Circulaire 2020/C/106 met betrekking tot ondersteunende maatregelen en administratieve toleranties inzake registratie- en successierechten in het kader van de gezondheidscrisis verbonden met COVID-19

Geschreven door Lexalert
Foto: Dietertimmerman  

Inhoudstafel

  1. Federale maatregelen
    1.      Wetgevende en reglementaire bepalingen
    2.      Administratieve toleranties
  2. Brusselse maatregelen
    1.      Brusselse wetgeving en reglementering
    2.      Administratieve toleranties betreffende Brusselse belastingen
  3. Waalse maatregelen
    1.      Waalse wetgeving en reglementering
    2.      Administratieve toleranties betreffende de Waalse belastingen

1. Federale maatregelen

1.1. WETGEVENDE EN REGLEMENTAIRE BEPALINGEN

Bijzondere-machtenbesluit nr. 7 van 19 april 2020 houdende bijkomende steunmaatregelen inzake vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting, belasting niet-inwoners, personenbelasting, belasting over de toegevoegde waarde, bedrijfsvoorheffing, registratierechten en retributies (BS, 24 april 2020, ed. 1) (hierna: KB nr. 7), met uitwerking vanaf 1 maart 2020.

Wet van 29 mei 2020 houdende diverse dringende fiscale bepalingen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (BS, 11 juni 2020) (hierna: COVID-19 wet).

Wet van 15 juli 2020 houdende diverse dringende fiscale maatregelen ten gevolge van de COVID-19 pandemie (CORONA III) (BS, 23 juli 2020) (hierna: CORONA III wet).

1. Tijdelijke verlenging van de termijn voor de mededeling door de griffiers van vonnissen en arresten aan de kantoren Rechtszekerheid (hierna: kantoren RZ)

Artikel 1 van het KB van 28 januari 2019 betreffende de uitvoering van het W.Reg. (…) verplicht de griffiers, op straffe van een administratieve boete van 25 EUR per vonnis of arrest, tot mededeling van hun vonnissen en arresten, binnen een termijn van 10 dagen aan het bevoegde kantoor RZ van de AAPD. Het laat de kantoren RZ toe het veroordelingsrecht en/of het titelrecht te heffen wanneer de eisbaarheid ervan blijkt uit het vonnis of arrest.

In afwijking van artikel 1 van het voormeld KB van 28 januari 2019 kunnen de griffiers de vonnissen en arresten die dagtekenen van de periode van 1 maart 2020 tot 30 juni 2020 nog meedelen aan de ontvanger van het bevoegd kantoor RZ van de AAPD binnen de 10 dagen volgend op het verstrijken van de vermelde periode. Wanneer de mededeling niet tijdig is gedaan, verbeurt de griffier een boete van 12,50 EUR (art. 14 KB nr. 7).

De maatregel werd verlengd voor de mededeling van de vonnissen en arresten die dagtekenen van de periode tussen 1 juli 2020 en 30 september 2020 aan de ontvanger van het bevoegd kantoor RZ van de AAPD binnen de 10 dagen volgend op het verstrijken van de vermelde periode. Wanneer de mededeling niet tijdig is gedaan, verbeurt de griffier een boete van 12,50 EUR (art. 24, CORONA III wet).

Volg op 18 juni 2021 van 12:30 uur tot 13:30 uur het online seminar Up-to-date - Fiscaliteit, boekhouding en vennootschap (JUN 2021) met Roel VAN HEMELEN

2. Aflevering van uitgiften of kopieën van akten door de griffiers zonder voorafgaande registratie van het vonnis of arrest

Met het oog op de heffing van het registratierecht (titelrecht en/of veroordelingsrecht) dat gebeurlijk verschuldigd is op een vonnis of arrest verplicht art. 172 W.Reg. de griffiers tot voorafgaande registratie van het vonnis of arrest vooraleer een uitgifte of kopie van de gerechtelijke akte af te leveren.

Bij afwijking van artikel 172 W.Reg. kunnen de griffiers van de hoven en rechtbanken, van 13 maart 2020 tot 30 juni 2020, uitgiften of kopieën van de gerechtelijke akten die zij gehouden zijn ter registratie aan te bieden, afleveren zonder dat het vonnis of arrest vooraf werd geregistreerd (art. 22 en 30 COVID-19 wet).

De maatregel werd verlengd voor de aflevering, van 1 juli 2020 tot 30 september 2020, van uitgiften of kopieën van de vonnissen en arresten die de griffiers ter registratie moeten aanbieden, zonder dat het vonnis of arrest vooraf werd geregistreerd (art. 21, CORONA III wet).

Deze maatregel is toepasselijk voor de vonnissen en arresten waarvan sprake onder punt 1 hiervoor.

3. Geen expeditierecht op de uitgiften, kopieën of uittreksels van vonnissen en arresten

Bij afwijking van de artikelen 271 en 272 W.Reg. is er vrijstelling van het expeditierecht op de uitgiften, kopieën of uittreksels van de vonnissen en arresten die in de griffies worden afgeleverd tussen 16 maart 2020 en 30 juni 2020 (art. 25 en 30 COVID-19 wet).

Deze vrijstelling werd verlengd voor de uitgiften, kopieën of uittreksels van de vonnissen en arresten die in de griffies worden afgeleverd tussen 1 juli 2020 en 31 december 2020 (art. 23, CORONA III wet).

Deze maatregel is toepasselijk ongeacht de datum van het vonnis of arrest.

