Aanvullende kinderbijslag in het kader van een cafetariaplan niet vrij van RSZ-bijdragen

Geschreven door Ester Van Oostveldt, SoConsult, www.soconsult.be
Foto: Anders Printz  

Hoewel in beginsel RSZ-bijdragen verschuldigd zijn op alle (in geld waardeerbare) voordelen die een werkgever toekent aan zijn werknemer, kan de werkgever toch een aantal voordelen toekennen waarop geen (gewone) RSZ-bijdragen verschuldigd zijn. Dit is o.m. het geval met de aanvullingen bij wettelijke socialezekerheidsvoordelen. Die aanvullingen worden geweerd uit het loonbegrip dat de RSZ hanteert als basis voor de bijdragen.

In de recentste versie van zijn administratieve instructies benadrukt de RSZ dat een aanvulling bij een wettelijk socialezekerheidsvoordeel slechts vrij is van bijdragen wanneer het tot doel heeft een compensatie te zijn voor het verlies van het inkomen uit arbeid of voor de toename van de uitgaven door de totstandkoming van één van de risico’s gedekt door de verschillende takken van de sociale zekerheid. De RSZ verwijst hiervoor naar vaststaande rechtspraak van het Hof van Cassatie (zie o.a. Cass. 25 maart 2019, S.17.0048.F).

Volg het on demand seminarie Cafetariaplan - Flexibel verlonen populairder dan ooit met Timothy BRUNEEL

De RSZ preciseert verder dat een aanvulling op de kinderbijslag als compensatie voor een loonsverlaging of toegekend in het kader van een systeem van loonoptimalisatie, zoals dat kan voorkomen in een cafetariaplan, niet aan deze voorwaarden beantwoordt en dus niet uitgesloten wordt uit het socialezekerheidsrechtelijke loonbegrip. Opdat de aanvullende vergoeding vrij zou zijn van bijdragen, moet er immers een compenserend verband kunnen worden vastgesteld en dit moet bestaan tussen de aanvullende vergoeding en een toename van de uitgaven die veroorzaakt worden door de totstandkoming van het risico dat door de tak van kinderbijslag wordt gedekt.

►Lees ook: RVA - Tijdelijke werkloosheid ten gevolge van de beslissing van de Veiligheidsraad van 12 maart 2020

Opgelet! Aanvullingen bij wettelijke socialezekerheidsvoordelen die wel aan de bovengenoemde voorwaarden voldoen, zijn uitgesloten uit het socialezekerheidsrechtelijke loonbegrip. Dat betekent dat op die voordelen geen gewone RSZ-bijdragen verschuldigd zijn. Dat betekent evenwel niet dat op die voordelen geen bijzondere werkgeversbijdrage verschuldigd kan zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de premies voor groepsverzekeringen waarop een werkgeversbijdrage van 8,86 % verschuldigd is (zie Sociaal Compendium Socialezekerheidsrecht 2019-2020nr. 1254 – 1260) (in bepaalde gevallen kan er nog een bijkomende bijdrage van 3 % verschuldigd zijn, zie SoCompact nr. 51-2018).