Autofiscaliteit: wat is er nieuw op 1 januari?

Geschreven door , De Broeck Van Laere & Partners, www.dvp-law.be
Foto: bnilsen  

Inzake autofiscaliteit brengt het nieuwe jaar weinig goed nieuws. De laatste fase van de hervorming van de vennootschapsbelasting treedt in werking. En die bevat verschillende maatregelen die de aftrek van autokosten (nog verder) beperken. Sommigen ontspringen wel de dans.

De aftrek van autokosten wordt verder aan banden gelegd door de introductie van een nieuwe formule. De aftrek hangt nog altijd af van de CO2-uitstoot maar de nieuwe formule resulteert in een lager aftrekpercentage dan voorheen. Afhankelijk van het model daalt het aftrekpercentage veelal met meer dan 10%, in sommige gevallen zelfs met 25% (zie ons artikel “Aftrek autokosten wordt verder beperkt”).

Uitzondering voor oudere auto’s in PB

Die regeling geldt zowel in de vennootschapsbelasting als in de personenbelasting. Maar in de personenbelasting – alleen in de personenbelasting – wordt een uitzondering gemaakt voor auto’s die zijn aangekocht vóór 2018. Als het nieuwe regime echter gunstiger zou zijn
(wat goed mogelijk is voor auto’s met een heel lage uitstoot), mag men ervoor kiezen om niet van de uitzondering gebruik te maken en dus toch de nieuwe regels toe te passen.

De aftrekregeling wordt tot slot nog op een bijkomend punt verstrengd: het aparte aftrekpercentage van 120% voor elektrische auto’s verdwijnt. Zij komen wel nog altijd in aanmerking voor de gunstigste regeling, namelijk 100% aftrek.

Volg op 14 februari 2020 van 12 uur tot 15 uur het online seminar De meest spraakmakende rulings van 2019 - Welke lessen te trekken voor de toekomst? met Steven VANDEN BERGHE

 

Brandstofkosten

Een tweede belangrijke nieuwigheid is dat de aftrek van brandstofkosten op dezelfde manier beperkt wordt als voor de andere autokosten. Tot nu toe werd de aftrekbeperking in functie van de uitstoot niet toegepast op brandstofkosten, waarvoor een uniform aftrekpercentage van 75% gold. Maar dat aparte regime verdwijnt dus nu. Tenzij dan in de personenbelasting, waar, zoals al gezegd, het oude regime nog toegepast mag worden als het nieuwe nadelig blijkt, voor auto’s van vóór 2018.

Merk op dat ook elektriciteit geldt als brandstof. De nieuwe regeling is dus voordelig voor elektrische auto’s, want daarvoor gaat de aftrek omhoog van 75% (specifieke regeling voor brandstofkosten) naar 100% (algemene regel).

Valse hybrides

Tot slot is er nog een aparte regeling voor zogenaamde “valse hybrides”.
Dat zijn oplaadbare hybride auto’s met een (te) beperkte batterijcapaciteit. Vanaf 1 januari 2020 wordt voor zulke voertuigen de aftrek niet meer berekend op basis van hun officiële uitstoot maar wel op basis van de uitstoot van het “overeenstemmende voertuig” zonder hybride technologie. Dat is dus de niet-hybride versie van hetzelfde automodel met een vergelijkbaar vermogen
(zie ons artikel “Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)”).

Let wel: de regeling heeft alleen betrekking op oplaadbare hybrides, dat wil zeggen waarmee men elektriciteit kan “bijtanken” aan het stopcontact (plug-in hybrides of PEHV). “Gewone” hybrides blijven buiten schot, lopen dus niet het risico om fiscaal bestempeld te worden als “valse hybrides”.

Net als voor de nieuwe aftrekregels is er een overgangsbepaling voor auto’s die aangekocht zijn vóór 2018. Maar in tegenstelling tot de aftrekregeling geldt die uitzondering niet alleen in de personenbelasting maar ook in de vennootschapsbelasting. Een auto van 2017 of ouder zal dus nooit behandeld worden als een valse hybride, ook niet in de vennootschapsbelasting en ook niet als zijn batterijcapaciteit te beperkt is volgens de nieuwe regels.

De regeling voor valse hybrides geldt niet alleen voor het bepalen van de kostenaftrek maar ook voor de berekening van het belastbare voordeel van alle aard.

In de vennootschapsbelasting zijn de nieuwe regels van toepassing vanaf aanslagjaar 2021, met dien verstande dat het moet gaan om belastbare tijdperken die beginnen op of na 1 januari 2020. In de personenbelasting treden de nieuwe regels in werking op 1 januari 2020.