4. Geen registratierecht en geen recht op geschriften op notariële volmachten

Artikel 11, tweede lid W.Reg. belast de niet-getarifeerde akten zoals notariële volmachten aan het algemeen vast recht van 50 EUR. Artikel 3 WDRT voorziet een recht op geschriften van 50 EUR op de notariële volmachten.

In afwijking van artikel 11, tweede lid W.Reg. en van artikel 3 WDRT is er vrijstelling van het registratierecht en van het recht op geschriften voor de notariële volmachten verleden van 13 maart 2020 tot 30 juni 2020, wanneer de instrumenterende ambtenaar ervoor geen ereloon, vacaties of kosten vraagt, en voor zover deze volmacht uitsluitend effect sorteert in de periode van 13 maart 2020 tot 30 juni 2020 (art. 23, 26, 1° en 30 COVID-19 wet).

Deze dubbele vrijstelling werd verlengd voor de notariële volmachten verleden van 1 juli 2020 tot 31 december 2020, wanneer de instrumenterende ambtenaar ervoor geen ereloon, vacaties of kosten vraagt, en voor zover deze volmacht uitsluitend effect sorteert tot 31 december 2020. Bij afwijking van de artikelen 23 en 26 van de COVID-19 wet, blijft het voordeel van de vrijstelling behouden voor de volmachten verleden van 13 maart 2020 tot 30 juni 2020 wanneer de volmacht ten laatste op 31 december 2020 wordt gebruikt. (art. 22 en 25, CORONA III wet).

5. Geen hypotheekrecht en geen recht op geschriften op de inschrijving van een hypotheek in uitvoering van een hypothecair mandaat

In afwijking van artikel 259 W.Reg. en van artikel 3 WDRT is er vrijstelling van het hypotheekrecht en van het recht op geschriften wanneer in de periode van 16 maart 2020 tot 30 juni 2020 een hypothecaire inschrijving wordt gevraagd op voorlegging van een hypothecair mandaat opgesteld vóór 16 maart 2020 (art. 24, 26, 2° en 30 COVID-19 wet).

6. Geen hypothecaire retributie in geval van uitvoering van een hypothecair mandaat

In afwijking van artikel 1, 2° van het KB van 14 september 2016 tot vaststelling van de retributies voor de uitvoering van hypothecaire formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en getuigschriften, moet geen enkele retributie worden betaald voor de uitvoering van hypothecaire formaliteiten in geval in de periode van 16 maart 2020 tot 30 juni 2020 de inschrijving van een hypotheek wordt gevraagd op overlegging van een hypothecair mandaat dat dagtekent van vóór 16 maart 2020 (art. 15 KB nr. 7).

7. Geen retributie en geen recht op geschriften op de aanvullende hypothecaire getuigschriften

De aanvullende hypothecaire getuigschriften, zoals gedefinieerd in artikel 1, 12°, van het KB van 14 september 2016 worden vrijgesteld van (art. 28, § 1° COVID-19 wet):

  • de retributie voor de uitvoering van de hypothecaire formaliteiten bedoeld in voormeld artikel 1, 12°;
  • het recht op geschriften bedoeld in artikel 10 WDRT.

De twee vrijstellingen zijn slechts van toepassing als de volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn (art. 28, § 2 en 30 COVID-19 wet):

  • het betreft aanvullende hypothecaire getuigschriften die vanaf 11 juni 2020 tot en met 30 juni 2020 worden aangevraagd door de notaris voorafgaand aan het verlijden van de akte;
  • de instrumenterende ambtenaar vraagt voor deze getuigschriften geen ereloon, vacaties of kosten;
  • de aanvraag bevestigt uitdrukkelijk dat de beide voormelde voorwaarden vervuld zijn.

1.2. ADMINISTRATIEVE TOLERANTIES

1. Opschorting van de termijn voor aanbieding ter registratie van onderhandse akten

De termijnen voor de aanbieding aan de registratieformaliteit van onderhandse akten die verplicht te registreren zijn (zie art. 32 in samenhang met art. 19 W.Reg.) worden bij administratieve tolerantie verlengd met een duur van maximum 4 maanden, op voorwaarde dat deze termijnen verstreken in de periode van 16 maart 2020 tot en met 30 juni 2020.

2. Opschorting van de betalingstermijn van de registratierechten

Bij wijze van administratieve tolerantie wordt de termijn van een maand (art. 35, vijfde lid, W.Reg.) voor de registratierechten (m.a.w. het veroordelingsrecht), en in voorkomend geval voor de boeten, verlengd voor een periode 4 maanden, op voorwaarde dat deze termijn verstrijkt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 30 juni 2020.

Dit betekent:

  • dat geen enkele boete voor laattijdige registratie (art. 41, 1°, W.Reg.) kan worden toegepast als de akten of geschriften worden aangeboden binnen de aldus verlengde termijn;
  • dat geen enkele boete wegens laattijdige betaling (art. 41, 3° W.Reg.) kan worden toegepast als de registratierechten betaald worden binnen de aldus verlengde termijn.

2. Brusselse maatregelen

2.1. BRUSSELSE WETGEVING EN REGLEMENTERING

Volmachtbesluit nr. 2020/001 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering d.d. 2 april 2020 betreffende de tijdelijke opschorting van de verval- en beroepstermijnen die vastgelegd zijn in de Brusselse wetgeving en reglementering of die op grond daarvan zijn ingevoerd (BS, 9 april 2020, ed. 1) (hierna: BBR nr. 2020/001).

