Covid-19: verlaging van het btw-tarief in de horecasector

Geschreven door Stijn Vastmans - Loulou Geboers, Tiberghien, www.tiberghien.com
Foto: ume-y    

Met het oog op de economische relance van de horecasector na de coronacrisis, is bij koninklijk besluit van 8 juni 2020 een nieuwe maatregel in werking getreden die voorziet in een tijdelijke verlaging van het btw-tarief voor restaurant- en cateringdiensten van 12% naar 6%. Deze tijdelijke maatregel heeft uitwerking van 8 juni 2020 tot en met 31 december 2020.

Wat houdt deze tijdelijke maatregel juist in?

Onder de normale regels zijn restaurant- en cateringdiensten, met uitsluiting van het verschaffen van dranken, onderworpen aan het verlaagd btw-tarief van 12%. Dranken (zowel alcoholische als niet-alcoholische) die in het kader van een restaurant- of cateringdienst worden aangeboden, zijn in principe steeds onderworpen aan 21% btw.

De recent ingevoerde maatregel voorziet nu in een toegeving die erin bestaat dat restaurant- en cateringdiensten onderworpen zullen worden aan het verlaagd btw-tarief van 6%. Het begrip “restaurant- en cateringdiensten” wordt daarnaast verruimd in die zin dat ook het aanbieden van niet-alcoholische dranken zonder spijzen, op voorwaarde dat dit gepaard gaat met voldoende relevante bijkomende diensten, onderworpen is aan het verlaagd tarief van 6%. Alcoholische dranken blijven daarentegen in elk geval onderworpen aan 21% btw. Hieronder worden verstaan de bieren met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5% vol. en andere dranken met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2% vol.

Ingevolge deze maatregel zijn op de restaurant- en cateringdiensten nu dezelfde btw-tarieven van toepassing als deze van toepassing op afhaalmaaltijden en de levering van goederen en/of dranken in grootwarenhuizen, winkels, etc.

Verruimd toepassingsgebied

De verruiming van het toepassingsgebied van het begrip restaurant- en cateringdiensten, zorgt er in zekere zin ook voor dat cafés, tavernes, … en – zodra zij weer mogen openen – discotheken en nachtclubs tijdelijk kunnen genieten van het verlaagd btw-tarief van 6%, althans voor wat betreft het verschaffen van niet-alcoholische dranken.

In dit verband is er onduidelijkheid gerezen over de btw-behandeling van borrelhapjes en andere versnaperingen die in een café/taverne, … worden aangeboden, zoals een zakje chips, een stukje cake, een frisco of een portie kaas- en salamiblokjes. Het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit verwijst hier naar de circulaire betreffende het geregistreerd kassasysteem (“de witte kassa”) en de aflijning die hier wordt gemaakt tussen een loutere levering van voedsel en/of dranken en het aanbieden van restaurant- en cateringdiensten.

Deze circulaire bepaalt met name dat wanneer versnaperingen tezamen met dranken worden aangeboden zonder prijsverhoging en zonder dat de klant hier specifiek om vraagt, deze niet afzonderlijk belast moeten worden en aldus één handeling uitmaken die in normale omstandigheden onderworpen is aan 21% btw. We denken hier aan de borrelnootjes die worden aangeboden bij een pint bier en het koekje of suikerklontje dat wordt aangeboden bij een kopje koffie. In het laatste geval is de kop koffie, inclusief koekje en suikerklontje, nu in het geheel onderworpen aan 6% btw; de borrelnootjes bij de pint bier zijn daarentegen aan 21% btw onderworpen.

Wanneer de klant evenwel afzonderlijk de voormelde versnaperingen of zoetigheden bestelt en hiervoor betaalt, lijkt de circulaire een onderscheid te maken tussen enerzijds voorverpakte en anderzijds niet-voorverpakte voedingsmiddelen.

