Energieprestatiecertificaat verplicht bij verhuur en verkoop van niet-residentieel vastgoed

Geschreven door Ewoud Willaert, Schoups, www.schoups.com

Er bestond reeds een verplichting voor het opmaken en meedelen van een energieprestatiecertificaat (EPC) bij de verhuur en verkoop van residentieel vastgoed.

Vanaf 1 januari 2020 is dit uitgebreid naar niet-residentieel vastgoed, voor zover dit ‘kleine niet-residentiële eenheden’ betreft.

Deze nieuwe verplichting is van toepassing op gebouwen of gebouweenheden die noch een residentiële noch een industriële functie hebben (voor deze laatste is er geen EPC-verplichting), én die voldoen aan de volgende dubbele oppervlaktevoorwaarden: (i) een bruikbare vloeroppervlakte hebben die niet groter is dan 500 m² (bv. het winkelpand zelf) en (ii) het aaneengesloten geheel van niet-residentiële gebouweenheden binnen eenzelfde gebouw waarvan het pand in kwestie deel uitmaakt mag een bruikbare vloeroppervlakte hebben die niet groter is dan 1000 m² (het winkelcentrum waarvan het winkelpand als gebouweenheid deel uitmaakt). Er zijn wel een aantal uitzonderingen (bv. voor een tijdelijk niet-residentieel gebouw, of een gebouw met een bruikbare vloeroppervlakte kleiner dan 50m²).

Volg het on demand seminarie Up-to-date Vastgoedrecht 2019-2 met Cédric VANDEKEYBUS

Dezelfde regels als voor residentiële energieprestatiecertificaten gelden ook voor deze niet-residentiële panden, waaronder de verplichting om een aantal onderdelen in de verkoop- of verhuuradvertentie op te nemen. De energieprestatiecertificaten kunnen worden opgemaakt door een energiedeskundige type A.

►Lees ook: Verontreinigd of niet verontreinigd? Dat is de Grote Grondvraag!

Ter herinnering: vanaf 2020 moet er ook een energieprestatiecertificaat beschikbaar zijn voor de gemeenschappelijke delen van een appartementsgebouw, los van de verkoop of verhuur hiervan.