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 april 2020 houdende verlenging van de termijnen bepaald in artikel 1 van het volmachtbesluit nr. 2020/001 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de tijdelijke opschorting van de verval- en beroepstermijnen die vastgelegd zijn in de Brusselse wetgeving en reglementering of die op grond daarvan zijn ingevoerd (BS, 21 april 2020, ed. 1) (hierna: BBR van 16 april 2020)

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 14 mei 2020 houdende een tweede verlenging van de termijnen bepaald in artikel 1 van het volmachtbesluit nr. 2020/001 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de tijdelijke opschorting van de verval- en beroepstermijnen die vastgelegd zijn in de Brusselse wetgeving en reglementering of die op grond daarvan zijn ingevoerd (BS, 22 mei 2020) (hierna: BBR van 14 mei 2020).

Bijzonderemachtenbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering nr. 2020/020 van 28 mei 2020 tot invoering van versoepelingsmaatregelen voor de registratierechten in de context van de Covid-19 pandemie (BS, 4 juni 2020) (hierna: BBR nr. 2020/020).

1. Opschorting van de vervaltermijnen en beroepstermijnen

De vervaltermijnen, beroepstermijnen en alle termijnen waarvan het verstrijken een juridisch gevolg heeft die vastgelegd zijn in de ordonnanties en de besluiten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of die vastgelegd zijn in de op grond daarvan goedgekeurde akten, evenals de vervaltermijnen, beroepstermijnen en alle termijnen waarvan het verstrijken een juridisch gevolg heeft die vastgelegd zijn in de wetten en koninklijke besluiten die tot de bevoegdheid behoren van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, worden vanaf 16 maart 2020 opgeschort voor een duur van één maand, die tweemaal met eenzelfde duur verlengd kan worden door een besluit waarin de regering de noodzaak om dit te doen in het licht van de evolutie van de gezondheidssituatie verantwoordt (art. 1 BBR nr. 2020/001).

Deze opschorting heeft geen betrekking op de gewestelijke belastingen als dusdanig (Brusselse successierechten en registratierechten), noch op de verkeersbelasting en de onroerende voorheffing (Bijzonderemachtenbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering nr. 2020/029 van 4 juni 2020 tot wijziging van het volmachtbesluit nr. 2020/001 betreffende de tijdelijke opschorting van de verval- en beroepstermijnen die vastgelegd zijn in de Brusselse wetgeving en reglementering of die op grond daarvan zijn ingevoerd (BS van 15 juni 2020)).

De periode van opschorting, een eerste keer verlengd tot 15 mei 2020 (art. 1 BBR van 16 april 2020), is een tweede keer verlengd tot 15 juni 2020 (art.1 BBR van 14 mei 2020). Een nieuwe verlenging van een maand is mogelijk.

2. Tijdelijke opschorting van de termijn van 2 jaar of 3 jaar voor het abattement “hoofdverblijfplaats”

In geval van aankoop van een woning (huis of appartement) of van een bouwgrond bestemd voor de hoofdverblijfplaats, kan de koper een abattement genieten van 175.000 EUR (woning) of van 87.500 EUR (bouwgrond), onder de voorwaarden bepaald bij artikel 46bis W.Reg.Br. De kopers moeten hun hoofdverblijfplaats vestigen op de plaats van het aangekochte goed:

  • binnen de 2 jaar vanaf de datum van registratie van het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het verkooprecht (authentieke akte of onderhandse aankoopakte), of in geval van laattijdige registratie, binnen de 3 jaar vanaf de laatste dag van de registratietermijn, als het een bestaande woning betreft;
  • binnen de 3 jaar vanaf de voormelde datum als het een bouwgrond betreft of een woning in aanbouw of op plan.

Deze termijn van 2 jaar of van 3 jaar bedoeld in artikel 46bis, vijfde lid, 2° W.Reg.Br. die afloopt tussen 16 maart 2020 en 30 september 2020, wordt verlengd tot 1 oktober 2020 (art. 1 BBR nr. 2020/20).

Twee verlengingen van een maand zijn mogelijk. De Brusselse regering kan inderdaad tweemaal en door een besluit dat de noodzaak om dit te doen in het licht van de evolutie van de gezondheidscrisis verantwoordt de bedoelde termijnen en de datum tot dewelke de termijn wordt verlengd, verlengen met één maand (art. 6, BBR nr. 2020/020).

3. Tijdelijke opschorting van de termijn van 2 jaar of 3 jaar voor het abattement “hoofdverblijfplaats” a posteriori

Het abattement “hoofdverblijfplaats is uitgesloten in geval van bezit van een andere woning op het ogenblik van de aankoop. Het is evenwel mogelijk om a posteriori  te genieten van het abattement middels een verzoek tot teruggave (art. 212bis W.Reg.Br.).

Daartoe moeten de kopers, enerzijds, elk onroerend goed verkopen dat de toepassing van het abattement verhindert, uiterlijk binnen de 2 jaar (indien het een bestaande woning betreft) of binnen de 3 jaar (indien het een bouwgrond of een woning in opbouw of op plan betreft) vanaf hetzij, de datum van registratie van het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het verkooprecht, hetzij, in geval van laattijdige registratie, de uiterste datum voor de tijdige aanbieding ter registratie.

