Class action uitgebreid naar KMO’s

Geschreven door Lexalert
Foto:   Khairil Zhafri

Het wetsontwerp van 22 januari 2018 breidt het toepassingsgebied van de rechtsvordering tot collectief  herstel uit tot kmo's.

Het wetsontwerp wil de bepalingen van het Wetboek van economisch recht inzake de rechtsvordering tot collectief herstel wijzigen teneinde het toepassingsgebied van deze rechtsvordering uit te breiden.

In eerste instantie werd de rechtsvordering tot collectief herstel ingevoerd in de Belgische wetgeving als zijnde beperkt tot het consumentenrecht.

Het regeerakkoord voorzag in de evaluatie van de wet na twee jaar, met als doel, in het bijzonder, vast te stellen of het zinvol was om het voordeel ervan uit te breiden tot andere categorieën van rechtsonderhorigen.

Deze evaluatie heeft geleid tot de conclusie dat de uitbreiding ervan tot kmo’s gewenst wordt door veel belanghebbenden.

Deze uitbreiding van het toepassingsgebied van de huidige wet past eveneens in het ruimere kader van een hervormingsproject om de evenwichten van het economisch recht te herstellen ten behoeve van bepaalde zwakke partijen. Voorbeelden hiervan zijn zelfstandigen, kleine en middelgrote ondernemingen die slachtoffer zijn van massaschade.

Het toepassingsgebied van de wet ratione personae van de vordering tot collectief herstel wordt uitgebreid tot kmo’s. Deze worden op dezelfde manier gedefinieerd als in artikel XVII.86, § 2, van het Wetboek economisch recht, door verwijzing naar de aanbeveling 2003/361/EG van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen.

Het mechanisme van vertegenwoordiging volgt het voorbeeld van de regeling die in het consumentenrecht van kracht is.

Ten eerste is het vertegenwoordigingssysteem gebaseerd op het mechanisme van vertegenwoordiging dat is vastgelegd in de wet van 24 april 2014 betreffende de organisatie van de vertegenwoordiging van de zelfstandigen en de kmo’s.

Ten tweede maakt het de vertegenwoordiging van een vereniging met rechtspersoonlijkheid mogelijk die door de minister voor Middenstand en Zelfstandigen erkend is, waarvan het maatschappelijk doel in rechtstreeks verband staat met de collectieve schade die door de groep is geleden en die niet op een duurzame wijze een economisch doel nastreeft.

Ten derde kan een representatieve instantie, erkend door een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte, als vertegenwoordiger optreden die beantwoordt aan de voorwaarden van punt 4 van de aanbeveling 2013/396/EU van de Commissie van 11 juni 2013 over gemeenschappelijke beginselen voor mechanismen voor collectieve vorderingen tot staking en tot schadevergoeding in de lidstaten betreffende schendingen van aan het EU-recht ontleende rechten.

Zoals dat het geval is voor artikel XVII.39, tweede lid, 4° van het Wetboek van economisch recht moet duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen voorwaarden om erkend te kunnen worden als groepsvertegenwoordiger (die voorwaarden zijn opgesomd in punt 4 van de aanbeveling 2013/396/EG van de Commissie van 11 juni 2013) enerzijds en de aard van de rechten waarvoor beroep kan gedaan worden op een groepsvertegenwoordiger in het kader van een vordering tot collectief herstel die vermeld zijn in artikel XVII.36 van het Wetboek van economisch recht anderzijds. De buitenlandse groepsvertegenwoordiger die erkend is, kan dus handelen van zodra voldaan is aan de voorwaarden ratione materiae van het genoemde artikel XVII.36.

Tot slot, hoewel het was voorzien dat er slechts één groepsvertegenwoordiger kon worden aangeduid, wordt er voortaan voorzien dat die regel alleen binnen iedere categorie geldt. Dat betekent dat iedere categorie, meer bepaald de consumenten enerzijds en de kmo’s anderzijds, slechts door één vertegenwoordiger kan worden vertegenwoordigd. De idee dat de groep van consumenten en die van de kmo’s vertegenwoordigd zijn door een andere vertegenwoordiger, is een keuze die de wetgever maakt om rekening te houden met de eigenheid van die groepen.

Lees ook: Belgische class action binnenkort gevoelig uitgebreid

De vorderingen inzake collectief herstel behoren tot de exclusieve bevoegdheid van de rechtbank van koophandel, de natuurlijke rechter inzake handelspraktijken.

De inwerkingtreding is van toepassing vanaf 1 september 2014 om de kmo’s die het slachtoffer van massaschade zouden geweest zijn van de uitbreiding van het toepassingsgebied van de wet te kunnen laten genieten.

De uitbreiding van het toepassingsgebied van de wet voorziet een procedure die de kmo’s toelaat een schadeherstel te krijgen onder een andere vorm dan die die al voorzien is op individuele basis. Bij de invoering in Belgisch recht van de vordering tot collectief herstel voor de consumenten had de wetgever het al opportuun geacht om te voorzien dat deze vordering enkel kon ingediend worden voor zaken die dateren van na de inwerkingtreding omdat het om een vernieuwend project ging en om een type vordering die nog niet bestond in het Belgisch recht. Vandaag is de situatie echter anders. De vordering tot collectief herstel bestaat sinds 1 september 2014 en in de voorbereidende werken bij de wet is voorzien dat deze vordering het voorwerp zou uitmaken van een evaluatie.

Lees de volledige tekst van het wetsontwerp houdende wijziging, wat de uitbreiding van het toepassingsgebied van de vordering tot collectief herstel tot K.M.O.’s betreft, van het Wetboek van economisch recht