Wet KMO Financiering (WKF) - Een stand van zaken na twee jaar praktijkervaring

Van februari, 2016
Prof. Dr. Diederik BRULOOT, UGent
,
,
Foto: Horia VARLAN

De wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering van kleine en middelgrote ondernemingen (WKF) creëerde een nieuw wettelijk kader voor kredietovereenkomsten aangegaan door ondernemingen bij professionele kredietgevers. De wetgever probeerde hierbij in eerste instantie een oplossing te bieden voor de diverse toepassings- en interpretatieproblemen inzake vervroegde terugbetaling van professionele kredieten. Tegelijk werd echter ook een complete set van informatie- en gedragsplichten voor kredietgevers geïntroduceerd die duidelijk zijn geïnspireerd op de regelen inzake consumentenkrediet.

Ook twee jaar na de inwerkingtreding van de wet roept de WKF in de praktijk nog tal van vragen op. Niet in het minst wat betreft het toepassingsgebied van de wet en de precieze draagwijdte van sommige regels en verplichtingen.

Prof. Dr. Diederik BRULOOT is docent aan het Instituut financieel recht van de Universiteit Gent. Hij is mede-auteur van het artikel “Nieuw wettelijk kader voor kredieten aan KMO’s (WKF)” (T.B.H 2015/4).

Tijdens het seminarie komen o.a. volgende topics aan bod:

  • Gebruik van de cijfers op geconsolideerde of niet-geconsolideerde basis voor de kwantitatieve criteria?
  • Wat met een kredietovereenkomst gesloten met meerdere partijen waarvan één of meerdere niet kwalificeren als onderneming (art. 2, 4° WKF)?
  • Territoriaal toepassingsgebied
  • Stand van zaken inzake recht op vervroegde terugbetaling en funding loss vergoeding
  • De “optimalisatie” van kredietbedragen met het oog op de vaststelling van de wederbeleggingsvergoeding
  • De “zwarte lijst” met onrechtmatige bedingen (art. 13 WKF)