De kopers moeten anderzijds in het gemotiveerd verzoek verklaren dat zij hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben of zullen vestigen op het adres van het verkregen onroerend goed binnen de 2 jaar(indien het een bestaande woning betreft) of binnen de 3 jaar (indien het een bouwgrond of een woning in opbouw of op plan betreft) te rekenen van hetzij de datum van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op die verkrijging, hetzij, in geval van laattijdige registratie, de uiterste datum voor de tijdige aanbieding ter registratie.

Deze termijnen van 2 jaar en van 3 jaar bedoeld in artikel 212bis, eerste lid, en tweede lid, 2°, a) W.Reg.Br. die verstrijken tussen 16 maart 2020 en 30 september 2020 worden verlengd tot 1 oktober 2020 (art. 5 BBR nr. 2020/020).

Twee verlengingen van een maand zijn mogelijk. De Brusselse regering kan inderdaad tweemaal en door een besluit dat de noodzaak om dit te doen in het licht van de evolutie van de gezondheidscrisis verantwoordt de bedoelde termijnen en de datum tot dewelke de termijn wordt verlengd, verlengen met één maand (art. 6 BBR nr. 2020/020).

4. Tijdelijke opschorting van de termijn van 5 jaar in geval van verkoop aan beroepspersonen

In geval van een verkoop aan beroepspersonen gaat de toepassing van het verminderd tarief ervan uit dat de beroepspersoon bij het verstrijken van de termijn van 5 jaar vanaf de ondertekening van de beroepsverklaring de daadwerkelijke uitoefening van de verklaarde beroepsactiviteit kan aantonen aan de hand van een reeks wederverkopen (art. 71 W.Reg.Br.).

Deze termijn van 5 jaar bedoeld bij artikel 71 W.Reg.Br., die verstrijkt tussen 16 maart 2020 en 30 september 2020, wordt verlengd tot 1 oktober 2020 (art. 2 BBR nr. 2020/020).

Twee verlengingen van een maand zijn mogelijk. De Brusselse regering kan inderdaad tweemaal en door een besluit dat de noodzaak om dit te doen in het licht van de evolutie van de gezondheidscrisis verantwoordt, de bedoelde termijnen en de datum tot dewelke de termijn wordt verlengd, verlengen met één maand (art. 6 BBR nr. 2020/020).

5. Tijdelijke opschorting van de termijn van 2 jaar bedoeld bij artikel 212 W.Reg.Br. (teruggave in geval van wederverkoop binnen de 2 jaar)

Om een teruggave van 36% van de geheven registratierechten te genieten moet de authentieke verkoopakte van hetzelfde onroerend goed verleden worden binnen de 2 jaar volgend op de authentieke aankoopakte of de datum van de vervulling van de voorwaarde in geval van aankoop of wederverkoop onder opschortende voorwaarde (art. 212, W.Reg.Br.)

Deze termijn van 2 jaar bedoeld bij artikel 212 W.Reg.Br., die verstrijkt tussen 16 maart 2020 en 30 september 2020, wordt verlengd tot 1 oktober 2020 (art. 4 BBR nr. 2020/020).

Er wordt geen enkele mogelijkheid voorzien tot verlenging van de vervaltermijn of de datum van verlenging (art. 6 BBR nr. 2020/020, a contrario).

6. Geen recht op de vestiging van een hypotheek in uitvoering van een hypothecaire lastgeving

Het recht van 1% op de vestiging van een hypotheek bedoeld bij artikel 87 W.Reg. is niet verschuldigd in geval in de periode van 16 maart 2020 tot 30 juni 2020 de inschrijving van een hypotheek wordt gevraagd op overlegging van een hypothecair mandaat dat dagtekent van voor 16 maart 2020 (art. 3 BBR nr. 2020/020).

Dit betekent:

  • dat geen enkel evenredig recht wordt geheven op de akten tot vestiging van een hypotheek in uitvoering van een hypothecair mandaat, die verleden werden tussen 16 maart 2020 en uiterlijk 30 juni 2020 als het mandaat is vastgesteld bij authentieke akte daterend van vóór 16 maart 2020;
  • dat enkel een algemeen vast recht van 50 EUR verschuldigd is op deze akten.

Twee verlengingen van een maand zijn mogelijk. De Brusselse regering kan inderdaad tweemaal en door een besluit dat de noodzaak om dit te doen in het licht van de evolutie van de gezondheidscrisis verantwoordt, de bedoelde termijnen en de datum tot dewelke de termijn wordt verlengd, verlengen met één maand (art. 6, BBR nr. 2020/020).

►Lees ook: Circulaire over de tijdelijke vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing omwille van COVID-19-pandemie

2.2. ADMINISTRATIEVE TOLERANTIES BETREFFENDE DE BRUSSELSE BELASTINGEN

1. Tijdelijke opschorting van de indieningstermijn voor de aangifte en de betalingstermijn van successierechten

De termijn voor de indiening van de aangifte van nalatenschap en van overgang bij overlijden bedraagt:

  • 4 maanden vanaf de datum van overlijden wanneer dit in België is voorgevallen;
  • 5 maanden in geval van overlijden in een ander Europees land;
  • 6 maanden in geval van overlijden buiten Europa (art. 40 W.Succ.).

Wanneer de laatste dag van de termijn valt op een sluitingsdag van de kantoren, wordt de termijn verlengd tot de eerste openingsdag van de kantoren volgend op het verstrijken van de termijn (art. 1232 W.Succ.).

