Deeleconomie - Voorwaarden erkenning platform en bedrijfsvoorheffing

Geschreven door Lexalert
Foto: Anton Chiang  

Het fiscale luik van de programmawet van 1 juli 2016 voert een nieuw fiscaal stelsel in voor bepaalde inkomsten die voortvloeien uit de deeleconomie. Het was echter nog wachten op een KB dat de fiscale aspecten en de erkenningen van de platformen zou regelen. Dit KB werd op 24 januari 2017 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. 

Het somt de voorwaarden op tot erkenning van elektronische platformen en regelt de toepassing van de bedrijfsvoorheffing. 

Voorwaarden tot erkenning van elektronische platformen

  • Om te worden erkend, moet het platform ingericht zijn binnen een vennootschap of een VZW die is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of met de wetgeving van een staat waarvoor België de verbintenis heeft aangegaan om haar ondernemingen op dezelfde manier te behandelen als Belgische ondernemingen.
  • De vennootschap of de VZW moet gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte of in een staat waartegenover de België de verbintenis heeft aangegaan om haar ondernemingen te behandelen als Belgische ondernemingen, ingeschreven zijn in het handelsregister volgens de eisen van de wetgeving van het land en beschikken over een identificatienummer voor btw-doeleinden.
  • Verder moeten de personen bevoegd voor de vennootschap of de VZW eveneens voorwaarden vervullen met betrekking tot hun professionele betrouwbaarheid.
  • De vraag om erkenning wordt ofwel op papier ingediend, ofwel door middel van het elektronisch formulier dat op de webstek van de FOD Financiën ter beschikking wordt gesteld.
  • Een lijst van erkende platformen zal eveneens bijgehouden worden op de webstek van de FOD Financiën.
  • De erkenning wordt ingetrokken wanneer de verplichtingen van aangifte of van betaling van de bedrijfsvoorheffing twee maal niet zijn nagekomen op vrijwillige basis binnen een periode van drie jaar te rekenen vanaf het jaar waarin de eerste tekortkoming plaats heeft gevonden.

Bedrijfsvoorheffing

Er wordt hier gebruikt gemaakt van de mogelijkheid die artikel 271, WIB 92 biedt, om het toepassingsgebied van de bedrijfsvoorheffing tot bepaalde diverse inkomsten uit te breiden.

Daarnaast wordt de inhoud van de jaarlijkse samenvattende fiche bepaald die door de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing voor elke dienstverrichter moet worden opgemaakt. Zoals dit reeds momenteel het geval is voor andere soortgelijke opgaven, zal deze fiche langs elektronische weg moeten worden ingediend bij de fiscale administratie, ten laatste op 28 februari van het jaar volgend op dat van de inkomsten.

Lees de volledige tekst van het koninklijk besluit van 12 januari 2017 tot uitvoering van artikel 90, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzake de voorwaarden tot erkenning van elektronische platformen van deeleconomie en tot onderwerping van de in artikel 90, eerste lid, 1° bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde inkomsten aan de bedrijfsvoorheffing

►Andere interessante artikels: