Dividenduitkering in tijden van corona

Geschreven door Jonas Helaut, Everest Law, Everest Law

In de plenaire vergadering van 30 april 2020 werd het wetsontwerp houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie aangenomen.
Het wetsontwerp voorziet in maatregelen o.m. op het vlak van de aanpassing van de berekening van de vermeerdering wegens geen of ontoereikende voorafbetalingen van de inkomstenbelasting.

Veel bedrijven die getroffen zijn door de maatregelen in het kader van de COVID-19 pandemie (bv. verplichte sluiting) kunnen over onvoldoende liquiditeiten beschikken om voorafbetalingen te kunnen doen in april of juli 2020. 

Daarom werd besloten om voor de voordelen van de voorafbetalingen van hun derde en vierde kwartaal die respectievelijk gebeuren uiterlijk op 12 oktober 2020 en 21 december 2020 een hoger percentage toe te passen. Dankzij deze steunmaatregel is het uitstellen van hun voorafbetalingen minder nadelig.

De tabel hieronder geeft de aangepaste percentages weer voor de voorafbetalingen. Deze zijn hoger in het derde en vierde kwartaal (tenzij er een dividenduitkering is):

  Personenbelasting VenB (geen dividenduitkering) VenB (wel dividenduitkering)
VA1 3,00 % 9,00 % 9,00 %
VA2 2,50 % 7,50 % 7,50 %
VA3 2,25 % 6,75 % 6,00 %
VA4 1,75 % 5,25 % 4,50 %

 

Aangezien deze maatregel is bedoeld voor bedrijven die liquiditeitsproblemen ondervinden, worden vennootschappen die een inkoop van eigen aandelen of een kapitaalvermindering verrichten of dividenden betalen of toekennen (daaronder begrepen de uitkeringen van liquidatiereserves) in de periode van 12 maart 2020 tot en met het einde van hun boekjaar uitgesloten van deze maatregel. 

Op eerste zicht lijkt het verbod tot dividenduitkering tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020 een streep door de rekening van vele KMO’s die vanaf boekjaar 2014 een zgn.‘liquidatiereserve’ hadden aangelegd. Deze reserve mocht normaliter in 2020 (na het doorlopen van de wachttermijn van 5 jaar) voor het eerst worden uitgekeerd aan 5% belasting. Dat is een pak voordeliger dan de 30% belasting op een gewoon dividend. 

Zowiezo is vanaf 1 januari 2020 de uitkering van het dividend onderworpen aan een dubbele uitkeringstest: de balanstest en de liquiditeitstest. Kort gezegd, je mag de liquidatiereserve enkel uitkeren als: 

  • de uitkering van het dividend niet tot gevolg heeft dat het netto-actief daalt     onder een minimumgrens (balanstest).
  • de vennootschap haar opeisbare schulden kan blijven betalen gedurende minstens 12 maanden volgend op de uitkering

 

Volg op 3 september 2020 van 12 uur tot 14 uur het online seminar Faillissementen en faillissementsmisdrijven - strafbare feiten, procedures, actiemogelijkheden en gerelateerde misdrijven met Francis DESTERBECK

 

Ongeacht de al dan niet toepassing van de bovenstaande fiscale (gunst)maatregel, lijkt een onderneming die ten gevolge van de maatregelen genomen ter bestrijding van de COVID-19 pandemie, in liquiditeitsproblemen zou komen, zowiezo al moeilijk de liquiditeitstest nodig voor een dividenduitkering, te kunnen doorstaan.

Evenwel kan deze maatregel een impact hebben op sommige overnamedossiers waar de cashpositie van de targetvennootschap onderdeel uitmaakt van de financieringsmogelijkheden van de verkrijgende entiteit. 

Het weze hierbij herinnerd dat de wetgever bij herneming van de bepalingen op het vlak van zgn. ‘financial assistance’ in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (artikel 5:132 m.b.t. de BV en artikel 7:227 m.b.t. de NV) heeft gesteld:

Ondanks de afschaffing van het kapitaalbegrip blijft het aangewezen een regeling te behouden met betrekking tot de verlening van financiële bijstand om een derde in staat te stellen aandelen of certificaten van de vennootschap te verkrijgen (…) Het nieuwe uitgangspunt is dat het principieel toegelaten is om vanuit het vennootschapsvermogen financiële bijstand te verlenen aan degene die de vennootschap wenst over te nemen of anderszins aandelen van de vennootschap wil verwerven. Dergelijke bijstand mag evenwel niet gebeuren met miskenning van de rechten van minderheidsaandeelhouders, en mag evenmin de continuïteit van de vennootschap in het gedrang brengen.

Er zal dus bij overnames, naast de klassieke verklaringen en waarborgen, tevens aandacht moeten worden besteed aan de eventuele toepassing door de target vennootschap van de fiscale gunstmaatregelen genomen ter bestrijding van de COVID-19 pandemie en het tijdelijk verbod op dividenduitkering dat daarmee gepaard gaat.

Het team van Everest advocaten met vier vestigingen in België (Antwerpen, Gent, Brussel en Brugge) heeft een uitgebreide ervaring en expertise in de begeleiding bij overnamedossiers en fiscaal-juridische due diligence en dit zowel aan verkoperszijde als aan koperszijde.