Aanpassingen consumentenrecht in reparatiewet Wetboek Economisch Recht

Geschreven door Lexalert

De wet van 26 oktober 2015 betreffende het Wetboek Economisch Recht (hierna het "wetboek") en een aantal andere wetten wijzigt, werd op 30 oktober 2015 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. In concreto gaat het over (i) oneerlijke handelspratijken, (ii) uitverkopen, (iii) buiten de verkoopsruimten gesloten overeenkomsten en (iv) ongewenste communicaties.

Oneerlijke handelspraktijken

Bij een arrest van 10 juli 2014 heeft het Hof van Justitie België veroordeeld voor het op onvolledige wijze omzetten van de richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken. Het Hof heeft immers geoordeeld dat de bepalingen inzake aankondigingen van prijsverminderingen die zich bevinden in de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming, en meer in het bijzonder de artikelen 20, 21 en 29, uit het Belgische wetgevende arsenaal hadden moeten verwijderd worden. Volgens het Hof vormen de op de aankondigingen van prijsvermindering toepasselijke regels handelspraktijken in de zin van de richtlijn en bevinden deze zich dus in het toepassingsgebied van de richtlijn.

Deze bepalingen werden hernomen in de boeken VI en XIV van het wetboek, in boek VI onder de artikelen VI.18 tot VI.21. Ze moeten bijgevolg worden opgeheven.

Dit betekent evenwel niet dat alle praktijken met betrekking tot aankondigingen van prijsverminderingen toegelaten zullen worden. Ze moeten het verbod van oneerlijke handelspraktijken ten aanzien van consumenten eerbiedigen, opgenomen in de artikelen VI.92 en volgende van het wetboek, en meer in het bijzonder artikel VI.97, 4°, van het wetboek, dat misleidende informatie verbiedt met betrekking tot de prijs, de wijze waarop de prijs wordt berekend, of het bestaan van een specifiek prijsvoordeel.

Uitverkopen

Artikel VI.23, § 4, van het wetboek bevat identieke regels voor uitverkopen, hoewel het Hof van Justitie deze bepaling niet expliciet veroordeeld heeft. Deze bepaling is dus eveneens in strijd met de richtlijn 2005/29/EG.

De tweede en derde paragraaf van artikel VI.26 van het wetboek hernemen de bepalingen van artikel 29 van de wet van 6 april 2010, waarvoor het Hof van Justitie België veroordeelde.

In elk geval zullen de aankondigingen van prijsverminderingen die verricht worden in het kader van uitverkopen eveneens het verbod van oneerlijke handelspraktijken ten aanzien van consumenten opgenomen in de artikelen VI.93 en volgende van het wetboek moeten eerbiedigen, en meer in het bijzonder artikel VI.97, 4°, dat de misleidende informatie beoogt met betrekking tot de prijs, de wijze waarop de prijs wordt berekend, of het bestaan van een specifiek prijsvoordeel.

Buiten de verkoopsruimten gesloten overeenkomsten

Voor buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten, is het verbod van een voorschot of betaling voor het verstrijken van een termijn van zeven werkdagen, vanaf de dag volgend op de dag van de ondertekening van de overeenkomst, beoogd in artikel VI.67, § 2, laatste lid, ongerechtvaardigd en disproportioneel.

In de praktijk leidt dit verbod tijdens 7 dagen, samen met de herroepingstermijn van 14 dagen, tot onnodige complexiteit en zware administratieve lasten voor de onderneming. Wanneer de consument een bestelling plaatst, is hij beschermd door een herroepingstermijn van 14 kalenderdagen, te rekenen vanaf de sluiting van de overeenkomst voor diensten of vanaf de levering voor goederen. De onderneming mag daarentegen geen enkele betaling eisen gedurende 7 werkdagen volgend op de dag van ondertekening van de overeenkomst. Zij moet bijgevolg de producten leveren zonder enige vorm van betaling of voorschot tijdens deze termijn.

Dit verbod van een voorschot of betaling bestaat bovendien niet voor de overeenkomsten gesloten in salons, beurzen en tentoonstellingen – die nochtans overeenkomsten buiten verkoopruimten kunnen zijn – noch voor overeenkomsten op afstand.

Anderzijds geniet de consument al van een verhoogd niveau van consumentenbescherming, met name door een verstrekte informatieverplichting in hoofde van de verkoper alsook door de toekenning van een herroepingstermijn van 14 dagen. Klachten zijn overigens beperkt in aantal.

Lees ook: Reparatiewet voor het Wetboek Economisch Recht

Ongewenste communicaties

De wet van 10 juli 2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie (verder “de wet Telecom” genoemd) heeft de bepalingen van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming inzake ongewenste communicaties gewijzigd, opdat de telefoonabonnees op een effectieve wijze hun recht op verzet tegen dergelijke communicaties zouden kunnen uitoefenen.

Voor deze wijziging was de situatie de volgende:

  • het zgn. opt-in-systeem, wanneer gebruik wordt gemaakt van geautomatiseerde oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst of van faxen;
  • bij het gebruik van gelijk welk ander communicatiemiddel, het zgn. opt-out-systeem, en dit onverminderd de toepassing van de wet op de elektronische handel.

Als gevolg van de wijzigingen die door de wet Telecom werden doorgevoerd, bestaat er thans nog enkel een recht op verzet tegen telefonische communicaties voor abonnees zoals deze zijn gedefinieerd in de wet Telecom, zijnde “een natuurlijke of rechtspersoon die houder is van een nummer dat toegekend is door een operator voor de levering van elektronische-communicatiediensten en die gebruik maakt van een elektronische-communicatiedienst ingevolge een met een operator gesloten contract”.

Concreet heeft dit tot gevolg dat het verzetsrecht niet meer ingeschreven staat in deze wet voor geadresseerden van communicaties die via andere technieken gebeuren, bv. via persoonlijk gerichte brieven.

Dit is een ongewenst gevolg van de telecomwet van 10 juli 2012. Het doel van de voorgestelde wijziging is dit ongewenst gevolg weg te werken.

De wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens voorziet reeds in artikel 12 in een recht op kosteloos verzet, zonder dat enige motivering noodzakelijk is, tegen de verwerking van persoonsgegevens met het oog op direct marketing. Evenwel geldt dit recht op verzet enkel ten aanzien van natuurlijke personen, zodat rechtspersonen hierop geen aanspraak kunnen maken. Bovendien voorziet deze wet in geen enkele strafsanctie wanneer het recht op verzet tegen de verwerking van de persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 12, niet wordt nageleefd.

Inwerkingtreding

De artikelen met betrekking tot consumentenrecht zullen 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad in werking treden.

Lees de volledige tekst van het wet van 26 oktober houdende wijziging van het Wetboek van economisch recht en houdende diverse andere wijzigingsbepalingen