Disproportionele kosten en arbitrage: Cassatie gooit een knuppel in het hoenderhok

Geschreven door Geert De Buyzer, Schoups, www.schoups.com
Foto: a.dombrowsk

Hoewel dat in de praktijk minder vaak gebeurt,  kunnen tegen arbitrale beslissingen, net zoals tegen gewone rechterlijke beslissingen, rechtsmiddelen worden aangewend.

Het belangrijkste rechtsmiddel tegen een arbitrale uitspraak is de vordering tot vernietiging ervan. De vernietiging kan in uitzonderlijke gevallen worden uitgesproken, bijvoorbeeld wanneer een partij aantoont dat de arbitrale uitspraak niet is gemotiveerd.

Wanneer geen van de partijen bij een arbitrage een band heeft met België, kunnen de partijen krachtens de Belgische arbitragewet de mogelijkheid van een vordering tot vernietiging van een arbitrale uitspraak uitdrukkelijk uitsluiten in de arbitrageovereenkomst of in een latere overeenkomst. Een dergelijke uitsluiting is evenwel verboden wanneer één of meerdere partijen een band met België hebben. Dat verbod raakt de openbare orde en strekt ertoe te verhinderen dat aan partijen die een band met België hebben de rechtsbescherming van de vernietigingsprocedure wordt ontnomen.

Volg op 15 januari 2021 van 12:30 uur tot 13:30 uur het online seminar Up-to-date - Fiscaliteit, boekhouding en vennootschap (JAN 2021) met Roel VAN HEMELEN

Naast de mogelijkheid tot vernietiging, kunnen partijen een beroepsmogelijkheid in arbitrage voorzien. Zo zou bijvoorbeeld een geschil in een eerste aanleg aan een alleenzetelend arbiter kunnen worden voorgelegd, en in hoger beroep aan een college van drie arbiters. Het voorzien van een mogelijkheid tot hoger beroep wordt in arbitrage echter veelal afgeraden, want holt de met arbitrage beoogde snelheid deels uit. Wanneer partijen in de arbitrageovereenkomst toch in de mogelijkheid hebben voorzien om tegen de arbitrale uitspraak hoger beroep in te stellen, kunnen zij geen vordering tot vernietiging tegen een arbitrale beslissing instellen zolang de beroepstermijn niet is verstreken of zolang het hoger beroep nog hangende is voor de arbiters in hoger beroep. Het recht op hoger beroep moet met andere woorden worden aangewend, vooraleer een vordering tot nietigheid kan worden ingesteld.

►Lees ook: Hof van Cassatie verduidelijkt samenspel tussen fiscale regularisatie, fiscale valsheid in geschriften en witwassen

In een arrest van 7 november 2019  heeft het Hof van Cassatie die laatste regel genuanceerd. Het hogervermelde verbod om de vernietigingsprocedure te ontzeggen aan partijen die een band met België hebben, strekt zich volgens het Hof uit tot bepalingen waarbij aan de partijen de facto de toegang tot de vernietigingsprocedure wordt ontzegd. Dat is het geval wanneer aan het uitputten van de rechtsmiddelen voorafgaand aan een vordering tot vernietiging van de arbitrale uitspraak, kennelijk onredelijke financiële voorwaarden worden gesteld. Het Hof stelde meer bepaald vast dat in een geschil met een waarde van ca. 40.000,00 EUR een beroepsprocedure in arbitrage was voorzien, waarbij het beroepsinstituut een voorafgaande betaling van 15.207,00 EUR eiste. In die omstandigheden, mocht de rechter volgens het Hof van Cassatie een ingestelde vernietigingsvordering tegen de arbitrale uitspraak in eerste aanleg ontvankelijk verklaren, ondanks het feit dat de beroepsprocedure in arbitrage niet werd benut.

De disproportioneel dure beroepsprocedure in arbitrage werd dus van tafel geveegd ten voordele van de rechtsbescherming van de partijen. De vraag of hiermee de deur op een kier wordt gezet om een arbitragebeding buiten toepassing te laten, wanneer de toepassing daarvan kennelijk disproportioneel duur is ten opzichte van de waarde van het geschil, zal ongetwijfeld nog boeiende debatten opleveren.