen 25.06.2018 en 01.07.2020

18.4. Grensoverschrijdende constructies opgericht voor 25.06.2018

19. Waar kan ik informatie vinden omtrent de werking van de applicatie om inlichtingen omtrent DAC6 aan de Belgische administratie over te maken?

20. Waar kan ik terecht met bijkomende vragen?