De circulaire stelt dat voorverpakte voedingsmiddelen zoals zakjes chips, een chocoladereep, voorgesneden- en verpakte kaasblokjes voor verbruik ter plaatse onderworpen zijn aan 21% btw. Niet-voorverpakte voedingsmiddelen die ter plaatse worden versneden en verbruikt, zoals een stuk taart, cake, kaasblokjes, … worden in de circulaire daarentegen beschouwd als restaurantdiensten waarop het verlaagd tarief van toepassing is, dat in het licht van de huidige maatregel 6% bedraagt. Om het nog wat complexer te maken wordt een lasagne of croque voor verbruik ter plaatse, zelfs indien voorverpakt, geacht toch enige bereiding te vergen en dus aangemerkt als een restaurantdienst onderworpen aan het verlaagd tarief.

Het is maar de vraag of dit onderscheid tussen voorverpakte en niet-voorverpakte voedingsmiddelen ook zo werd beoogd door de wetgever, met name bij de toepassing van de tijdelijke btw-verlaging. De toepassing van het normale btw-tarief van 21% lijkt met name enkel verantwoord in de mate voorverpakte voedingsmiddelen spontaan worden aangeboden samen met (alcoholische) dranken. Wanneer de voorverpakte voedingsmiddelen afzonderlijk worden verschaft, zou hierop hetzelfde btw-tarief van toepassing vindt als wanneer dezelfde voedingsmiddelen worden verkocht in de winkel, met name het verlaagd tarief van 6%.

Het voormelde lijkt ook niet helemaal in lijn te zijn met artikel 6, lid 1 van de Europese Uitvoeringsverordening nr. 282/2011, waarin het begrip restaurant- en cateringdiensten betrekking heeft op zowel “bereide” als “onbereide” spijzen. Te meer in het licht van de huidige crisis, waarin cafés en tavernes bij de zwaarst getroffen sectoren behoren, kan het o.i. niet de bedoeling zijn dat het normale btw-tarief toepassing vindt op de afzonderlijke verkoop van dergelijke voorverpakte voedingsmiddelen.

Volg op 18 juni 2021 van 12:30 uur tot 13:30 uur het online seminar Up-to-date - Fiscaliteit, boekhouding en vennootschap (JUN 2021) met Roel VAN HEMELEN

Geregistreerd kassasysteem

Hoewel afhaalmaaltijden en restaurantdiensten voor verbruik ter plaatse nu beide aan hetzelfde verlaagd btw-tarief van 6% onderworpen zijn, blijft het voormelde onderscheid tussen de loutere levering van voedingsmiddelen en/of dranken (zonder bijkomende diensten) en restaurantdiensten van belang voor wat betreft de verplichtingen inzake het geregistreerd kassasysteem. Dit zal in de praktijk de controle op het geregistreerd kassasysteem bemoeilijken. Op de website van de overheid over het geregistreerde kassasysteem in de horeca (www.geregistreerdkassasysteem.be) kunnen gebruikers alvast enkele verduidelijkingen terugvinden inzake de aanpassing van hun kassaprogrammatie.

In dit verband merken wij nog op dat op grond van artikel 21bis, §1 KB nr. 1 de verplichting tot het houden van een geregistreerd kassasysteem in principe is voorbehouden aan inrichtingen waar maaltijden worden verbruikt en aan traiteurs die cateringdiensten verstrekken, en dit wanneer de jaaromzet (exclusief btw), met betrekking tot de restaurant- en cateringdiensten, met uitsluiting van de prestaties die bestaan uit het verschaffen van dranken, meer bedraagt dan 25.000 euro. In dergelijk geval moet een kasticket worden uitgereikt voor alle handelingen die verband houden met het verstrekken van maaltijden én dranken, al dan niet bij een maaltijd, met inbegrip van alle verkopen van spijzen en dranken in die inrichting. Voor het berekenen van die drempel wordt ook rekening gehouden met het verschaffen van de hiervoor vermelde niet-voorverpakte/bereide voedingsmiddelen.