De betaling van de verschuldigde successierechten van de gebeurlijke boeten moet worden gedaan ten laatste twee maanden na het verstrijken van de termijn bepaald bij art. 40 W.Succ. Indien de laatste dag van de termijn valt op een sluitingsdag van de kantoren wordt deze termijn verlengd tot de eerste openingsdag van de kantoren volgend op het verstrijken van de termijn (art. 77 W.Succ.).

Bij wijze van administratieve tolerantie wordt de indieningstermijn voor de aangifte (en dus ook van de betaling van de rechten) tijdelijk opgeschort voor een duur van ten hoogste 4 maanden op voorwaarde dat de bedoelde termijn verstrijkt tussen 16 maart 2020 en 30 juni 2020.

Dit betekent voor de betrokken nalatenschappen:

  • een aangifte van nalatenschap of van overgang bij overlijden die moest worden ingediend tussen 16 maart 2020 en 30 juni 2020 moet ten laatste op 30 juni 2020 worden ingediend;
  • geen enkele boete wegens laattijdige indiening is toepasselijk wanneer de aangifte wordt ingediend gedurende de tot 30 juni 2020 verlengde indieningstermijn;

Voorbeeld:

Overlijden in België van een Brusselse fiscale inwoner op 18 november 2019. De aangifte van nalatenschap moet uiterlijk op 18 maart 2020 worden ingediend. Er zal geen boete wegens laattijdige indiening worden gevorderd tot 22 juli 2020 (18 juli 2020 is immers een zaterdag, 19 juli een zondag, 20 juli een brugdag en 21 juli een feestdag).

Een vrijstelling van de nalatigheidsintresten kan worden verleend tot uiterlijk 22.09.2020.

Opgelet:

  • De administrateur-generaal of zijn afgevaardigde kan een verlenging van de termijn toestaan (art. 41 W.Succ.). Deze bijkomende verlenging heeft geen invloed op de betalingstermijn die verlengd werd bij toepassing van de voormelde administratieve tolerantie.

Indien evenwel de indieningstermijn van de aangifte verstrijkt vóór 16 maart 2020, de administrateur-generaal een verlenging van de termijn toestaat en de aldus verlengde indieningstermijn valt tussen 16 maart en 30 juni 2020, dan kan de bedoelde nalatenschap niet genieten van een nieuwe opschorting bij administratieve tolerantie.

  • Buiten de betalingstermijn die ook met 4 maanden wordt verlengd, slaat de tolerantie niet op de andere termijnen en meer bepaald op de termijnen om een vastgesteld verzuim of tekortschatting te verbeteren.

Bij het neerleggen van een aangifte, gaat het kantoor over tot vereffening, zodra de (initiële) wettelijke verbeteringstermijn is verstreken; indien een verzuim wordt vastgesteld, moet er een uitnodiging tot rechtzetting van dit verzuim worden verstuurd; de automatische aanpassing van de verbeteringstermijn met 4 bijkomende maanden in e-succ, laat de belastingplichtige niet toe om deze aangepaste verbeteringstermijn te kunnen gebruiken om het in de oorspronkelijke aangifte vastgestelde verzuim te herstellen door aan te halen dat de verbeteringstermijn – aldus door de tolerantie verlengd – niet is verstreken.

Inderdaad, van zodra het verzuim door het kantoor wordt vastgesteld, zijn de regels van het wetboek van toepassing voor het vervolg van dit verzuim. Anders gezegd, de door de tolerantie automatisch toegekende 4 bijkomende maanden dienen niet om de inbreuk van het verzuim te verhullen; een bijvoeglijke aangifte die het verzuim rechtzet moet worden ingediend overeenkomstig de geldende regels vastgelegd in het wetboek en zal bijgevolg worden bestraft met de daarin voorziene boete.

Voorbeeld

Een Brusselse fiscale inwoner overlijdt op 20 december 2019. Zijn nalatenschap komt toe aan zijn broer. Nettoactief: 250 000 EUR.

De aangifte van nalatenschap moet in principe worden ingediend op 20 april 2020. De termijn wordt verlengd tot 20 augustus 2020.

De aangifte van nalatenschap wordt op 20 juli 2020 ingediend.

Geheven rechten: 119 375 EUR.

De administratie stelt het verzuim vast van een in België gelegen onroerend goed met een waarde van 150 000 EUR.

Op 20 augustus 2020 wordt een bijvoeglijke aangifte ingediend. Dezelfde dag worden de bijvoeglijke rechten betaald.

Heffing:

  • rechten tot 250 000 EUR (reeds geheven):  119 375
  • bijrechten op 150 000 EUR (65 %)   97 500
  • boete (art. 126, eerste lid W.Succ.)  97 500
    (verminderd tot 1/10 in geval van toepassing van het barema)
  • interesten (van 21 juni tot 20 augustus 2020): 0
  • De nalatigheidsinteresten op de bijrechten verschuldigd ingevolge een verzuim of een tekortschatting genieten de tolerantie en worden dus niet aangerekend indien die rechten worden betaald tijdens de verlengde betalingstermijn.
  • Mutatis mutandis, is hetzelfde schema van toepassing in geval van tekortschatting.

