De opheffing van het scanverbod – een voorzichtige halleluja?

Geschreven door Mrs Christian CLEMENT - Koen De Backer, Studio Legale, www.studio-legale.be
Foto: David Lienhard  

De wetgever schiet te hulp!

In het Belgische Staatsblad van 19 juni 2019 kwam eindelijk het sluitstuk van een (te) lang aanslepende ergernis. Aanleiding van het ongenoegen was het opleggen van het scanverbod in lopende strafonderzoeken door de Eerste Voorzitter van het hof van beroep te Antwerpen in april 2018, op aangeven van het College van Hoven en Rechtbanken (zie ons artikel: https://www.studio-legale.be/inzage-belgische-strafdossiers-kijken-mag-nog-kopieren-niet-meer-altijd/?lang=nl).

Gedurende meer dan een jaar werden advocaten geconfronteerd met een richtlijn, die dan nog geen algemene draagkracht had. De Voorzitters van de rechtbanken, waarvan men zou denken dat zij blindelings de opgelegde richtlijnen van hun overkoepelend orgaan zouden volgen, zaten hier immers niet op één lijn. Op de ene griffie verboden, op de andere griffie expliciet toegelaten en op de laatste griffie gedoogd. Een onhoudbare situatie, zo vond ook de Minister van Justitie.

Verlossing kwam er uiteindelijk met de wet van 5 mei 2019 rond de digitalisering van Justitie. De wetgevende macht kopte de voorzet van de rechterlijke macht binnen, die tijdens de hele discussie bleef herhalen dat er een duidelijke wettelijke basis nodig was voor advocaten en rechtszoekende om lopende strafonderzoeken te mogen scannen. Een inzagerecht was volgens het College van Hoven en Rechtbanken immers geen recht op kopiename. Kijken doe je met de ogen, niet met een digitaal toestel. De meest strikte interpretatie van het begrip inzage. De oplossing was dus om het wetboek van strafvordering, en in uitbreiding de Wet Voorlopige Hechtenis, zo aan te passen dat er niet meer kon geïnterpreteerd worden. Duidelijkheid troef, de heilige graal van een wetgeving.

Eindelijk duidelijkheid! Of toch bijna…

De belofte van de duidelijkheid werd waargemaakt. Volgende tekst werd ingevoerd in de verschillende wetsartikels: De inwilliging van het verzoek tot het bekomen van inzage van het dossier houdt in dat de verzoeker of zijn advocaat er zelf met hun eigen middelen kosteloos een kopie van kunnen nemen ter plaatse. Duidelijk toch?

Hoewel… Er staat expliciet dat de advocaat kopie mag nemen eigen middelen. Bedoelt de wetgever dan enkel ‘scannen’, door middel van leespennen, smartphones, fototoestellen, … .  Of mag de advocaat een gescand dossier ook op een USB-stick zetten nu? In vele gerechtelijke arrondissementen worden strafdossiers immers digitaal gescand. Momenteel wil dit dus zeggen dat een advocaat foto’s mag nemen van een computerscherm en zo kan kopiëren. U leest het goed, foto’s nemen van een computerscherm om een document te kopiëren. Maar als u nu de nieuwe wetsbepaling hierboven opnieuw zou lezen, lijkt het kopiëren op een USB-stick of externe harde schijf ook toegelaten. Dit is immers toch ook een kosteloos kopie met eigen middelen? Interessante vraagstuk voor de juristen.

Volg op 14 oktober 2019 van 12 uur tot 14 uur het online seminar Up-to-date straf- en strafprocesrecht met Philip TRAEST

Toegestaan! Maar niet altijd….

De wetgever heeft wel voorzien dat de magistraat die belast is met het onderzoek, dus de onderzoeksrechter of de procureur des Konings, gemotiveerd kan afwijken van de nieuwe algemene regel. Er kan dus toch een scanverbod worden opgelegd, maar dit zou de uitzondering moeten zijn. Deze uitzondering kan enkel indien de noodwendigheden van het onderzoek dit vereisen of indien de kopiename een gevaar zou opleveren voor personen of een ernstige schending van hun privéleven zou inhouden. De praktijk zal uitwijzen of de onderzoeksmagistraten veel zullen teruggrijpen naar deze beperking.

Enkele vragen rijzen toch… Moet deze uitzondering bij elke nieuwe inzage opgelegd en bijkomend gemotiveerd worden? Of kan deze in het begin van het onderzoek worden opgelegd en geldt die dan tot het einde van het onderzoek? Kan deze beperkt worden tot een specifieke partij of moet elke partij die inzagerecht heeft ook steeds dezelfde scanrechten hebben? Is deze beperking vatbaar voor beroep? Het wetboek van strafvordering voorziet enkel een beroep tegen het weigeren van een inzage, maar de vraag is of dit beroep ook kan aangewend worden tegen het opleggen van een scanverbod.

Nog meer interessante vraagstukken voor de juristen, maar zoals gezegd is het nog te vroeg om al te voorspellen of de beperking de regel, dan wel de uitzondering zal worden. Laten we uitgaan van het laatste.

Vertrouwen moet verdiend worden..

Het lijkt er dus op dat de wetgever opnieuw het vertrouwen geeft aan de advocaten. De rechten van verdediging die het halen van de angst voor de schending van het geheim van het onderzoek. Het vertrouwen is evenwel niet onvoorwaardelijk, aangezien in dezelfde wet van 5 mei 2019 ook de straffen gesteld voor het misbruik van het inzagerecht werden verhoogd. De maximum gevangenisstraf werd verdubbeld naar 2 jaar en de maximale geldboete ging van 500 euro naar 1000 euro. Dit lijkt een toegeving te zijn aan de bekommernissen van de rechterlijke macht, die lijkt te vrezen dat lopende strafonderzoeken via het scanrecht zomaar op de straatstenen zouden belanden. Deze strafverzwaring als pasmunt voor een uitgebreid scanrecht zal binnen de advocatuur weinig bezwaren kennen.

Conclusie

Zo lijkt er dus een einde gekomen te zijn aan de befaamde ‘inzagerel’ die heerste binnen Antwerpen, maar ook in andere gerechtelijke arrondissementen. Vandaar: halleluja. Het is nu duidelijk dat de advocaten, of de rechtszoekenden zelf, eindelijk ook in lopende strafdossiers mogen scannen. Maar mogen ze meer dan scannen? En moeten we vrezen dat scanverbod wegens de vage term ‘noodwendigheden van het onderzoek’ een standaardformule wordt bij elke toelating tot inzage? Vandaar: een voorzichtige halleluja.