Coördinatie deskundig onderzoek en versnelling procedure foutloze aansprakelijkheid

Geschreven door Lexalert
Foto: Matt Barber  

Het wetsontwerp van 4 april 2017 regelt twee problemen die zich meestal stellen bij processen met vele partijen.

Ten eerste is het nodig de praktijk van de coördinatie van deskundigen die in sommige gevallen ontstaan is, vast te leggen. Inderdaad, wanneer er een groot aantal deskundigen aangeduid worden, is het nuttig om iemand te hebben die enerzijds als centraal aanspreekpunt tegenover de partijen en tegenover de rechter werkt en anderzijds de taak van verzoening tussen de partijen specifiek op zich neemt.

Verder heeft dit wetsontwerp ook en vooral tot doel de gerechtelijke procedure te vereenvoudigen en te versnellen voor de vergoeding van de schade bij schadegevallen die onder toepassing vallen van een foutloze aansprakelijkheidsregel. Aansprakelijkheidsregels van deze aard maken het mogelijk dat de benadeelde vergoed wordt, zonder dat hij het bewijs moet leveren dat de aansprakelijke een fout heeft begaan.

Deze regels die bedoeld zijn om de positie van de benadeelde te verbeteren verliezen in de praktijk echter dikwijls een groot deel van hun nut als gevolg van de toepassing van art. 4 van de Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering. Dit schrijft voor dat de uitspraak van de burgerlijke rechter bij wie een vordering tot schadevergoeding is ingesteld wordt opgeschort tot de einduitspraak over een strafvordering die naar aanleiding van dezelfde feiten werd ingesteld (le criminel tient le civil en état).

Voor de benadeelden is het belangrijk zo snel mogelijk vergoed te worden voor hun schade, vooral waar het gaat om medische kosten en inkomensverlies. De nadelen die de opschorting meebrengt, bleken duidelijk bij de ramp van de airshow in Oostende op 26 juni 1997, en bij de gasramp te Gellingen in 2004. In de eerste zaak kende de rechtbank van Brugge pas op 16 januari 2006, bijna 9 jaar na het ongeval, schadevergoeding toe op grond van een objectieve aansprakelijkheidsregel uit de wet van 30 juni 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen. De gasramp te Gellingen deed zich voor op 31 juli 2004. De einduitspraak over de strafvordering kwam er met het arrest van het Hof van Cassatie van 14 november 2012. In 2007 en nog in 2011 beslisten de rechtbank en het hof van beroep te Brussel dat de burgerlijke rechter, bij toepassing van artikel 4 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek Strafvordering niet voor de einduitspraak over de strafvordering mocht onderzoeken of de slachtoffers van de gasramp recht hadden op schadevergoeding op grond van de gaswet van 12 april 1965 die bepaalt dat de houder van een vervoervergunning voor transport van aardgas door leidingen de schade moet vergoeden die berokkend wordt gedurende de exploitatie ervan. Evenmin mocht de burgerlijke rechter zich uitspreken over de toepassing van artikel 1384, lid 1, van het Burgerlijk Wetboek dat de bewaarder van een gebrekkige zaak aansprakelijk stelt voor de schade die door het gebrek wordt veroorzaakt. Door dit uitstel verliest de foutloze aansprakelijkheid in de praktijk het grootste deel van haar nut.
 
Het voorontwerp vindt toepassing ongeacht de omvang van het schadegeval of het aantal benadeelden. Schadegevallen krijgen aanzienlijke aandacht in de media, in het bijzonder wanneer er een groot aantal slachtoffers is of het schadeverwekkend feit een ongebruikelijk karakter heeft. Ook bij kleinere schadegevallen hebben de benadeelden recht op een vlotte behandeling van hun aanspraken. Er is dus geen reden om een onderscheid te maken op grond van de aard of omvang van het schadegeval.

Om de afhandeling van vorderingen op basis van een objectieve aansprakelijkheidsregel effectief te versnellen, zijn, naast een uitzondering op art. 4 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, twee bijkomende beperkte wijzigingen in de burgerlijke rechtspleging nodig.

Ander interessant artikel: Hercodificatie - Nieuw Burgerlijk Wetboek - Aansprakelijkheidsrecht

Op de eerste plaats moet men vermijden dat de behandeling van een vordering tot schadevergoeding gebaseerd op een foutloze aansprakelijkheid vertraagd wordt ingevolge haar samenhang met een vordering op basis van de foutaansprakelijkheid. Om deze reden bepaalt het ontwerp dat de vordering op grond van de foutloze aansprakelijkheid kan afgesplitst worden van vorderingen door de benadeelde ingesteld op grond van andere middelen.

Verder wil het ontwerp vermijden dat de vergoeding van de benadeelde op grond van een foutloze aansprakelijkheid aanzienlijk vertraagd wordt door de gelijktijdige behandeling van uiteenlopende tussenvorderingen, zoals vorderingen met betrekking tot de verdeling van de schadelast onder meerdere aansprakelijken of tot vrijwaring van de aansprakelijke door een derde partij.

Met het huidige ontwerp wil de wetgever vermijden dat de behandeling van een vordering op grond van een foutloze aansprakelijkheid onnodig vertraagd wordt. Uit de bepalingen ervan mag echter niet, a contrario, afgeleid worden dat burgerlijke vorderingen die niet gebaseerd zijn op een foutloze aansprakelijkheid, steeds moeten worden opgeschort voor de duur van een strafprocedure en evenmin dat het aanvaardbaar is dat tussenvorderingen in de regel worden samen behandeld met de hoofdvordering.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp van 4 april 2017 betreffende de coördinatie van het deskundig onderzoek en de versnelling van de procedure in verband met bepaalde vormen van foutloze aansprakelijkheid