2. Opschorting van de termijn voor aanbieding ter registratie van de onderhandse akten

Zie hiervoor onder punt 1.2 (“Administratieve toleranties” onder federale maatregelen)

3. Opschorting van de betalingstermijn van registratierechten

Bij wijze van administratieve tolerantie wordt de betalingstermijn van één maand (art. 35, vijfde lid W.Reg.) voor de registratierechten (m.a.w. de titelrechten), en in voorkomend geval, voor de boeten, verlengd voor een periode van 4 maanden, op voorwaarde dat deze termijn verstrijkt in de periode van 16 maart tot en met 30 juni 2020.

Dit betekent:

  • dat geen enkele boete wegens laattijdige registratie (art. 41, 1° W.Reg.) kan worden toegepast indien de akten of geschriften worden aangeboden binnen de aldus verlengde termijn;
  • dat geen enkele boete wegens laattijdige betaling (art. 41, 3° W.Reg.) kan worden toegepast indien de registratierechten betaald worden binnen de aldus verlengde termijn.

4. Opschorting van de gedwongen invordering van registratierechten

Bij wijze van administratieve tolerantie wordt de gedwongen invordering van de (bijkomende) registratierechten, boeten en intresten, meer bepaald in geval van niet-naleving van de grond- en vormvoorwaarden voor het verkrijgen van bepaalde fiscale voordeelregimes (federaal of gewestelijk), opgeschort van 16 maart 2020 tot en met 30 juni 2020.

Dit betekent dat de ambtenaren van de AAPD niet zullen overgaan tot uitvoeringsmaatregelen van het dwangbevel door de betekening van een uitvoerend derdenbeslag (op sommen, effecten en banktegoeden van de belastingplichtige), een uitvoerend roerend beslag (op de roerende goederen van de belastingplichtige) of een uitvoerend onroerend beslag (op de onroerende goederen en onroerende rechten van de belastingplichtige), van 16 maart 2020 tot en met 30 juni 2020.

De nodige maatregelen moeten evenwel nog genomen worden om de verjaringstermijn te onderbreken indien dit strikt noodzakelijk is.

3. Waalse maatregelen

3.1. WAALSE WETGEVING EN REGLEMENTERING

Besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 2 van 18 maart 2020 betreffende de tijdelijke opschorting van dwingende termijnen en termijnen voor het indienen van beroepen vastgesteld in de gezamenlijke Waalse wetgeving en reglementering of aangenomen krachtens deze (BS, 20 maart 2020, ed.2) (hierna: BWR nr. 2).

Besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 10 van 26 maart 2020 betreffende de tijdelijke opschorting van sommige fiscale bepalingen (BS, 30 maart 2020, ed. 1) (hierna: BWR nr. 10).

Besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 20 van 18 april 2020 tot verlenging van de termijnen bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 2 van 18 maart 2020 betreffende de tijdelijke opschorting van dwingende termijnen en termijnen voor het indienen van beroepen vastgesteld in de gezamenlijke Waalse wetgeving en reglementering of aangenomen krachtens deze, evenals die vastgesteld in de wetten en koninklijke besluiten vallend onder de bevoegdheden van het Waalse Gewest krachtens de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 en in het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 3 van 18 maart 2020 betreffende de aangelegenheden, aan het Waalse Gewest overgedragen krachtens artikel 138 van de Grondwet en betreffende de tijdelijke opschorting van dwingende termijnen en termijnen voor het indienen van beroepen vastgesteld in de gezamenlijke Waalse wetgeving en reglementering of aangenomen krachtens deze, evenals die vastgesteld in de wetten en koninklijke besluiten vallend onder de bevoegdheden van het Waalse Gewest krachtens de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 (BS, 22 april 2020, ed. 1) (hierna: BWR nr. 20).

Besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 24 tot wijziging en tot verlenging van de periode van toepassing van de artikelen 1 en 2 van het besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 10 van 26 maart 2020 betreffende de tijdelijke opschorting van sommige fiscale bepalingen (BS, 28 april 2020, ed. 1) (hierna: BWR nr. 24).

1. Geen evenredig recht van 0% op de vestiging van een hypotheek in uitvoering van een hypothecaire lastgeving

Artikel 1 van het BWR nr. 10 voorziet dat het registratierecht voor de vestiging van een hypotheek op een onroerend goed gelegen in Wallonië “tot nul percent (wordt) teruggebracht in het geval van de omzetting in een hypotheek van een hypothecair mandaat bij authentieke akte vastgesteld vóór de inwerkingtreding van dit besluit”. Het besluit treedt in werking op 27 maart 2020.

Deze tijdelijke bepaling is toepasselijk voor een eerste periode van 30 dagen, verlengbaar voor een duur die telkens niet langer mag zijn dan 30 dagen en waarbij de noodzaak daartoe wordt verantwoord door de evolutie van de volksgezondheidsvoorwaarden (art. 4 BWR nr. 10, gewijzigd bij art. 1 BWR nr. 20 en bij art. 1 BWR nr. 24). De periode van vrijstelling is thans verlengd tot en met 30 april 2020. Een nieuwe verlenging is mogelijk.

Dit betekent:

  • dat het evenredig recht van 0% wordt geheven op de akten tot vestiging van een hypotheek in uitvoering van een hypothecair mandaat, die verleden werden tussen 27 maart 2020 en uiterlijk 30 april 2020 (en tweemaal verlengbaar voor telkens maximum 30 dagen) als het mandaat is vastgesteld bij authentieke akte daterend van vóór 27 maart 2020.
  • dat enkel een algemeen vast recht van 50 EUR verschuldigd is op deze akten (art. 167 W.Reg.).