Het is nu vraag of mogelijk ook cafés over een geregistreerde kassa moeten beschikken, gelet op het verruimde toepassingsgebied van het begrip restaurant- en cateringdiensten. Onder de huidige regels is deze geregistreerde kassa evenwel uitsluitend van toepassing op inrichtingen en traiteurs die maaltijden verschaffen, en indien dit bij cafés al het geval zou zijn (bijv. croques, lasagnes) geldt nog steeds de drempel van 25.000,00 EUR waarbij de omzet uit het verschaffen van dranken uitgesloten wordt van de berekening van deze drempel.

►Lees ook: Wijziging BTW medische verzorging

All-in menu’s

Ook restaurants die driegangenmenu’s inclusief drank aanbieden tegen één forfaitaire prijs zullen mogelijk enkele aanpassingen moeten doen. Wanneer zij zich voor de uitsplitsing van de toepasselijke btw-tarieven op de verschafte maaltijden en dranken (met uitzondering van sterkedranken en champagne) beroepen op de administratieve tolerantie die voorziet in een forfait van 65% (maaltijden aan 12%) vs. 35%, (dranken aan 21%), kan het aangewezen zijn om zich onder de huidige maatregel te baseren op de normale waarde van de verschafte maaltijden en niet-alcoholische dranken (6%) enerzijds en de alcoholische dranken (21%) anderzijds.

Teruggaaf mogelijk?

De onmiddellijke inwerkingtreding van het verlaagd btw-tarief voor restaurant- en cateringdiensten heeft als gevolg dat restaurant- en caféhouders mogelijk niet tijdig de nodige aanpassingen hebben kunnen doorvoeren in hun systemen.

Op de website van de overheid over het geregistreerde kassasysteem in de horeca wordt hier in eerste instantie verduidelijkt dat de gebruikers van een geregistreerd kassasysteem de nodige herberekeningen mogen doen voor de periode tussen 8 juni 2020 en de datum waarop de aanpassing van de geregistreerde achteraf heeft plaatsgevonden. Dit geldt onder de voorwaarde dat er voldoende bewijskrachtige en gedetailleerde gegevens worden bijgehouden. 

Wat indien de btw op deze diensten reeds wordt aangerekend aan de consument aan 12% of 21% door zowel de gebruikers van geregistreerde kassasystemen als andere belanghebbenden, wegens laattijdige aanpassing van de systemen? Een teruggaaf op grond van artikel 77, §1, 1° W.Btw is principieel mogelijk indien meer btw werd afgedragen dan hetgeen wettelijk verschuldigd is op basis van de tijdelijke regels in werking getreden op 8 juni 2020. In de praktijk eist de btw-administratie in dat geval echter dat het verschil tussen beide bedragen wordt terugbetaald aan de finale consument (cf. geen onrechtmatige verrijking bij de horeca uitbater). Deze laatste verplichting is evenwel vaak problematisch. Gelet op het achterliggend doel van deze maatregel, met name het ondersteunen van de horeca na de coronacrisis, zou o.i. teruggaaf in dergelijke situatie moeten kunnen gerechtvaardigd worden, zonder effectieve terugbetaling aan de consument. Het is af te wachten of de btw-administratie hierover een duidelijk standpunt zal innemen.

Een bijzondere situatie betreft restaurants of cafés die in het kader van de corona-maatregelen vouchers hebben uitgegeven bij wijze van steunacties/“crowd funding”. In de mate deze vouchers vóór 8 juni 2020 met btw werden uitgegeven (single purpose voucher) aan het tarief van 12% of 21%, naargelang het geval zal het o.i. moeilijk zijn om nog btw-teruggaaf te claimen gezien de datum van opeisbaarheid voor btw zich hier heeft voorgedaan voor de inwerking van de nieuwe regels inzake het verlaagd btw-tarief.  

Conclusie

Hoewel de voormelde btw-maatregel zeer welgekomen is voor de horecasector, dient de nodige aandacht te worden besteed aan de omzetting van de nieuwe btw-tarieven in de betreffende kassasystemen. Bovendien zijn er o.i. nog enkele punten inzake het verruimde begrip “restaurant- en cateringdiensten” en de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6% die verdere verduidelijking verdienen. Wellicht zal de btw-administratie hier nog de nodige toelichting verschaffen in een circulaire.