Belastingvermindering bij investering in startende vennootschap toegelicht

Geschreven door Dhr. Stefaan Kindt, Alaska Group, www.alaska-group.eu
Foto: Mark Morgan  

Een natuurlijke persoon die geld inbrengt in een startende vennootschap kan daarvoor in zijn/haar privé-aangifte een belastingvermindering genieten. Om misbruiken te voorkomen heeft de Administratie in een circulaire van 29 mei 2020 verduidelijkt wat eigenlijk onder een startende vennootschap moet begrepen worden.

Belastingvermindering

Een natuurlijke persoon die een geldinbreng doet in een kleine of microvennootschap in de zin van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen en daarvoor nieuwe aandelen op naam in ruil ontvangt, kan daarvoor in de personenbelasting aanspraak maken op een belastingvermindering van resp. 30% of 45%. De voorwaarde daartoe is o.m. dat het gaat om een startende vennootschap. Een VZW is echter uitgesloten van de gunstregeling. De geldinbreng moet m.a.w. gebeuren bij de oprichting van de vennootschap of in het kader van een kapitaalsverhoging binnen de 4 jaar na de oprichting van de vennootschap. Als vertrekpunt wordt daarbij gekeken naar de neerlegging van de oprichtingsakte ter griffie van de ondernemingsrechtbank.


►Blijf op de hoogte over de juridische actualiteit met onze gratis nieuwsbrief - Kies de relevante rechtstakken


Misbruiken voorkomen

Om misbruiken te voorkomen heeft de Administratie toegelicht wat onder een startende vennootschap moet worden verstaan. Vennootschappen die worden/werden opgericht waarin een bestaande activiteit werd ondergebracht om investeerders aan te trekken, die aldus aanspraak zouden kunnen maken op de belastingvermindering, worden geviseerd. In sommige gevallen wordt daarom afgeweken van het ‘normale’ vertrekpunt. Gaat het om een voortzetting van een activiteit in een vennootschap voorheen uitgeoefend door een eenmanszaak, dan wordt als vertrekpunt de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) van de eenmanszaak genomen. Gaat het om een voortzetting van een activiteit in een nieuwe vennootschap die voorheen al werd uitgeoefend door een andere vennootschap, dan telt als vertrekpunt de neerlegging van de oprichtingsakte ter griffie van de ondernemingsrechtbank van die andere vennootschap.

Voortzetting

In circulaire van 29 mei 2020 heeft de Administratie een aantal criteria vermeld waaruit kan afgeleid worden wanneer er juist sprake is van een voortzetting van een activiteit voorheen uitgeoefend door een eenmanszaak of andere rechtspersoon. Zo wordt o.m. gekeken naar het feit dat de startende vennootschap haar activiteit uitoefent op dezelfde locatie als de eenmanszaak die haar voorafgaat. Ook het feit dat de startende vennootschap dezelfde leveranciers heeft als de eenmanszaak of de vorige rechtspersoon telt mee. Tenslotte kan ook de overdracht van personeel van de eenmanszaak of vorige vennootschap naar de startende vennootschap doorslaggevend zijn.