2. Tijdelijke opschorting van de termijn van 2 jaar bedoeld in artikel 212 W.Reg.W. (teruggave in geval van wederverkoop binnen de 2 jaar)

Om een teruggave van 3/5 te genieten van de geheven registratierechten moet de authentieke akte van wederverkoop van hetzelfde onroerend goed verleden worden binnen de 2 jaar volgend op de authentieke aankoopakte of op de datum van de vervulling van de voorwaarde in het geval van aankoop of wederverkoop onder opschortende voorwaarde (art. 212 W.Reg.W.).

Artikel 2 BWR nr. 10 bepaalt dat de termijn van twee jaar voorzien bij artikel 212 W.Reg.W. wordt opgeschort vanaf 18 maart 2020.

Deze tijdelijke bepaling is toepasselijk voor een eerste periode van 30 dagen, verlengbaar voor een duur die telkens niet langer mag zijn dan 30 dagen en waarbij de noodzaak daartoe wordt verantwoord door de evolutie van de volksgezondheidsvoorwaarden (art. 1 BWR nr. 10, gewijzigd bij art. 1 BWR nr. 24). Deze termijn is thans verlengd tot 30 april 2020. Een nieuwe verlenging is mogelijk.

Het gaat om een tijdelijke opschorting van een lopende termijn. Dit betekent dat, indien de termijn van twee jaar afliep tussen 18 maart 2020 en (thans) 30 april 2020, de authentieke akte van wederverkoop uiterlijk op 30 april 2020 moet verleden zijn (zie evenwel de administratieve tolerantie onder punt 3.2, 6 hieronder).

3. Opschorting van de dwingende termijnen en beroepstermijnen vastgesteld in de Waalse wetgeving

De dwingende termijnen en de beroepstermijnen, vastgesteld bij de decreten en reglementen van het Waals Gewest of krachtens deze genomen en die vastgesteld in de wetten en koninklijke besluiten vallend onder de bevoegdheden van het Waals Gewest krachtens de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 worden opgeschort te rekenen van 18 maart 2020 voor een eerste duur van 30 dagen, die tweemaal kan worden verlengd tot een bij een besluit van de Regering vastgestelde datum, waarbij elke periode telkens niet langer mag zijn dan 30 dagen en de noodzaak daartoe verantwoordt ten opzichte van de evolutie van de volksgezondheidsvoorwaarden (art. 1 BWR nr. 2, gewijzigd bij art. 1 BWR nr. 20).

Deze opschorting betreft niet de gewestbelastingen (Waalse successierechten en registratierechten) als dusdanig.

Deze termijnen zijn momenteel verlengd tot 30 april 2020 (art. 3 BWR nr. 20). Een nieuwe verlenging is mogelijk.

3.2. ADMINISTRATIEVE TOLERANTIES BETREFFENDE DE WAALSE BELASTINGEN

1. Tijdelijke opschorting van de indieningstermijn voor de aangifte en de betalingstermijn van successierechten

Zie hiervoor punt 2.2. (“Administratieve toleranties betreffende de Brusselse belastingen”).

Het onder punt 2.2. gegeven voorbeeld geldt mutatis mutandis in geval van overlijden in België van een Waals fiscaal inwoner.

2. Opschorting van de termijn voor aanbieding ter registratie van de onderhandse akten

Zie hiervoor onder punt 1.2. (“Administratieve toleranties” betreffende de federale belastingen”).

3. Opschorting van de betalingstermijn van registratierechten

Zie hiervoor onder punt 2.2. (“Administratieve toleranties betreffende de Brusselse belastingen”).

4. Tijdelijke opschorting van de termijnen die toepasselijk zijn inzake verkopen van bescheiden woningen en kleine landeigendommen

In geval van de aankoop van een bescheiden woning of een kleine landeigendom kan de koper genieten van een verminderd tarief van 6 % (of 5 %), mits naleving van talrijke grondvoorwaarden, vormvoorwaarden en voorwaarden tot behoud. De kopers moeten onder meer:

  • de reeds bezeten woning verkopen binnen het jaar van de authentieke verkoopakte die aan het verlaagd tarief is onderworpen (art. 54 W.Reg.W.);
  • de kleine landeigendom persoonlijk uitbaten binnen een termijn van 5 jaar vanaf de datum van de akte en deze uitbating voortzetten gedurende ten minste 3 ononderbroken jaren (art. 60, eerste lid W.Reg.W.);
  • zich inschrijven in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister op het adres van het aangekocht onroerend goed binnen een termijn van 3 jaar vanaf de authentieke aankoopakte en deze inschrijving voortzetten gedurende ten minste 3 ononderbroken jaren (art. 53, eerste lid, 2°, 57 en 60, tweede lid, W.Reg.W.).

Bij wijze van administratieve tolerantie worden de termijnen voor verkoop van de bezeten woning (art. 54 W.Reg.W.), voor de aanvang van de uitbating van de landeigendom (art. 60, eerste lid W.Reg.W.) (termijn van 5 jaar), en voor de inschrijving op het adres van het aangekocht onroerend goed (art. 53, eerste lid, 2°, 55, 57 en 60, tweede lid W.Reg.W.) (termijn van 3 jaar) verlengd voor een periode van 4 maanden, op voorwaarde dat deze termijn eindigt in de periode van 16 mei 2020 tot en met 30 juni 2020.

5. Tijdelijke opschorting van de termijnen inzake verkopen aan beroepspersonen

In geval van verkoop aan beroepspersonen is de toepassing van het verlaagd tarief onderworpen aan de naleving van meerdere voorwaarden door de beroepspersoon, onder andere:

  • hij moet, bij overlijden van de verantwoordelijke vertegenwoordiger die in België gevestigd is, deze vervangen binnen de 6 maanden vanaf het overlijden (art. 69 W.Reg.W.);
  • hij moet, bij het verstrijken van de termijn van 5 jaar na de ondertekening van de beroepsverklaring, de daadwerkelijke beroepsuitoefening bewijzen aan de hand van een reeks wederverkopen (art. 71 W.Reg.W.).

Bij wijze van administratieve tolerantie worden de termijnen (art. 64 W.Reg.W.), voor de vervanging van de verantwoordelijke vertegenwoordiger die in België gevestigd is in geval van overlijden van deze laatste (art. 69 W.Reg.W.), en voor de wederverkopen door de beroepspersoon (art. 71 W.Reg.W.) verlengd voor een periode van 4 maanden, op voorwaarde dat deze termijn eindigt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 30 juni 2020.

6. Tijdelijke opschorting van de termijnen inzake de teruggave van evenredige registratierechten

De teruggave van evenredige rechten – en gebeurlijk van de boeten – geheven wegens een overeenkomst waarvan een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest de ontbinding of de herroeping uitspreekt of vaststelt, veronderstelt dat de eis tot ontbinding of herroeping is ingesteld binnen een termijn van één jaar vanaf de datum van de overeenkomst (art. 209, eerste lid, 3° W.Reg.W.).

Een overeenkomst tot overdracht onder bezwarende titel is onderworpen aan het evenredig recht. Een vast recht wordt in principe geheven in geval van minnelijke ontbinding (of annulering) van bepaalde verkoopovereenkomsten of van rechtswege in geval van ontbinding als gevolg van de vervulling van een ontbindende voorwaarde. In de beide gevallen kan het op de oorspronkelijke overeenkomst geheven recht (onder aftrek van het vast recht) worden teruggegeven als de overeenkomst tot ontbinding (of annulering) of het geschrift dat de vervulling van de ontbindende voorwaarde vaststelt volgt binnen één jaar na de ontbonden (of geannuleerde) overeenkomst (art. 209, eerste lid, 3°ter en 3°quater, W.Reg.W.).

Om de teruggave van 3/5 van het geheven evenredig verkooprecht te bekomen, moet de koper of zijn rechtsopvolger het aangekocht onroerend goed verkopen binnen de twee jaar volgend op de authentieke aankoopakte (art. 212, W.Reg.W.).

Het verlaagd recht geheven bij de aankoop van onroerende goederen met het oog op de verwezenlijking van haar maatschappelijk doel door een erkende huisvestingsmaatschappij bedoeld bij artikel 51, kan worden teruggegeven als het aangekocht onroerend goed wordt wederverkocht bij authentieke akte verleden binnen de 10 jaar volgend op de aankoopakte (art. 213 W.Reg.W.).

Bij wijze van administratieve tolerantie worden de termijnen voor de wederverkoop van onroerende goederen door een natuurlijke persoon (art. 212 W.Reg.W.) of door een erkende huisvestingsmaatschappij (art. 213 W.Reg.W.), voor de instelling van een eis tot ontbinding of herroeping (art. 209, eerste lid, 3°ter, W.Reg.W.), en voor het afsluiten van een overeenkomst tot minnelijke ontbinding of van een akte die de vervulling van de ontbindende voorwaarde vaststelt (art. 209, eerste lid, 3°quater W.Reg.W.) verlengd voor een periode van 4 maanden, op voorwaarde dat deze termijn eindigt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 30 juni 2020.

7. Tijdelijke opschorting van de termijn betreffende de teruggave van successierechten voor de energiebesparende werken aan de vererfde woning

In geval van energiebesparende werken aan de vererfde woning, kan de rechtsopvolger onder bepaalde voorwaarden een gedeeltelijke en geplafonneerde terugbetaling bekomen van de successierechten. Hij moet onder meer zijn hoofdverblijfplaats hebben gevestigd op de plaats van het vererfd onroerend goed binnen het jaar volgend op de indiening van de aangifte van nalatenschap.

Bij wijze van administratieve tolerantie wordt de termijn voor de vestiging van de hoofdverblijfplaats in geval van energiebesparende werken aan de vererfde woning (art. 135bis, eerste lid, 2° W.Succ.W.) verlengd voor een periode van 4 maanden, op voorwaarde dat deze termijn eindigt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 30 juni 2020.

8. Tijdelijke opschorting van de termijn betreffende de teruggave van schenkingsrechten voor energiebesparende werken aan de geschonken woning

In geval van energiebesparende werken aan de geschonken woning, kan de begiftigde onder bepaalde voorwaarden een gedeeltelijke en geplafonneerde terugbetaling bekomen van de schenkingsrechten. Hij moet onder meer zijn hoofdverblijfplaats hebben gevestigd op de plaats van het geschonken onroerend goed binnen het jaar volgend op de schenkingsakte.

Bij wijze van administratieve tolerantie wordt de termijn voor de vestiging van de hoofdverblijfplaats in geval van energiebesparende werken aan de geschonken woning (art. 211, eerste lid, 2° W.Reg.W.) verlengd voor een periode van 4 maanden, op voorwaarde dat deze termijn eindigt in de periode van 16 maart 2020 tot en met 30 juni 2020.